Woensdag 12/05/2021

Waarom deze curator zo bijzonder is

Waarom Josse De Pauw eigenlijk zo bijzonder is? Dat vragen ze mij. Ik denk daarover na, vraag het op mijn beurt aan een paar anderen. We komen er niet uit. Omdat goeie artiesten natuurlijk altijd dat onbenoembare stukje grandeur hebben dat het verschil maakt. Omdat elke poging tot analyse tekortschiet in het licht van de kunsten. Maar ook lastige vragen verdienen minstens een poging tot antwoord. Alleen al daarom een paar richtinggevende gedachten en lekkere verhalen over de main man van het feestje in Oostende. Door Griet Op de Beeck

ij is een echte. Een echte artiest. Zo eentje voor wie werk en leven samenvalt. Niet om tegemoet te komen aan de typische kunstenaarsromantiek, maar omdat hij nu eenmaal niet anders kan. Dat uit zich op alle vlakken.

Anders dan de rest

Een mens zou denken dat het er al in zat van toen hij klein was. Dat hij de jongen zou zijn geweest die altijd al geloofde dat op een tafel kruipen om nonkels en tantes te entertainen alles beter maakte. Maar toen er richting moest worden gekozen, rond zijn achttiende, bleek hij niet goed te weten wat gedaan. Dat niet kunnen kiezen is hem blijven typeren. Dat hij oprecht overwoog om boekhouder te worden, bewijst hoe raar de wereld kan draaien. Pas na een tijd lang bij een notaris te hebben gewerkt, voelde hij toch dat het leven elders moest zijn, en hij ging naar het conservatorium van Brussel. Die beslissing was waarschijnlijk nog belangrijker omwille van Brussel dan omwille van de acteerlessen die daar werden gegeven, al kan dat ook projectie achteraf zijn. Het is alvast in die stad dat hij al zijn belangrijke eerste stappen zou zetten.

Marc Didden vermoedde al vroeg dat Josse een grote was, of zou worden: "Dat wist ik eigenlijk al voor hij iets op een scène gedaan had. Ik zag hem begin jaren '70 vaak aan de toog van 't Vermiljoen staan, een artiestencafé aan de Brusselse Zavel. Temidden van zijn Conservatoriumcollega's voerde hij er het hoge woord, en dat deed hij met zoveel verve dat hij, zoals de Amerikanen zeggen, filled the room. Een paar jaar later zag ik hem spelen in de Beursschouwburg, met een rode clownsneus op, in een stuk van Eva Bal. Het was jeugdtheater en ik voelde me ook toen al niet echt tot de doelgroep behoren, maar wat Josse deed was wel van die aard dat je niet anders kon dan naar hem kijken. We hebben elkaar die dag ook leren kennen. En ik heb van toen af zowat alles gezien waar hij iets mee te maken had."

Het begon allemaal met Radeis. Uit de grond gestampt door mannen die iets anders wilden. Het was al politiek theater wat de klok sloeg, eind jaren zeventig. En doen wat de rest deed, daar valt geen glorie te halen, moeten zij gedacht hebben. Zij, dat waren Josse, Pat Van Hemelrijck en Dirk Pauwels. Met woordeloze voorstellingen veroverden zij niet België, maar gewoon in één klap de wereld. Het leven dat daarbij hoorde was bij momenten minder heroïsch dan het nu klinkt, naar het schijnt, maar het blijft een indrukwekkende stunt: jonge gasten zetten de wereld schaamteloos naar hun hand. In 1984 speelden ze in LA nog één keer Echafaudages, hun alom bejubelde voorstelling, en daarna doekten ze het gezelschap op. Geen drama, geen gedoe. Het was goed geweest, tijd voor iets anders.

Josse manifesteerde zich vanaf toen als de onafhankelijke artiest die hij altijd zou blijven. Terwijl veel generatiegenoten rollen gingen spelen bij al dan niet vernieuwende gezelschappen en regisseurs, nam hij de vers bevochten autonomie van de speler geweldig ernstig. Omdat hij ook in het leven gesteld is op vrijheid. Omdat goesting een voorwaarde blijft voor alles wat goed is. Omdat hij in zich had wat nodig was om dat waar te maken.

