Zondag 29/11/2020

InterviewHistoricus Koen Aerts

‘Waarom herdenken de Belgen het einde van WO II niet?’

Een gewonde soldaat in New York viert op 8 mei de capitulatie van het Duitse leger en het einde van de Tweede Wereldoorlog.Beeld Gamma-Keystone via Getty Images

Vrijdag is het 75 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog aan zijn eind kwam. Moet 8 mei weer een officiële feestdag worden? Historicus Koen Aerts, bekend van de Canvas-reeksen Kinderen van..., denkt van wel. ‘Op voorwaarde dat de holle frasen achterwege blijven.’

Uitzinnige mensenmassa’s en volksfeesten: zo hevig als het einde van de Tweede Wereldoorlog 75 jaar geleden is gevierd, zo stil is het vandaag. Terwijl de overwinning op het nazisme in Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk wel uitgebreid wordt herdacht, passeert 8 mei geruisloos in ons land. 

“Ik heb met open mond naar de herdenkingen in Nederland gekeken”, zegt historicus Koen Aerts (UGent), die bij de VRT kwam aankloppen om de reeksen Kinderen van de collaboratie en de Kinderen van het verzet te maken. “Wat ik zo opmerkelijk vond waren de rake toespraken, en dan vooral die van koning Willem-Alexander. Hij ging precies in op een heet hangijzer in het historisch onderzoek. Toen zijn overgrootmoeder, koningin Wilhelmina, tijdens de oorlog vanuit Londen de Nederlanders via de radio toesprak, was ze om een of andere reden niet scheutig om het lot van de vervolgde Joden onder de aandacht te brengen. Haar tekstschrijver bereidde er wel passages over voor in haar speeches, maar zij negeerde die meestal. Dat Willem-Alexander daar nu de aandacht op vestigt, vind ik heel sterk.”

Herman Van Goethem, rector van de Universiteit Antwerpen, heeft er al vaker voor gepleit om van 8 mei een officiële feestdag te maken, om stil te staan bij het belang van democratie. Moet die er volgens u ook komen?

Koen Aerts: “In Duitsland gaan er in de deelstaten ook stemmen op om 8 mei in te voeren als officiële herdenkingsdag. Daar zouden ze de bevrijding van het nationaal-socialisme willen herdenken, ook als een waarschuwing tegen extreemrechts dat er weer opduikt. Bij ons is de feestdag afgeschaft in 1974, in de context van de federalisering van het land. Al sinds de jaren 1950 is de herinnering aan de oorlog bij ons communautair geladen, door de band van het Vlaams-nationalisme met de collaboratie. Daarom was 11 november, het einde van de Eerste Wereldoorlog, een veel veiligere feestdag om de beide oorlogen te herdenken.

“Gezien de impact van de Tweede Wereldoorlog op onze maatschappij zou ik ook van 8 mei een feestdag maken. Op voorwaarde dat de herdenking geen simpel ritueel wordt met holle frasen en vlaggenvertoon. Maar stel nu dat koning Filip in een toespraak over zijn eigen grootvader Leopold III zou toegeven dat die niet zo’n sympathieke rol heeft gespeeld – dat zou toch frappant zijn.

“Uit onderzoek weten we dat Leopold III en zijn entourage het idee genegen waren om onder Duitse vleugels een autoritair regime te installeren in België. Alleen hebben ze daar nooit de kans toe gekregen. Als je ook daarover praat, krijg je de kans om nieuwe inzichten uit het historisch onderzoek te delen. Het verleden komt dan in al zijn complexiteit aan bod.”

Maar ook vandaag blijkt het dus nog steeds moeilijk. In Kinderen van de collaboratie leken sommige getuigen zelfs nog steeds achter de collaboratie te staan. Ook na alles wat we nu weten over de collaboratie en de Jodenvervolging. 

“In de reeks had je inderdaad de uitschieters van Jan Tollenaere, de zoon van een prominente collaborateur. En Ledy Broeckx, die zei dat ze nog radicaler is dan haar ooms die aan het Oostfront hebben gezeten. Ook als ik lezingen ga geven, ervaar ik soms nog spanningen. Vorig jaar sprak ik voor een Oost-Vlaamse afdeling van het Davidsfonds. Toen ik aankwam, werd mij meteen verteld dat een deel van het bestuur van die afdeling ontslag had genomen. Zij waren ook beïnvloed door de berichtgeving over die reeks in ’t Pallieterke, waarin wij als experts belachelijk werden gemaakt.

