Dinsdag 07/07/2020

Essay

Waarom links op sterven na dood is

Beeld Collage De Morgen

Op veel sympathie kunnen ze niet meer rekenen, de stakers die tot de finish willen gaan. Ook voor de betogers werd dinsdag niet overal enthousiast gesupporterd. De middenklasse lijkt het aanhoudende sociaal protest niet te begrijpen. Wat zegt dat over onze samenleving? En waarom kan links dat tij niet keren?

Het was er wellicht uit voor ze het wist, dus we mogen het haar niet te kwalijk nemen. Maar netjes was hij niet, de tweet die Evy Van Cleemputte dinsdagochtend verstuurde, zeker niet voor iemand in haar positie: ze is de persoonlijke assistente van N-VA-voorzitter Bart De Wever. "Betogers, stakers, whatever", liet ze Vlaanderen weten op Twitter. "Ge hebt nu al mijn dag verpest, en die van vele anderen. Fuck you, fuck you, fuck you."

Terwijl Van Cleemputte haar bericht relatief snel verwijderde, misschien op last van de partijtop die niet in affronten wilde vallen, was een andere medewerker van het N-VA-apparaat in Brussel foto's aan het maken van de betogers. Niet terwijl ze aan het betogen waren, maar terwijl ze iets zaten te drinken. "Wat doe je nadat je 'kapotbespaard' bent?", vroeg Michaël Devoldere, medewerker van Vlaams minister Ben Weyts, niet zonder enig cynisme op Twitter. Antwoord: "Een terrasje." Even later stuurde hij een foto rond van vakbondsleden die een ijsje aan het eten waren, met het nogal laatdunkende bijschrift: "Koopkracht heeft om 11.30 uur Haägen-Dazs-niveau bereikt."

Donderdagochtend was het de beurt aan een N-VA-mandataris uit de frontlijn om zich eens te laten gaan. "Het is goed weer", liet de Antwerpse schepen Rob Van de Velde ons weten op Twitter, bij wijze van positief verzet tegen de treinstaking die het land dreigde te verlammen. "Kindjes veilig naar school. We kunnen en mogen werken. Negativisten? Up yours!" Dat laatste is een bekende Engelse uitdrukking die erop wijst dat de spreker ongevraagd en onverhoeds een vinger in uw achterwerk wil steken - een soort "Fuck you!", maar dan voor gevorderden.

Het zijn maar een paar voorbeelden van de krasse taal die rechts tegenwoordig gebruikt om over mensen te spreken die alleen maar hun ongenoegen uiten met de middelen die de democratische rechtsstaat hen ter beschikking stelt. De taal van de minachting en het misprijzen, die elk niveau en elke elegantie ontbeert - N-VA-Kamerlid Inez De Coninck schoot met haar 'vakbondsterroristen' op de valreep deze week de hoofdvogel af.

Mij deden die schuttingwoorden denken aan een passage uit Leven aan de onderkant, het boek waarmee de Britse conservatieve denker Theodore Dalrymple in 2001 beroemd werd. Dalrymple betreurt het dat veel mensen het onderscheid niet meer kennen tussen "verfijning en lompheid", "inzicht en stompzinnigheid", "subtiliteit en grofheid", "charme en boersheid" en schrijft: "Aangezien het gemakkelijker is en meer directe bevrediging schenkt om je zonder enige beheersing te gedragen, valt vulgariteit niet meer te vermijden." Een passage die de N-VA-fans van Dalrymple eens moeten lezen of herlezen.

Met de kern van de Dalrymple-doctrine is conservatief Vlaanderen het natuurlijk wel eens: de welvaartsstaat heeft mensen aan de onderkant van de samenleving zo verwend dat ze niet meer dankbaar zijn. Dalrymple vertelt in Leven aan de onderkant het verhaal van een junkie die na een overdosis in het ziekenhuis belandt en bij het ontwaken boos wordt als men hem geen sigaret wil geven.

"Als elke weldaad die je ontvangt een recht is, dan is er geen plaats meer voor goede manieren, laat staan voor dankbaarheid."
Ziedaar het conservatieve wereldbeeld: de bovenkant moet vooral manieren hebben, de onderkant moet bovendien ook nog eens dankbaar zijn. Upstairs, Downstairs anno 2016. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken - ik kan het echt niet helpen dat ook hij tot dezelfde partij behoort - maakte dat een week geleden duidelijk toen hij in Lubbeek een asielcentrum bezocht en daar werd aangeklampt door vluchtelingen die klachten hadden over de opvang. "Jullie zijn met tienduizenden in een paar weken ons land binnengekomen", zei Francken. "Het is niet makkelijk voor ons land en de publieke opinie. We doen heel hard ons best, we proberen voor een menselijke ontvangst te zorgen. Een beetje dankbaarheid is dus op zijn plaats." Ik zou denken: het is Francken zélf die dankbaar moet zijn, omdat hij staatssecretaris is en geen vluchteling.

