Donderdag 14/11/2019

In memoriam

Waarom Gaston Berghmans zo lang moest wachten op erkenning

Het decor van de legendarische Joske Vermeulensketch. Beeld rv

De grootste en beste komiek van Vlaanderen is niet meer. Zaterdagochtend overleed Gaston Berghmans op 90-jarige leeftijd. Onze redacteur Joël De Ceulaer, die ooit nog sketches voor hem schreef, blikt terug op het leven van een man die veel te lang moest wachten op erkenning. Een persoonlijk eerbetoon.

Gaston Berghmans zit op een terrasje, met uitzicht op een druk kruispunt, rustig van een glaasje bier te genieten. Het zonnetje schijnt, het leven is mooi, er is niets aan de hand. Tot hij ineens ziet dat twee auto's met een enorme snelheid op elkaar afstevenen - de ene van links, de andere van rechts. Als zij niet tijdig stoppen of van koers veranderen, zullen ze frontaal op elkaar botsen. Gaston slaat zichtbaar in paniek, kijkt constant van links naar rechts, als was hij een tennismatch aan het volgen, en houdt zijn adem in. Ook de kijker zit op het puntje van zijn stoel.

Op het moment suprême, als ze allebei het kruispunt hebben bereikt, weten de twee bestuurders elkaar nog nét te ontwijken. Wat een catastrofe had kunnen worden, is op het nippertje vermeden. Toch lijkt Gaston niet opgelucht. Integendeel. Hij veert op van zijn stoel, spurt het café binnen, loopt naar het telefoontoestel dat naast de toog hangt en belt meteen de 100. Zodra iemand aan de andere kant van de lijn antwoordt, zegt hij, stijf van de stress, bijna struikelend over zijn woorden: "Hallo, met den 100? Het is om te zeggen dat ge genen ambulance moet sturen. Ze hebben mekaar just niet geraakt."

Lachband.

***

Gaston Berghmans als Joske Vermeulen, een sketch waarmee Gaston en Leo een plek verwierven in ons collectieve geheugen. Beeld VRT/Piet De Jonghe

In het najaar van 1990 verkochten mijn beste vrienden en ik onze ziel aan de duivel. Dat gebeurde meer bepaald in het beroemde etablissement Witzli-Poetzli, in de schaduw van de Antwerpse kathedraal. De Witzli was onze stamkroeg in die tijd. Het was een hippe tent waar men de betere blues en jazz speelde, en soms zelfs een integrale opera.

De modale klant zat er strak in het zwarte pak, droeg een hoornen brilletje, las De Morgen en Vrij Nederland en discussieerde over Franse filosofen, het einde van de geschiedenis en het oeuvre van de jonge en beloftevolle kunstschilder Luc Tuymans, die ook een van de stamgasten was.

Mijn vrienden en ik vulden er het ene bierkaartje na het andere met ideeën voor sketches voor Gaston en Leo. Het was alsof we zaten te vloeken in de kerk. In de kroeg waar neerkijken op die gangsters van VTM bijna verplicht was, zaten wij commerciële moppen te bedenken. Voor het geld, nog wel. En om ons te amuseren, dat ook. Soms vonden we onszelf zo grappig dat we ons de tranen in de ogen lachten.

Om na de hilariteit even op adem te komen schreven we weleens een paar liedjesteksten voor de jonge en beloftevolle schlagerzanger Helmut Lotti: onder meer Vergeten te leven, over een man die zo geobsedeerd was geweest door een onbereikbare vrouw dat hij had, euh, vergeten te leven.

De liedjes stuurden we naar Linda Van Waesberge bij platenfirma BMG Ariola, maar daar hebben we nooit iets van gehoord. Met de sketches hadden we meer succes: op een dag zat er een brief in mijn bus van de heer René Vlaeyen, directeur van het gelijknamige productiehuis, die een aantal van onze sketches, waaronder de bewuste ambulancegrap, wenste te kopen, voor de ferme som van 5.000 Belgische franken of 125 euro per sketch. Het geld dat wij zo incasseerden, investeerden wij uiteraard meteen weer in de omzet van de Antwerpse horeca - al hadden we toen beter gespaard voor een schets van Tuymans, desnoods ook op zo'n bierkaartje.

De BRT: niet plezant

Toen ik zaterdagochtend hoorde dat Gaston Berghmans op 90-jarige leeftijd was overleden, zocht ik op internet meteen het interview dat Ben Crabbé in 2007 met hem deed voor Spraakmakers. Na afloop stonden de tranen mij weer in de ogen, maar dan van ontroering.

