Dinsdag 19/01/2021

Waarom Europa het verbod op 'political advertising' tackelt

Dirk Voorhoof over een opmerkelijke beslissing over politieke reclame van het Europese Mensenrechtenhof.

Dirk Voorhoof is hoogleraar mediarecht en auteursrecht aan de Universiteit Gent en de Universiteit van Kopenhagen.

Het Europees Mensenrechtenhof heeft beslist dat een verbod op politieke reclame op televisie in strijd is met het recht op expressievrijheid. Nochtans bestaat zo'n verbod in de meeste landen in West- en Noord-Europa, ook in België. De argumenten voor een dergelijk verbod veegde het Hof van tafel. Moeten we straks ook in Vlaanderen politieke reclame op televisie toelaten?

In aanloop naar de verkiezingen in 2003 liet een regionale afdeling van de Noorse Pensjonistparti drie reclamespots uitzenden via een commercieel televisiestation in Stavanger, TV Vest. De partij koos voor die aanpak omdat zij in de media en in de journalistieke berichtgeving nauwelijks aan bod kwam. In de opiniepeilingen werd de partij niet eens afzonderlijk vermeld, tenzij dan onder de restcategorie 'andere'. Uiteindelijk behaalde de partij maar 1,3 procent van de stemmen. TV Vest werd ondertussen wel veroordeeld door de Noorse Mediaregulator tot het betalen van een geldboete, waarmee de Noorse autoriteiten duidelijk maakten dat aan het verbod op politieke reclame op televisie niet te tornen viel.

Geen Europese consensus

Verongelijkt trokken TV Vest en de Pensjonistparti naar Straatsburg en klaagden daar de schending aan van hun (politieke) expressievrijheid. In een arrest van ruim dertig bladzijden gaat het Europees Mensenrechtenhof grondig in op alle argumenten voor en tegen het verbod van politieke advertenties op televisie. Een opmerkelijke vaststelling is dat er in Europa helemaal geen consensus is of een dergelijk verbod nu wel of niet nodig is in of voor een democratie. Vooral in een aantal West- en Noord-Europese landen bestaat zo'n verbod, zoals in Denemarken, Zweden, Duitsland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Portugal en dus ook in Noorwegen. In Centraal- en Oost-Europa laat men betaalde politieke boodschappen wel toe op televisie, ook al gelden er bepaalde restricties, zoals in Hongarije, Kroatië, Polen, Bulgarije, Letland, Litouwen en Estland. Overigens is ook in Luxemburg, Oostenrijk en Finland 'political advertising' op televisie toegestaan. In België is dit soort 'reclame' zoals bekend verboden op radio en televisie, zowel in Vlaanderen als in de Franse Gemeenschap. Het Europees Hof stond finaal voor de moeilijke taak om te beslissen of het verbod op politieke reclame op televisie zoals het in Noorwegen was toegepast noodzakelijk is in een democratische samenleving. In een dergelijke situatie zou men kunnen verwachten dat het Hof een brede beoordelingsmarge laat aan de nationale staten om zelf te bepalen of ze zo'n verbod nu wel of niet toegepast willen zien, temeer omdat zoiets ook nauw aansluit bij de verkiezingswetgeving, bij de financiering van politieke partijen en bij het politiek systeem, dat ook al zo verschillend is in de 47 verschillende lidstaten van de Raad van Europa.

Te strikt toegepast

De Noorse regering kon een aantal pertinente argumenten inroepen om het verbod in stand te houden: met het verbod wilde men immers bijdragen tot het pluralisme en tot de kwaliteit van het politieke debat. Men wilde vooral ook voorkomen dat politieke partijen met een groot financieel draagvlak te dominant zouden worden en dat politieke reclamespots op televisie te veel de toon zouden zetten. Allemaal reden om de integriteit van het politieke proces te beschermen, wie kon daar nu iets tegen inbrengen? Het Hof vindt die argumentatie relevant, maar uiteindelijk niet voldoende. De Pensjonistparti was om te beginnen niet zo'n grote of rijke politieke partij die dreigde de overhand te nemen in het politieke debat. Bovendien stond vast dat de partij in de mediaberichtgeving nauwelijks aan bod kwam en dat politieke advertenties op televisie zowat de enige manier waren voor deze partij om haar electoraat aan te spreken. De televisieboodschappen in kwestie lieten trouwens niets blijken van verlies aan kwaliteit. Een versoepelde toepassing van het verbod van politieke advertenties was dus wel mogelijk volgens het Hof, zonder dat dat tot onoverkomelijke problemen of discussie hoefde te leiden. Het Hof verwerpt daarom het standpunt dat enkel via een 'blanket ban' de vooropgezette doelstellingen bereikt konden worden. De conclusie is dat de beperking op de expressievrijheid van TV Vest en Pensjonistparti en de geldboete die voortvloeiden uit het verbod niet nodig waren in een democratische samenleving. De Noorse houding was daarom een schending van het Europees Mensenrechtenverdrag.

Houdbaar?

Betekent het arrest dat het verbod op politieke reclame nu meteen overal afgeschaft moet worden? Niet noodzakelijk. Het arrest maakt wel duidelijk dat in de landen waar zo'n verbod bestaat dat met voldoende flexibiliteit toegepast moet worden of dat men uitzonderingen moet inbouwen voor kleinere partijen of politieke strekkingen die maar heel weinig media-aandacht krijgen. Via het aankopen van reclamezendtijd zouden zij minstens over een bijkomend middel moeten kunnen beschikken om de kernpunten van hun politieke programma aan een ruimer publiek mede te delen. Niet onbelangrijk is nog dat Noorwegen geen garanties biedt om in de aanloop naar verkiezingen gratis zendtijd op televisie beschikbaar te stellen voor politieke partijen. In het Verenigd Koninkrijk en in Nederland bijvoorbeeld bestaat die garantie wel. Ook in Vlaanderen legt het omroepdecreet de verplichting op aan de VRT om in de aanloop naar verkiezingen zendtijd toe te kennen aan de politieke partijen die in het Vlaams Parlement vertegenwoordigd zijn. Die zendtijd wordt op een faire manier verdeeld: voor de ene helft volgens het aantal parlementsleden van de fractie, voor de andere helft gelijk. Probleem is wel dat hiermee enkel de zendtijd toekomt aan partijen die al verkozenen hebben in het Vlaams Parlement. Het arrest van het Europees Hof wijst op een grote gevoeligheid om niet enkel aan de bestaande, grote partijen en fracties de toegang tot de media te waarborgen...

Het arrest is minstens een belangrijk signaal om de Vlaamse wetgeving tegen het licht te houden van art. 10 van het Europees Mensenrechtenverdrag. Toch moet men niet onverhoeds meteen het verbod op politieke reclame in het Vlaams mediadecreet weggommen. De kans is reëel dat de Noorse regering vraagt dat de Grote Kamer van het Europees Hof de zaak nog eens opnieuw bekijkt. De Noorse regering heeft nog drie maanden tijd om zo'n verzoek in te dienen. De voorbije jaren heeft de Grote Kamer wel eens vaker een arrest van één van de kamers naar de prullenmand verwezen.

Een versoepelde toepassing van het verbod op politieke reclame moet mogelijk zijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234