Zaterdag 15/08/2020

Waarom mannen heimwee hebben naar vroeger

Is de man het noorden kwijt? Het masculiene aandeel in de recente successen van het populisme doet vermoeden van wel. Maar ook voor veel progressievere mannen blijft het wennen aan de emancipatie van de vrouw. 'Zelfs als ze niet conservatief zijn, voelen mannen de drang om naar hun vertrouwde status terug te keren.'

Van Trump in de VS over Farage in Engeland tot Hofer in Oostenrijk, de populistische opmars in de politiek legt de vinger op een wonde waarvan we amper beseften dat ze nog gaapte: die van de man met heimwee naar vroeger, toen zijn mannelijke status niet ter discussie stond en hij zich niet bedreigd voelde door de vrouw en haar verlangen naar gelijkheid.

De Amerikaanse pers, onder meer The Atlantic, haalde studies aan waaruit bleek dat zowat de helft van de mannen in de VS de samenleving te zacht en te vrouwelijk vindt. Daardoor voelen zij er zich niet langer lekker in hun vel. Veel Trump-kiezers waren mannen, velen stelden hun hoop in The Donald, want hij "zou mannen niet langer straffen omdat ze zich mannelijk gedragen". Van Hillary Clinton en haar aanhangers vonden de Trump-kiezers, zeker als ze laagopgeleid waren, dat wél: Clinton 'straft' mannen.

In de aanloop naar Trumps verkiezing had een peiling van Politico/Morning Consult nog iets anders onthuld: dat de Republikeinse kandidaat al bij al vlot wegkwam met zijn onthutsende verklaring, op een video uit 2005, dat "als je een ster bent, je om het even wat kunt doen" met vrouwen, ook "grab 'em by the pussy". Niet proper, wat Trump daar had uitgekraamd, maar het wilde niet zeggen dat hij geen goed president zou zijn.

Patriarchaal machismo, zo lijkt het, heeft de wind in de zeilen. Aan de overzijde van de oceaan, maar niet alleen daar, is het plots alles 'toxic masculinity' wat de klok slaat; een korte zoektocht op Google levert een scala aan begrippen op die één voor één de comeback van het haantje suggereren. Sommigen hebben het over neomachismo, anderen spreken over retro-masculinisme, nog anderen over neovirilisme of postmachismo.

"Onzin", stelt Annalisa Casini, professor arbeidspsychologie aan de Université Catholique de Louvain (UCL). "De hele gedachte van post-, neo- en retro- is bedrieglijk omdat er een soortement historisch hoogtepunt mee wordt gesuggereerd, waar we nu van zouden terugkomen. Neen, er is niet zoiets als postmachismo. Het machismo heeft altijd al bestaan. Wat we vandaag vaststellen, verschilt wezenlijk niet van wat we vroeger zagen."

Wel veranderd, zegt Casini, is dat het sociaal weer acceptabel wordt om daarmee uit te pakken. "Je ziet het evengoed bij het racisme, pakweg aan het adres van moslims. Vijftien jaar geleden werden de zaken veel minder hard geformuleerd, maar dat betekent niet dat racisme of machogevoelens er minder om waren."

De vraag luidt natuurlijk waarom het taalgebruik zo verruwd is. In de aloude strijd tussen een meer conservatieve, hiërarchische maatschappijvisie en het egalitaire, meer emancipatorische model lijkt de slinger na 40 jaar weer die eerste kant op te gaan.

"In de jaren 70 was in zeker opzicht de indruk ontstaan dat het egalitarisme gewonnen had", legt Casini uit. "Nu, in de 21ste eeuw, zie je hoe tegenstanders een bres in de dijk hopen te slaan. Maar de heteroseksuele blanke man kan niet terug naar zijn dominante positie, simpelweg omdat hij die ook nooit heeft opgegeven. Waar hij dus eigenlijk naar terug wil, is zijn absoluut dominante positie. In de ogen van de masculinisten is de totale gelijkheid niet alleen bereikt, ze heet ook excessief en zou ten koste zijn gegaan van de mannen."

