Dinsdag 13/04/2021

Waarom fraudeonderzoeken zo vaak in de soep draaien

‘Het bewijs in de zaak KB Lux is op onregelmatige en zelfs illegale wijze verkregen’, zei strafrechter Pierre Hendrickx dinsdag in een vonnis dat de grond onder de KB Lux-fraudezaak wegblies. Het parket besliste intussen dat het in beroep gaat tegen het vonnis van de Brusselse rechtbank, maar het KB Lux-onderzoek blijft naast een hele rist andere fraudeonderzoeken aan de beademingsmachine liggen.

Het is een lange lijst, die van de geflopte gerechtelijke onderzoeken naar financiële malversaties. Er is de zaak KB Lux, die het gerecht naar 4.000 spaarders en 350 vennootschapsconstructies leidde. Het onderzoek lijkt na zestien jaar op sterven na dood. Er is Lernout & Hauspie, Vlaanderens intussen failliete belofte van de dotcombubbel, waarover in het beste geval begin volgend jaar een uitspraak volgt. Het onderzoek is daar al negen jaar bezig. De zaak-Beaulieu, over illegale subsidies en witwaspraktijken bij de West-Vlaamse textielgroep, sleept intussen al sinds 1987 aan. Een proces is nog steeds niet in zicht. Het onderzoek naar de Boelwerf, de scheepswerf in Temse die door de Nederlander Joep van den Nieuwenhijzen tot een sterfhuisconstructie omgevormd werd, duurde tien jaar, net als het onderzoek naar de illegale partijfinanciering bij Omob, de voorloper van Ethias. En politie en gerecht speurden dik zeven jaar naar malversaties bij de Bank Max Fischer, waarin Antwerpse diamantairs op zogenaamde Pipo de Clown-rekeningen hun zwarte inkomsten witwasten.Onderzoeken naar grootscheepse fraudes vertonen in België vaak twee belangrijke constantes: ze duren geweldig lang en draaien heel vaak op een sisser uit. Want al decennialang draaien onderzoeken naar financiële malversaties in de soep. De vraag is: waarom eigenlijk? “Omdat er in België gewoon geen belangstelling voor is”, mokt een misnoegde speurder. “Als je je buurman een mep verkoopt, vindt de hele straat je een slecht mens. Maar als je hem op slinkse wijze geld afhandig maakt, oogst je enkel respect. Dus ligt niemand wakker van hoogtechnologische financiële criminaliteit, ook de beleidsmakers niet. Want er vloeit zelden bloed bij, en dat maakt het voor de publieke opinie heel erg oninteressant.”

