Zaterdag 14/12/2019

Interview

Waarom ook het tweede kind speciaal is: journaliste brengt ode aan alle nummers 2

illustratie kind Beeld Joost Stokhof

De eerste keer een kind verwachten, op de wereld zetten, opvoeden. Daarover raken mensen maar niet uitgepraat of uitgeschreven. Een broer of zus moet het met aanzienlijk minder aandacht doen. Journaliste Lynn Berger zocht uit hoe het tweede kinderen vergaat. ‘Drie IQ-punten minder, dat is toch niks?’

“Je eerste kind krijg je voor jezelf. Maar het tweede, dat krijg je voor het eerste.” Zo hoorde Lynn Berger (34) toen bekend raakte dat ze na een dochter een zoon zou krijgen. Het deed haar verschillende jaren stilstaan bij de vraag: waarom willen mensen eigenlijk een tweede kind? En wat betekent het om die tweede te zijn? Het antwoord beschrijft ze in het boek De tweede dat op 19 februari bij uitgeverij De Correspondent verschijnt. 

Haar schrijven moet een lege ruimte in boekenrekken vullen, gelooft Berger. “Toen ik de eerste keer zwanger was, heb ik veel gelezen om me voor te bereiden. Hetzelfde doen voor nummer twee was minder evident. Ik vond na lang zoeken een paar Amerikaanse titels als The second Baby Survival Guide en Siblings Without Rivalry.” Op onlinefora werd ze niet wijzer. “Daar gaat het vooral over de vervelende dingen je bij het eerste mag verwachten als het tweede er eenmaal is.”

Lynn Berger. Beeld Judith Van IJken

Wat verklaart die gebrekkige aandacht voor tweede kinderen?

“We leven in een maatschappij waar we vooral het nieuwe, het onbekende vieren. Tweede kinderen vinden we vaak toch wat minder bijzonder. Het eerste geldt als een absolute mijlpaal in een mensenleven. Hij of zij maakt dat je van de ene dag op de andere het ouderschap betreedt en een volledig nieuwe rol krijgt. Een tweede kind is natuurlijk opnieuw een klein wonder, maar de overgang is minder groot. Anderen zien dat blijkbaar net zo. Voor mijn zoon kreeg ik opvallend minder kaartjes en kraambezoek.

“Wat je in de maatschappij ziet, zie je ook in de onderzoekswereld. Sibling science (de wetenschap van broers en zussen, red.) is met zijn veertig jaar een vrij nieuw gegeven. Daarvoor werd er vooral gefocust op de ouder-kindrelatie. Nochtans, de meeste mensen hebben een broer of zus. Wanneer ze klein zijn en nog niet naar school gaan, brengen ze zelfs meer tijd met elkaar door dan met hun ouders.”

 Hoe komt het dat twee kinderen desalniettemin de norm is geworden? 

“Ik denk dat de diepgewortelde aannames over enige kinderen daarin een grote rol spelen. De term ‘kleinekeizersyndroom’ zegt wat dat betreft genoeg. Velen geloven nog altijd dat het beter is om met een broer of zus op te groeien dan zonder. Een kind alleen zou vaker egocentrisch en verwend zijn, en minder sociaal vaardig. Nochtans is daar geen enkel wetenschappelijk bewijs voor.

“Niet alleen altruïsme speelt een rol. Veel ouders vinden een kind hebben ook gewoon heel erg leuk. Ze willen er nog een, omdat ze dan iemand extra hebben om van te houden.”

Uw boek gaat dieper in op misverstanden over tweedes. Welke moet het dringendst de wereld uit?

“Dat je het eerste met de komst van een tweede iets aandoet. Freud stelde ooit dat het eerste trauma van een kind de komst van een broer of zus is. Ook had ik zelf even het idee dat mijn dochter voor de rest van haar leven gebukt zou gaan onder jaloezie. Dat blijkt best mee te vallen. Wetenschappers zien wel dat een oudste soms ander gedrag gaat vertonen na de geboorte van een jongste – dat ze weer gaan kruipen of agressief worden – maar na zo’n vier maanden is dat meestal voorbij. Van een levenslang ontwrichtende gebeurtenis kan je dus niet spreken.

“Ik ontdekte ook dat jaloezie niet altijd als iets negatiefs beschouwd werd. In de Middeleeuwen werd het geassocieerd met je eer verdedigen en het uiten van liefde. In tegenstelling tot ouders nu maakten ouders vroeger zich er niet druk om.”

Ook het idee dat de plek in je gezin bepaalt wie je bent, het zogenaamde geboorte-volgorde-effect, klopt volgens u niet. 

