Woensdag 11/12/2019

Waarom het afgelopen is met de noordpool

Het is een van de laatste grenzen van de mensheid, het is er extreem koud en buitengewoon mooi. Maar de ijskappen op de noordpool smelten als sneeuw voor de zon. Velen van ons zullen wellicht nog meemaken hoe ze volledig de dieperik ingaan.

Londen

The Independent

Steve Connor

Het hoge Noorden is fel bedreigd. Het land van ijs en sneeuw smelt zodanig snel dat wetenschappers een volledig ijsvrije noordpool voorspellen tegen het einde van deze eeuw. Dat is niet meer gebeurd sinds de warme 'interglaciale' periode voor de laatste ijstijd, zo'n 30.000 jaar geleden.

De afnemende populatie van 22.000 ijsberen in de regio voelt die dramatische verandering al. Hun jachtterrein in de lente smelt letterlijk onder hun poten weg. Zowel de beren als de zeehonden die ze eten, kunnen niet langer vertrouwen op het bevroren landschap, dat voor hen cruciaal is om te overleven.

Niet alleen voor de dieren, ook voor de poolbewoners ziet de toekomst er allesbehalve rooskleurig uit. Groepen als de Saami, Aleut, Athabascan, Eyak en Metis overleven al eeuwen in een klimaat zo koud dat je adem onmiddellijk bevriest. Maar anno 2003 is hun levenswijze zo stilaan onhoudbaar geworden. Zo'n vijf jaar geleden begonnen de inlanders van Alaska hun stem te verheffen over hun bedreigde thuisland. In het Greenpeace-rapport 'Antwoorden van de ijsrand' getuigen ze over de gevolgen van het smeltende ijs. "Om een of andere reden moeten we de zeehonden waarop we jagen steeds verder zoeken", vertelt Gibson Moto, inwoner van het dorpje Deering in Alaska. Benjamin Neakok, die in het Noord-Alaskische Point-Lay woont, bevestigt dat: "In de herfst, wanneer het ijs zich begint te vormen, is het moeilijk om te jagen. Het is zeer gevaarlijk omdat het ijs niet sterk genoeg is. Nadat het gevroren heeft, zijn er altijd nog een paar open plekken. Soms vriezen die pas dicht in januari."

Het land van ijs en sneeuw is in feite een enorm zeebassin met drijvend ijs, begrensd door Groenland, Canada, Alaska, Siberië en Scandinavië. Zeeijs bestaat het hele jaar door, maar normaal gezien verdikt het tijdens de koude poolwinters en smelt het tijdens de lange zomerdagen, wanneer de zon nooit ondergaat.

Maar het warmere klimaat brengt met zich mee dat de zomerse smeltperiode iedere tien jaar vijf dagen langer wordt. Met als resultaat dat de ijshoeveelheid de laatste vijftig jaar significant is gedaald. Wetenschappers van het Met Office, het Britse meteorologische instituut, voorspellen dat de noordpool tegen de zomer van 2080 volledig ijsvrij zal zijn, een triest snelheidsrecord.

De ijsberen en zeehonden zijn niet de enige dieren die met uitsterven bedreigd zijn, de noordpool is ook de thuisbasis van heel wat unieke zeedieren zoals de narwal, een walvis met een lange, eenhoornachtige tand, de walrus en de witte dolfijn. Meer dan 150 vissoorten leven in de Noordelijke IJszee, net als vele zeldzame vogels als alken en ivoormeeuwen. Niemand kan voorspellen wat voor hen de gevolgen van een ijsvrije oceaan zullen zijn.

De eerste tekenen dat er iets loos was met de noordpool verschenen in de late jaren tachtig. De gigantische Russische ijsbreker Arcktika baande zich tijdens de zomer van 1987 als eerste schip een weg naar de geografische pool. Dat was lange tijd onmogelijk geweest. Nu is het de gewoonste zaak van de wereld dat toeristen door het dunne zomerijs naar de noordpool varen.

Ooit was de noordpool bijna uitsluitend het domein van militairen. Gelegen tussen de twee nucleaire supermachten was de regio een speeltuin waar de actoren van de Koude Oorlog hun oorlogsspelletjes konden uitvoeren. De Amerikaanse atoomduikboot USS Nautilus maakte in 1958 de eerste tocht onder het ijs naar de noordpool. Ook Rusland deed dat in het geheim. Groot-Brittannië volgde in 1971 met een reis van de HMS Dreadnought, de eerste Britse nucleaire onderzeeër.

In tegenstelling tot de oude dieselduikboten moesten de nucleaire onderzeeërs niet regelmatig naar de oppervlakte komen om bij te tanken. Daardoor konden ze veel langer onderwater blijven en duizenden kilometers onder de ijsmassa varen. Waar het ijs dun genoeg was, kwamen die duikboten naar boven, zoals de Dreadnought in 1971, vlak bij de geografische pool. Zulke tussenstopjes waren goed voor het moreel van de bemanning, die na lange dagen onder het ijs even kon rondlopen of op de ijskap kon voetballen.

De dikte van het poolijs was cruciale informatie voor de kapiteins van de onderzeeërs. De Amerikanen hadden zelfs een 'ijspiloot', die via sonar de dikte van het ijs moest berekenen. Op Britse duikboten kregen wetenschappers van het Scott Polar Research Institute in Cambridge die opdracht. Een van hen, Peter Wadhams, groeide op nabij de dokken van Tilbury in Essex en wilde altijd al de oceanen op. Nadat hij afstudeerde ging hij mee met een wetenschappelijke expeditie die de volledige kustlijn van Noord en Zuid-Amerika afvoer. Het onderwerp van zijn doctoraat was het poolijs, in de jaren zeventig nog onontgonnen terrein. Dertig jaar geleden was de opwarming van de aarde immers geen issue, maar wel de afkoeling ervan. "Er heerste een soort irrationele angst dat de wereld een volgende Ijstijd tegemoet ging", herinnert Wadhams zich.

