Woensdag 25/11/2020

'Waarom mag een koningin zich niet boos maken?'

De manier waarop Alan Bennett in een paar zinnen personages kan neerzetten doet niemand hem na. Met tedere humor boort hij de bron van hun eenzaamheid of verdriet aan en gaat hij op zoek naar wat hen doet tikken. Een gesprek met een van de belangrijkste en onopvallendste Britse toneelschrijvers van de voorbije vijftig jaar. 'Wat men mij ook altijd heeft verweten is dat ik niet serieus ben omdat ik het zelfs op de ernstigste momenten niet kan laten om grappen te maken.'

Door Marnix Verplancke

'Niet veel Amerikanen vandaag", merkt Alan Bennett met een fijn glimlachje op wanneer we samen voor zijn huis in Camden Town staan. "Op het pleintje hier om de hoek woonden ooit Sylvia Plath en Ted Hughes", verklaart hij, en uit de toon waarop hij het zegt, kunnen we opmaken dat hij dit soort necrotoerisme maar niets vindt. En inderdaad, bedenken we, wie op bezoek kan gaan bij de grootste levende Engelse toneelschrijver van de tweede helft van de twintigste eeuw zou wel van lotje getikt zijn om dit in te ruilen voor wat gestaar door het raam van een dode Amerikaanse dichteres, ook al stak ze haar hoofd dan in een broodoven.

De reden waarom we bij Bennett op de thee gaan is het verschijnen van De ongewone lezer, een novelle die beschrijft hoe de Britse koningin op een dag een bibliotheekbus naast Buckingham Palace ziet staan, er geïnteresseerd een kijkje gaat nemen en niet veel later achterblijft met een boek in de handen. 't Is weer eens iets anders, denkt ze, en dus begint ze te lezen, en ook al bevalt het niet altijd helemaal, toch gaat ze door tot het einde, wat meer met opvoeding dan met boekenhonger te maken heeft, zoals ze zelf toegeeft: "Als ik eenmaal in een boek ben begonnen, lees ik het uit ook. Zo zijn we nu eenmaal opgevoed. Boeken, boterhammen, aardappelpuree: men eet op wat men krijgt voorgeschoteld".

Van het een komt echter het ander en de koningin krijgt smaak in het lezen. Ze gaat over op het zwaardere werk van Henry James en Marcel Proust, neemt zelfs een boek mee in de staatsiekoets en begint tijdens een staatsbezoek tot wanhoop van de onwetende Franse president een discussie over Jean Genet. Dat haar traditionele werk als handjes schudden en braafjes keuvelen met de burgers er danig onder te lijden heeft, begint na verloop van tijd ook haar raadgevers op te vallen, maar tegen al wat zij haar opdragen in gaat de koningin door op haar eigen koers en jaagt daardoor menig onschuldig dranghekklimmer de daver op het lijf met de indringende vraag: "En welk boek ben jij aan het lezen op het moment?" Tijdens de kersttoespraak wil ze poëzie van Hardy voordragen en ze kan geen ceremoniële boom meer planten zonder er Larkin bij te citeren. Op een dag krijgt de koningin echter helemaal het zot in de kop: ze wil schrijven, waardoor de natie pas echt goed in gevaar komt.

De ongewone lezer is een bijzonder grappig en gevat boekje. Scènes zoals die waarin de koningin de Proustiaanse herinnering aan den lijve wil beleven en daarom een koekje in de thee doopt - wat ze trouwens een walgelijke gewoonte vindt - en merkt dat er helemaal niets gebeurt, zijn grandioos. "Toen ik jong was, waren Fuller's cakes een ware traktatie", beseft ze haar fout. "Wellicht zou het kunnen werken als ik er daar eentje van zou kunnen proeven, maar die firma is al lang ter ziele, dus op die manier zal ik geen herinneringen meer kunnen oproepen."