Statistieken

Een nieuw, niet minder belangrijk element is dat mannen zich almaar vaker gaan gedragen als een sociale groep, een social identity. In de Verenigde Staten situeert die zich op het snijpunt van man, klasse en ras, aldus politicologe Petra Meier van Universiteit Antwerpen (UAntwerpen). "Binnen die groep ontstaat de gedachte dat het beleid rekening houdt met iedereen behalve met hen, en dat zij dus het gelag betalen voor de opkomst van andere groepen. Er groeit met andere woorden een gevoel van achtergesteldheid."

Jazeker, veel van Trumps kiezers - maar ook weer niet allemaal - zijn arm en werkloos. "Hen zul je niet overtuigen door te zeggen dat ze deel uitmaken van de hegemonische mannelijkheid en alleen daardoor al geprivilegieerd zijn. Als de sociaal-economische crisis ook hen de toegang tot de gezondheidszorg bemoeilijkt, of er gebeurt iets in hun leven waardoor ze niet meer vooruit kunnen, dan luidt hun reflex: 'Ho maar, zo bevoorrecht ben ik toch ook weer niet?'"

De frustratie van veel mannen is best begrijpelijk, zegt Meier, maar daarom nog niet terecht. "De blanke man heeft er altijd bij gehoord, alleen werd nooit verteld wáár hij dan precies bij behoorde: bij een dominante groep die geen specifieke maatregelen nodig had en daar statistisch gezien nog altijd geen behoefte aan heeft. Alleen: wat heb je er als individu aan dat de statistieken voor jouw groep zoveel beter zijn, neem alleen al het salaris?"

Trump is Trump, de VS zijn de VS, de situatie is er meer gepolariseerd dan in Noordwest-Europa, het conservatisme zit ook dieper. Toch vindt Casini, een Italiaanse, de situatie bij ons niet per se rooskleuriger, en dan heeft ze het nog niet eens over Farage of Hofer.

"Oké, een land als België is erg geseculariseerd en hier voel je de druk van de katholieke kerk veel minder, maar ga kijken in Italië, Spanje of zelfs Frankrijk. Zij die tegen het homohuwelijk, abortus of emancipatorisch beleid zijn, blijven een minderheid, dat klopt, maar het zijn schreeuwers, ze zijn erg zeker van hun zaak."

Ook Meier ontwaart een ethisch-conservatieve golf. Ze herinnert eraan dat "we de voorbije 15 jaar heel progressieve wetten hebben goedgekeurd in heel wat landen in Europa: van in-vitrofertilisatie over homohuwelijk tot euthanasie. De tegenkrachten, die al die tijd opvallend stil gebleven waren, maken nu een inhaalbeweging. Ik kijk er best wel van op dat zelfs in België mensen weer op straat gekomen zijn tegen abortus.

"Toch zou ik dat ethische conservatisme niet zomaar koppelen aan de zoektocht naar mannelijke waarden of mannelijkheid. Wat mannen vooral voelen, is de drang om naar de bekende, vertrouwde situatie terug te keren. Vergeet ook niet dat er een heel andere beweging is: die van de zachte man, de nieuwe man, de Scandinavische papa, en die vanuit de progressieve politiek mee uitgedragen wordt."

Slavernij

Historicus Henk de Smaele, ook van Universiteit Antwerpen, verdiepte zich in de masculinity-studies en waarschuwt al evenzeer voor een te eenzijdige focus op machismo. "Laten we de feministische mannenbeweging niet vergeten. Er zijn tegenstrijdige dynamieken aan de gang; ik wil voorzichtig blijven met definitieve uitspraken."

Dat gezegd zijnde: ja, de backlash laat zich voelen. "In ons land is het minder hevig dan in de VS," zegt De Smaele, "maar ook hier keert men zich tegen de zogenaamd doorgeschoten politieke correctheid. Er is heimwee naar iets wat als de normaliteit wordt aangevoeld, en dat lang zou zijn onderdrukt. Naar een soort mannelijkheid die als verloren wordt gepercipieerd."

De facto hééft de man overigens wel wat verloren, legt Meier uit. Onderzoek over de invoering van quota in de Belgische politiek (2013) wees uit dat met name blanke jongemannen met politieke ambities daaronder leden. Ze vreesden dat een hele generatie haar droomcarrière op de buik kon schrijven nu er meer kansen kwamen voor vrouwen en mensen met wortels in de migratie. Doordat de quota vastlagen en het aantal te voorziene functies beperkt bleef, namen de opportuniteiten voor mannen, de overgeprivilegieerden uit de statistieken, inderdaad af.

