Vrijdag 27/11/2020

Politiek in memoriam

Waarom Hollande niet geschikt was voor het Franse presidentschap

De Franse uittredende president François Hollande.Beeld AFP

Pierre Briançon is senior correspondent voor Politico in Parijs.   

In 1985 vroeg François Hollande me om een baan. Ik was chef van de redactie economie en zakenleven van Libération, de linkse krant met een toen sterk stijgende oplage. Hij was werkloos nadat hij kort voor de socialistische president François Mitterrand had gewerkt, en hij zei dat hij journalist wilde worden.

In de loop van een lunch die een gemeenschappelijke vriend geregeld had, werd al snel duidelijk dat Hollande niet geïnteresseerd was in verslaggeving of onderzoeksjournalistiek. Hij wilde columnist worden en zijn mening geven over het economische beleid en de toestand in de wereld. Na kort overleg met Serge July, de stichter en hoofdredacteur van Libération, nam ik hem niet aan.

Ik heb dit verhaal maar een paar keer verteld in de vijf jaar waarin Hollande president van Frankrijk was, meestal aan het eind van een etentje met veel drank. En telkens weer was de reactie een ironische klaagzang van een van de tafelgenoten: ‘Waarom toch heb je hem niet in dienst genomen?’ De ondertoon is duidelijk: ‘Waarom heb je ons zijn presidentschap niet bespaard? Je had de geschiedenis kunnen veranderen.’

Ik moest aan dat etentje met Hollande denken toen ik een paar maanden geleden sprak met Pierre Moscovici, de Europees commissaris en ooit de financiënminister van Hollande. We hadden het over de werken van Hollande. De Franse president was in de peilingen op enkele cijfers beland en kreeg het nog harder te verduren door belastende onthullingen in een recent gepubliceerd boek van twee journalisten van Le Monde.

Moscovici verwoordde wat al langer de consensus was bij de top van de Socialistische Partij: Hollande was niet voorbestemd een president te zijn, zijn opgang was een aberratie, een castingfout, als zoiets al bestaat in de politiek. “Wij dachten allemaal dat als hij echt mocht kiezen, hij nog het liefst journalist zou worden”, zei Moscovici.

Kleurloze apparatsjik

Hollandes nalatenschap is verschrikkelijk voor links in Frankrijk. Zijn ongeziene onpopulariteit dwong hem ertoe de eerste president in de geschiedenis te worden die verzaakte aan een tweede ambtstermijn. En de ambtstermijn die hij wel volbracht, verwoestte de partij die hij ooit leidde. De socialistische presidentskandidaat, Benoît Hamon, was pas vijfde in de eerste ronde, met amper 6,3 procent van de stemmen. De Socialistische Partij lijkt nu gedoemd om zoals zo veel oude France instellingen die nooit sterven weg te glijden in eeuwige irrelevantie. De koploper bij de verkiezingen (en het enige nieuwe gezicht), Emmanuel Macron, bouwde zijn politieke geloofwaardigheid op buiten de partijmachine om.

Maar de mislukking van Hollande dateert van ver voor zijn presidentschap. In de 27 jaar tussen onze ontmoeting en zijn verkiezing als president had niemand veel gegeven om mijn verhaal. De man was niet bepaald gespreksmateriaal. In zijn vele jaren aan de top van de Socialistische Partij stond hij bekend als verstandig maar verder onopvallend en kleurloos. Hij was altijd iemands rechterhand of iemands echtgenoot (zijn partner Ségolène Royal was de socialistische presidentskandidaat die verloor tegen Nicolas Sarkozy).

Voor het Franse publiek was Hollande een van de vele apparatsjiks die als batterijkippen gefokt werden tijdens het presidentschap van François Mitterrand in de jaren 80. Voor de hoge pieten in de Socialistische Partij was hij quantité négligable.

Kijk naar zijn carrière. Toen Lionel Jospin in 1997 premier werd, volgde Hollande hem op als partijleider. Maar hij was nooit de grote baas. Ofwel was hij iemands gehoorzame hulpje (onder Jospin), ofwel mocht hij aanblijven omdat de grote jongens in de partij het te druk hadden met elkaar naar het leven te staan.

Jospin overwoog wellicht nooit hem minister te maken. En de reden waarom hij in 2011 de socialistische nominatie kreeg, was de neergang van de gedoodverfde kandidaat Dominique Strauss-Kahn wegens vermeende verkrachting en betrokkenheid bij illegale prostitutie. Het verklaart waarom Hollande de enige Franse president werd zonder voorgaande regeringservaring.

Bitter en gemeen

Hollande en zijn voorganger Sarkozy hebben wat van elkaar. Allebei stonden ze in de schaduw van de grotere mannen die Frankrijk in de jaren 70 en 80 leidden. Decennialang hadden mensen zoals Valéry Giscard d’Estang, François Mitterrand en Jacques Chirac de jonge garde slechts kruimels gegund om hun ambitie te voeden. Terwijl zij aan het regeren waren, gingen hun ondergeschikten helemaal op in de achterkamergevechten en cynische manoeuvres. Geleidelijk aan begonnen ze te denken dat het dat was waar de politiek om draaide.

Hollande, zei ex-premier Laurent Fabius ooit, is “gewoon een man die grapjes vertelt”. Zijn herhaalde, volgens sommigen geforceerde pogingen om grappig te zijn, drijven mensen in zijn omgeving soms tot wanhoop, omdat hij vaker niet dan wel grappig is.

