Woensdag 19/05/2021

Focus

Waarom er zo weinig vrouwen in ons leger zitten

Een vrouwelijke matroos op het fregat Louise Marie, dat in 2010 jacht maakte op piraten. Beeld BAS BOGAERTS
Een vrouwelijke matroos op het fregat Louise Marie, dat in 2010 jacht maakte op piraten.Beeld BAS BOGAERTS

Vrouwen en het leger. Het is niet meteen a match made in heaven. Al jaren schommelt hun aantal rond het 8 procent. Het leger is nochtans een van de weinige plaatsen waar mannen en vrouwen volledig gelijkwaardig behandeld worden. Mogelijk zit daar net het probleem.

Het jaar 1975 was historisch voor Defensie. Voor het eerst mochten vrouwen toen militair worden. Dat hadden ze aan toenmalig minister van Defensie Paul Vanden Boeynants te danken. Zijn wet bepaalde dat vrouwen minstens 18 jaar oud moesten zijn, 1.50 m groot en niet zwanger om zich in te schrijven. Ze mochten bovendien enkel administratieve taken verrichten en konden maximaal opklimmen tot de rang van korporaal.

In datzelfde jaar was Chris Corthaut 18 jaar, net gestopt met school en werkloos. Haar vader en broer werkten in het leger. Het gezin had jaren doorgebracht in garnizoenplaatsen in Duitsland. “Mijn vader heeft me gestimuleerd om ook bij het leger te gaan. Hij zei altijd: eenmaal binnen bij het leger, werk je er tot je pensioen. Die graad van werkzekerheid, die bestaat nu niet meer.”

In augustus 1975 begon ze als eerste vrouwelijke logistieke kracht. “Die eerste jaren, dat was nogal wat. Het leger was totaal niet voorbereid op de komst van vrouwen. Ze wisten daar amper hoe ze met ons moesten omgaan. Zo heb ik achteraf gehoord dat mannen van de eenheid waarin ik terechtkwam enkele dagen voor mijn komst allemaal een briefje hadden gekregen van hun overste. Daarin stond dat ze alle naaktfoto’s uit hun kleerkastjes moesten halen, dat ze hun taalgebruik moesten aanpassen en dat het voortaan not done was om nog scheten te laten.”

Mannelijke oversten

Het leger heeft één grote fout gemaakt, vindt Corthaut. “Het had beter eerst vrouwelijk kaderpersoneel opgeleid en daarna de rest binnengehaald. Want onze mannelijke oversten wisten met ons geen weg. Een voorbeeld? Appèl aan bed. Moeilijk hé. Die mannen zouden dus moeten zeggen dat onze kledij niet in orde was of ons haar niet goed lag. Dus besloten ze dat wij op de gang mochten staan. Aangekleed.”

En vrouwen mochten dan wel niet zwanger zijn bij aanwerving, zo stond het in de wet, niets belette hen om dat in de jaren daarop wel te worden. “De eerste zwangere vrouwen binnen het leger, wat een drama was dat. Daarop wist men al helemaal niet hoe te reageren. Iedereen had zijn uniform, maar daar paste een dikke buik op den duur niet meer in natuurijk. Dan moest de knop met een elastiek dichtgehouden worden. Op het einde van de zwangerschap liepen die vrouwen gewoon met hun broek open. Pas later kwam men op het idee om vrouwen tijdens de zwangerschap burgerkledij te laten dragen. Nu is dat allemaal goed geregeld, staat alles op papier. Maar destijds was dat iets helemaal nieuw voor die mannen.”

Nog zo’n typische vrouwenzaak: ondergoed. Militairen kopen van oudsher al hun kledij in de legershop en krijgen daar ook een budget voor. Niet alleen de gewone legeruniformen en alles wat daarbij hoort, maar ook onderbroeken en onderlijfjes dus. Met de komst van de vrouwen zag het leger zich geconfronteerd met een gloednieuw probleem; hoe voorzag je die van ondergoed en bh’s? “Bij een bh is het bijzonder belangrijk dat hij goed zit. Dat is toch een verschil met een onderbroek of onderlijfje dat je gewoon in de standaardmaten kunt kopen. De legershop kon toch moeilijk alle maten en modellen bh’s inkopen. Dat was niet te doen. Dus kregen we toen 500 Belgische frank om ons ondergoed in een gewone lingeriezaak te kopen. De mannen bleven dat in de legershop doen.”

De eerste vrouwen werden, althans in het begin, heel goed onthaald in het leger, vertelt Corthaut. “We werden opgenomen in de groep, en de mannelijke collega’s waren enthousiast. Hun vrouwen daarentegen een stuk minder. We werden vaak scheef bekeken, vooral door de buitenwereld. We werden uitgemaakt voor hoeren en voor vrouwen die mannen afpakken. En ja, we moeten daar niet flauw over doen. Er werd inderdaad soms vreemdgegaan. Ik heb dat wel vaak zien gebeuren. Zet mannen en vrouwen samen en je krijgt dat wellicht.”

Ooit stond ze zelf op de foto in het vroegere roddelblad Blik. “We gingen op zondagavond binnen in de kazerne van Peutie, maar voordien gingen we nog met de hele groep naar de Globe, een discotheek in Vilvoorde, om te feesten. Een fotograaf van Blik had daar foto’s gemaakt, die op twee pagina’s uitgesmeerd werden in het blad. De vrouwen op de foto’s werden als de hoeren van het leger afgeschilderd. Dat was bijzonder pijnlijk.”

