Maandag 14/10/2019

Medisch toerisme

Waarom medisch toerisme in België niet van de grond komt

De Nederlandse Dorette van den Berg wordt bijgestaan tijdens haar kine-oefeningen in het Gentse Jan Palfijnziekenhuis. Ze heeft een heupoperatie achter de rug. Beeld Eric de Mildt

Terwijl andere landen volop de voordelen zien van medisch toerisme, springt België niet mee op de kar. Ons land is als de dood voor een geneeskunde met twee snelheden waarbij de rijke buitenlander voorrang krijgt op de gewone Belg. Maar is die vrees wel terecht?

“Of het veel kost? Het gaat om je leven terugkrijgen!” Voor de Nederlandse Dorette van den Berg (50) is het een uitgemaakte zaak. Ze doet dapper voort met haar ‘trapoefeningetjes’. De kinesist probeert haar aan te moedigen. Dorette heeft net een heupoperatie achter rug. Bij dokter Koen De Smet, een flamboyante Gentse arts gespecialiseerd in resurfacing. Dat is een techniek waarbij de vervormde kraakbeenlaag in het heupgewricht vervangen wordt. In vergelijking met een klassieke heupoperatie wordt bij resurfacing weinig bot verwijderd. Alleen het versleten oppervlak van de kom en de heupkop wordt door een metalen prothese vervangen. Het voordeel is dat de patiënt na enkele dagen alweer mobiel is en meestal vrij snel weer kan verdergaan met zijn actief leven. Daarom is de methode populair bij jonge senioren. Dokter De Smet werd wereldberoemd omdat hij onder anderen ook Jean-Claude Van Damme met succes behandelde.

“In Nederland zeiden de dokters me dat ik beter nog tien jaar wachtte op een nieuwe heup”, vertelt Dorette. “Dan zou ik volgens hen ‘goed zijn tot mijn tachtigste’. Toen ik zei dat ik wel veel pijn had, werd ik weggestuurd met wat pijnstillers. Ik zag het niet zitten om zo nog tien jaar door te moeten gaan.”

75 nationaliteiten

Via het internet kwam ze bij de Ancakliniek uit. Die wereldvermaarde privépraktijk van De Smet in Deurle, op een boogscheut van Gent, blijkt een klein kantoor aan een grijze steenweg te zijn. Het enige wat de kliniek binnenin onderscheidt van andere kantoren is een grote wereldkaart met bolletjes, driehoekjes en vierkantjes. Symbooltjes die aantonen hoeveel patiënten uit welke landen komen. “We hebben hier in totaal al 75 nationaliteiten behandeld”, zegt dokter Koen De Smet niet zonder trots. “Ongeveer een vijfde van mijn patiënten is geen Belg.”

De Smet heeft ook personeel in dienst om de buitenlanders te begeleiden. Ooit had hij zelfs een eigen luxehotel, met binnenzwembad en vijftien kamers, in een omgebouwde villa in het Gentse Miljoenenkwartier achter het Sint-Pietersstation. Daar kreeg hij ook de vrouw van Lou Reed als patiënt. In zijn kantoor in Deurle hangt nog steeds een foto van Lou Reed zelf. Maar de dokter kreeg er ook bakken kritiek voor. De krantenkoppen logen er niet om: ‘Villageneeskunde voor rijke buitenlanders’. De Smet kreeg ook last met de Orde van Geneesheren. Hij stopte uiteindelijk met het hotel.

Nu doet hij het meer low profile. De operaties gebeuren in het Jan Palfijnziekenhuis in Gent, waarmee hij een samenwerking afsloot, en na twee dagen vertrekken de patiënten naar het Grand Hotel Reylof in hartje Gent om te revalideren. “Door de hoge ligdagprijzen in onze ziekenhuizen is dat goedkoper dan in het ziekenhuis blijven”, meent De Smet. “Het hotel kent de noden van patiënten en ik stuur elke dag een verpleger en kinesist langs. En de ligging, vlak bij het historisch centrum van de stad, is ook mooi meegenomen. Die mensen zijn omringd door lekkere restaurants en kunnen een stapje zetten in de stad van zodra ze daaraan toe zijn.”

Verwaarloosbare cijfers

De Gentse Ancakliniek is een van de uitzonderingen in ons land. Het aantal buitenlandse patiënten dat naar hier komt voor zorg blijft al jaren stabiel en is eerder ‘verwaarloosbaar’ te noemen. Uit cijfers van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid blijkt dat het om ongeveer 1,4 procent van het totale aantal patiënten gaat. De meesten van hen zijn ook grensbewoners uit de buurlanden. Voor hen ligt een Belgisch ziekenhuis vaak dichterbij dan een voorziening in eigen land. Tussen de ziekenfondsen zijn daar ook afspraken over gemaakt. Het aantal buitenlanders dat zoals Dorette speciaal voor een specifieke behandeling of arts naar ons land komt, is heel klein: tussen de 0,3 en de 0,4 procent om precies te zijn.

