Zondag 29/11/2020

review

Waarom Filips II, Napoleon en Hitler zo smadelijk in het zand beten

Het strategisch vernuft van de Engelse koningin Elizabeth won het in 1588 van de blinde aanvalslust van de Spaanse koning Filips II en zijn volumineuze armada.Beeld Getty Images

Oorlog voeren is het afwegen van je onbegrensde aspiraties tegen je begrensde capaciteiten, schrijft John Lewis Gaddis. In een meesterlijk boek dat 2.500 jaar militaire geschiedenis overspant, illustreert de vermaarde docent militaire strategie zijn stelling.

Aan de Hellespont verzamelde de Perzische koning Xerxes in 480 v. Chr. een immens leger om Griekenland binnen te vallen. Anderhalf miljoen soldaten sterk, schreef Herodotus later, wat wellicht een factor tien overdreven was, maar zelfs dat was voor die tijd overdonderend. Xerxes had de 1.600 meter brede Hellespont laten overbruggen zodat zijn leger Griekenland gewoon kon binnenmarcheren, en ook zijn volledige zeemacht was bij de invasie betrokken.

Een fluitje van een cent, dacht Xerxes genoegzaam, tot zijn adviseur Artabanus heel onderdanig opmerkte dat er wellicht storm op komst was. De schepen zouden daardoor op de rotsen geworpen kunnen worden en breken, fluisterde de spelbederver zijn koning in, waarna hij er nog aan toevoegde dat zo’n immens landleger tijdens zijn optocht gevoed diende te worden en het dorre Griekse landschap die voeding nooit kon opleveren. Xerxes lachte, stuurde Artabanus naar huis en viel aan. Dat de opmerkingen van de adviseur terecht waren en Xerxes’ leger een smadelijke nederlaag leed, kunnen we niet alleen bij Herodotus lezen, maar ook in Aeschylus’ tragedie De Perzen, waarin Darius de volgende waarschuwende woorden spreekt: “Wie sterfelijk is, moet niet te veel pretenties hebben.”

John Lewis Gaddis haalt Xerxes en zijn mislukte aanval tegen de Grieken aan in Over strategisch denken, dat de lezer aan de hand van tweeënhalf millennium geschiedenis een beeld wil bieden van goede en slechte militaire beslissingen en de gedachtegang erachter.

De dichter heeft gelijk

Gaddis, die eerder al heel wat vermaarde boeken schreef over de Koude Oorlog, doceert al vier decennia over dit onderwerp aan verschillende Amerikaanse militaire academies en Yale University. Als er één man is die weet waarover hij het heeft, zal hij het dus wel zijn. En het is simpel, aldus Gaddis, het heeft alles te maken met een egel en een vos, zoals de dichter Archilochus van Paros twee eeuwen voor Xerxes al formuleerde: ‘De vos weet veel zaken, maar de egel weet één grote zaak.’

Er zijn twee soorten mensen, egels en vossen. Xerxes was bijvoorbeeld een egel. Hij wist wat zijn doel was en hij ging ervoor. Hij wist één zaak. Artabanus was daarentegen een vos, die alles netjes overdacht, de voor- en nadelen op een rijtje zette en de gevaren in kaart bracht. Hij wist veel zaken. In talkshows zijn egels gegeerde gasten omdat zij een uitgesproken mening verkondigen en daaraan vasthouden. Vossen daarentegen zijn te genuanceerd om veel animo op te wekken. Daar schiet je geen donder mee op, denkt de presentator dan, waar Xerxes hem dus in bijtrad. Vandaar dat hij zijn raadgever de laan uitstuurde.

En daar had hij volgens Gaddis ook gelijk in, net als Artabanus gelijk had, trouwens. Wie tot in het oneindige blijft prakkeseren doet immers uiteindelijk niets, en daar heb je op het slagveld natuurlijk ook niets aan. Nee, een goed strateeg is iemand die vos en egel tegelijkertijd is. Of zoals de voormalige Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld ooit zei: “In een oorlog heb je bekende bekenden, onbekende bekenden, bekende onbekenden en onbekende onbekenden. Het zijn vooral die laatste die beslissen lastig maken, maar uiteindelijk moet je het wel doen.”

‘Een masterclass over Herodotus, Sun Tzu, Von Clausewitz en andere grote strategen’, luidt de ondertitel van Gaddis’ boek. Verwacht echter geen academisch werk dat uitentreuren ingaat op alle mogelijke oorlogsstrategieën van deze denkers. Nee, Over strategisch denken bevat negen essays die focussen op evenveel historische casussen die in feite steeds opnieuw het gelijk van Archilochus van Paros bewijzen.

Al formuleert Gaddis dit voor het gemak wel anders, zonder die egel en die vos: “Strategisch denken is het op één lijn brengen van in potentie onbegrensde aspiraties en noodzakelijkerwijs beperkte capaciteiten.” De tering naar de nering zetten dus, zoals ons grootmoeder gezegd zou hebben, een kwestie van gezond verstand. Xerxes gebruikte dat gezond verstand niet toen hij zijn hand overspeelde aan de Hellespont, net zomin als Napoleon en Hitler er oog voor hadden tijdens hun Russische veldtocht.

Zwijg, priester!