Alles loopt verkeerd

Misschien gaat de misnoegde speurder wat kort door de bocht, maar er zit zeker een grond van waarheid in zijn wat verzuurde betoog. Het lijkt wel of in België álles, maar dan ook álles de verkeerde kant uitgaat als het over onderzoeken naar financiële fraude gaat. Magistraten en politie missen expertise, onderzoeken duren te lang en worden op de verkeerde manier gevoerd, en onderweg regent het procedurefouten, meer dan ooit. En desondanks treedt het beleid niet op, klagen speurders en magistraten unisono. “Italië heeft gespecialiseerde financiële onderzoeksrechters die zich een carrière lang in financiële zaken kunnen verdiepen”, zeggen ze. “Wie in België hogerop wil in de magistratuur, moet van eerste aanleg naar beroep, en van beroep naar Cassatie of de Raad van State. En daar doen ze er alles aan om financiële expertise uit de financiële onderzoeken te houden, om elke zweem van belangenvermenging te vermijden.” Ander voorbeeld: in Angelsaksische landen worden bedrijven geacht een intern onderzoek gevoerd te hebben voor ze een klacht over fraude indienen, en vertrekt de politie van het bestaande privéonderzoek. België doet bij de kleinste klacht het onderzoek weer over vanaf nul, omdat de wet dat zo voorschrijft. Nog eentje, om het af te leren: in Nederland bakent de FIOD, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, in de eerste weken van een politieonderzoek zorgvuldig de grenzen ervan af. In België lopen parket en rechercheurs voortdurend in alle sloten tegelijk, getuigen ze. En nu ligt bij binnenlandse zaken ook nog een wet op de private recherche op de plank die voorschrijft dat bedrijven voortaan zelfs het kleinste interne fraudeonderzoek aan het parket zouden moeten melden. “De voornaamste verdienste van zo’n wet”, zegt een criticaster, “is dat het aantal interne onderzoeken in bedrijven fors teruggeschroefd zal worden, en dat de onderzoeken die wel lopen het parket dermate zullen overspoelen dat het nog meer verzuipt dan het vandaag al doet.”Wie met speurders en magistraten praat, hoort elke keer opnieuw dezelfde redenen terugkeren waarom het misloopt. Rechtbanken en politiediensten klagen over een gebrek aan expertise en een gebrek aan middelen. Ze hekelen de prehistorische wetgeving in fraudezaken en mopperen over de grenzen waar ze in zulke complexe bij uitstek internationale strafzaken steevast tegen botsen.Het gebrek aan experts laat zich op vele vlakken gevoelen. Bijvoorbeeld in het feit dat mensen die én verstand hebben van strafrecht en procedures, én snappen hoe een boekhouding in elkaar steekt, ontzettend schaars zijn. En de mensen die zulke expertise in huis hebben, werken doorgaans niet voor politie en parket. De financiële sectie is het eiland Elba van de federale politie, gniffelen speurders. ‘Wie niet deugt voor de moordsectie, vliegt daarheen - dik tegen zijn goesting meestal.” Misschien is die toestand de voorbije jaren al een beetje bijgesteld, nadat er een aantal spraakmakende financiële onderzoeken zijn gevoerd en sinds de politie met Ecofin en CD-GEFID gespecialiseerde financiële afdelingen probeert uit te bouwen, maar volgens bronnen op het terrein blijft het behelpen.“Het kader is er al”, zucht een politieman, “maar de middelen volstaan bij lange na nog niet”. De politie zou een aparte financiële recherche moeten uitbouwen, met goed opgeleide mensen die de juiste kennis hebben verzameld. Helaas laat het systeem geen selectieve recrutering toe. “De federale politie heeft zich in het hoofd gehaald dat iedereen alles moet kunnen”, zegt een topspeurder. “Als een financiële sectie een accountant wil aanwerven, moet die dus eerst een jaar dril volgen en een jaar het verkeer regelen voor hij één dossier te zien krijgt. Hoef ik u dan nog te vertellen waarom we geen gemotiveerde mensen vinden voor onze financiële onderzoekscellen?”Zelfde geluid aan de kant van het gerecht. “Het helpt niet als een rechter die elke dag 24 andere rechtszaken op zijn bord krijgt, er ook nog eens een KB-Lux-affaire bij moet pakken”, klinkt het ontmoedigd.Het gerecht moet bereid zijn zichzelf te herdenken, onderzoeksrechters te benoemen die enkel financiële zaken afhandelen, en al die zaken te concentreren in één arrondissement. “Er is een hoge nood aan financieel geschoolde rechters”, geeft een topmagistraat toe. “Vrijstelling van zittingen om bijscholing te volgen is onmogelijk. En er zijn intern amper goede opleidingen om dat probleem op te vangen.’Een specialist in boekhoudanalyse ziet veel heil in publiek-private samenwerking: privéonderzoekers die met hun expertise en hun computermodellen fraudes detecteren en oplossen. “Er valt geweldig performante software te ontwikkelen die gericht speurt naar btw-carrousels, kasgeldvennootschappen of indicatoren van andere grootscheepse financiële fraudes.” Maar dan moet de wetgever daar wel in willen investeren, en de overheid moet er budgetten voor vrijmaken.

