Zondag 03/07/2022

Essay

Waarom kiezers in landelijk gebied anders stemmen dan stedelingen

‘In landelijke gebieden leeft het gevoel dat de overheid hen wat ontstolen heeft’, zegt sociaal geograaf Frans Thissen.  Beeld jonas lampens
‘In landelijke gebieden leeft het gevoel dat de overheid hen wat ontstolen heeft’, zegt sociaal geograaf Frans Thissen.Beeld jonas lampens

Honderd dagen na de inzwering van Donald Trump blijft het beeld ook elders verkiezing na referendum opduiken. Autoritaire populisten verleiden meer kiezers in afgelegen en achtergestelde gebieden, terwijl in de grote steden het progressieve kosmopolitisme regeert. Waarom speelt die breuklijn nu zo op?

Bart Eeckhout

"Voor het eerst ontstond er een crisis die niet voortvloeide uit achterlijkheid, maar uit groot­schalig­heid en almaar voortschrijdende vernieuwing. Veel boeren durfden nauwelijks meer verder kijken dan de magische grens van de volgende eeuw."

Wie vandaag het prachtboek Hoe God verdween uit Jorwerd uit 1996 van Geert Mak herleest, ontkomt niet aan de visionaire beschrijving van het onbehagen dat vele landelijke gebieden in de greep zou gaan krijgen. In het boek registreert Mak de redelijk snelle gedaantewisseling – of: teloorgang – van een boerendorp in Friesland.

“Het lag toen toch anders”, zegt Mak nu. “Mensen waren niet wrokkig over de verandering. Er was geen ressentiment.”

Dat is er nu wel. Nog niet zozeer in Friesland, maar wel in andere afgelegen gebieden in Nederland, net als in vele andere landen in het Westen. Alsof er een rebellie broeit: de opstand van het zogenaamde fly-over land – de troosteloze staten waar je in de VS enkel overheen vliegt en waarvan de inwoners tot het besluit zijn gekomen dat ook hun overheid er enkel zo snel mogelijk overheen vliegt.

“Er zijn ook wel verschillen”, nuanceert Geert Mak nog. “Je kunt de uitzichtloosheid van de derde­wereld­armoede in het Amerikaanse Heartland niet gelijkstellen aan de anti-elite­stem op Wilders. De Fransen, de Engelsen... ze hebben ook elk een eigen motivatie om in groten getale voor het populisme te vallen.”

Internationaal fenomeen

Maar er zijn dus ook intrigerende gelijkenissen. Neem die eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk. De extreem­rechtse populiste Marine Le Pen haalt meer stemmen bij wie in economisch achtergesteld of geografisch afgelegen gebied (en zeker in de combinatie van beide) woont, terwijl in het welvarender stedelijke gebied de stem vaker naar Emmanuel Macron of andere kandidaten is gegaan.

Franse grootsteden blijken op de verkiezingskaart vaak ‘oases’ van progressief of liberaal stemgedrag. Dat geldt voor het Île-de-France, de brede zone rond Parijs, maar ook voor Lyon, Bordeaux en zelfs Rijsel, dat midden in het Front National-gebied Noord-Frankrijk als enige streek anders kleurt.

Het is een internationaal fenomeen. De Londense kosmopoliet stemde in grote meerderheid voor lidmaatschap van de EU, tegen de brexit­meerderheid in de rest van het land. Donald Trump kreeg dan weer geen voet aan de grond in de rijke metropolitane regio’s aan de Amerikaanse kusten.

Maar ook in Nederland staan de populisten – van rechts en links – veel sterker in het landelijke zuiden en in gebieden waar het economisch minder gaat, terwijl Amsterdam, Utrecht of Nijmegen progressieve bastions blijven. In Oostenrijk haalde de groene presidentskandidaat Alexander Van der Bellen het mede dankzij de groot­stedelijke steun in Wenen (tegen de omliggende provincie in). In Turkije kreeg de autocratische president Erdogan in zijn recente referendum dan weer niet de steun van de meerderheid in de groot­steden Ankara en Istanbul en in de geïnternationaliseerde kust­streken.

Gelijklopende tendensen

En in België? Hier ligt het anders, mede omdat wij de scherpe ruimtelijke tweedeling tussen (groot)stad en platteland misschien nog wel in het hoofd, maar niet meer in de feiten hebben. Toch zijn er ook hier interessante, gelijklopende tendensen. Toen Bart De Wever in 2012 met de N-VA Antwerpen inpalmde, haalde hij zijn meerderheid vooral bij kiezers in de buitenring van de stad, terwijl de kernstad trouw bleef aan links (waarmee we De Wever niet op de lijn van Le Pen of Wilders willen zetten).

Ook binnen grotere steden spelen dus electorale breuklijnen.

Onderzoek van de recente parlementsverkiezingen in Nederland laat voor Amsterdam zien dat de liberale VVD sterk staat in de residentiële stadsrand, dat populisten goed scoren in de verarmde hoogbouwwijken, de nieuwe migrantenpartij Denk de gekleurde wijken inpalmt, D66 de dure binnenstad en GroenLinks de opverende hippe wijken. Dat plaatje scheelt, al met al, niet veel van wat je in Antwerpen verwacht.