Een van Hollandes vrienden merkt op dat de president in besloten kring ook gemeen en bitter kan zijn en achter de rug van mensen neerbuigende opmerkingen maakt. “Je denkt dat Hollande een prima kerel is omdat hij glimlacht en grapjes maakt”, vertelde hij me. “Het tegengestelde is waar.”

Hij had het ook over de houding van Hollande in 2007, kort voor zijn partner Ségolène Royal werd aangewezen als presidentskandidaat namens de socialisten, tot grote verrassing en afkeer van de oude garde. “Ze had zich al kandidaat gesteld en we zaten samen op een etentje”, zei hij. “François was de hele tijd aan het praten. Zij zei amper iets terwijl hij uitlegde dat ze nooit de nominatie van de partij zou krijgen – de partij waarvan hij dus voorzitter was – en hij vervolgens in het gat zou kunnen springen om de nominatie in de wacht te slepen.”

François Hollande en Ségolène Royal in 2015.Beeld REUTERS

Het koppel liep op zijn laatste benen. Een paar maanden later, nadat Royal verloren was tegen Sarkozy, gingen ze uit elkaar. Maar tijdens de campagne nam Hollande het geen enkele keer op voor de moeder van zijn kinderen, op wiens verlies hij gegokt had. Misschien was het ook op zijn aanraden dat geen enkele andere ‘olifant’, zoals de Franse socialisten de oude leiders van de partij noemen, haar steunde.

Cynische ambiguïteit

Hollandes presidentschap mislukte omdat hij zich geen raad wist met de diepe verdeeldheid die zijn bekering tot een marktvriendelijk beleid halverwege de rit teweegbracht in de partij. Hij werd geconfronteerd met een openlijke opstand van een groot deel van zijn parlementsleden, maar liet dat passeren. Hij tolereerde zelfs tegenkanting binnen zijn kabinet, en ging pas over tot het weren van economieminister Arnaud Montebourg nadat premier Manuel Valls dat geëist had. Een van de andere ministers die destijds moest vertrekken, was Hamon, de verrassende winnaar van de socialistische voorverkiezingen, die zijn campagne baseerde op een afrekening met het presidentschap van Hollande.

De weigering van Hollande om een einde te maken aan de ruzie tussen de radicale en hervormingsgezinde vleugel van zijn partij gaat minstens 20 jaar terug. Hijzelf is hervormingsgezind en deed in 1995 hard zijn best om de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, te overtuigen om voor het presidentschap te gaan. Maar zijn tijd aan het roer van de partij illustreert perfect de hypocrisie van het Franse socialisme.

Beeld AFP

Toen Lionel Jospin halverwege de jaren 90 kordaat weigerde de Britse premier Tony Blair en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder te volgen in hun poging een ‘derde weg’ uit te stippelen voor de Europese sociaaldemocratie, was Hollande een van de mensen die de visionaire kijk van hun baas toejuichten. De prioriteit van Jospin was het versplinterde links bij elkaar te houden, ook de verzwakte Communistische Partij. Hollande ging daarin mee en hield zich bezig met tactische spelletjes. Aan de groeiende ambiguïteit in zijn verdeelde partij deed hij niets.

In plaats van zich achter Blair en Schröder te scharen introduceerde Jospin de 35-urige werkweek. Hij voerde in het algemeen een marktvriendelijk beleid, maar benadrukte altijd dat dat op gezag van Europa was of omdat dat nodig was voor de stichting van een monetaire unie. Het theoretische dogma van de partij bleef ongewijzigd, de intellectuele fundamenten bleven intact.

In al die jaren bleef Hollande de opperste cynicus, de topapparatsjik, wiens enige doel was de macht te verwerven door zo veel mogelijk stemmen op links te ronselen. Later leidden grootse verklaringen zoals ‘de financiële wereld is mijn vijand’ in zijn campagne van 2012 ertoe dat de kiezers die hem op zijn woord geloofd hadden zich verraden voelden.

Onthechte waarnemer

In de voorbije maanden ging Hollande op rondreis door Frankrijk, zoals een zanger die zijn laatste tournee doet. Op een van zijn haltes maakte hij de triviale opmerking dat hij “blij en trots was dat presidentschap gedaan te hebben”. Alsof president worden voor hem het doel was, de bekroning van een carrière, niet de mogelijkheid om te regeren en te hervormen. Dat is misschien wel de reden waarom de Fransen beslisten dat het wat hem betreft welletjes was geweest.

In de loop van zijn presidentschap sprak Hollande geregeld met de twee journalisten van Le Monde, die een veelzeggende titel kozen voor het boek dat daaruit voortkwam: Un président ne devrait pas dire ça. Daarin klinkt Hollande als een onthechte waarnemer, zoals de journalist die hij ooit wou worden. Hij beschrijft de successen en mislukkingen van zijn bondgenoten en vijanden alsof hij geen betrokken partij was.

Na onze lunch samen begon Hollande inderdaad een column te schrijven voor een krant, Le Matin de Paris, een krabbelend socialistisch blad dat later failliet ging. En eerlijk is eerlijk: je kunt hem dat fiasco niet in de schoenen schuiven. Net zomin als je het mij kunt aanrekenen dat hij daarna opkwam voor het parlement en een lange politieke carrière uitbouwde die ik nooit had kunnen voorkomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234