Vrijdag 30/07/2021

Waarom mode met de dag lelijker wordt

Sportsokken van Gucci, baskets van Roger Vivier en een 'You Fuck'n Asshole'-sweater bij Vetements: kleding die voorheen de sportschool niet kon verlaten, hangt nu in high-end boetieks met een fiks prijskaartje. Waar is de verwondering naartoe? Is mode antifashion geworden?

Eind 2013 was de modewereld in de ban van de normcore: jonge mannen en vrouwen kleedden zich in merkloze jeans en fleecetruien met als doel eenvormigheid, een reactie op het streven naar authenticiteit van de hipsters. Een reactie op de mode-industrie ook: mode dient om je een identiteit aan te meten, normcore wil zeggen dat je dat niet nodigt hebt om iemand te zijn. Het is geen rebellie, noch een manier om in het rijtje te passen, het neemt gewoon de nood weg om je te onderscheiden door uiterlijk vertoon. Moedig, maar makkelijker als blakende twintiger dan als rijpe veertiger, die er in basic T-shirt en supermarktjeans eerder toerist dan avant-garde uitziet.

Een andere wending in het denken over mode was het wegvallen van het onderscheid tussen man en vrouw. Vrouwen gingen mannenkleren lenen, en andersom. Modellen als Saskia De Brauw en Andreja Pejić (aka Andrej Pejić) liepen mannen- en vrouwendefilés en in winkels was het soms niet heel duidelijk meer in welke afdeling je terechtgekomen was. Selfridges opende met Agender zelfs een hele afdeling voor genderneutrale mode. Het gaat niet om androgyn zijn of een man in meisjeskleren, kleding wordt gewoon genderloos, uniseks, je mag dragen waar je zin in hebt.

No future

In cultuurhuis The Barbican in Londen opent midden oktober trouwens een tentoonstelling over 'slechte smaak', waarbij de excessen van mode en de definitie van vulgariteit in vraag worden gesteld. De timing van de expo is vast een teken aan de wand, en het ligt voor de hand dat er ook stukken van queen of punk Vivienne Westwood opgesteld zullen zijn. Want als je 'opzettelijk lelijke kleding' zegt, is het eerste waar je aan denkt toch wel de punkbeweging? Volgens Wikipedia zette punk als sociaal verschijnsel zich af tegen het establishment en stelde het de autonomie van het individu centraal. Het was een reactie tegen de gladde popmuziek en de bijhorende industrie, maar ook op het Britse klassensysteem en de economische achteruitgang van de jaren 70.

Het verschijnsel 'provocatief absurdisme' was geen uitvinding van de punkbeweging, kunststromingen als dadaïsme of action painting uitten eerder al op eenzelfde manier hun ongenoegen. Dergelijke undergroundgroepen zetten zich af tegen de mainstream cultuur én de media waarmee die verspreid wordt en willen kunstzinnige vernieuwing - de avant-garde.

Onze lelijke mode zou dezelfde grond kunnen hebben: we hebben een oorlogssituatie, de economische crisis, het verwerpen van het establishment en het medium - de mode zelf.

Klein detail: in de westerse wereld zouden er geen subculturen meer bestaan, we mixen liever dan dat we moeten kiezen. In de digitale omgeving worden nieuwigheden zo snel mainstream ('in de mode') dat ze gaan vervelen. Alles wat nieuw en anders is, wordt meteen gecommercialiseerd. Ook voor de sociale verbondenheid van een subcultuur kun je tegenwoordig op het net terecht. Daarnaast zijn we vrijer dan vroeger, de maatschappij is toleranter op het vlak van gender, leeftijd, afkomst en creativiteit. Experimenteren mag, er is daarom nog weinig om je tegen af te zetten.