"De emancipatie van de vrouw betekende een objectieve achteruitgang van de positie van de man, zoals het einde van de slavernij een achteruitgang inluidde voor de slavenhouder", zegt De Smaele. "Toen ik student was, hadden veel van mijn proffen nog een vrouw die thuisbleef en het huishouden runde. Mannen leidden met andere woorden een makkelijker leven dan vandaag. Het is vanuit die drang naar het comfort van vroeger dat je sommige mannen nu hoort zeggen: 'Ik wil best wel strijken of koken, maar ik kan het niet'." (lacht)

Reken maar, het is al te makkelijk om primair machismo af te schuiven op de versleten arbeider in de Rust Belt. Goedverdienende gediplomeerden die hun woorden keurig wikken, zijn er even vatbaar voor.

"Sowieso speelt het opleidingsniveau minder dan de inhoud van die studies", zegt Annalisa Casini. "Mensen in strakke economische opleidingen denken minder vrouwvriendelijk en minder egalitair dan wie sociologie of psychologie studeert, dat is onderzocht. Er bestaan mannenclubs die redelijk conservatief reflecteren op de positie van de man in de samenleving, zich als slachtoffer opwerpen en daar sympathie mee opwekken. Het verzet tegen de gendertheorie zoals dat in Frankrijk leeft, spruit voort uit die groepen: mannen, maar evengoed vrouwen, die bang zijn dat hun kroost homo wordt als man en vrouw te zeer elkaars gelijken zijn.

"Maar ook in progressieve, hippe en weldenkende kringen zie je de stereotypes aan het werk. Denk maar aan het ongelooflijke fenomeen van de barbecue: daar, bij het vuur, bij een taak die technisch moeilijk heet, een beetje gevaarlijk is en ook nog eens met vlees te maken heeft, de jacht dus, daar voelen veel moderne mannen zich goed bij. En zie, op de tv-reclame: wie heeft problemen met de wasmachine? De vrouw! Wie is altijd weer de reddende engel? De reparateur, de man."

'Unmarked'

Niettemin. Die man, hoe geëmancipeerd, weldenkend en feministisch ook, moet nog man kunnen zijn. Dat laatste, betoogt de Britse journalist Tim Samuels in zijn bestseller Who Stole My Spear?('Waar is mijn speer'), ligt hoe langer hoe minder voor de hand, en het wringt.

Samuels, met wie laatst een gesprek in deze krant te lezen viel, hangt dan wel de gendergelijkheid aan, aan zijn biologische determinisme zegt hij niet te kunnen ontsnappen. Hij is Tinder-verslaafd en kan moeilijk om met zijn hormonen. Hij en zijn makkers zouden zich way lekkerder voelen als ze in de buitenlucht konden werken, veeleer dan kleurloos op kantoor.

De manspersoon heeft dringend meer aandacht nodig, aldus Samuels, want kijk maar eens hoe hij er wereldwijd aan toe is: hij komt veel meer met geweld in aanraking, maakt meer kans op slachtoffer- en daderschap, zit veel vaker in de cel, presteert zwakker op school, heeft meer last van psychische aandoeningen en maakt sneller een eind aan het eigen leven.

Samuels poneert het niet met zoveel woorden, maar op de achtergrond klinkt een bekend muziekje: dat van de man als de pineut.

"Dat is ook wel het beeld dat door de geschiedenis heen van de man wordt opgehangen", zegt De Smaele. "Eigenlijk leeft er een permanent beeld van een mannelijkheid in crisis, van de man die het niet kan of niet meer mag. Desondanks bleef die man de onuitgesproken norm, hij was lange tijd het unmarked gender, dat niet hoefde na te denken over de eigen identiteit."