Nochtans zag het er tien jaar geleden nog naar uit dat ons land een nieuw succesvol exportproduct had gevonden: onze gezondheidszorg. België had alle potentie om een topland te worden op vlak van medisch reizen en medisch toerisme. Zo’n tien jaar geleden riep het Indiase Planet Hospital, een van de meest toonaangevende internationale reisbureaus die zich toeleggen op medisch toerisme, ons land nog uit tot vierde medische topbestemming. Wegens onze hoogopgeleide artsen, korte wachttijden en goede voorzieningen.

Ook vanuit het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) kwam in 2008 een initiatief om onze gezondheidsinstellingen te promoten in het buitenland. Health Care Belgium wou zich opstellen als medisch toeristische bemiddelaar en onze gezondheidszorg in het buitenland promoten. Ondernemers werd gevraagd om in het buitenland ook onze zorg aan te prijzen. Bedoeling was om grote groepen buitenlandse patiënten aan te trekken.

Twee snelheden

“Uit een eerste marktverkennend onderzoek van het VBO bleek dat de ziekenhuizen in België jaarlijks 100.000 EU-patiënten zouden kunnen aantrekken, en er zou ook nog plaats zijn voor patiënten van buiten de Unie”, stelt Florianne Reisch, die vorig academiejaar aan de KU Leuven een masterproef maakte over de aantrekkelijkheid van België voor medische toeristen. “Door deze overcapaciteit te benutten, zou er ook heel wat extra werkgelegenheid gecreëerd kunnen worden.”

Healthcare Belgium hield zich niet enkel bezig met promoten van de Belgische zorg, de organisatie regelde voor de bij hen aangesloten ziekenhuizen ook de visa en andere praktische zaken zoals verblijf, vlucht en revalidatie van de patiënt in kwestie en de meegereisde familieleden.

Maar in oktober 2015 ging Health Care Belgium in vereffening. Dat was niet helemaal onverwacht, stelt Reisch. “Uit interviews die ik voor mijn masterproef deed met ziekenhuizen bleek dat een ‘te verwachten scenario’. Het businessmodel bleek niet te werken, de ziekenhuizen klaagden vooral over het feit dat er maar weinig buitenlanders doorverwezen werden langs deze weg. Maar belangrijker nog: de overheid was ook vanaf het begin tegen. Het paste volgens hen niet bij het Belgisch concept van sociale zekerheid. Er was van meet af aan een grote schrik voor langer wordende wachtlijsten en voor een geneeskunde met twee snelheden: de rijke sjeik die veel betaalt om meteen behandeld te worden en de Belgische patiënt die hierdoor moet wachten.”

In 2011 richtten het Riziv en de FOD Volksgezondheid zelfs samen een orgaan op dat erop moest toezien dat het niet zover komt: het Observatorium voor Patiëntenmobiliteit. Daarin zetelen vertegenwoordigers van ziekenfondsen, zorgverstrekkers en beleidsmakers. “De bedoeling was om het effect van de komst van buitenlandse patiënten op de wachtlijsten in de gaten te houden”, legt Jan Eyckmans, woordvoerder bij FOD Volksgezondheid uit. “Maar we moeten het zeggen zoals het is: het Observatorium heeft eigenlijk nooit problemen gedetecteerd.”

Meer nog: het Observatorium, dat nog steeds elk jaar samenkomt en een jaarverslag publiceert, heeft een vrij saai bestaan. De jongste vergadering was afgelopen mei. Over enkele weken presenteren ze hun jaarverslag. “Er is geen bijzondere informatie naar boven gebracht”, weet Christian Horemans, expert Internationale Zaken bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen. “Er is een analyse uitgevoerd om te weten of de buitenlandse patiënten voor bepaalde behandelingen voor een wachttijd voor de Belgen zorgen. Dat blijkt niet het geval.”

Inzetten op specialisme

Buitenlandse patiënten aantrekken heeft nochtans tal van voordelen. Daar zijn ze in de Ancakliniek van dokter Desmet wel van overtuigd. “Als je ingewikkelde handelingen niet voldoende doet, dan is er een grotere kans op herval. Voor bepaalde aandoeningen is ook de mortaliteit een veelvoud. Bij heupoperaties bijvoorbeeld gaat de kans op een heringreep maal drie als je geen tweehonderd gevallen per jaar behandelt. Dat meer inzetten op specialismen beter is voor de patiënten, dat beseft men in ons land nog te weinig.”

Zelf doet hij zijn speciale heupoperatie, de resurfacing dus, al achttien jaar. “Dus ik mag wel zeggen dat ik wat ervaring heb”, klinkt het wat droogjes. “Wereldwijd zijn er maar een zestal artsen die in dit gebied top zijn. Dat is de reden waarom mensen bij mij komen.”

Actief buitenlanders ‘ronselen’ doet hij naar eigen zeggen niet, al heeft hij wel een meertalige website waar de techniek uitgelegd staat en patiënten terechtkunnen met hun vragen.