‘De overheid zet veel middelen op stedenbeleid’, zegt Thissen. ‘Daar zitten de plussen van de globalisering.’  Beeld Wouter Van Vooren
‘De overheid zet veel middelen op stedenbeleid’, zegt Thissen. ‘Daar zitten de plussen van de globalisering.’Beeld Wouter Van Vooren

Nieuw is het niet dat de woonplaats mee het stemgedrag verklaart of voorspelt. Platte­lands­bewoners hebben altijd meer geneigd naar een conservatievere mentaliteit, terwijl de stadslucht ‘vrij maakt’. Het was de drijfveer achter de volkshuisvestingswetten die België na de Tweede Wereld­­oorlog zijn uitzonderlijk verrommelde ruimtelijke ordening hebben opgeleverd. Om de kiezer weg te houden uit de goddeloze, liberale of socialistische stadsklauwen duwden de katholieken in de jaren 50 een wetgeving door die de kleinburger toeliet makkelijk dicht bij de kerktoren van het eigen dorp een woonplek te verwerven.

Ontkerkelijking

De Nederlandse electoraal geograaf Josse de Voogd (UAmsterdam) stipt aan dat de sympathie voor Wilders in Zuid-Nederland treffend samenvalt met de oude grens tussen katholiek en protestants gebied op wat ooit een bestandslijn was tijdens de Tachtig­jarige Oorlog (1568-1648). De Voogd: “Het zuiden bleef katholiek en ontwikkelde een andere politieke cultuur. Aversie tegen het westen van het land, een meer personalistische politiek en zwak ontwikkelde partijbanden na een snelle ontkerkelijking lijken een rol te spelen.”

Toch is er de jongste tijd wat veranderd. De tegen­­stelling is scherper geworden. En wat de spraak­makende, weldenkende gemeenschap voor­al ontzet: de rebellerende stem van buiten de kosmopolis haalt weleens de bovenhand. Het gebeur­de in Groot-Brittannië, in de VS, in Turkije, het was bijna gebeurd in Oostenrijk, en het kan, in princi­pe, nog altijd gebeuren volgende week in Frankrijk.

Dom, blank, bang, bejaard, geborneerd, racistisch... Nogal wat progressieve stemmen in het VK en in de VS hadden de analyse over de zegevieren­de overzijde gauw klaar. Die beschrijving toont weinig mededogen, maar ze biedt ook amper een verklaring voor de plotselinge felheid van de anti­stem. “Het onbegrip komt van twee kanten”, vindt Frans Thissen, emeritus hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit Amsterdam, en dé expert dorps­identiteit in de Lage Landen. “Platte­lands­bewoners vinden steden vaak een oord van verderf, maar stedelingen kijken evengoed neer op dat ‘anti­moderne’ platteland.”

Inderdaad. Van Clintons “basket of deplorables” loopt er een rechtstreeks lijntje naar hoe bijvoorbeeld Lize Spit afrekent met de achterlijkheid van het dorp in Het smelt. Thissen: “Als je op de buiten woont, en je leest dat, dan kan ik me voorstellen dat het begint te wringen.”

Onbekend stemt bang

Al moeten we de protest­stem nu ook weer niet mooier voorstellen dan dat ze is. Kiezers­onder­zoek bij de jongste Franse présidentielles leert dat immigratie (69 procent), terrorisme (46) en onveiligheid (42) met grote voorsprong een stem voor het Front National hebben gemotiveerd. Sociaal-economisch protest speelt veel minder mee. Idem voor Wilders of Nigel Farage.

Niet alle populismekiezers zijn racisten, maar xenofobie zit zeker wel mee in de mix. “Wie woont in een etnisch geïsoleerde gemeenschap met relatief meer ziekte, lage sociale mobiliteit, lager sociaal kapitaal, grotere afhankelijkheid van uitkeringen, maakt meer kans om op Trump te stemmen”, besloot Jonathan Rothwell, senior onderzoeker bij het bureau Gallup, eind vorig jaar op basis van grootschalig peiling­onder­zoek in de VS.

Rothwell komt tot een intrigerend profiel van de Trump-kiezer, dat enigszins afwijkt van het populaire beeld van de ‘white trash’-onderklasse. Die verpauperde arme blanken in pakweg West-Virginia hebben immers niet de doorslag gegeven: ofwel stemden ze toch al Republikeins, ofwel mogen of willen ze niet meestemmen.

De sleutel ligt bij de sociale groep daar net boven: de lager opgeleide, blanke lagere middenklasse. En die leeft vaak in afgelegen gebied. Dat juist leden van kleine, homogeen blanke gemeenschappen vallen voor xenofobe demagogie is niet zo verwonderlijk. Het is het onbekende dat bang of negatief stemt, leert de contact­theorie. Wie dagelijks samenwerkt met Mexicanen of Marokkanen, zal er sneller lotgenoten in zien, en niet zozeer concurrenten die jobs en uitkeringen komen inpikken.