Voorkeursbehandeling

En toen het nieuwe eraf was, begonnen zelfs de mannen het moeilijk te hebben met de aanwezigheid van vrouwen. “Wij mochten niet meedoen met de gevechtseenheden, wij kregen de zogezegde makkelijke jobkes. Jobs die voor onze komst door mannen werden gedaan. Die mannen moesten dus van hun bureau af en weer het veld in. Ze vonden dat wij een voorkeursbehandeling kregen.”

Dat veranderde toen in 1978 toen vrouwen wél toegelaten werden in alle gevechtsfuncties. Ook bij de paracommando’s. Carine Simal, nu 60, was een van de eerste vrouwen in het leger die een opleiding tot para kregen. “Ik ben altijd een halve jongen geweest”, vertelt Simal. “En dat komt omdat ik opgegroeid ben met twee oudere broers. Ik was niet alleen sportief, maar ik had ook karakter, daardoor ben ik door de opleiding geraakt. Zelfs al ben ik maar 1.54 meter groot en woog ik toen maar 40 kilo.”

Hoewel de basisopleiding voor mannen en vrouwen exact dezelfde bleef, werden sommige andere proeven voor vrouwen iets lichter gemaakt. “En dat is ook logisch", meent Simal. "Vrouwen kunnen fysiek sowieso niet wat een man kan. Maar mentaal kunnen ze volgens mij wel verder gaan. Op sommige momenten toont een vrouw veel minder medelijden.”

Simal kwam na haar opleiding in België als radio-operator terecht bij de GVP (een voorloper van de special forces) in Duitsland. Hoewel Simal en de andere vrouwelijke para’s niet hetzelfde werk mochten doen als hun mannelijke collega’s – zo werd het pure vechten in de frontlinie nog steeds overgelaten aan de mannelijke para’s – werden de vrouwen er toch niet minder om gerespecteerd. “Wij werden echt op handen gedragen door de mannen”, vertelt ze. “Maar het probleem zat eerder bij de samenleving. Toen konden mannen thuis nog niet accepteren dat hun vrouw op missie ging. En zolang de vrouwen niet getrouwd waren, was dat geen probleem, maar nadien merkte je dat het echt moeilijk werd.”

Ook Simal vindt dat het leger destijds niet klaar was voor vrouwelijke militairen. “Aangepaste kleedkamers en toiletten waren er voor vrouwen niet, al maakte dat op het terrein en in de bossen weinig verschil. Uiteindelijk was ik nog als enige vrouw overgebleven in de eenheid en begon ik me een beetje een eenzaat te voelen. Daarom heb ik een overplaatsing aangevraagd. Onze lichting was toen een van de eerste en meteen ook een van de laatste. Want enkele jaren later werden er simpelweg geen vacatures meer uitgeschreven voor vrouwelijke paracommando’s.”

In haar hele loopbaan, die 37 jaar heeft geduurd, heeft ze naar eigen zeggen nooit opmerkingen gekregen over haar geslacht. “In heel die tijd heb ik het leger enorm zien veranderen”, zegt ze. “De mentaliteit is nu veel minder rigide als toen. En binnen de samenleving kijkt niemand er nog van op als een vrouw zegt dat ze een militair is. Maar het blijft een mannenwereld en het is niet altijd evident om je daar als vrouw goed in te voelen.”

Aanwerving en doorstroming

Nu zijn zowel Corthaut als Simal met pensioen, beiden konden op hun 56ste het leger verlaten. Petra De Winter werkt er nog, maar tegenwoordig als communicatieverantwoordelijke bij de vakbond VSOA. Ze volgt de pogingen om meer vrouwen aan te werven in het leger van dichtbij. Iets wat maar niet blijkt te lukken. Het aantal vrouwelijke militairen blijft al vele jaren rond 8 procent draaien.

Het is geen evidente job voor vrouwen, weet Petra De Winter. Want los van het fysieke aspect is er ook het emotionele. Zeker als ze mama zijn. “Ik weet uit eigen ervaring dat het hard is. Tijdens een oefening waarbij we vier weken weg waren, belde ik eens naar mijn toen vijfjarige dochtertje die bij de oma verbleef. Ik probeerde maar af en toe eens te bellen, om het niet nog moeilijker te maken. Maar toen ik haar aan de lijn had, was ze aan het huilen. Van de oma hoorde ik dat ze gevallen was en genaaid was aan haar hoofdje. Dat raakt je erg. En toch moet je dan weer de klik maken om je op de job te concentreren. Voor papa’s is dat natuurlijk ook hard, maar mijn ervaring is dat mama’s er toch minder goed mee om kunnen.”

Er is ook niet alleen een probleem bij de aanwerving, er is ook een duidelijk probleem bij de doorstroming, meent De Winter.

“Vrouwen die wel geïnteresseerd zijn en door alle proeven raken, haken nadien ook sneller weer af. Volgens mij ligt dat aan het gebrek aan begeleiding binnen hun eenheden. Die is er niet, noch voor mannen noch voor vrouwen. Maar bij praktische problemen kan begeleiding handig zijn. Denk maar aan maandstonden tijdens zo'n oefensessie bijvoorbeeld of de vraag hoe je je kunt wassen in een bos. Als mannen een praktisch probleem hebben, praten ze er onderling over. Als vrouw ben je vaak de enige in het team. Dat kan hard zijn. Mocht er iemand zijn die hen daarbij begeleidt, dan zouden ze wellicht niet zo vaak afhaken.”

Carine Simal (tweede van links, in 1978/79 op training in Corsica) was een van de eerste vrouwen die een opleiding tot para­commando kregen.  Beeld Archief Carine Simal
Carine Simal (tweede van links, in 1978/79 op training in Corsica) was een van de eerste vrouwen die een opleiding tot para­commando kregen.Beeld Archief Carine Simal
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234