Berghmans gaf in dat gesprek blijk van zoveel inzicht in de essentie van het leven, dat ik er stil van werd. Hij vertelde over de liefde voor zijn vrouw, die hij elke ochtend bij het ontwaken binnen de minuut aan het lachen bracht, over zijn positiviteit, zijn vechtlust en zijn perfectionisme. Tegelijk gaf hij voor het eerst openlijk toe hoezeer hij het altijd had betreurd dat "mensen die zichzelf intelligent noemen" - zoals hij dat zelf formuleerde - altijd op zijn humor en die van Leo Martin hadden neergekeken. Niet alleen in de Witzli-Poetzli, waar Berghmans wellicht nooit een voet heeft binnengezet, maar zelfs bij de top van de openbare omroep.

Bijna twintig jaar werkten Gaston en Leo voor wat toen nog achtereenvolgens de BRT en de BRTN heette. Zij hoorden bij de jaren 70 zoals Nonkel Bob en Armand Pien bij de jaren 70 hoorden: als televisievedetten die in elke Vlaamse huiskamer haast deel uitmaakten van het meubilair. Van de kijkcijfers die ze scoorden, soms bijna drie miljoen, kunnen nu alleen de Rode Duivels nog maar dromen. Er was geen concurrentie op televisie, alleen een beetje van André van Duin en Berend Boudewijn.

Maar de top van de openbare omroep keek op hen neer, vertelde Berghmans in dat interview voor Spraakmakers. "Ik kon het niet verdragen dat de directie ons voorbijliep in de gang", zei hij. "Dat ze ons niet bekeken. Dat was niet plezant. Ze bouwden soms wel een feestje als andere programma's meer dan twee miljoen kijkers haalden, maar ons belden ze nooit. Ze hadden geen respect voor ons."

En toen was daar ineens de commerciële omroep. Samen met de Muur in Berlijn werd in 1989 in Vlaanderen het monopolie van de BRTN gesloopt. Terwijl de culturele correctheid aan de Reyerslaan dat jaar nog leidde tot programma's zoals Container - waarbij twee filosofen letterlijk in een container werden gestopt om in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk moeilijke woorden te gebruiken - stampten Mike Verdrengh en wijlen Guido Depraetere in Vilvoorde een heus televisioneel pretpark uit de grond. Met helden zoals Walter Capiau, Luc Appermont én uiteraard Gaston en Leo, die bij VTM nog vier jaar, tot de dood van Leo Martin in 1993, volle gas hebben kunnen geven. Die overstap naar VTM was meteen ook het begin van de rehabilitatie.

Leo Martin en Gaston Berghmans in 'Zware Jongens'. Beeld rv

Zoals een goede Hamlet

Dat is het rare aan de carrière van Gaston Berghmans. Normaal gesproken verwacht je precies het omgekeerde, maar hij kreeg dus pas respect toen hij van de openbare naar de commerciële omroep overstapte. Niet alleen van de bazen, al zullen Mike en Guido in die jaren vaak genoeg getrakteerd hebben met de beste whisky en champagne. Nee, ook uit de culturele wereld kwamen ineens signalen van waardering en zelfs bewondering voor de Antwerpse volkskomiek. Vandaag zijn de grenzen tussen hoge en lage cultuur veel vager, toen waren dat nog twee verschillende universums: Gaston en Leo waren de eersten die officieel de oversteek mochten maken van het ene naar het andere.

Dat begon al met het duo dat de taak op zich nam om Gaston en Leo van eigentijds komisch materiaal te voorzien. Producent René Vlaeyen deed daarvoor een beroep op niemand minder dan Herman Van Molle en Karel Vereertbrugghen. Die twee kompanen, die bij de openbare omroep al ontelbare quizzen en komische programma's hadden vervaardigd, besloten om Gaston en Leo opnieuw uit te vinden. Ze deden dat onder meer door het niveau van de humor, in hun ogen althans, een beetje op te tillen. Er slopen gaandeweg slimme woordspelingen in de conferences, en de visuele humor werd soms een tikje surrealistisch, als wilden Van Molle en Vereertbrugghen er een scheutje absurditeit à la Monty Python aan toevoegen.

Om eerlijk te zijn: die 'betere' grappen werkten niet altijd. Gelukkig bleef de chemie tussen Gaston en Leo altijd intact: de serieuze, soms zelfs licht bombastische Leo Martin die voorzetten gaf die Gaston Berghmans in al zijn schrandere sulligheid maar hoefde binnen te koppen. "Zwaanst na ni, hé Leo."