"Ik zie mezelf toch eerst en vooral als een toneelschrijver, veel meer dan een prozaschrijver", zegt Bennett wanneer we opmerken dat een novelle toch iets heel nieuws is voor hem. "Ik ben trouwens pas laat begonnen met proza, zo rond de jaren 1990. Ik had een goed oor voor dialogen, maar kon absoluut niet overweg met beschrijvingen. Ik zou dus nooit een roman kunnen schrijven, dacht ik. Over de jaren werden mijn toneelaanwijzingen echter alsmaar langer, wat erop wees dat ik toch naar het proza begon toe te drijven. Ik ontdekte toen ook dat je met proza de setting helemaal kunt ontwerpen en dat je dus niet langer afhankelijk bent van een regisseur die al of niet doet wat jij in je aanwijzingen hebt neergeschreven. Dat stond me dus wel aan. Daardoor begon ik meer en meer proza te schrijven, ook al ging ik ook door met toneel, en ik ontdekte dat iedere plot zijn eigen vorm heeft. Het eerste lange verhaal dat ik schreef was 'The Clothes She Stood Up In', over een koppel dat ontdekte dat hun hele huis leeggehaald was. De reden dat het geen toneelstuk is geworden, was dat het helemaal niet lukte. Daar was het gegeven niet goed voor. Ik zat maar te zuchten en te zwoegen en dacht uiteindelijk: laat ik het eens als verhaal proberen. En dat lukte dus wel. Dat een schrijver verschillende genres beoefent, is echter verwarrend voor het publiek, en vooral voor een Engels publiek. Dat wil dat je keer op keer hetzelfde doet. Het zal wel op die manier zijn dat je een reputatie opbouwt, neem ik aan, maar ik heb daar nooit aan willen meedoen. Wat men mij ook altijd heeft verweten is dat ik niet serieus ben omdat ik het zelfs op de ernstigste momenten niet kan laten om grappen te maken. Maar zo ben ik nu eenmaal, dat is de aard van het beestje. Als serieus zijn betekent dat ik alle humor uit mijn teksten moet bannen, ben ik liever een beetje een losbol en niet voor één gat te vangen."

In Blake Morrisons nieuwe roman Ten zuiden van de rivier wordt u genoemd als iemand die behoort tot de grote school van de Britse humoristen, iemand die met een curieuze gevatheid over klasse schrijft, en dat terwijl de hedendaagse Britse humor alleen nog maar escapistisch is en de mensen al lachend de wereld wil doen vergeten.

"Mooi is dat. Ik wist niet eens dat mijn naam in die roman voorkwam. Dat ik over klasse schrijf is inderdaad waar. In tegenstelling tot de meeste van mijn collega's ben ik dol op klassenverschillen omdat ze de maatschappij er stukken rijker op maken, waardoor deze veel interessanter wordt om over te schrijven, en grappiger ook. De grappigste personages uit de literatuur zijn mensen op de rand van twee klassen die bezig zijn van de ene op te schuiven naar de andere. Het zijn degenen die proberen zich beter voor te doen dan ze zijn. Bij Proust komt dat al voor, waar Madame Verdurin constant naast haar schoenen loopt. Ik hou daarvan. In mijn geboortestreek Noord-Engeland verraden mensen die een klasse naar boven willen zich doordat ze hun accent weg proberen te moffelen, wat natuurlijk niet lukt en tot heel grappige situaties kan leiden."

En wat met de opmerking dat de hedendaagse humor niet langer subversief is?

"De zwarte humor tiert welig, maar hij bereikt de mainstream niet meer. Neem nu iemand als Chris Morris, die in The Day Today een satire maakte op hoe wij vandaag omspringen met tv-nieuws. Die man is vilein en vlijmscherp en het programma veroorzaakte het ene schandaal na het andere, wat vandaag de dag niet echt makkelijk meer is aangezien men zowat alles gewoon is geworden. Maar zeggen dat Morris daarom de populairste Britse komiek is, zou er mijlenver naast zitten. Nee, de populairste zijn niet alleen escapistisch, ze zijn ook dwaas."

Wat uw humor zo speciaal maakt is dat hij altijd over individuele mensen gaat en dat hij nooit bijtend is. U schrijft niet over grote maatschappelijke trends of bewegingen, maar wel wat er met een specifieke man of vrouw gebeurt, en dat kan zelfs de koningin zijn, zoals blijkt uit uw recentste boek.

"Het gekke is dat mensen direct aannemen dat je over klasse schrijft wanneer je de koningin opvoert in een boek, maar dat is niet zo. De koningin behoort immers niet tot een klasse omdat ze boven alle klassen uitsteekt. Haar entourage, de hofdames en zo, die zijn upperclass, maar de koningin staat er alleen voor."

Misschien is ze wel niet zo blij dat u haar afschildert als een cultuurbarbaar die pas op bejaarde leeftijd voor het eerst een boek leest. De Britse koningin bezit toch een van de rijkste kunstverzamelingen ter wereld?

"Dit is niet de eerste keer dat ik over de koningin schrijf. Het toneelstuk A Question of Attribution is helemaal rond haar opgebouwd, en rond haar kunstverzameling en haar attitudes tegenover kunst. Ik laat er Anthony Blunt, de conservator van de koninklijke collectie zeggen dat dit in feite helemaal geen collectie is, maar eerder een opeenstapeling. Veel weet ze er volgens mij niet van af. Meer dan wij natuurlijk, maar ze is geen kenner. De enige kunstkenner ooit onder de Britse royals was George III. Hij was de meest gecultiveerde monarch die het land ooit gehad heeft. De man was heel geïnteresseerd in wetenschap en techniek en had contacten met de grootste mensen van zijn tijd. Hij was een verwoed boekenverzamelaar en zijn bibliotheek werd later de basis van waaruit de collectie van het British Museum is opgebouwd."