De woede van de kleine man

Maar waarom komt dat verzet juist nu tot explosie? Simpel: vraag en aanbod. Er is nu eenmaal een aanbod aan stevige en op hun manier getalenteer­de populisten en demagogen. Met de media hebben zij een bijzonder machtig wapen in handen. In de genoemde geïsoleerde gemeenschappen worden nationale media gewantrouwd, en komt het nieuws binnen via alternatieve kanalen en sociale media, die het ressentiment enkel bevestigen. Maakt de tegenpartij dan cruciale strategische fouten – zie brexit, zie Clinton – dan ligt plots de meerderheid voor het grijpen.

Want er is natuurlijk ook wel vraag naar een protestgeluid. Ook als je het wat simplistische schema van de zogenaamde ‘verliezers van de globalisering’ terzijde schuift, blijft de vaststelling overeind dat de burger in landelijk gebied ook gegronde redenen heeft om woedend te zijn op zijn overheid.

Nergens zie je dat zo helder als in dat fly-over country in de VS. Dat het enkel wachten was op een trumpiaanse demagoog om de woede te kanaliseren, lees je in een ander visionair boek, The Unwinding (2013) van George Packer. De topjournalist van The New Yorker laat in een reeks prachtige portretten zien hoe de VS sinds de jaren 70 uit elkaar gerafeld zijn. Maar ook hoe de uitrafeling in ongelijkheid onder Obama gewoon voortging. Alle beloftes van ‘Change’ ten spijt, bleef Wall Street op zijn wenken bediend worden en bleef de overheidsinfrastructuur buiten de metropolen degraderen tot een onderontwikkeld niveau. De woede van de blanke, kleine man heeft ook daar mee te maken, niet alleen met het wantrouwen in een zwarte president met een vreemde naam.

Dat gevoel van verraad door een zich terugtrekkende overheid zit er ook in veel Europese landelijke gebieden in. Alsof de staat de dorpen verlaten heeft. En de dorpen zich revancheren door de liberale democratie zelf weg te willen stemmen. Het is de paradox van de anti-Europese stemming: om­dat de EU haar burgers onvoldoende beschermd heeft tegen de nadelen van de globalisering, groeit de roep bij die burgers om de controle dan maar weer zelf in handen te nemen.

Uitgekleed dorp

Maar ook de nationale staten laten steken vallen. Frankrijk bijvoorbeeld. “Frankrijk heeft nooit fusies gekend, maar recentelijk zijn er wel structurele hervormingen geweest, waardoor lokale besturen in intercommunale verbanden moeten gaan samenwerken”, legt Bern Paret uit, regiocoördinator Westhoek van de provincie West-Vlaan­de­ren en kenner van Noord-Frankrijk. “Dorpen worden stilaan uitgekleed. Elk heeft nog wel zijn schooltje en Bar PMU, maar niet iedereen kan nog een eigen mediatheek bouwen. Dat geeft een gevoel van verlies, naast natuurlijk het industriële verval in Noord-Frankrijk. De metropool Rijsel heeft veel subsidiegeld gekregen, maar in de kleinere gemeenten errond is de verpaupering groot.”

Verlies. Het woord is gevallen. “Vele mensen in landelijk gebied hebben een gevoel van verlies. Ofwel omdat ze echt verloren hebben, ofwel omdat ze de winst niet zien”, weet sociaal geograaf Frans Thissen. Meer dan om economisch verlies gaat het om cultureel verlies: een nostalgie naar een voorspelbare wereld. Thissen: “Mensen hebben het gevoel dat de overheid wat van hen ontstolen heeft. In de lokale boerengemeenschappen was het duidelijk dat de herenboeren en notabelen de baas waren op het dorp. Toen kwam de democratisering van de jaren 70 met haar belofte van inspraak. Dat is flink tegengevallen. De boer is inderdaad zijn status kwijtgeraakt, maar de zeggenschap is niet naar de gewone mensen gegaan. Wel eerst naar Den Haag en dan naar Brussel. Dat frustreert. En natuurlijk is dat dubbel. Dezelfde plattelander die vloekt op Europa bestelt vervolgens online een reisje naar Ibiza.”

Bekijk het maar

Toch leeft ook in Nederland de indruk dat de overheid alle aandacht en middelen concentreert op de steden. Geert Mak: “In Groningen heeft de overheid honderden miljarden verdiend met gaswinning. De mensen zitten er nu wel met grondverzakkingen en aardbevingen, maar de staat heeft hen jarenlang aan hun lot overgelaten. Natuurlijk wreekt zich dat politiek.”

Professor Thissen: “De Nederlandse overheid zet veel middelen op stedenbeleid. Daar zit de groei, daar zitten de plussen van de globalisering. En buiten de Randstad bekijken ze het maar.”

Het is een idee dat heel sterk leeft in het buitengebied, of het nu in Ohio, Groningen of de Franse Ardennen is. Dat de winnaars het netjes voor elkaar hebben en houden. En dat gevoel is niet altijd onterecht.

“Het establishment mag mislukken en nog eens mislukken, het zal altijd overleven en het zelfs nog beter krijgen. Er wordt vals gespeeld om het te laten winnen, zoals in een casino.”

(George Packer, 'The Unwinding', p. 282)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234