Dan stel je inderdaad vast dat de kennis van het verleden nog steeds gecontesteerd wordt. Wat historici ook schrijven, je zal altijd mensen hebben die bewust wegkijken. Vaak krijg je dan dezelfde dingen te horen: de repressie na de oorlog was vooral tegen Vlaanderen. Als je dan vertelt dat collaborateurs in Franstalig België net veel strenger werden bestraft, word je in sommige middens nog steeds weggezet als een ‘Vlamingenhater’.

“Iedereen heeft een achtergrond en een mening en kan zeker kritiek leveren op het werk van historici. Maar wij doen onze uitleg op basis van wetenschappelijk onderzoek, dat gecontroleerd wordt door collega’s. Ik kan niet liegen over cijfers en bronnen. Dat is ook het belang van ons metier.

Historicus Koen Aerts: "Wat historici ook schrijven, je zal altijd mensen hebben die bewust wegkijken."Beeld Tim Dirven

Is het voor wetenschappers een voordeel dat de oorlog ondertussen al 75 jaar achter ons ligt, omdat er nu voldoende afstand is voor kritisch onderzoek?

“We zitten alleszins op een scharniermoment, waarbij de laatste rechtstreekse getuigen verdwijnen. Uiteraard is dat heel jammer. Maar aan de andere kant werd de geschiedschrijving over de collaboratie net heel lang gedicteerd door de gevoeligheden van oud-collaborateurs en hun kinderen. In België is de studie naar de Jodenvervolging ook heel laat op gang gekomen. Eigenlijk is dat pas gestart in de jaren 1990, toen de internationale belangstelling ook ons land binnensijpelde, mede door films als Schindler’s List

“Het eerste kritische boek over de Oostfronters is geschreven door Bruno De Wever in 1984. Maar hij heeft daarin niet uitgeklaard of de Vlamingen aan het Oostfront hebben deelgenomen aan acties tegen partizanen of aan de afslachting van Joden. Frank Seberechts heeft dat uiteindelijk uitgewerkt voor zijn Drang naar het Oosten, maar dat boek is pas vorig jaar verschenen. Ik heb hem er ook een belangrijk dossier voor kunnen aanreiken, over Jan Van Ceulebroeck, een Vlaamse beul in het concentratiekamp Stutthof. Uit zijn gerechtelijk dossier blijkt dat Van Ceulebroeck na de evacuatie van het kamp een vijftigtal Joodse vrouwen heeft neergeschoten met een machinegeweer. 

“Nieuwe bronnen, maar ook een wijzigende historische vraagstelling geënt op bredere maatschappelijke ontwikkelingen, leiden tot nieuwe inzichten. Eigenlijk weten we nog maar een fractie van wat we zouden kunnen weten.”

De voorbije maanden is de Kazerne Dossin vaak in het nieuws geweest. Historici kwamen daar lijnrecht tegenover nabestaanden van Holocaust-slachtoffers te staan. Hoe kijkt u daarnaar?

“Zelf ben ik een grote voorstander van het programma dat voormalig directeur Christophe Busch in het museum heeft uitgerold. Hij heeft onder andere opleidingen ontwikkeld voor politieagenten om na te denken over morele vraagstukken, door te kijken naar de betrokkenheid van de Belgische politie bij de razzia’s op Joden in de oorlogsjaren.

“De wetenschappers wilden waken over de missie van de Kazerne Dossin, maar kwamen in conflict met het bestuur van het museum. Dat wil liever focussen op de Holocaust, zonder al te veel de vertaalslag te maken naar hedendaagse mensenrechtenschendingen. Uiteindelijk nam het grootste deel van de wetenschappelijke raad daarom ontslag. Binnen de Joodse gemeenschap heeft die wetenschappelijke visie trouwens net zo goed een draagvlak, maar dat wordt amper gehoord.

“Het is ook een boutade die zo oud is als de straat: enkel degene die het heeft meegemaakt, heeft recht van spreken. Maar dan doek je de geschiedeniswetenschap eigenlijk op. Dan kun je zelfs niets meer doen met de middeleeuwen of de klassieke oudheid. Als historicus word je opgeleid om wetenschap te bedrijven. Als dat in botsing komt met gevoeligheden van getuigen of nabestaanden, dan is dat maar zo.” 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234