Daarbij stelt prins Charles niet veel voor.

"Juist ja, die heb je ook nog. Er wordt nogal eens de draak gestoken met die man, maar ik mag hem wel, net als die producten die hij commercialiseert, zoals zijn jam en soep (lacht). Je moet je eens in zijn plaats stellen. Prince of Wales zijn is een heel moeilijke job omdat je niet anders moet doen dan wachten tot je de echte baan krijgt. Je kunt niet winnen."

De koningin beschrijft lezen als zich begeven in een land zonder grenzen, wat iets totaal nieuws is voor een royal natuurlijk. In hoeverre bent u hier zelf aan het woord?

"Het leesparcours dat ik de koningin laat afleggen is in feite ook het mijne. Het eerste boek dat ik las en waar ik echt weg van was, was net als bij de koningin Nancy Mitfords The Pursuit of Love. Ik vond net als zij dat het ene boek aanleiding gaf tot het volgende. Wel anders is dat ik haar laat ontdekken dat lezen een heel nieuwe ervaring kan opleveren. Voor mij was dat veel minder een verrassing. Ik was naar de universiteit geweest, maar iets echt lezen had ik er nooit gedaan. Daar was immers geen tijd voor. Je diende boeken te lezen die op het curriculum stonden en veel verder dan dat kwam je niet. Ik ben dus pas beginnen te lezen na mijn studie en ik was er ondersteboven van."

En zijn de opmerkingen die de koningin maakt bij het lezen, bijvoorbeeld dat Samuel Johnson toch maar een vooringenomen windbuil is, ook de uwe?

"O ja, zeker. Ik laat haar beginnen met Ivy Compton-Burnett, wat zij een harde noot om kraken vindt en waar ik mijn tanden nog steeds op stukbijt. En Henry James vind ik net als zij nog steeds een irritante vent. Ik zie de pointe wel, maar waarom moet het allemaal zo traag vooruit gaan?"

Door van de koningin een lezeres te maken ontdoet u haar van haar koninklijkheid. Ze wordt een vrouw.

"Er wordt weleens gezegd dat je als schrijver je personages pas leert kennen terwijl je over hen schrijft. Normaal geldt dat niet voor mij. Ik ken een personage tot in de puntjes voor ik begin te schrijven, maar hier was het anders. Al schrijvende ontdekte ik dat ik mijn koningin helemaal niet kende. Het gevaar bestaat dat je als schrijver je personage reduceert tot een bepaald idee. Stel dat ik begonnen was met het idee in mijn hoofd dat ik een boek wou schrijven over het plezier van het lezen en dat ik dat idee dan op de koningin zou hebben geprojecteerd. Dat zou een absolute ramp geworden zijn. Je moet je personages immers humaniseren en er binnenin proberen te komen. Het kan dus inderdaad best zijn dat ze daardoor meer een vrouw wordt dan een koningin, wat toch in feite niet veel meer is dan een immer glimlachende en nimmer kwade pop. Neem nu die rel met de Amerikaanse fotografe Annie Leibovitz, die haar vroeg om haar kroon af te zetten om er een beetje 'minder gekleed' uit te zien. Op de BBC werd gesuggereerd dat de koningin daar kwaad om was geworden en opeens stond het hele land op zijn achterpoten. Achteraf bleek dat dit een valse suggestie was, maar wat dan nog? Waarom mag een koningin zich niet boos maken? Ik denk dat ze trouwens wel weet wat 'gekleed' zijn is, of dat ze het toch alleszins beter weet dan Leibovitz."

U laat de koningin evolueren van een lezer in een schrijver. Ging dat bij u ook zo?

"Ja, en op precies dezelfde manier. Ik begon notitieboekjes bij te houden waarin ik knappe passages kopieerde. Ik wou iets doen na al dat lezen. Dat geldt ook voor mijn koningin, en het is jammer dat niet meer koningen of koninginnen schrijven. Victoria hield een dagboek bij, maar dat is zo steriel als een spoorboekje. Het moet echter anders kunnen. Stel je voor wat de huidige Britse koningin niet allemaal voor schandaligs moet weten. Het zou toch om te likkebaarden zijn als dat allemaal op papier zou staan? Of zelfs onschuldiger zaken. Toen Bush op staatsbezoek kwam werd heel Londen onder curatele geplaatst. Niemand mocht de straat nog op. The Mall, waar de koningin normaal gewoon overrijdt, was een en al politieagenten. Haar toch een beetje kennende moet de koningin dat afschuwelijk gevonden hebben. Net na de bomaanslagen een paar jaar geleden reed ze bijvoorbeeld in een open koets door de stad. Dat zie ik Bush nog niet meteen doen. Het is alsof ze daar allemaal boven staat en al die veiligheidsdoctrines minacht, wat ik in haar bewonder. Wie zou er haar ook iets willen doen. Ze is immers de grootmoeder van de natie."