Als strateeg je gezond verstand gebruiken betekent volgens Gaddis ook dat je naar het verleden kijkt en daar lessen uit trekt, steeds in het besef dat de geschiedenis zich natuurlijk nooit herhaalt. Een van de grote kwesties waarmee Amerika blijft worstelen, is bijvoorbeeld de vraag wat het land in Vietnam te zoeken had. Waarom moesten daar meer dan 58.000 Amerikanen sneuvelen?

Gaddis legt dit uit aan de hand van de Peloponnesische Oorlog die Sparta en Athene uitvochten tussen 431 en 404 v. Chr. en die uiteindelijk tot een grandioze Atheense nederlaag leidde op Cyprus, zo’n 1.300 kilometer verderop. Je moet een oorlog altijd in zijn context bekijken, toont Gaddis. Vietnam was slechts één plek waar de Koude Oorlog werd uitgevochten. Alles hing samen en Amerika vreesde dat wanneer de communisten daar zouden winnen dat dat een eerste domino zou zijn in een lange reeks. Soms is een oorlog dus veel meer dan een oorlog.

Het meest tot de verbeelding sprekende hoofdstuk uit Over strategisch denken is ongetwijfeld dat waarin Filips II van Spanje de degens kruist met Elizabeth I van Engeland, een conflict dat jaren in woorden en in 1588 ook op zee uitgevochten werd. Het was een beetje een david-en-goliathverhaal. Filips heerste over de halve wereld, zeker nadat hij ook Portugal en zijn kolonies had ingelijfd, terwijl Elizabeth alleen een Engeland had dat gespleten werd door religieus gekrakeel. Aan deze twee koningen koppelt Gaddis twee denkers: Augustinus en Machiavelli. De eerste had een idealistische kijk op oorlog en streefde een stad Gods na, terwijl de tweede een utilitarist was die proportionaliteit predikte en zijn ideale vorst opdroeg alles te doen wat nodig was, maar ook niet meer.

Bij zijn kroning beloofde Filips trouw aan God. Elizabeth beloofde haar onderdanen dat ze alles zou doen wat ze kon om hen een beter leven te bezorgen. Of zoals Gaddis schrijft: “De koning kijkt naar de hemel en aanbidt. De koningin staat met beide voeten op de grond en rekent.” Dat Elizabeth nooit bankroet is gegaan en Filips regelmatig, zegt genoeg. Filips lag op zijn knieën voor de paus. Elizabeth ging ook wel eens naar de kerk, maar wanneer de priester iets zei dat haar niet aanstond onderbrak ze zijn preek om hem eens flink haar mening te zeggen. En wanneer ze het echt te gortig vond, stapte ze gewoon op. Elizabeth was wispelturig, onberekenbaar en eigenzinnig. Uiteindelijk legde ze maar aan één iemand verantwoording af, aan zichzelf.

Theresa May

En dat gaf haar een brede, spitse kijk op de zaak. Net als Archilochus van Paros hanteerde Machiavelli graag dierensymboliek. Hij gaf zijn vorst de raad zowel leeuw als vos te zijn, de eerste om de wolven de baas te kunnen en de tweede om de valstrikken te ontlopen. Elizabeth was leeuw, vos en vrouw, waardoor ze die louter imposante leeuw van een Filips voor de hele wereld te kijk zette. Dat gebeurde nadat de paus Filips ertoe aangezet had van Engeland opnieuw een katholiek land te maken. De Spaanse Armada, bestaande uit 129 bewapende schepen en 30.000 bemanningsleden, zette koers naar het noorden. Engeland had vooral een handelsvloot en een paar piratenschepen van Francis Drake. Daarom koos Elizabeth voor guerrilla. Spanje verloor de helft van zijn schepen en 15.000 man, Engeland 150 zeelui en acht bootjes die het zelf in brand stak voor de kus van Calais.

Veruit de belangrijkste militaire theoreticus ooit was Carl von Clausewitz, wiens Vom Kriege in 1832 postuum werd gepubliceerd. Het boek was niet af, bevatte tegenstrijdige gedachten en vormt daardoor al bijna twee eeuwen de basis voor discussie. Een nuchter idee dat erin verdedigd wordt is dat oorlog politiek is, gevoerd met andere middelen. De man die dit het best illustreert is volgens Gaddis wellicht Franklin Roosevelt, en dit door zijn engagement in Wereldoorlog II. Toen die oorlog voorbij was, had hij niet alleen de democratie gered door zowel in Europa als in de Pacific de overwinning te behalen, hij had van Amerika ook een wereldmacht gemaakt. De VS bezaten de helft van de wereldwijde industriële capaciteit, twee derde van de goudreserves, drie vierde van het mondiaal geïnvesteerde kapitaal, de grootste marine en luchtmacht en de eerste atoombommen. En dat terwijl slechts twee procent van alle gesneuvelde soldaten Amerikaans was geweest.

Ongewild ga je bij het lezen van Gaddis ook aan het heden denken, en dan vraag je je toch af of Donald Trump een Franklin Roosevelt is, of Theresa May een Elizabeth.

John Lewis Gaddis, 'Over strategisch denken', Hollands Diep, 382 p., 24,99 euro. 4,5 sterren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234