Dankbaarheid of trots

Dankbaarheid is een fascinerend concept, dat volgens mij een centrale rol speelt in heel wat hedendaagse vraagstukken. U mag het uiteraard met mij oneens zijn, maar ik zou in dit essay deze stelling willen verdedigen: wij lijden aan een gebrek aan dankbaarheid. Daarom zijn sommigen aan de onderkant van de sociale ladder bereid om te staken tot de finish, daarom heeft de middenklasse niets dan misprijzen voor die stakers, daarom willen mensen aan de bovenkant van de sociale ladder geen extra bijdrage meer leveren om onze welvaartsstaat te schragen. En, last but not least, daarom heeft links straks geen kiezers meer, ondanks de grote bereidheid om te betogen tegen deze regering.

Het fundamentele verschil tussen links en rechts is volgens mij eenvoudig samen te vatten. Wie succesvol en rijk is en links georiënteerd, zal in de eerste plaats dankbaar zijn - dankbaar dat hij hier geboren is en niet in Somalië, dankbaar voor de opvoeding en het onderwijs dat hij genoten heeft, dankbaar voor de kansen die hem werden geboden en het geluk dat hem af en toe een handje heeft geholpen. Wie succesvol en rijk is en rechts georiënteerd, zal in de eerste plaats trots zijn, trots op het feit dat hij alle kansen heeft gegrepen, af en toe risico's heeft genomen en altijd hard heeft gewerkt. De meeste mensen zijn het allebei, een beetje dankbaar en een beetje trots, maar de klemtoon ligt anders bij respectievelijk links en rechts. Rechts vindt dat vooral de armen dankbaar moet zijn, links vindt dat iedereen, dus ook de rijken, dankbaar moet zijn.

Beide houdingen zijn filosofisch onderbouwd, door onder meer Robert Nozick aan de ene en Peter Singer aan de andere kant. Wijlen Robert Nozick, een Amerikaanse libertariër, vond elke vorm van belasting diefstal: van de welvaart die het individu heeft vergaard, moet de overheid in principe afblijven. Herverdeling zoals wij die kennen, is voor Nozick uit den boze. De Australische ethicus Peter Singer denkt precies het omgekeerde: aangezien niemand verdienste heeft aan de plek waar hij geboren is of de omstandigheden en voorzieningen die hem in staat stellen om succes te hebben en bezit te verwerven, behoort dat bezit strikt genomen aan de gemeenschap. Herverdeling is voor Singer de normaalste zaak ter wereld, en mag best wat verder gaan dan nu bij ons het geval is. Zo vindt Singer dat we allemaal minstens 10 procent van ons inkomen aan liefdadigheid moeten schenken.

De dankbaarheid is ver zoek, tegenwoordig. In de column die ze schrijft voor het maandblad MO* legde Warda El-Kaddouri, doctoraatsstudent aan de UGent en Vlaams jeugdvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, onlangs de vinger op de wonde. Haar Marokkaanse grootvader, schreef ze, was dankbaar dat België hem werk en onderdak had geboden, en zijn kinderen onderwijs en vorming. Zelf had El-Kaddouri niet zo veel last meer van die dankbaarheid, gaf ze eerlijk toe. "Waar mijn grootvader als Marokkaan spreekt, spreek ik als Belg. Op dat vlak ben ik volledig geassimileerd. Zeg nu zelf, hoeveel autochtone Belgen voelen zich dankbaar voor werk, woning en onderwijs?"

De linkse dogma's

Onlangs beweerde ik in deze kolommen dat rechts de ideeënstrijd heeft gewonnen. Bijna vijftig jaar na mei '68 hebben de ideeën die toen opgang maakten zo goed als afgedaan: politieke correctheid is vandaag iets voor naïeve wereldverbeteraars die de realiteit niet onder ogen willen zien. De multiculturele samenleving is een catastrofe en die moslims worden hier veel te hard gepamperd, met alle ellendige gevolgen van dien - aldus het nieuwe eenheidsdenken, dat door conservatief rechts wordt gehuldigd.

Volgens Wim Vermeersch, hoofdredacteur van het sociaaldemocratische maandblad Sampol, ontbrak er iets essentieels in mijn analyse. "Ze gaat op voor het sociaal-culturele luik", schreef hij in een reactie. "Pessimisme over de leefbaarheid van diversiteit is inderdaad de norm geworden, en dat zal er met de aanslagen in Brussel en de politieke recuperatie niet op verbeteren. Maar ze is onvolledig, omdat er zich de voorbije jaren tegelijkertijd een andere paradigmashift heeft voorgedaan. Op sociaal-economisch vlak sneuvelen de linkse dogma's niet, maar lijken ze opnieuw gemeengoed te worden."