Alles vertrekt bij het spelen

Wat hij het meest zou missen als het hier gedaan is, op deze wereld, vroeg ik hem eens. "Spelen", zei hij, "want daar begint alles." Veel mensen zouden antwoorden met namen van mensen, of met "de liefde", of met "kunst". Voor Josse is dat allemaal hetzelfde. Hij voelt zich eigenlijk beter op een scène dan ergens op straat. Want daar weet hij tenminste altijd wat gezegd, zegt hij. Daar verdwijnt de lichte vorm van verlegenheid die hem daarbuiten weleens parten speelt.

Zeker op het toneel is hij ook altijd heel erg zichzelf. Het is niet voor niks dat hij spelen expliciet "geen vak" noemt. Of hij nu in een soortement berenkostuum van Michaël Borremans voor het voetlicht treedt, zoals in Over de bergen, of hij neemt in een van zijn maatpakken plaats achter een micro, het is Josse De Pauw die daar staat. Met zijn spreken en zijn zwijgen, met zijn lachen en zijn stil verdriet, met zijn valse tanden in of uit de mond. Zelfs als hij in een stuk van iemand anders speelt, blijft dat zo. Neemt hij de hoofdrol voor zijn rekening in Onder de vulkaan van Guy Cassiers, dan speelt hij dronkenschap met de licht wankele benen waarop ik hem ook weleens in het café boven zijn zoveelste calvados heb zien staan. Actrice Kristien De Proost voelt wel een verschil tussen de voorstellingen die hij helemaal zelf maakt, en diegene waarin hij zich laat regisseren (wat niet zo vaak voorkomt, dat moet gezegd): "In Onder de vulkaan zie je bijvoorbeeld wel een personage, maar eentje dat dichtbij hemzelf ligt. Hij zou geen rollen spelen die hem niet aan het lijf plakken."

En wat hem dan typeert als speler? Dat is moeilijk te zeggen. Charisma, natuurlijk. Willen of niet, het is toch naar hem dat je kijkt, ook als er nog ander volk omheen staat. Acteur Wouter Hendrickx zag Josse voor het eerst bezig in een tv-film: "Ik was nog maar een jaar of tien, en hij zat met Els Olaerts in de tv-film Zonderlinge zielen. Ik was toen heel verliefd op Els Olaerts, maar wat ik me van die film herinner, is toch Josse. Hij speelt een clochard in de Brusselse Marollen, en hij is aan het biljarten in een opvanghuis als er twee studentes binnenwandelen: 'Wij moeten een dissertatie schrijven over armoede.' Waarop Josse antwoordt: 'Het stinkt hier hè, vindt ge niet? Wel, armoede stinkt. Voilà, ge hebt uw eerste zin al.' De manier waarop hij dat deed, ik ben dat nooit meer vergeten."

Omdat hij zo zichzelf is, is hij tegelijkertijd ook een beetje iedereen. Wouter Hendrickx: "Weg, de voorstelling uit '98 die Josse met Peter Vermeersch maakte, behoort nog altijd tot mijn top vijf aller tijden. Ongelooflijk om te zien hoe hij in die voorstelling tegelijk jong is én oud, dood én levend, man én vrouw."

Wat hij maakt is herkenbaar, niet omdat we allemaal op hem lijken, maar omdat hij zoveel is. Kristien De Proost: "Josse heeft een dualiteit in zich. De uitdrukking zegt: het is alles of niks. Bij Josse is het alles én niks. In zijn appartement in Antwerpen hangt een bordje aan de muur, met daarop: 'ja ja en nee'. Heel typerend dat hij dat uitkiest. Je kunt over hem zeggen dat hij heel hard werkt én dat hij lui is. Heel gulzig én sober. Zijn werk heeft tegelijk iets groots én iets kleinmenselijks. Misschien ook daarom dat hij raakt aan iets universeels." Waar het altijd weer om gaat, natuurlijk, in de schone kunsten.

