Dinsdag 27/10/2020

oxytocine

Waarom het knuffelhormoon nog geen wondermiddel is

Beeld Flip Franssen/Hollandse Hoogte

Voor allerlei psychische klachten - van schizofrenie tot autisme en nu ook PTSS - experimenteren onderzoekers met het toedienen van oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd. Soms levert dat spectaculaire verbeteringen op, maar soms werkt het averechts.

Oxytocine is een hormoon en neurotransmitter (een stof in het lichaam die signalen aan de hersenen doorgeeft). Het komt onder meer vrij in het lichaam bij een bevalling (dan werkt het weeënopwekkend en pijnstillend), het geven van borstvoeding (de toeschietreflex) en de liefdesdaad (een orgasme draagt bij aan de hechting). Het wordt dus geassocieerd met affectie en sociale interactie. Dat biedt mogelijkheden, hebben psychologen en medici gedacht.

Omdat oxytocine ook in een lab kan worden gefabriceerd, zijn onderzoekers sinds een jaar of vijftien aan het kijken hoe het precies werkt en waarop het zoal invloed heeft. Aanvankelijk vooral bij dieren, maar sinds een jaar of vijf ook bij de mens.

In die vijf jaar is het hard gegaan. Oxytocine lijkt haast een toverwoord in de neurowetenschappen. Verschenen er rond 2010 een paar onderzoeken per jaar naar de mogelijke werking ervan bij allerhande psychisch disfunctioneren, inmiddels zijn het er een paar per week. Zo promoveerde breinwetenschapper Saskia Koch vorige week nog aan de Universiteit van Amsterdam op haar studie naar de inzet van oxytocine bij mensen die kampen met posttraumatische stressstoornis (PTSS). Het is het eerste onderzoek bij mensen met deze aandoening.

Kun je de ervaring van angst dempen, kun je therapiesessies verlichten en kun je mensen met PTSS van hun verhoogde stressniveau of angstreflexen afhelpen? Allemaal vragen die Koch en anderen in haar onderzoeksgroep bekeken.

Koch maakte bij haar studie gebruik van politieagenten die ingrijpende ervaringen achter de rug hebben, waarna een deel van hen PTSS ontwikkelde en een deel niet. Zij moesten onder meer kijken naar verschillende gezichtsuitdrukkingen. Via een MRI-scan bekeek Koch de activiteit van de amygdala, het besturingssysteem in onze hersenen waar oxytocine onder meer op ingrijpt. De amygdala geeft ons basale signalen van dreiging: moet ik vluchten, vechten, of is de situatie veilig. Bij mensen met PTSS is dit systeem zo verstoord dat ze vrijwel permanent in een verhoogde staat van alertheid verkeren, waarbij het niet uitmaakt of hun omgeving veilig is.

Helaas waren de uitkomsten van haar studie minder eenduidig dan gehoopt. Bij een deel van Kochs proefpersonen werkte de oxytocine angstremmend, bij een ander deel werkte de toediening juist averechts: hun amygdala werd actiever.

"In grote lijnen kun je zeggen dat oxytocine bij de getraumatiseerde mannen in mijn onderzoeksgroep het beste werkte", zegt Koch, "en dat de mensen die van nature een goed gereguleerd angstsysteem hebben juist slecht op oxytocine reageerden. Het lijkt wel alsof je het systeem als het ware kunt overvoeren."

De reactie van een persoon hangt bovendien erg af van hoe de context wordt ervaren, zegt Koch. "Als iemand een situatie als onveilig ervaart, kan dat gevoel versterkt worden. Het hangt er dus van af hoe iemand sociale informatie uit de omgeving interpreteert. Het is niet zo dat oxytocine mensen per definitie beter van vertrouwen maakt."

Burn-out

Al met al sluiten Kochs bevindingen aan bij een lange rij oxytocinestudies: veelbelovende hypotheses, een aantal mooie resultaten, maar vooral ook een hoop verwarrende uitkomsten. Toch noemt Mattie Tops haar onderzoek een belangrijke stap. Tops is oxytocine-expert aan de Vrije Universiteit Amsterdam en vergelijkt onder meer de werking van oxytocine bij gezonde mensen en mensen met een burn-out.

"Je kunt niet zeggen: omdat de uitkomst niet zo opzienbarend of eenduidig is als we hoopten, is het onderzoek minder succesvol", zegt Tops. "We weten alleen wel dat we voorlopig nog geen oxytocine in de behandelkamer van de therapeut zullen zien."

Tops is ervan overtuigd dat een onderzoeksstap als deze meer informatie oplevert. "We moeten achterhalen hoe de stof precies in het brein werkt, onder welke omstandigheden mensen erop reageren, welke mensen wel en welke niet. We weten bijvoorbeeld al dat de effecten het grootst zijn bij mensen die niet goed zijn in het interpreteren van sociale context en informatie. Vandaar ook de gedachte dat oxytocine bij autisme kan worden gebruikt."

