Zaterdag 16/11/2019

Waarom Peking geen dissidenten duldt

Liu Xiaobo vroeg de gezagdragers van zijn land om beter bestuur, grotere transparantie en meer inspraak. Peking antwoordde vorige maand met een veroordeling tot elf jaar cel. ‘Misschien voelt het regime zich helemaal niet zo zelfverzekerd als je op het eerste gezicht zou denken’, schrijft Ian Buruma.

2009 was een uitstekend jaar voor China. De economie bleef er met rasse schreden op vooruitgaan, ondanks de wereldwijde recessie, en de Amerikaanse president Barack Obama bracht een bezoek aan het land. Hij mat er zich veeleer de allure aan van een smekeling aan een keizerlijk hof dan van de leider van ’s werelds grootste supermacht. Zelfs de klimaattop van Kopenhagen eindigde net zoals China dat wou. De deelnemende landen slaagden er immers niet in om China, of de andere industrielanden, een akkoord te laten ondertekenen waarin ze zich ertoe verbonden de uitstoot van CO2 terug te dringen, en de schuld van die mislukking werd in de schoenen van de VS geschoven.De Chinese regering heeft dus alle reden tot zelfvertrouwen. Het protest van Google tegen internetcensuur is bemoedigend voor iedereen die de vrijheid in China wil bevorderen, maar de regering kan ook zonder Google leven. Voorlopig is er geen georganiseerde oppositie die de Chinese regering kan bedreigen. Waarom was het dan nodig om een voormalige literatuurprofessor, Liu Xiaobo, tot elf jaar gevangenisstraf te veroordelen? Twee jaar geleden nam Liu het initiatief voor een petitie, door duizenden medestanders ondertekend, die pleitte voor democratie en vrijheid van meningsuiting in China. Liu is een intellectueel. Er is nooit sprake geweest van geweld. Zijn artikelen op het internet zijn uiterst bedachtzaam. En toch gaat hij de gevangenis in omdat hij het volk zou hebben aangezet om “de macht van de staat te ondermijnen”.Het idee dat Liu in staat zou zijn om de immense macht van de Chinese Communistische Partij te ondermijnen is al te gek voor woorden. Toch is de overheid er van overtuigd dat ze hem ten voorbeeld moesten stellen.Waarom vindt een regime dat lijkt te blaken van het zelfvertrouwen persoonlijke meningen, en zelfs vreedzame petities, zo gevaarlijk ? Misschien omdat het regime zich helemaal niet zo zelfverzekerd voelt als je op het eerste gezicht zou denken.Zonder legitimiteit kan geen enkele regering met het nodige zelfvertrouwen een land leiden. Politieke akkoorden kunnen op veel manieren gelegitimeerd worden. China heeft de voorbije eeuw grote veranderingen ondergaan, maar op één bepaald punt is het niet veranderd: het land wordt nog altijd gestuurd door een religieuze opvatting van de politiek. Legitimiteit is geen kwestie van geven en nemen, van de noodzakelijke compromissen, of van onderhandelingen die de basis uitmaken van de economische opvatting van de politiek van de progressieve democratie. De basis van een religieuze politiek wordt gevormd door een gedeeld geloof in de ideologische orthodoxie dat van bovenaf aan de mensen wordt opgelegd.In het China van de keizers was dat de confuciaanse orthodoxie. Het ideaal van de confuciaanse staat is ‘harmonie’. Als iedereen een welbepaald geloof onderschrijft, met inbegrip van morele gedragsnormen, zullen de conflicten verdwijnen. In dat ideale systeem zullen diegenen die bestuurd worden hun bestuurders vanzelf gehoorzamen, net zoals een zoon zijn vader gehoorzaamt.Na de verschillende revoluties in de eerste decennia van de 20ste eeuw werd het confucianisme vervangen door een Chinese versie van het communisme. Het marxisme sprak de Chinese intellectuelen aan omdat het theoretisch goed onderbouwd was, een moderne morele orthodoxie predikte en, zoals het confucianisme, gebaseerd was op een belofte van perfecte harmonie. Maar die orthodoxie was ook gedoemd om weer te verdwijnen. Weinig Chinezen zijn nog overtuigde marxisten. Zelfs aan de top van de Communistische Partij vormen ze een minderheid. Dat heeft een ideologisch vacuüm doen ontstaan dat in de jaren tachtig algauw werd opgevuld door hebzucht, cynisme en corruptie. Uit de crisis werden de demonstraties geboren die in heel China plaatsvonden en bekend raakten als ‘Tiananmen’. In 1989 trad Liu Xiaobo op als woordvoerder tijdens de studentenprotesten tegen de corruptie van de overheid en voor een grotere vrijheid. Kort nadat de protesten met veel bloedvergieten de kop waren ingedrukt, ging een nieuwe orthodoxie het Chinese marxisme vervangen, met name het Chinese nationalisme. De Communistische Partij vertegenwoordigde de Chinese lotsbestemming als een grote macht. Wie daaraan durfde te twijfelen, had het niet alleen fout, maar was ook onpatriottisch en zelfs ‘anti-Chinees’.

Subversief

Uit dit standpunt zijn de kritische meningen van Liu Xiaobo inderdaad subversief te noemen. Ze zaaien twijfel over de officiële orthodoxie, en bijgevolg ook over de legitimiteit van de Chinese staat. Wie zich, zoals zo velen, afvraagt waarom het Chinese regime in 1989 heeft geweigerd om met de studenten om de tafel te gaan zitten - of om vandaag vrede te sluiten met zijn tegenstanders - snapt niet wat de religieuze politiek werkelijk inhoudt. Onderhandelingen, compromissen en verzoening zijn de kernwaarden van de economische politiek. Wie bestuurt op basis van een gedeeld geloof kan het zich echter niet veroorloven om te onderhandelen, want dat zou het geloof zelf ondermijnen.Hiermee wil ik niet gezegd hebben dat de economische kijk op de politiek de Chinezen helemaal vreemd is, of dat de religieuze benadering van de politiek niet bekend is in het democratische westen. Maar China houdt nog altijd zo hard vast aan de orthodoxie dat die het machtigste wapen tegen politieke tegenstanders blijft.Maar ook dat kan veranderen. Andere confuciaanse maatschappijen, zoals Zuid-Korea, Taiwan en Japan, zijn bloeiende progressieve democratieën geworden en we hebben geen enkele reden om aan te nemen dat dat in China niet mogelijk is.Maar druk van buitenaf alleen zal niet volstaan. Veel niet-Chinezen, ikzelf inbegrepen, hebben een protestbrief ondertekend waarin de opsluiting van Liu Xiaobo wordt aangeklaagd. Maar de kans is klein dat we met onze brief ook indruk zullen maken op diegenen die in de huidige orthodoxie van het Chinese nationalisme geloven. Pas als China zich uit de greep van de religieuze politiek heeft weten los te worstelen, zullen de idealen van Liu wortel kunnen schieten. En dat voorspelt weinig goeds voor China en de rest van de wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234