Alan Bennett

De ongewone lezer

Oorspronkelijke titel:

The Uncommon Reader

Vertaald door Harm Damsma & Niek Miedema

Mouria, Amsterdam, 143 p.,

14,90 euro.

Als zoon van een slager uit Yorkshire vreesde de jeugdige Alan Bennett nooit dichter bij het epicentrum van de Britse letteren te zullen komen dan op de ochtenden dat hij vlees bezorgde bij ene Mrs. Fletcher, de moeder van Valerie Fletcher en daardoor ook de schoonmoeder van T.S. Eliot.

Zijn studie geschiedenis in Oxford bracht daar echter verandering in. Hij ontmoette er een aantal gelijkgezinde grappenmakers en trad 's avonds op in de Oxford Revue. In 1960 trok hij samen met Dudley Moore, Peter Cook en Jonathan Miller naar het Edinburgh Festival om er Beyond the Fringe ten tonele te brengen. Het succes was zo overweldigend dat de show daarna naar Londen en New York verhuisde een overal overvolle zalen trok.

Al gauw besliste hij voor de tv te schrijven, wat in de jaren tachtig en negentig culmineerde in de legendarische reeksen Talking Heads, zo genoemd omdat ze absoluut alle regels van het dynamische medium overtraden. Je kreeg er letterlijk pratende hoofden in te zien. De camera zoomde tergend traag in en daarna weer net zo langzaam uit. Er gebeurde niets, maar volgens velen was het de mooiste tv die ooit was gemaakt. In deze reeks monologen voerde Bennett legendarische Britse actrices op als Thora Hird, Patricia Routledge, Maggie Smith en Penelope Wilton. Hij liet hen een verhaal vertellen waarin iemand, in een half uurtje tijd, neergezet werd als een mens: kwetsbaar, grappig, soms tragisch vooringenomen of uiterst irritant.

Hoe persoonlijk sommige van Bennetts teksten wel zijn, mag blijken uit The Lady in the Van, een prozatekst die later tot een toneelstuk werd bewerkt en die gebaseerd is op zijn ervaringen met Miss Shepherd, de landloopster die vijftien jaar in zijn voortuin woonde, in een oud bestelwagentje. Hij had haar binnengehaald omdat de gemeente haar niet langer op straat wou, en uiteindelijk zou ze in zijn voortuin sterven.

Vanaf de jaren tachtig begon Bennett ook autobiografisch te schrijven, wat leidde tot Writing Home en Untold Stories, twee kleppers vol essays en dagboeken. Aan dit laatste boek begon hij in 1997 toen dokters de diagnose darmkanker hadden gesteld en hem een overlevingskans van minder dan 50 procent gaven. Hij ging ervan uit dat het boek postuum zou verschijnen en nam daarom geen blad voor de mond. Zo schrijft hij erin over de verzwegen zelfmoord van zijn grootvader, de krankzinnigheid van zijn moeder en zijn eigen homoseksualiteit. Wanneer je leest hoe hij begin jaren negentig samen met zijn vriend Rupert Thomas op een Italiaans strand in elkaar werd geslagen, vergeet je af en toe met je ogen te knipperen. Uiteindelijk genas Bennett van zijn kanker, maar het boek werd toch gepubliceerd.

Naast toneel en proza schreef Bennett ook heel wat filmscripts, onder meer van Prick Up Your Ears, The Madness of King George en The History Boys, waarbij de laatste twee in feite bewerkingen waren van zijn eigen toneelstukken. Hij is ook een fel gewaardeerd radioperformer.

Alan Bennett wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste - en onopvallendste - Britse toneelschrijvers van de tweede helft van de twintigste eeuw, iemand die in een paar zinnen kan tonen wat het betekent om Engels te zijn zonder in nationalisme of chauvinisme te vervallen.

Wie de komende weken naar Londen reist kan nog tot 26 april in het Wyndham's Theatre een voorstelling van The History Boys bijwonen. Voor de thuisblijvers is er natuurlijk ook de gelijknamige film.

Stel je voor wat

de huidige Britse koningin niet allemaal voor schandaligs moet weten. Het zou toch om te likkebaarden zijn als dat allemaal op papier zou staan?Net na de bomaanslagen een paar jaar geleden reed de koningin in een open koets door de stad.

Dat zie ik Bush nog niet meteen doen. Het is alsof ze daar allemaal boven staat en al die veiligheidsdoctrines minacht, wat ik

in haar bewonder

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234