Dinsdag 20/10/2020

Uitspraak Europees Hof

Waarom een hoofddoekverbod niet discriminerend hoeft te zijn

Een kassierster met hoofddoek.Beeld Hollandse Hoogte

Een werkgever uit de privésector mag in het arbeidsreglement een hoofddoekverbod opnemen. Dat is geen discriminatie, oordeelt het Europees Hof van Justitie. Welke gevolgen kan die uitspraak hebben op de werkvloer?

1. Waarover gaat deze zaak?

De Belgische Samira Achbita en Unia (het Interfederaal Gelijkekansencentrum) trokken naar de rechtbank om Achbita's ontslag bij receptie- en onthaalbedrijf G4S Secure Solutions aan te vechten.

Achbita werd in 2003 door G4S aangenomen als receptioniste. Bij het bedrijf bestond een ongeschreven verbod op het dragen van uiterlijke tekenen van politieke, filosofische of religieuze overtuigingen. De vrouw, die moslima is, gaf in 2006 aan dat ze tijdens het werk een hoofddoek wilde dragen. In datzelfde jaar schreef G4S het ongeschreven verbod neer in het arbeidsreglement. Omdat  Achbita haar hoofddoek bleef dragen, werd ze ontslagen. Daarop trok ze naar de rechtbank.

Het Hof van Cassatie vroeg aan het Europees Hof van Justitie hoe de Europese antidiscriminatierichtlijn in deze zaak moest worden geïnterpreteerd. In een advies stelde advocaat-generaal Juliane Kokott vorig jaar al dat de richtlijn in bovenstaand geval niet werd geschonden: er is dan wel sprake van indirecte discriminatie, maar die valt onder de toegelaten uitzonderingen. Bedrijven hebben immers het recht om van hun werknemers neutraliteit te eisen.

De uitspraak behelst ook een gelijkaardige Franse zaak. Daarin werd een vrouw, Asma Bougnaoui, ontslagen door haar werkgever Micropole nadat een klant klacht had ingediend omdat zij een hoofddoek droeg. Daarop vroeg Micropole, dat eveneens een interne regel heeft die neutraliteit ten aanzien van de klanten garandeert, Bougnaoui om geen hoofddoek meer te dragen. Toen ze dat weigerde, werd ze ontslagen.

Opvallend is dat in de zaak-Bougnaoui advocaat-generaal Eleanor Sharpston een tegengesteld advies gaf, namelijk dat de neutraliteitsvereiste wel degelijk discriminerend is, en niet onder de toegelaten uitzonderingen valt.

2. Wat heeft het Europees Hof precies beslist?

Het hof heeft Kokotts advies gevolgd. "Een interne regel van een onderneming die het zichtbaar dragen van enig politiek, filosofisch of religieus teken verbiedt, vormt geen directe discriminatie", luidt het arrest. Professor arbeidsrecht Marc De Vos (UGent) wijst erop dat het een principearrest is dat veel breder gaat dan de hoofddoek. "Dit gaat over religieuze symbolen in het algemeen. Als het alleen een hoofddoekverbod zou omvatten, dan zou het hof dit nooit aanvaard hebben. Eén religie viseren kan immers niet."

Een mijlpaal. Zo noemt Stefan Sottiaux, professor discriminatierecht aan de KU Leuven, het arrest. "Het wordt in veel landen aanvaard dat de overheid neutraliteitsvoorschriften oplegt. Het Europees Hof heeft nu geoordeeld dat dat kan worden doorgetrokken naar private instanties. Dat leidt tot een verregaande inperking van de godsdienstvrijheid."

Het arrest formuleert wel een aantal duidelijke richtlijnen, zegt Sottiaux. Zo kunnen bedrijven niet de neutraliteitskaart trekken wanneer het hen uitkomt. "Hun voorschriften moeten echt kaderen in het algemene bedrijfsbeleid, en in het arbeidsreglement zijn opgenomen."

Daarnaast beperkt het hof de draagwijdte van zijn beslissing tot werknemers die in contact staan met het publiek. In het concrete geval van Achbita moet zelfs worden nagegaan of het ontslag verantwoord was en of er geen andere functie binnen G4S voor haar kon worden gevonden, waarin ze geen direct contact met de klanten zou hebben gehad. 

Volgens Stefaan van der Jeught, woordvoerder van het hof, biedt het arrest meer juridische zekerheid. Dat beaamt Unia-directeur Els Keytsman. "Het brengt noodzakelijke klaarheid. De antidiscriminatiewetgeving bood tot nu veel ruimte aan rechters. Die uiteenlopende rechtspraak in ons land weerspiegelde de maatschappelijke gevoeligheden van religie in onze samenleving."