De zes

Na de jaren 70 was er ook midden jaren 80 een opwelling van op z'n minst 'andere' mode die rebelleerde tegen de glitter en glamour van de prêt-à-porter à la Claude Montana en Gianni Versace. De komst van Rei Kawakubo van Comme des Garçons in 1982 en Yohji Yamamoto in 1983 shockeerde het Parijse modevolk danig. De volumes waren anders, de kleuren somber, de boodschap anti-imperialistisch en hun kale betonnen boetieks leken eerder kunstgalerieën.

De volgende antifashionbeweging kwam uit Europa zelf, waar het klimaat er politiek, economisch en sociaal niet al te glamoureus uitzag. In 1989 viel de Berlijnse muur, in 1990 begon de Golfoorlog. Er waren grunge en Nirvana, en de Antwerpse Zes die in het najaar van 1988 gezamenlijk hun kans waagden in Parijs. Zoals de poëtische Ann Demeulemeester, die kleding inzet om emoties uit te drukken: "Ik vond dat er al genoeg kleding was, ik wou daar enkel nog aan toevoegen wat nog niet was gemaakt", vertelde ze in de documentaire Antifashion van fashion video network M2M.

En het genie Martin Margiela, net te vroeg afgestudeerd om deel uit te maken van de Zes, maar geniaal genoeg om opgepikt te worden door Jean-Paul Gaultier: "Ik dacht dat Margiela klaar was om onmiddellijk te starten als designer, maar hij vond dat hij nog niet genoeg afwist van de praktijk. En dus werd hij de beste assistent die ik ooit heb gehad."

Zijn eerste eigen defilé 'Salvation Army' in 1992 toonde verknipte gerecycleerde kleding die wit was geverfd. Het was meer een happening dan een show, fashion editors moesten met de metro naar een braakliggend terrein in de buitenwijk waar ze goedkope wijn kregen in plastic bekertjes en de frontrow bezet was door kinderen uit de buurt. Modellen kwamen gewoon vanop straat of uit de vriendenkring - een reactie op de status van de supermodellen. Het geheel had meer te maken met kunst dan met mode, maar Margiela had de interesse opgewekt.

Margiela hield vast aan de anonimiteit, niet alleen voor zichzelf, ook zijn modellen droegen vaak maskers, winkels stonden niet in de telefoongids, het personeel droeg witte labojassen, zelfs het label was blanco, vastgenaaid met vier witte steekjes. De zitjes voor de shows waren voor wie het eerst arriveerde en er werd steeds over het merk gesproken als 'we', om het samenwerken te benadrukken. Margiela's onzichtbaarheid intrigeerde en maakte deel uit van de merkidentiteit, maar het waren steeds de kleren die primeerden.

Mode is dood

Twintig jaar later is er plots de sneaker die verheven wordt tot de stand van volwaardig schoeisel, meer zelfs: echte fashion designers buigen zich over het ontwerp van loop-, wandel- en vrijetijdsschoenen. Waar het vroeger eerder andersom was, werd een ontwerpster zelfs beschuldigd van het kopiëren van een Adidas-gympje van nog geen 100 euro. Samen met de comeback van de jaren 90 zijn ook de Birkenstocks, Teva's en badslippers - al dan niet met plateauzolen en/of in nepbont - weer terug.

De trendy, dure versie dan toch. Want: parfums en accessoires doen het vandaag beter dan de hoofdcollectie. Designers zijn bijgevolg meer geïnteresseerd in het afleveren van het volgende it-item dat aanzet tot impulsaankopen, dan in een echt verhaal voor hun merk. Langetermijndenken heeft weinig zin, ontwerpers veranderen toch met de regelmaat van de klok en mensen vergeten snel.

Intussen heeft zo goed als al het kunstzinnige in de mode plaatsgemaakt voor verkoopcijfers. In februari 2015 voorspelt trendwatcher Lidewij Edelkoort dan ook het einde van de mode zoals we die nu kennen, een statement dat begeleid wordt door een tiendelig manifest. Mode heeft volgens de Nederlandse elk contact verloren met wat er gebeurt in de wereld en met wat mensen echt willen.

