Dinsdag 15/10/2019

Waarom moet Lottotoren worden afgebroken?

Op hetzelfde moment dat er in de prestigieuze, door Brussel 2000 georganiseerde tentoonstelling over de Kunstberg, ruime aandacht wordt besteed aan de Lottotoren, is dit gebouw met afbraak bedreigd. Terwijl met de sloop ervan eens te meer een getuige van de ondergewaardeerde naoorlogse architectuur in Brussel zou verdwijnen, is vooral de houding van het uittredende Brusselse stadsbestuur in het dossier van de afbraak en de vervangende nieuwbouw aanstootgevend.

In de onmiddellijke omgeving van het Centraal Station in Brussel staat een bijzondere groep gebouwen van modernistische signatuur: de voormalige vestiging van Belgacom door architect Léon Stynen (1959-65), de vroegere Sabena Air Terminus door architect Maxime Brunfaut (1952-54) en de zogenaamde Lottotoren door architecten Robert Goffaux en Charles Heywang (1962-63). Het voortbestaan van dit merkwaardige architectuurensemble staat momenteel op de helling. Zoals bekend meent de stad Brussel dat hoogbouw de Brusselse skyline ontsiert. Het voornaamste argument daarvoor is van ruimtelijke aard. Omdat ze afwijken van een gemiddelde bouwhoogte die beter zou passen bij het historische karakter van het stadscentrum, vormt een tiental torengebouwen een doorn in het oog van het uittredende stadsbestuur. Alle wacht hen executie door onthoofding. Door middel van de verdrievoudiging van de stedenbouwkundige lasten bij renovatie van een torengebouw, zou het stadsbestuur stimuleren om hoogbouw af te toppen of zelfs volledig af te breken en een nieuw lager gebouw op te trekken. Eind deze week vindt de laatste gemeenteraad van de stad Brussel plaats onder de uittredende coalitie. De kans bestaat dat men er in aller ijl een bouwproject zal goedkeuren dat de afbraak beoogt van de Lottotoren om een kantoorgebouw op te richten dat echter uiterst bedenkelijk is:

a) Het oordeel over de waarde van de Lottotoren kent vooralsnog geen consensus. Maar bezit het boeiende samenspel van de drie gebouwen die drie verschillende stromingen tonen binnen eenzelfde modernistische architectuuropvatting niet een zeldzaam karakter? Tevens kan men toch stellen dat het torengebouw, dat oorspronkelijk als 'het hoogste en meest moderne hotel van Europa' gebouwd werd, een emblematisch voorbeeld is van het optimistische vooruitgangsgeloof dat destijds opgang maakte. Is het niet merkwaardig dat een gebouw dat omwille van die redenen in een Brusselse belangrijke tentoonstelling gehuldigd wordt, met afbraak bedreigd wordt door de Brusselse stedelijke overheid?

b) De architecturale kwaliteit van het bouwproject is middelmatig. De opdracht voor het nieuwe kantoorgebouw werd verleend aan hetzelfde architectenbureau dat destijds de wedstrijd voor de renovatie van de Lottotoren won. Het huidige ontwerp wekt door afwisselende gevels en bijzondere hoekoplossingen de indruk overdachte architectuur te zijn. In werkelijkheid wijkt het echter niet af van de middelmatige architectuur die in de Brusselse vastgoedsector gewoon de stijl van de dag is. Hoe komt het toch dat vele architectuurwedstrijden in Brussel winnaars opleveren die niet dezelfde klasse hebben als elders? Moet men op zo'n cruciale plek in de hoofdstad geen hogere architectuurkwaliteit nastreven?

c) Het bouwproject is op stedenbouwkundig vlak een gemiste kans. Het bouwproject voorziet enkel kantoren en is daardoor in tegenstrijd met de ambitie om het problematische gebied rond het Centraal Station door middel van nieuwe woningen te verlevendigen, een ambitie die de stad Brussel overigens in haar eigen Gemeentelijk Ontwikkelingsplan opgenomen heeft. Zou het bovendien geen stedenbouwkundig fatsoen zijn om tenminste op de benedenverdieping commerciële of publieksgerichte functies te eisen? Langs straten met veel voorbijgangers, verwacht men toch iets anders dan een hermetisch kantoorgebouw dat zich naar binnen richt op het eigen atrium? Het nieuwe kantoorgebouw zal op de grond meer terrein innemen dan de huidige Lottotoren zodat zelfs een gedeelte van een van de omliggende straten bebouwd wordt. Deze nieuwe rooilijn negeert de losvaste schikking van bouwvolumes die door de overblijvende gebouwen van Stynen en Brunfaut steeds zal blijven bestaan en blokkeert een van de doorzichten die de overgang tussen bovenstad en benedenstad rondom het Centraal Station kenmerken. Maar meer dan deze lompe inplanting in de ruimtelijke omgeving, betekent het bouwproject een betreurenswaardige inpalming van de openbare ruimte. De straat wordt plaatselijk door de versmalling minder aantrekkelijk en wordt voor de rest zo heringericht dat ze meer weg heeft van een eigen toegangspleintje voor het nieuwe kantoorgebouw. Kan het openbaar domein in die mate toegeëigend worden ten behoeve van één vastgoedproject? Is deze privatisering van de stedelijke publieke ruimte wel vanzelfsprekend?

De afkeer voor hoogbouw die tot dit bouwproject geleid heeft, komt voort uit de koestering van het preïndustriële stadsbeeld dat in Brusselse kringen zeer geliefd is. De invloedrijke opvattingen over de reconstructie van de traditionele morfologie van de Europese stad hebben in Brussel evenwel al eerder tot miskleunen van formaat geleid, zoals de invulling van het Europakruispunt tegenover het Centraal Station met onechte hotelbouwsels in 'Vlaamse renaissancestijl' rondom een doods binnenplein. Het Brusselse stadsbestuur legt met de kwestie van de Lottotoren een obsessie voor de oppervlakkige vorm van de stad aan de dag: de stad als beeld.

Het aanstootgevende aspect van de hele zaak is dat de stad Brussel, ondanks de middelmatige architectuur en de spijtige stedenbouwkundige implicaties van het bouwproject, zich merkwaardig toegeeflijk lijkt op te stellen. In onderhandelingen waarvan ze zelf initiatiefnemer was, aanvaardt ze zonder meer dat er bijkomend 8.000 vierkante meter kantooroppervlakte en 167 parkeerplaatsen worden gecreëerd. Daarenboven laat ze zonder valabele vergoeding of compensaties een stuk openbaar domein aan de projectontwikkelaar overdragen. En tenslotte is er sprake van 300 miljoen extra stimulans onder de vorm van vrijstelling van stedenbouwkundige lasten voor dit en enkele andere projecten van dezelfde ontwikkelaar in het Brusselse. Vanwaar deze toegeeflijkheid op drie punten tegelijkertijd? Is de prijs die de gemeenschap voor dit op zijn minst bedenkelijk bouwproject dreigt te betalen niet erg hoog?

'Hoe komt het toch dat vele architectuurwedstrijden in Brussel winnaars opleveren die niet dezelfde klasse hebben als elders?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234