Subtiel effect

Ook Bernet Elzinga, die zich als hoogleraar stressgerelateerde psychopathologie veel met PTSS-onderzoek bezighoudt aan de Universiteit Leiden, is enthousiast over het onderzoek van Koch. "Feitelijk toont dit onderzoek aan hoe subtiel de effecten van oxytocine zijn en vooral ook hoe particulier. Ik zie zulke bevindingen als een waarschuwing, dat we nog ver af staan van een klinische toepassing. In elk geval bij het behandelen van PTSS."

Volgens Elzinga moet je oxytocine zien als een mechanismeversterkend middel. "Ben je een persoon met een diepgeworteld wantrouwen, dan zal oxytocine je niet opener en ontspannener maken naar je omgeving, maar juist het wantrouwen versterken."

Ze verwijst naar een aantal bekende studies met mensen met borderline bij wie oxytocine een totaal ongewenst effect bleek te hebben: ze voelden meer argwaan, agressie en wantrouwen. "Als wantrouwen zo diep verankerd zit, word je alleen maar slechter van het hormoon.

"Mensen zijn geen neutrale machines waar je een pil in kunt stoppen en waarbij het effect altijd hetzelfde is. Ieders angstsysteem functioneert op zijn eigen manier."

In Leiden zetelt ook hoogleraar gezinspedagogiek Marinus van IJzendoorn. Hij stortte zich jaren geleden al vol toewijding op de neurotransmitter die zo'n cruciale rol speelt bij de hechting tussen ouders en kinderen. Van IJzendoorn ontdekte dat iemands opvoeding de werking van oxytocine doorslaggevend beïnvloedt. Wie een veilige, liefdevolle achtergrond heeft, zal positief op het hormoon reageren. Anders liggen argwaan en vijandigheid op de loer.

"Ik vind de populariteit van oxytocine op internet bedenkelijk", zegt de hoogleraar. "Door de bijnaam 'knuffelhormoon' en de warme gloed die knuffelen oproept, hebben mensen er allerlei positieve associaties bij. Maar de buisjes die onder de naam 'liquid trust' worden verkocht, zijn net zo werkzaam als een bus haarlak."

In 2013 publiceerde Van IJzendoorn een overzichtsstudie in het vakblad Translational Psychiatry waarin hij negentien studies naar de inzetbaarheid van oxytocine bij autisme, sociale angst, postnatale depressies, obsessief compulsieve stoornissen, schizofrenie, borderline en PTSS onder de loep nam. De effecten waren wisselend en minimaal.

Wonderlijk genoeg maken deze inzichten Van IJzendoorn niet minder enthousiast over oxytocine. "Zo werkt wetenschap. Het vergt jaren om greep te krijgen op de werking van oxytocine in relatie tot andere neurotransmitters en complexe menselijke emoties. We zijn pas begonnen."

Wel vindt de hoogleraar het zorgelijk dat er (bijvoorbeeld in de VS) al plekken zijn waar kinderen met autisme met oxytocine worden behandeld, om hun sociale vaardigheden bij te spijkeren. "We weten nog onvoldoende van de langetermijnwerking, schadelijke bijwerkingen van grote hoeveelheden en de relatie met omgeving, ervaringen en karakter en het stofje om tot zo'n stap over te gaan."

Ook Carsten de Dreu, hoogleraar psychologie in Leiden, ziet een toekomst voor oxytocine, maar waarschuwt voor te overspannen verwachtingen in het heden. Hij was in 2010 de eerste die aantoonde dat oxytocine in het lichaam niet alleen leidt tot meer empathie en affectie, maar ook tot meer agressie. Zijn studie kwam in Science terecht en wordt nog wekelijks aangehaald door neurowetenschappers.

"We ontdekten dat de stof vertrouwensrelaties en altruïsme binnen een groep versterkt, maar alleen naar de leden van de eigen groep. Richting leden van een andere, bedreigende groep versterkte het juist vijandigheid en agressie."

Weg met Dr. Love

Met die ontdekking kwam er wat De Dreu betreft zeker geen einde aan de gedachte dat oxytocine op een dag bij allerhande psychische aandoeningen kan worden gebruikt. "Het is vooral van belang om in te zien dat neurotransmitters geen simplistische stofjes zijn. Daarom vind ik het zorgelijk dat er mensen zijn die oxytocine blijven neerzetten als het ultieme middel om je zelfvertrouwen te vergroten of onderling vertrouwen te versterken. Dat zet mensen op het verkeerde been. Bovendien bevatten de sprays die je online kunt kopen een veel te lage dosis oxytocine, als het er al in zit."

De Dreu staat daarin niet alleen. Wetenschappers buitelden over elkaar heen met verontwaardigde reacties toen de Amerikaanse psychologiehoogleraar Paul Zak - bijnaam Dr. Love - tijdens een TED Talk in 2011 "acht omhelzingen per dag" adviseerde of anders "een snuifje oxytocine". Ironisch bedoeld of niet, zijn relaas zou de wetenschap geen goed doen.

Toch toont De Dreu zich optimistisch over de toekomst. "Oxytocine speelt een centrale rol in ons sociale brein. We zijn pas een paar jaar serieus bezig met dit soort studies, moet je bedenken. Misschien komt er niks van, maar wellicht is het over tien jaar vanzelfsprekend dat we oxytocine bij de behandeling van autisme gebruiken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234