Eva Brems, professor mensenrechten aan de UGent, is heel wat minder positief. Zij betreurt het "dat iets vaags als neutraliteit nu als dekmantel mag gelden". Voor haar is het duidelijk dat in de eerste plaats moslima's met hoofddoek het slachtoffer zullen worden. "Zij krijgen de boodschap dat een discriminatieklacht nog maar weinig kans op slagen heeft."

3. Wat mag (niet meer)?

Voor werkgevers is de boodschap dat ze een neutraliteitsbeleid kunnen voeren, maar dan moet dat ten aanzien van iedereen, en niet alleen ten aanzien van die ene werknemer die een hoofddoek draagt.

Het hof heeft het in zijn arrest over een verbod op politieke, filosofische of religieuze tekens. Wat moeten we daaronder verstaan? Iedereen kijkt in de eerste plaats naar de hoofddoek. Maar kan een katholiek kruisje om de hals voortaan nog? Of een regenboog-T-shirt? Sottiaux: "Het komt het bedrijf toe een beleid uit te tekenen, en dat moet voor alle religieuze, filosofische en politieke overtuigingen gelden. Of het nu gaat om een hoofddoek, een keppeltje of een regenboog-T-shirt."

Er blijven bij zo'n arrest altijd interpretaties mogelijk, stelt Brems. "Is een regenboogshirt een uiting van levensbeschouwing of politieke voorkeur? Dat zal uitgewerkt moeten worden door de nationale rechters."

Een verkoopster met hoofddoek.Beeld Photo News

4. Voor wie geldt dit?

Het verbod op religieuze, filosofische en politieke symbolen geldt dus enkel voor werknemers die in contact komen met het publiek. Maar die groep is niet te onderschatten. Denk maar aan de horeca, of wie in een supermarkt, fitnessclub of bank werkt. "Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende sectoren. Elk bedrijf kan zich op het neutraliteitsprincipe beroepen", zegt Sottiaux.

Belangrijk: dit gaat om een Europese richtlijn. Dat wil geenszins zeggen dat neutraliteit in bedrijven voortaan verplicht wordt. Het staat hen nog steeds vrij om al dan niet in te zetten op die neutraliteit. Bedrijven die dat willen, weten nu duidelijker welke voorwaarden eraan verbonden zijn. "Het arrest mag absoluut niet zo gelezen worden dat zo'n neutraliteitsbeleid plots wenselijk is. Het is niet verboden", benadrukt Brems.

Het is ook de vraag of de neutraliteit voor een bepaalde vestiging van een bedrijf geldt, voor alle vestigingen in een land of voor het hele bedrijf en al zijn werknemers in Europa. Brems haalt het voorbeeld van winkelketen Hema aan. "In Nederland dragen heel wat werkneemsters er een hoofddoek, maar bij ons is het personeel zogezegd neutraal." Ook hier zullen de nationale rechters de knoop moeten doorhakken.

5. Moeten moslima's met hoofddoek massaal vrezen voor hun job?

Dit arrest geeft werkgevers niet het recht om iemand te ontslaan. "Iedereen moet een kans krijgen om zich te conformeren aan de regels", zegt Sottiaux. Bovendien stelt het hof heel duidelijk dat er onderzocht moet worden of iemand niet op een andere manier kan worden ingeschakeld binnen de organisatie.

Brems ziet het pessimistischer. "De realiteit is al zo dat moslima's met een hoofddoek in ons land moeilijker toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Ze mogen niet aan de balie zitten, en in heel wat bedrijven komen ze helemaal niet aan de bak." Door de Europese uitspraak dreigen volgens haar nog meer moslima's op een muur te botsen. "Hier zijn potentieel heel negatieve gevolgen aan verbonden. Gelukkig gaan niet alle werkgevers mee in de logica dat het in het belang van hun bedrijf is om de hoofddoek te verbieden."

Sottiaux stipt aan dat er ook heel wat bedrijven zijn die bewust voor meer diversiteit kiezen. Brems hoopt dat er een 'tegenbeweging' op gang komt. "Kijk naar een Wouter Torfs, die in zijn schoenenwinkels inzet op inclusiviteit en diversiteit."

Lees ook: Gesluierde werknemers vooral welkom bij grote ketens

Lees ook: Aya Sabi: "En toen liet zelfs het recht ons in de steek"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234