Een eerste reden ligt in de opleiding, zegt ze. Jonge mensen worden opgeleid om catwalkdesigners te worden, unieke individuen, terwijl het in de maatschappij vandaag draait om werken in teams. De marketingafdeling van de labels worden gedreven door geld, in plaats van een visie waardoor er geen vernieuwing meer is. Goedkope fast fashion heeft alle respect voor mode weggenomen. En dus is mode dood, dit is het einde van het systeem, en zullen we met nieuwe ideeën moeten komen. Modeopleidingen moeten zich op het industriële design van mode gaan richten: mensen zien er graag hetzelfde uit, want dan maak je deel uit van een groep. Mainstream consumenten zullen hun stijl zelf bepalen. 'De mode is dood. Leve het kledingstuk.'

Pretentieloos?

En dus kleden we ons alsof we net een les zumba achter de rug hebben? Als street style is atleisure niet bepaald een nieuwe trend, maar designers als Alexander Wang en Riccardo Tisci maakten er high fashion van. Ook Demna Gvasalia, ex-student aan de Antwerpse Academie en Balenciaga's nieuwe hoofddesigner, haalt voor zijn eigen merk Vetements inspiratie uit street style.

Zijn mode wordt beïnvloed door vintagewinkels, hiphop, heavy metal en de nineties. Niets nieuws of avant-garde, dat is volgens hem niet de bedoeling. De kersverse lieveling van de Parijse mode wil - helemaal in de lijn van Edelkoorts voorspelling - gewoon kleren maken. Zonder concept of storytelling: "Mode moet je niet doen dromen, nu moeten kleren er gewoon zijn voor ons, om ze te dragen. Het is erg productgeoriënteerd", vertelt Gvasalia aan de Britse krant Independent. "We willen de kledingstukken maken die mensen willen hebben."

Zoals een DHL-T-shirtje van 245 euro; Vetements wil dan niet de pretentie van een designerlabel hebben, de inkomsten zijn blijkbaar wel welkom. De leden van Vetements zijn gepokt en gemazeld in de mode-industrie en velen komen - met Gvasalia op kop - uit de Margiela-stal, wat hen vaak de vergelijking oplevert. Ook hun defilés worden gehouden op vreemde plaatsen (een gay seksclub, een Chinees restaurant, een kerk), met niet-professionele modellen en ook zij komen naar buiten als een team. Maar wat Vetements doet, komt allesbehalve overeen met wat Margiela deed, Gvasalia is de eerste om dat te beamen. Zijn werk heeft niets conceptueels, Margiela heeft nooit streetstyle gebracht.

Grapje!

Wél heeft Demna Gvasalia iets exotisch, hij is grootgebracht in de Sovjet-Unie, wat hem voorsprong geeft bij de fashion hipsters. Die fashion hipster, aldus Eugene Rabkina van StyleZeitgeist Magazine, is een nieuwe groep consumenten die niet gedreven wordt door het uitpakken met luxe, maar door de eigenschappen die normaal aan hipsters worden toegeschreven: ironie, camp en insiderhumor.

Ze hebben bovendien het budget om designerkleding te kopen, zij het de meer redelijk geprijsde labels. Twee jaar geleden had Vetements geen enkel logo-item, merkt Rabkina op. Ze kregen goede pers, maar niemand die hun dure jeans kon/wilde betalen. Een jaar later was er het 'Antwerp' T-shirt dat in de souvenirwinkel 10 euro kost (en 20 keer zo duur werd verkocht) en een security-jasje met op de rug het woord 'Vetements' in plaats van 'Security'.

Deze twee items waren in een mum van tijd uitverkocht. Ze zijn immers herkenbaar en signaleren dat je tot de goed geïnformeerde mode-incrowd behoort. Daarnaast bevatten ze ironie - het is een security-jasje maar ook niet - én kitscherige humor: het is zo slecht dat het goed wordt. Misschien is dat het antwoord op onze vraag: mode is, zoals in het sprookje 'De nieuwe kleren van de keizer', een grap geworden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234