En toen was daar ineens Jan Decleir. De man die je in die tijd veeleer dacht te kunnen aantreffen bij een stel filosofen in een container, om er te praten over Dario Fo en Hugo Claus, dook ineens op in de sketches van Gaston en Leo. Op VTM. Hij had zijn vriend Gaston in 1984 al een soortgelijke dienst bewezen, door een bijrolletje te spelen in de film Zware Jongens. Maar nu deed hij er nog een schep bovenop. Vanaf begin jaren 90 begon Decleir de lof te zingen van zijn collega. In Humo antwoordde hij op de vraag wat hij bij Gaston en Leo zat te doen: "Als Gaston roept, dan kom ik."

Tien jaar geleden, toen de 80ste verjaardag van Berghmans werd gevierd, zei Decleir op Canvas dat hij die jarenlange miskennig voor Gaston en Leo graag wilde rechtzetten. "Gaston was een van de grootste acteurs van Vlaanderen. En op de shows van Gaston en Leo hangt altijd iets in de lucht, dat zij er maar hoefden uit te plukken. Net zoals je dat moet doen om een goede Hamlet te spelen." Ik kom er al lang niet meer, maar ik vraag me soms af wat ze daar in de Witzli-Poetzli van vonden, van die - terechte - vergelijking.

In Vlaanderen word je als vedette nogal snel een Grote Mijnheer of een Straffe Madam. Je hoeft alleen maar heel erg oud te worden en dan ineens dood te gaan. Vaak voegt men er dan nog aan toe dat je dood "het einde van een tijdperk" is. Meestal is dat onzin. In het geval van Gaston Berghmans klopt het. Samen met hem wordt vrijdag het Vlaanderen van Nonkel Bob en Armand Pien definitief ten grave gedragen. Het Vlaanderen van die paar mooie naoorlogse decennia, toen de wereld nog overzichtelijk was en mensen nog konden gieren van het lachen met simpele, brave mopjes. Daarin school de kunst van Gaston Berghmans: hij had niet veel nodig om grappig te zijn.

In het gesprek voor Spraakmakers (u moet dat écht bekijken) vroeg Ben Crabbé nog wat Berghmans vond van de stand-upcomedians van deze tijd. Hij was daar niet zo wild van, bekende hij. "Er moet altijd seks in", klonk het. "Waarom eigenlijk? Waarom moeten ze tegenwoordig zelfs het woord 'penis' gebruiken?" Nee, Berghmans zou zich bij wijze van grap nooit hebben laten pijpen door een dwerg na eerst, al evenzeer louter fictief, anale seks te hebben gehad met een geit, zoals hedendaagse comedians weleens doen. De spot drijven met handicaps deed Berghmans ook niet. Toen hij eens een stotteraar had gespeeld en protestbrieven had ontvangen van ouders van stotterende kinderen, hield hij daar onmiddellijk mee op. "Ik heb nooit mensen belachelijk willen maken."

'De mensen laten brullen'

Ook over politiek wilde hij het niet hebben, al deed hij na zijn culturele rehabilitatie, samen met onder meer Jan Decleir, in 2006 mee aan de BV-campagne voor Antwerps burgemeester Patrick Janssens. Maar grappen maken over politici? "Nee", zei hij tegen Ben Crabbé. "Denkt u dat dat de massa zou aanspreken? De massa weet niets van politiek en wil zich daar niet mee bezighouden." Het devies van Gaston Berghmans luidde: "Niet nadenken, gewoon de mensen laten brullen." En gelijk had hij. Beter geen moppen over politiek dan slechte moppen over politiek, alle Geert Hostes nog aan toe.

Gaston Berghmans was een groot acteur, groter dan iedereen die hem omringde en met hem werkte. Zijn timing, zijn talent en zijn overgave waren ongeëvenaard. Het grootste deel van zijn oeuvre, waaronder de bioscoopfilms die hij samen met Leo in de jaren 80 maakte, haalde bijlange niet het niveau dat hij in een land als pakweg Frankrijk of Nederland had kunnen halen. Hij verdiende een groter publiek. Grotere budgetten. Betere regisseurs. En vooral: betere teksten.

***

Een tentje van de RTT, langs de kant van de weg. We horen het geluid van mannen die naarstig aan het werken zijn: geboor, geklop, geroep en gezucht. Na een paar seconden stopt dat lawaai ineens en wordt het stil. Op het volgende beeld zien we werkmannen die in de tent met de kaarten aan het spelen zijn. Gaston Berghmans zit naast een kleine stereo, en controleert wat er scheelt. De cassette moet worden omgedraaid, zo blijkt. Gaston klikt het cassetteluikje open, draait de cassette om, klikt het weer dicht, drukt op play en meteen hervatten de geluiden van werkende mannen. Hij grijnst en gaat rustig verder met kaarten, samen met de tevreden collega's.

Lachband.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234