Dinsdag 01/12/2020

Waarom huilen mensen, en dieren niet?

Vrouwen huilen intenser

en vaker dan mannen. Hoe komt dat, en waarom is de mens het enige wezen aan wiens wangen tranen biggelen? Hoogleraar emoties en welbevinden Ad Vingerhoets zoekt een antwoord.

Door Marnix Verplancke

Toen in 1542 de overlevenden van een Spaanse schipbreuk het Texaanse strand op strompelden werden ze opgewacht door een groep lokale indianen, die tot hun verbazing tranen met tuiten begonnen te huilen. Wisten zij veel dat die indianen iedere keer als ze een vreemde ontmoetten een half uurtje zaten te grienen. Dat was gewoon hun begroetingsritueel.

Een vrouw huilt gemiddeld om de twee à vier weken en een man een keertje om de twee maanden, blijkt uit recent onderzoek. Veel vaker dan gedacht dus, en toch weten we bitter weinig af van de redenen waarom ze het doen, of waar. Al kunnen we wel al een tipje van de sluier oplichten: mannen huilen het liefst wanneer hun favoriete sporter wint en vrouwen huilen in hun eentje op het toilet. Want gelukkig is er Ad Vingerhoets, een Nederlandse hoogleraar emoties en welbevinden en de auteur van Tranen, waarom mensen huilen.

Tranen storten

Ook al hield Dian Fossey bij hoog en bij laag vol dat ze een zilverrug had zien huilen, voor zover we weten is de mens het enige wezen dat tranen stort. Ook andere dieren hebben verdriet, zoals Jane Goodall opmerkte over haar chimpansees, maar dat drukken ze uit met hun gezicht en hun stem. Waarom, is dan de vraag, zijn wij wat dit betreft uniek, en daar blijkt niet meteen een antwoord op te verzinnen. Zelfs Darwin diende in Het uitdrukken van emoties bij mens en dier toe te geven dat hij het niet wist. Tranen huilen, schreef hij, is de uitzondering op de evolutieregel dat alle gedrag ooit functioneel is geweest. Wat andere (amateur)biologen aan het fantaseren zette en aanleiding gaf tot een aantal in meerdere of mindere mate belachelijke verklaringen. Zo vond iemand een levensdoel in het bewijzen dat de mens afstamt van een wateraap.

Leuk, aldus Vingerhoets, maar je schiet er geen meter mee op, om nog maar te zwijgen van het povere wetenschappelijke gehalte van al die gissingen. Als wetenschapper betreurt Vingerhoets dat er zo weinig onderzoek gedaan wordt naar tranen. En als dit al het geval is, blijkt het vaak vatbaar voor meer dan een interpretatie. Uit zijn eigen onderzoek bleek bijvoorbeeld dat zelfverzekerde mannen frequenter huilen dan mannen die hun eigen ego niet zo hoog inschatten. Dat was althans hetgeen ze zelf beweerden, maar, zo ging hem een licht op, misschien durfden zij gewoon te bekennen dat ze huilden en die twijfelaars niet.

Veel onomstootbaars is er dus niet geweten over huilen, behalve dan de objectief te meten feiten. Dat we twee traanklieren hebben in ons oog bijvoorbeeld, een om het oog constant nat te houden en een om het mee te spoelen, die ook actief wordt bij het huilen. Voorts is duidelijk dat huilen veel te maken heeft met hersenstructuren, neurotransmitters, neurohormonen en zenuwen, net zoals het reageren op gehuil trouwens. Wanneer een kersverse moeder een baby hoort huilen, gaat haar prolactine- en oxytocineniveau de hoogte in en schieten haar borsten vol. En dit zou weleens een hint kunnen zijn naar de functie van het huilen.

Baby’s hebben nog geen tranen. Die krijgen ze pas later en hoe ouder het kind wordt, hoe minder akoestisch het huilt, wat evolutionair gezien nog niet eens zo slecht is. Wie zijn keel openzet, wordt ook door zijn vijanden gehoord, maar wie druppeltjes water produceert niet. En aangezien een mensenkind vrij dicht bij de moeder wordt gekweekt, kunnen die druppeltjes voldoende zijn. Maar er is meer. Tranen hebben immers drie duidelijke effecten. Een huilende mens lokt meteen sympathie uit bij de omstaanders en wordt ook veel sneller geholpen. Tranen bevorderen dus de sociale cohesie. Dat werd prachtig aangetoond in een kleuterklas waar kinderen gevraagd werd een tekening van Nijntje in te kleuren. Degene die een Nijntje met een traan op de wang kregen, bleken nadien veel meer bereid om met andere kinderen te spelen en hun snoep te delen dan degene die een Nijntje zonder traan hadden ingekleurd. Een tweede effect is dat belagers die geconfronteerd worden met een huilend slachtoffer hem of haar vrijwel meteen met rust laten. Al zijn daar wel uitzonderingen op, zoals verkrachters, die agressief worden van tranen, en ook bij huiselijk geweld helpt huilen niet. En dan is er ten slotte ook nog het effect op de huiler zelf, die er rustig door wordt, al geldt dit ook niet in alle gevallen. Wie goed in zijn vel zit, zal na een huilbui opluchting voelen, wie depressief is niet. Een geneesmiddel, zoals Harry Potter in een van zijn boeken beweert, zijn tranen alvast niet. Van schreien kun je hoofdpijn, oogproblemen en bloedende stembanden krijgen.

Of iemand huilt, hangt ook af van zaken als de psychische aard, de sekse of eventuele vermoeidheid. En ook de cultuur is heel belangrijk. En dat is precies de reden waarom de studie van tranen meer is dan een fait divers. In Het zijn net mensen beschrijft Joris Luyendijk bijvoorbeeld het verschil tussen een Israëlische en een Palestijnse begrafenis. De eerste verloopt heel integer en herkenbaar voor ons. Bij de tweede komt heel wat agressie en wapengekletter kijken, wat Palestijnen bij ons meteen in een slecht daglicht stelt. Als we echter zouden beseffen dat hun cultuur openlijk huilen als zwak beschouwt en rouwen als iets voor de intieme kring, zouden wij hen ook beter begrijpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234