Ook de Zweedse Mona Hegg en Hilda Jeddi trokken naar België voor 'resurfacing' van de heup, een techniek waarin dokter Koen De Smet gespecialiseerd is. Beeld Eric de Mildt

De meeste patiënten komen in de Ancakliniek terecht via een vorm van mond-tot-mondreclame. Enkele tevreden patiënten startten namelijk eigen websites of Facebook-groepen, waar ze dokter De Smet en zijn team aanprijzen. “We komen naar hier omdat hier de expertise zit”, zeggen Mona Hegg en Hilda Jeddi, twee Zweedse dames die net als de Nederlandse Dorette twee dagen geleden hun operatie ondergaan hebben. Nu proberen ze in het Jan Palfijnziekenhuis hun eerste stappen te zetten op krukken.

De dames ‘vonden’ De Smet via een Facebook-groep van een Nederlandse patiënt die in Zweden woont. “In Zweden zijn er maar enkele artsen die ook resurfacing toepassen. Maar zij zien misschien tien patiënten per jaar, dus ze hebben niet de ervaring die je hier in België vindt”, zegt Mona.

Dat ze daar wat extra voor moeten betalen, nemen ze erbij. Hun Zweedse ziekteverzekeraar betaalt de behandeling in België niet terug. Maar Hilda zag als verpleegster vaak hoe patiënten eraan toe zijn na een klassieke heupoperatie. “Je kunt ze amper mobiel noemen. Voor ouderen en niet-actieve mensen is dat misschien een goede oplossing, maar ik wou zelf nog wel kunnen wandelen en fietsen.”

Negatieve connotatie

Door zijn patiënten wordt hij op handen gedragen, maar in eigen land kreeg dokter De Smet de voorbije jaren heel vaak kritiek. Niet het minst van de Orde van Geneesheren, die vindt dat De Smet te graag in de media komt en te graag uitpakt met zijn expertise. Een dokter mag in ons land namelijk geen reclame maken. De Smet geeft graag toe dat hij goed zijn boterham verdient aan zijn patiënten, maar volgens hem is daar niets mis mee. “Er zou maar een probleem zijn mocht ik buitenlandse patiënten voortrekken en hen een betere behandeling geven. Dat doe ik niet, laat dat duidelijk zijn. Voor mij zijn alle patiënten gelijk. Maar blijkbaar heeft men in dit land moeite om dat te geloven. Hier mag je niet luidop zeggen dat je goed bent in iets.”

Het is net door die houding dat het medisch toerisme naar België niet van de grond komt, vindt ook dokter Bruno Dillemans van het Centrum voor Obesitaschirurgie in het AZ Sint-Jan in Brugge. “Medisch toerisme heeft in ons land nog altijd een heel negatieve connotatie. Daar zit volgens velen altijd een reukje aan. Terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Patiënten komen naar hier omdat het hier beter is dan elders.”

Van de 1.500 patiënten die de kliniek jaarlijks behandelt, komen er 350 uit het buitenland. Een lokale krant beschreef ooit hoe vooral Britten jarenlang met hele bussen tegelijk toekwamen aan de kliniek. Een beetje overdreven, lacht dokter Dillemans. “Maar het waren er inderdaad wel veel. Dat komt omdat Britten destijds van de bank een lening konden krijgen om naar hier te komen voor een ingreep. Sommigen kwamen hier ook met de camper aan omdat ze na de ingreep nog een rondrit door Europa wilden maken. Door de bankencrisis is die stroom wat stilgevallen. Nu komen hier vooral Nederlanders, Ieren en Denen.”

Dokter Dillemans, die destijds ook betrokken was bij Health Care Belgium, noemt het een gemiste kans dat ons land niet meer inzet op het lokken van buitenlandse patiënten. “We hebben in dit land echte topteams en we doen daar weinig mee. Waarom? Omdat we ons hier voortdurend de vraag stellen: is het wel oké om ons daarop te profileren? Mogen we wel zeggen dat we goed zijn? Terwijl je ook gewoon trots zou kunnen zijn omdat je heel wat chirurgische expertise hebt opgebouwd en een prima zorgverlening kunt aanbieden.”

Ondertussen gaat de concurrentiepositie van ons land verder achteruit, meent dokter Dillemans. “Een gastric bypass kost bij ons zo’n 3.000 euro aan medisch materiaal. In Turkije bijvoorbeeld kan het voor 1.700 euro. Hoe dat komt? De grote Amerikaanse leveranciers van materialen voor dat soort operaties hanteren verschillende prijzen, al naargelang de regio. Turkije en ook andere landen, krijgen goedkopere prijzen. En dan zitten wij hier ook nog eens met hoge ligdagprijzen, die het kostenplaatje helemaal optrekken.”

De vrees dat de Belgische patiënt door de komst van de buitenlanders op de tweede plaats zal komen, is volgens Dillemans volledig onterecht. “Het is een vals argument. De Belg zal altijd op de eerste plaats komen. Onze toegankelijkheid voor medische zorgverlening is veel groter dan in alle omringende landen. We hebben trouwens een overcapaciteit aan ziekenhuisbedden in ons land. Ik snap dus echt niet waar die vrees vandaan komt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234