De meeste mensen willen een sterke sociale zekerheid en eerlijke belastingen, aldus Vermeersch, die een heropleving van links voorspelt: "Nu blijkt dat 'verandering' een verarming inhoudt voor de middengroepen, aalmoezen voor de laagste groepen en een vrijgeleide voor de rijken, wacht links de enorme taak om dit debat vorm te geven. Het goede nieuws is dat het dat voluit kan doen. De bevolking volgt."

Ik zou dat durven te betwijfelen. En wel hierom: de drie groepen waar Vermeersch naar verwijst - de laagste groepen, de middengroepen en de rijken - hangen niet meer aan elkaar. Het cement ontbreekt. Het cement van de dankbaarheid.

De laagste groepen zien steeds minder redenen om dankbaar te zijn. Zij beseffen dat het vooral de middenklasse is die de vruchten van de welvaartsstaat plukt. Er bestaan erg veel transfers van arm naar rijk, zogenoemde mattheuseffecten waarbij de facto middelen worden overgeheveld van de laagste inkomens naar de middengroepen. In de pensioenen is dat zo, bijvoorbeeld: hoogopgeleide mensen leven langer en trekken dus beduidend meer pensioen dan laagopgeleiden. Ook subsidies voor kinderopvang komen vooral de middenklasse ten goede. Aan de onderkant van de samenleving wordt meer gerookt dan in de middenklasse en toch worden de gaatjes in de begroting altijd gedicht met meer accijnzen op tabak. Enzovoort, enzoverder: de klassiekers zijn bekend.

En dan komt daar vandaag die Turteltaks nog bij: de zonnepanelen waar ondernemers zoals Fernand Huts miljoenen aan hebben verdiend, moeten worden afbetaald door ons allemaal, en iedereen betaalt evenveel - ministers, partijvoorzitters, journalisten, maar ook cipiers, spoorwegarbeiders en bagageafhandelaars.

Er lijkt, voor wie zich op de laagste sporten van de salarisladder bevindt, niet veel reden om dankbaar te zijn. Zeker niet als mensen volop worden opgejut door extreemrechts, dat de rancune aanwakkert door te klagen dat elke euro die aan vluchtelingen wordt besteed, verloren is voor het eigen volk. De verliezers van de globalisering, die altijd de dupe zijn van delokalisering en open grenzen, stemmen in Vlaanderen niet links, maar extreemrechts. In Franstalig België is dat extreemrechtse aanbod niet voorhanden en slaagt extreemlinks er steeds beter in om het ongenoegen naar zich toe te zuigen. Daar is dan ook de stakingsbereidheid het grootst. Desnoods tot de finish.

De huidige sociale crisis is duidelijk communautair gekleurd: in het zuiden van het land is het verzet tegen de regering groter, wat erg logisch is. Niet alleen bestuurt de federale regering Franstalig België met een kleine minderheid, het sociaal-economisch profiel van Wallonië verschilt ook van dat van Vlaanderen, dat een grotere middenklasse kent. Bij die middenklasse leeft vooral minachting voor stakers en betogers. Toch is ook in Vlaanderen die middenklasse niet dankbaar. Wel integendeel.

Verlof of salariswagen

Ofschoon ze het per definitie beter stelt dan de klassieke verliezers van de globalisering, is ook de middenklasse misnoegd. Als de avondspits door de spoorstaking nogal stevig uitvalt, is dat een aanslag op de comfortabele, voorspelbare routine die het leven van de hardwerkende tweeverdiener nog een beetje draaglijk maakt. Ook een grote betoging, die altijd gepaard gaat met openbare dronkenschap en mannen die tegen de gevel van het Centraal Station staan te urineren, wordt door de modale Vlaamse pendelaar als enorm disruptief ervaren. Er leeft nu, met de aanhoudende cipiersstaking, in Vlaanderen zelfs mededogen met het lot van de gevangenen - iets waar men ons normaal gesproken niet snel op zal betrappen.

Maar ook als er geen sociale onrust heerst, is de hardwerkende Vlaming niet bereid om dankbaar te zijn voor de zegeningen van de welvaartsstaat. Hij heeft namelijk het gevoel dat hij die zegeningen dubbel en dik verdient. Hij betaalt er per slot van rekening voor: de schouders van de middenklasse dragen de zwaarste lasten. Zij hebben de banken gered, en ze hebben daar geen bonus voor gekregen - terwijl dat in de banksector wel een courante praktijk is voor mensen die het verschil maken. Zij draaien op voor het grootste deel van dat enorme overheidsbeslag in ons land, terwijl de multinationals en de superrijken altijd weer de dans ontspringen.