"In onze samenleving heeft een hele generatie vrouwen daarentegen een scherp beeld meegekregen van waar ze heen gingen", vult Petra Meier aan. "Ze wisten bijvoorbeeld erg goed dat ze niet per se huisvrouw zouden worden. Aan mannen van dezelfde generatie werd zelden verteld dat hun partner misschien meer zou verdienen dan zij en dat ze hun verantwoordelijkheid in het huishouden zouden moeten opnemen. Mannen bezaten bovendien weinig rolmodellen, ook omdat het destijds niet hoog aangeschreven stond, dat meehelpen thuis. 'Maar ik hélp toch mee!', klagen mannen vaak. Klopt, ze helpen mee. Maar managementstaken laten ze nog altijd liever aan hun vrouw over."

'Vreselijke evolutie'

In Frankrijk werd begin dit jaar een curieus boek gepubliceerd, geschreven door sociaal antropoloog en luxeconsultant Nicolas Chemla. In Anthropologie du boubour brengt Chemla het oprukkende populisme in verband met de opkomst van een nieuwbakken cultuur in de 'branché' middenklasse.

Vergeet de bobo ('bourgeois-bohème') met zijn bakfiets, dakmoestuin, gayfriendly en multiculturele vriendenkring, hier komt zijn radicaal tegengestelde alter ego, de boubour ('bourgeois-bourrin', zeg gerust de 'boerse bourgeois').

Volgens Chemla "is de term bobo in de meeste lagen van de samenleving een belediging geworden. Ook in het politieke discours, waar hij de gemondialiseerde elite belichaamt die ver van de realiteit van het volk staat."

De reactie is niet min: in Parijs is een soort 'herbronning' begonnen waarbij intellect en raffinement verruild worden voor een bon ton, complexloos en breedvoerig machismo. "Vanuit die optiek is de bobo een ongeluk van de geschiedenis en onthult de boubour de werkelijke natuur van de man", zo stelt Chemla. De man die zichzelf verdedigt in het oerwoud, zoals het individu zich maar moet zien te redden in de chaos van het leven.

Voorbeelden van boubourschap zijn legio in de hedendaagse cultuur: het succes van een bling-blingparfum als One Million van Paco Rabanne, van een boubour-stel als Kim Kardashian en Kanye West, van boubour-burger-en-ballenrestaurants, van een boubour-dj als David Guetta, of een boubour-succesauteur als Eric Zemmour, voor wie de "diskwalificatie van de man" de hele samenleving in de ontaarding heeft gestort.

Jongens, luidt de redenering, krijgen nog te weinig mannelijke referentiekaders mee, mankeren zelfvertrouwen, lopen maatschappelijk te pletter of worden zachtgekookte eitjes. De subtekst is zonneklaar: was moeder de vrouw maar aan de haard gebleven!

Henk de Smaele geeft het grif toe, de evolutie verontrust hem, zeker nu ze zich inderdaad ook politiek vertaalt.

"Als historicus hoed ik me voor al te snelle vergelijkingen, maar die met de jaren 30 lijkt me meer en meer terecht. Het is niet omdat Hitler er niet is dat je niet bepaalde parallellen mag zien. We zien een soort herframing van het ondenkbare dat plots denkbaar wordt. Gender speelt daar een uiterst belangrijke rol in.

"In fascistoïde tijdvakken zie je altijd weer hoe recent geëmancipeerde groepen als deel van het probleem beschouwd worden. Op zulke momenten schiet bijvoorbeeld de gedachte wortel dat het ethisch liberalisme tot feminisering heeft geleid. Heel wat mannen lijken te vinden dat ze koud gepakt zijn. Blijkbaar slagen de populisten erin hen ervan te overtuigen dat de emancipatie ten koste van hen is gebeurd. Het is een vreselijke evolutie, maar het ziet ernaar uit dat ze reëel is."

Of deze eindnoot niet te pessimistisch is? "Historici spreken zich niet graag uit over de toekomst. Zoals gezegd, er zijn tegenstrijdige tendensen en signalen. Zo pleit de feministische groep Furia (tot voor kort Vrouwen Overleg Komitee, LD) voor gelijk geboorteverlof voor beide ouders, en heel wat mannen vandaag zijn daar zeker ook voorstanders van. Ook het beleid moet meer oog krijgen voor de complexiteit van gender. Gelijke kansen bevorderen, dat veronderstelt ook initiatieven gericht op mannen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234