50 euro bruto per uur

Vandaag krijgen experten in een gerechtelijk onderzoek echter de ronde som van 50 euro bruto per uur uitbetaald, en hun facturen blijven vaak een jaar of langer onbetaald. Daardoor worden zulke onderzoeken al te vaak gevoerd door onderzoekers die geen balans kunnen lezen, en die bijgestaan worden door boekhouders die niets van strafrecht begrijpen. Want bekwame specialisten zijn al lang niet meer geïnteresseerd om bij te springen in gerechtelijke onderzoeken. Geen flik die het gezegd wil hebben, maar je hoort ze denken: “When you pay peanuts, you get monkeys.”Een ander probleem van de financiële onderzoeken blijkt te zijn dat ze alle kanten uitschieten. Politie en gerecht maken járen zoek met onderzoeken die eigenlijk al na een paar weken afgeserveerd hoorden te worden. “Jammer genoeg werken we nog altijd met de Code Napoleon van 200 jaar geleden, en die is in een onhandelbaar monster veranderd door de vele toeters en bellen de er in de loop der jaren aan toegevoegd werden”, zegt de topspeurder. “Het zijn al die hervormingen, en vooral de tegenstrijdigheden tussen de hervormingen, die maken dat politie en gerecht in hun financiële onderzoeken voortdurend botsen met hun eigen procedures. Zelfs Estland en Slovenië hebben een moderner economisch strafrecht dan België. We hebben dringend behoefte aan een grote Franchimonthervorming.”Het zijn die verouderde wetten ook, die onderzoeksrechters vaak verplichten om almaar uitdijende onderzoeken te openen, zelfs als daar geen aanwijsbare reden voor is. De fiscus kan de krenten uit de pap kiezen: enkel die jaarrekeningen onderzoeken waar ze fraudes vermoeden, of maar enkele tientallen facturen bekijken waar ze gesjoemel vermoeden, en duizenden andere links laten liggen. Politie en gerecht kunnen dat niet: daar moet elk onderzoek maximaal in de tijd teruggaan, desnoods tot het stikt in de waterval aan gegevens die het zelf heeft uitgebraakt. “Het is een straatje zonder einde”, zucht een speurder, “omdat je het onderzoek nooit gefocust krijgt.”Het wordt er niet eenvoudiger op. In alle grote fraudezaken duiken ingewikkelde juridische en fiscale constructies op, vertakt over verschillende bedrijven en vaak ook meerdere landen. Speurders kunnen onmogelijk weten waar ze uit zullen komen wanneer ze een onderzoek starten. Vaak is dat over de landsgrenzen, en dan duiken er weer nieuwe moeilijkheden op. Neem de zaak-Lernout & Hauspie. De tentakels van dat in oorsprong West-Vlaamse bedrijfje strekten zich ten tijde van de fraude uit over 22 filialen in België, Korea, Singapore en de VS. Al die landen hebben hun eigen juridische beginselen, en soms schieten die allemaal een andere kant op.Zulke buitenlandse connecties ondermijnen voortdurend het succes van financiële onderzoeken. In fraudeonderzoeken die tot over de grenzen reiken - en dat doen ze allemaal, in financiële criminaliteit - hangt het resultaat bijna 18 jaar na het Verdrag van Schengen nog steeds grotendeels af van persoonlijke contacten met speurders en magistraten in het buitenland. De internationale samenwerking is nauwelijks verbeterd in vergelijking met tien jaar geleden. Er is een klein beetje vooruitgang, omdat het verdrag van Lissabon de armslag van Europol en Eurojust heeft vergroot. Maar het blijft er vooral om gaan of een speurder de juiste mensen kent. “En dan nog moeten we voortdurend op onze woorden letten”, legt een topspeurder mistroostig uit. “Wie in zijn vraag voor een rogatoire commissie naar Luxemburg, Genève of Zürich de term fiscale fraude gebruikt, kan het al bij voorbaat vergeten.”En ook binnen de eigen grenzen blijkt het geen rozengeur en maneschijn in de wereld van de onderzoekers van financiële fraude. Al is het maar omdat de klachten over de Franchimont-bepalingen die onderzoeken doen ontsporen, in financiële onderzoeken altijd wat harder klinken dat in andere rechtstakken. De ‘kleine Franchimont’, een wetswijziging die doorgedrukt werd in de nasleep van de zaak-Dutroux, laat beklaagden en burgerlijke partijen toe hun dossiers te bekijken, vragen te stellen en nieuwe onderzoeken te eisen. In financiële onderzoeken, waar advocaten vaak nog beter de procedure doorgronden dan elders, worden die regels niet zelden als vertragingsmanoeuvres misbruikt, vinden agenten en magistraten. “Franchimont is een groot probleem in financiële onderzoeken”, bevestigt een rechter. “Voor zo’n dossier voor de rechter komt, heeft het misschien wel 30 zittingen op de raadkamer of de kamer voor inbeschuldigingstelling overleefd. Telkens weer voor een hele armada aan beklaagden. Als al die mensen alle juridische mogelijkheden uitputten, zijn we elke keer opnieuw vertrokken voor een rechtszaak van 15 jaar”. Een nieuwe strafrechtprocedure is dus alles behalve een luxe.’

Help, een deadline!

Nu hebben de grote financiële fraudes Franchimont niet nodig gehad om vrolijk te ontsporen. De zaak-Beaulieu, en vele van zijn evenknieën, dateren van lang voor er sprake was van de kleine Franchimonthervorming. Het probleem zit ook bij de beleidslijnen die speurders en magistraten volgen - of bij het gebrek daaraan. “We moeten durven nadenken over een systeem zoals in Nederland, waar een deadline afgesproken wordt en zijsporen van het onderzoek geschrapt worden als ze die termijn in gevaar dreigen te brengen. In België durven we dat niet doen, omdat we vrezen dat de publieke opinie dit niet zou pikken. Maar ik vraag ik me af welk verschil het maakt of we nu met 10, dan wel met 20 aanklachten komen”, bedenkt een rechter.Een blok leggen op een onderzoek dat geen materiaal voor een rechtszaak oplevert, lijkt evenmin een optie voor Belgische speurders. Noch het afsluiten van een dading tijdens het onderzoek - in het buitenland nochtans een probaat middel om de druk op de rechtbanken te verlichten. De topmagistraat moet lachen bij de gedachte. “Vanuit die hoek bekeken is er misschien wel een positief kantje aan de nietigverklaring van het bewijsmateriaal in de KB Lux-zaak”, zegt hij. “Zonder de onontvankelijkheid in de correctionele rechtbank in Brussel hadden we minstens zolang debatten ten gronde in eerste aanleg gehad. Nu vinden de debatten ten gronde meteen plaats in beroep. Het onderzoek heeft er dus een paar jaar mee gewonnen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234