Niet alleen voor de onderkant, ook voor de middengroepen lijkt het systeem vandaag fundamenteel onrechtvaardig.

Dat linkse partijen van dat ongenoegen in Vlaanderen de vruchten niet plukken, heeft een simpele reden: zij hebben dit systeem onrechtvaardig gemaakt. Zij hebben de fiscale druk zo hoog laten oplopen, zij hebben Fernand Huts al die miljoenen toegestopt in ruil voor die daken vol zonnepanelen. Vandaag, nu ze niets meer te zeggen hebben, willen ze weliswaar ineens een vermogenswinstbelasting, maar daar hadden ze wel iets vroeger mogen opkomen. De sp.a is, mede door haar gezwalp over diversiteit en vluchtelingen, al lang elke geloofwaardigheid kwijt. En dan doet ze bovendien nog haar best om de middenklasse tegen zich in het harnas te jagen.

Neem nu die salariswagens. Als de linkerzijde voorstellen doet om dat verworven recht van veel middenklassers af te bouwen in functie van het algemeen belang, staan de bezitters van zo'n salariswagen meteen op hun achterste poten. Een beetje zoals de treinconducteurs als je snoeit in hun verworven rechten qua vakantiedagen. Alleen hoeven de bestuurders van een salariswagen niet te staken om hun stem te laten horen, hun stem wordt immers vertolkt door de salariswagenbestuurders par excellence: de commentaarschrijvers van de kranten.

Een paar weken geleden, toen zo'n salariswagenvoorstel nog eens het nieuws haalde, maakten drie bekende commentaarschrijvers - in respectievelijk De Standaard, De Tijd en Het Laatste Nieuws - zich op dezelfde dag zo boos dat de Waalse vakbondstop er een voorbeeld aan had kunnen nemen. De modale Vlaamse journalist, en de modale Vlaamse commentaarschrijver in het bijzonder, gedraagt zich eigenlijk als de vakbond van de middenklasse. Maar de ene vakbond is de andere niet: wie het woord als wapen mag gebruiken, kan het zich permitteren om neer te kijken op mensen die soms alleen nog de staking als wapen kunnen gebruiken. Wie de eigen voorrechten passioneel verdedigt en verontwaardigd is als iemand anders hetzelfde doet, begrijpt blijkbaar niet meer hoe de welvaartsstaat functioneert.

Dat veel mensen het verzekeringssysteem achter die welvaartsstaat niet meer begrijpen, wordt duidelijk als ze klagen dat ze er niet uithalen wat ze erin stoppen. Nog los van de vraag of dat wel klopt, gelet op de vele mattheuseffecten, is het nog maar de vraag of je dat als modale belastingbetaler wel moet willen: uit een verzekeringssysteem halen wat je erin stopt. Ik zou denken: wie nooit een werkloosheidsuitkering of een leefloon moet krijgen en nooit langdurig ziek is, zou net blij moeten zijn dat hij de premies die hij altijd heeft betaald nooit zal terugzien. We betalen ons hele leven een brandverzekering voor onze woning. Zijn we boos als we dat geld kwijt zijn en nooit worden uitbetaald? Ik dacht het niet. Integendeel, dan zijn we dankbaar dat ons huis nooit is afgebrand.

Kies uw land

We lijden aan een gebrek aan dankbaarheid. Dat blijkt ook uit de discussie over de failed state die België zou zijn. Er is veel werk in dit land. Maar een failed state? Belachelijk.

Wijlen John Rawls, wellicht de invloedrijkste politieke filosoof van de voorbije decennia, had een mooi gedachte-experiment om de welvaartsstaat in te richten, dat ook bruikbaar is om na te denken over de plek waar u het liefste zou wonen. Beeld u in dat u niet weet wat uw positie in de samenleving is - u weet dus niet of u vrouw of man bent, hetero of homo, rijk of arm, slim of dom, gezond of ziek - en dat u moet beslissen in welk land op deze planeet u het liefste zou wonen.

Wat kiest u dan? In elk geval een Europees land, want elders zijn de armen, en dat kunt ú dus zijn, er vaak zeer slecht aan toe. Binnen Europa gaat de keuze allicht eerder naar een West- of Noord-Europees land, want in de zuiderse landen kraakt de welvaartsstaat in al haar voegen. De kans bestaat dat uw finale keuze valt op een Scandinavisch land, maar België zal hoe dan ook in uw top 5 staan. Dat besef zijn we allemaal - van staker tot salariswagenbezitter - een beetje kwijt. Als links het tij wil keren, moet ze dat besef, die dankbaarheid, in ere kunnen herstellen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234