Die bekommernis maakte dat poolijs eind jaren zestig een hot wetenschappelijk item werd. IJsland had drie opeenvolgende jaren af te rekenen met ijsbarrières. De schrik dat de IJslandse havens in een nieuwe ijstijd 's winters onbruikbaar zouden worden, maakte dat het land in 1971 een internationale conferentie over het poolijs hield. Het zou het laatste jaar blijken dat de IJslandse havens dichtvroren.

Wadhams had zijn specialiteit slim uitgekozen. Er was nog niet veel geweten over poolijs, de samenstelling ervan en de rol die het in het klimaat van de regio en bij uitbreiding van de wereld speelde. Maar de metingen van onderzeeërs begonnen andere wetenschappelijke bevindingen te overschaduwen. Tegen de jaren negentig werd duidelijk dat het ijs niet toenam, maar integendeel dunner werd. Twee onderzoeksteams kwamen tot vrijwel dezelfde conclusies over de staat van de poolkap.

Amerikaanse wetenschappers analyseerden data van duikboottochten tussen 1958 en 1976 en van 1993 tot 1997. Ze kwamen tot de conclusie dat het poolijs met maar liefst 42 procent verminderd was. De Britten vonden een vergelijkbaar resultaat (43 procent) door de vergelijking van sonardata tussen 1976 en 1996. De recentste schattingen suggereren dat het poolijs de voorbije dertig jaar van een gemiddelde dikte van 4 naar 2,7 meter is geëvolueerd. Satellietfoto's bevestigen dat het ijs per tien jaar zo'n 4 procent krimpt.

Het meest verontrustende van de informatie die de voorbije decennia werd verzameld, is dat het hele proces onomkeerbaar lijkt. De noordpool warmt momenteel acht keer sneller op dan op eender welk moment in de vorige eeuw, stelt satellietanalist Mark Serreze van de universiteit van Colorado. De recentste zomers zijn niet alleen langer, maar ook een stuk warmer. Elke tien jaar stijgt de gemiddelde temperatuur met 1,2 graden Celsius. "We zien met andere woorden geen herstel. Wat we zien, bevestigt die algemene trend", aldus Serreze.

Maar wat betekent dat nu voor de noordpool, de bewoners ervan en de dieren die er rondlopen? Volgens Wadhams zullen er zowel winnaars als verliezers zijn. Een van de voordelen van de evolutie is dat de noordelijke zeeroute het hele jaar open zal zijn, waardoor voor schepen de afstand tussen Japan en Europa met duizenden kilometers zal verkorten en de Russische economie een stevige stimulans zal krijgen.

Een ander mogelijk voordeel is dat het ijs van de Barentszzee, wellicht de koudste, meest ongerepte en rijkste zee ter wereld, zal smelten. Het zeeleven zal profiteren van het extra zonlicht en fytoplankton door het verdwijnen van het ijs. Daardoor zullen nog rijkere visgronden voor kabeljauw en andere commerciële vissoorten ontstaan.

Maar Wadhams wijst ook op een schaduwzijde. Volgens de wetenschapper is ongeveer 7 procent van de aardoppervlakte bedekt met ijs, waarvan het grootste gedeelte in de de poolgebieden. Zonder dat ijs zal de planeet er heel anders uitzien. "De met ijszeeën vormen het koude uiteinde van de enorme hittemachine die het mogelijk maakt dat mensen op de meeste plekken op aarde kunnen leven", legt hij uit.

Zijn grootste vrees is dat het smelten van het poolijs de oceaanstromingen kan verstoren die nu als een transportband warmte van de ene kant van de planeet naar de andere kant brengen. De Golfstroom brengt bijvoorbeeld warmte vanuit de Caraïben naar Groot-Brittannië en zorgt zo voor milde winters. Zonder die stroom zouden de Britten dezelfde bitter koude winters meemaken als Newfoundland, dat op dezelfde breedtegraad ligt en niet geniet van die warme Golfstroom.

Wetenschappers zijn bezorgd dat de motor van die globale transportband zou stilvallen. Bij de vorming van zee-ijs wordt namelijk zout afgestoten, waardoor het zoutgehalte in het omgevende water stijgt. Dat koude water, met een grotere dichtheid, zinkt naar de zeebodem, waardoor warmer en minder zout water naar de oppervlakte komt. Als er zich geen zee-ijs meer vormt, zou dat proces kunnen stoppen. En er zijn al tekenen dat het vertraagt.

Wadhams zegt dat hij al waargenomen heeft hoe een cruciale factor in dit proces is verdwenen. De Odden-ijstong was ooit een gigantische ijsmassa die zich elke winter ten oosten van Groenland vormde. Het jaarlijks geproduceerde ijs speelde een belangrijke rol in de warmtecirculatie in de oceaan, maar nu is het verdwenen. "Wellicht zal die ijstong in de Groenlandzee zich nooit herstellen", zegt Wadham. "Ze is voor het laatst gezien in 1997."

De Noordelijke IJszee is in een generatie fel veranderd en zal dat blijven doen in de toekomst. Op een dag in deze eeuw zal het ijs op de noordpool volledig verdwenen zijn. Dat zal mogelijk het begin zijn van een veel serieuze verandering voor de rest van de wereld.

Wetenschappers voorspellen tegen einde deze eeuw volledig ijsvrije noordpool

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234