Vrijdag 13/12/2019

Opinie

Waarom helpen we seksueel misbruikte asielzoekers niet zoals het hoort?

Drie vluchtelingen aan de Servisch-Hongaarse grens, nabij Asttohatolom. Beeld REUTERS

Ines Keygnaert, Olivier Degomme, Luk Van Baelen en Dirk Van Braeckel zijn verbonden aan het International Centre for Reproductive Health (ICRH)-Universiteit Gent.

Het groeiende aantal asielzoekers in ons land plaatst de opvanginstanties voor een grote uitdaging. Naast de registratie die al tijds- en arbeidsintensief is, kost het de betrokken diensten veel moeite om aan de basisbehoeften van de asielzoekers te voldoen. Dit is begrijpelijk, maar het mag geen excuus zijn om alleen maar oog te hebben voor de materiële noden. Zo is er het probleem van seksueel geweld tegen asielzoekers. Er bestaan specifieke internationale richtlijnen over hoe men dit probleem in humanitaire crisissituaties moet aanpakken. Het lijkt alsof deze richtlijnen niet op Europa van toepassing zijn.

Uit onderzoek blijkt dat asielzoekers meer met seksueel geweld geconfronteerd worden dan de algemene bevolking. Ten eerste is seksueel geweld vaak een oorlogswapen. Dit is bijvoorbeeld al aangetoond in Bosnië, Congo en Rwanda, maar ook een omvangrijke groep asielzoekers uit Syrië en Irak is volgens internationale media slachtoffer van seksueel geweld. Ten tweede zijn asielzoekers ook kwetsbaar voor (groeps)verkrachting en uitbuiting onderweg. Zo bleek uit onderzoek van het International Centre for Reproductive Health (ICRH) aan de Universiteit Gent dat 48% van Sub-Saharaanse transmigranten op weg naar Europa was misbruikt.

De daders bleken vaak militairen en politie, maar ook mensenhandelaars. Ten derde toont ander onderzoek in 8 Europese landen waaronder België aan dat asielzoekers ook in Europa kwetsbaar zijn voor seksueel geweld. Dit gebeurt zowel in de bestaande opvangstructuren als daarbuiten. Seksueel geweld kan voor de slachtoffers en hun nabije omgeving ernstige en langdurige gevolgen hebben op het vlak van gezondheid, psychosociaal welzijn en participatie aan het maatschappelijk leven. Het probleem vraagt om een specifieke aanpak op het gebied van zorgverlening en preventie.

Ines Keygnaert. Beeld rv

In principe worden de Europese lidstaten in dit verband tot een actieve politiek verplicht. Zo stelt de Europese richtlijn uit 2013 inzake minimumstandaarden voor de opvang van asielzoekers (2013/33/EU) dat opvangstructuren verantwoordelijk zijn om slachtoffers van seksueel geweld adequaat op te vangen en om seksueel en gendergerelateerd geweld binnen de verschillende opvanginitiatieven te voorkomen. Daartoe werden instrumenten ontwikkeld die in 2011 onder alle Europese opvanginitiatieven werden verspreid maar ze worden nauwelijks gebruikt.

Ook de Verenigde Naties (VN) hebben richtlijnen uitgevaardigd over hoe slachtoffers van seksueel geweld in humanitaire crisissituaties best kunnen worden geïdentificeerd en geholpen, en welke acties men moet ondernemen om nieuwe gevallen van seksueel geweld in de opvangstructuren te vermijden. Deze richtlijnen zijn vastgelegd in het 'Minimum Initial Service Package' (MISP). Dit omvat onder meer het aanstellen van een coördinatie-agentschap, het uitvoeren van een aantal maatregelen om het risico op seksueel geweld te beperken, en het organiseren van medische, psychologische, psychosociale en juridische hulpverlening. Internationale instanties waken erover dat deze principes wereldwijd in humanitaire crisissituaties worden toegepast en ze hebben programma's om daar concreet op het terrein bij te helpen.

Deze VN-richtlijnen worden bij de huidige vluchtelingencrisis in Europa niet gevolgd. Wij vragen ons af waarom regels die gelden voor vluchtelingen over heel de wereld niet van toepassing zouden zijn op vluchtelingen in Europa. Een mogelijke verklaring is dat de bevoegde instanties zich nog onvoldoende realiseren dat wat nu in Europa gebeurt ongezien is. Tot voor kort kenden we een beperkte continue instroom van asielzoekers die een administratieve procedure doorliepen en die tijdens die periode gehuisvest werden in opvangcentra of lokale opvanginitiatieven verspreid over het land, en daarbij aangemoedigd werden om Nederlands te leren en zich zo goed mogelijk te integreren.

Deze procedure werkte prima zolang de instroom relatief klein was, maar momenteel hebben we te maken met een crisissituatie die een andere aanpak vergt. Ten eerste moeten we aanvaarden dat de huidige toevloed geen business as usual is en dat we in eigen land met een noodsituatie kampen. Ten tweede moeten we de principes en richtlijnen toepassen die gelden in dit soort noodsituaties. Daarbij moeten we ook erkennen dat de aanwezige ervaring rond dergelijke noodsituaties beperkt is. Het is dan ook aangewezen dat experts ter zake onder de auspiciën van de VN de richtlijnen naar de specifieke Europese omstandigheden vertalen.

We pleiten er dus voor om zo snel mogelijk samen met de gezondheidssector en met de betrokken nationale, Europese en VN-instanties te overleggen hoe we op basis van deze richtlijnen asielzoekers die met seksueel geweld geconfronteerd zijn geweest, kunnen identificeren en hoe we hen de nodige psychosociale en medische hulp kunnen bieden. Terzelfdertijd moeten preventieve maatregelen nieuwe gevallen van geweld voorkomen. Wij zijn van mening dat de richtlijnen die wereldwijd gelden voor vluchtelingen in noodsituaties, ook in het welvarende en veilige Europa van kracht moeten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234