“Het is een veel gehoorde aanname: dat eerste kinderen verantwoordelijker, serieuzer en perfectionistischer zijn en tweede kinderen rebelser, creatiever en socialer. Ik probeer uit te leggen hoe die ideeën historisch zijn gegroeid. In het verleden was het vaak zo dat de oudste moest gaan studeren en zorgen voor de rest van het gezin. Maar het is niet omdat iemand zo’n rol vertolkt heeft, dat dit daarom ook zijn of haar persoonlijkheid heeft vormgegeven. Hoe je je gedraagt, hangt volgens mij vooral van de omgeving af. Je kan thuis heel verantwoordelijk zijn en op school niet, bijvoorbeeld. Er lijkt in elk geval geen wetenschappelijk bewijs te zijn voor een geboorte-volgorde-effect op persoonlijkheid. Een typisch eerste of tweede kind bestaat niet. Verschillen die ouders opmerken tussen hun kinderen, zijn vaak terug te brengen tot een leeftijdsverschil. Het zijn meestal die paar jaar extra die verklaren waarom een kind verantwoordelijker of serieuzer overkomt.”

Toch stelt u vast dat er wel degelijk aanwijsbare verschillen zijn. Eerste kinderen blijken iets groter en slimmer te zijn, tweedes hebben dan weer minder last van astma en psychische problemen.

“Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Maar in mijn ogen zijn dat verwaarloosbare verschillen. Het gaat bijvoorbeeld om drie IQ-punten die een tweede kind gemiddeld minder heeft. Dat is toch niks? In de praktijk merk je dat niet op. Bovendien zegt zo’n gemiddelde weinig over hoe het een specifiek individu zal vergaan.

“Veel heeft te maken met het feit dat je het als ouder een tweede keer anders doet. Bij hun eerstgeborene maken moeders en vaders meer tijd vrij om voor te lezen en blokjes te stapelen, blijkt uit onderzoek. Dat komt de cognitieve ontwikkeling van zo'n kind ten goede. Bij een tweede is die tijd er vaak niet. Het nieuwe is er ook vanaf. Dat brengt dan weer andere voordelen met zich mee. Ouders zijn bij een tweede kind meer ervaren, beter voorbereid ook. Dat zorgt vaak voor een stabielere omgeving, die volgens Britse onderzoekers verklaart waarom jongere broers en zussen minder kans hebben op het ontwikkelen van psychische problemen.”

De mens is een vergelijkend wezen, schrijft u ook, maar toch vergelijken we onze kinderen maar beter niet elkaar. Waarom?

“Als je als ouder telkens verschillen in de verf zet, dan kan een kind daar wel onder gaan lijden. Het kan het gevoel van eigenwaarde aantasten. Ook schep je zo al gauw voorwaarden voor rivaliteit. Ik zeg niet dat je door vergelijkingen een eerste of tweede kind instant ongelukkig maakt, maar ik denk wel dat een ouder zich bewust moet zijn van het effect ervan.”

Hoe zit het met derde, vierde of vijfde kinderen?

“Dat is nog meer onontgonnen terrein. Twee blijkt ook de norm in de onderzoekswereld. Naar gezinnen met meer kinderen is beduidend minder onderzoek gedaan, al helemaal niet observerend. Het is blijkbaar lastig voor onderzoekers om zulke grotere gezinnen te bevragen. Ik ben wel van plan me verder te verdiepen in dit thema. Over het ‘uitsterven’ van het middelste kind bijvoorbeeld, nu gezinnen met drie of meer kinderen steeds minder voorkomen.”

Wat hoopt u dat uw boek verandert?

“Dat ouders beseffen dat de ideeën die ze hebben over hoe hun eerste en tweede kinderen zullen zijn, vaak weinig met die kinderen zelf te maken hebben, en veel meer met algemene waarheden, al dan niet gekleurd door het verleden.

“Mijn boek is ook een ode aan de tweedes in de rij. Dat verdienen ze namelijk wel. Ik ben zelf de oudste en heb mijn jongere zus, met wie ik heel veel ruzie maakte, veelvuldig bevraagd over hoe het is om op te groeien als ‘de zus van’. Mijn boek is ook een soort van langgerekt excuus aan haar. Ik ben niet meer de persoon van toen, maar weet wel dat het niet altijd makkelijk geweest is voor haar. Met een beetje geluk brengt dit boek dus ook enige gerechtigheid en erkenning.

“Het zou ook fijn zijn als mensen beseffen dat herhalingen bijzonder zijn. Dat er ook zoveel schoonheid in zit. Die tweede keer lijkt misschien op iets dat we al kenden, maar toch is ze weer anders. Dat komt omdat we zelf veranderen. Ik was een andere moeder toen mijn zoon kwam dan toen mijn dochter geboren werd. Opmerkzamer, milder. Het maakt het plaatje rijker.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234