With a little help from my friends

Josse heeft zijn eigen parcours altijd mee laten bepalen door de kompanen die hij tegenkwam. Dat geldt voor wel meer mensen, maar voor weinigen zo uitgesproken. Van in het begin blies Josse schotten tussen de kunsten op - lang voor dat hip en vanzelfsprekend werd - omdat hij hield van muzikanten, schilders, beeldhouwers, danseressen. Hij creëerde zo zijn eigen vorm van theater die hij tot op de dag van vandaag blijft exploreren.

In het begin was er de componist en muzikant Peter Vermeersch, met wie hij zijn eerste voorstelling na Radeis mee maakte: Usurpation, en later nog van alles.

Nadien werkte hij samen met Jan Decorte en diens onafscheidelijke Sigrid Vinks aan Stuk-stuk en In ondertussendoor. Sigrid: "Het was een hele wilde, fantastische tijd. Rock-'n-roll. We gingen op tournee door Engeland. Op zich is het daar voor toneelspelers echt huilen met de pet op, maar Jan had beslist om een heel eenvoudig decor in karton te maken, en een deel van ons subsidiegeld te besteden aan uitstekend logement voor de hele ploeg. We hebben in enorm chique hotels geslapen, op dezelfde gang als Charlotte Rampling en Jean-Michel Jarre, en maar roomservice bestellen. Ongelooflijk was dat. Het heeft ons wel onze volgende subsidie gekost, in die tijd moesten kunstenaars op zolderkamers zitten en frieten met cervela eten. We hadden nochtans winst gemaakt tijdens die tournee, wie doet ons dat nog na? (lacht) Josse vond dat ook geweldig, hij houdt evenzeer van het goeie leven, nog altijd. Hij heeft graag lederen zetels in zijn auto. Maar toch is er iets dat hem altijd wegtrekt van pragmatische keuzes en terugduwt naar de kunsten, het allerbelangrijkste in zijn leven. Josse is een deel van mijn volwassen bestaan. Ik heb veel respect voor hem als kunstenaar en als mens. Niet alles wat hij maakt is even geweldig, maar je ziet nu en dan een vleug genialiteit. Hij is heel genereus, hij heeft iets wilds, en hij is nooit voorzichtig en heel gevoelig. Soms explodeert dat weleens in de verkeerde richting, dat wel. Het is ook een macho buiten categorie, en soms een lafbek, maar ik zie hem graag."

Later kwamen er nog. Regisseur Peter van Kraaij bijvoorbeeld (Ward Comblez, He do the life in different voices, Het kind van de smid, Exiles, de film Vinaya...) en Tom Jansen, nog altijd een van zijn meest trouwe bondgenoten, die onder andere heeft meegewerkt aan Ruhe en Een nieuw requiem, twee voorstellingen van Josse De Pauw op TAZ. Nog later kwam componist Jan Kuijken (onder andere Liefde/zijn handen en De gehangenen). De reeks is lang.

Josse wil alleen samenwerken met volk dat hem zint. Wouter Hendrickx: "Ik was gevraagd om mee te spelen in de jeugdtheatervoorstelling Zetelkat. Josse had voor het eerst een tekst voor kinderen geschreven. We waren samen onderweg in de auto. Op de achterbank zat mijn medespeler Dimitri Leue naast hem, hij was Josse aan het bewieroken. Op het einde van zijn betoog vroeg hij: 'Vind je dat eigenlijk prettig, dat jonge mensen je zo bewonderen?' Waarop Josse: 'Dat zal dan toch vriendschap moeten worden, want bewondering, dat blijft niet duren.' En daarna die typische bulderlach." Josse ten voeten uit.

Ook op Theater Aan Zee neemt hij schaamteloos zijn vrienden mee om het programma te bevolken. Als altijd helemaal trouw aan zichzelf.

Het zit 'm in de woorden mijnheer

Josse is een veelzijdig man. Hij maakt en speelt voorstellingen, hij zat in meer dan vijftig films, hij heeft een geweldig gevoel voor muzikaliteit. En wat de voorstellingen van Josse ook zo herkenbaar tot de zijne maakt, zijn de teksten die hij zelf schrijft of bewerkt. Hij heeft een manier van kijken en formuleren die geen mens hem nadoet. Gevolg is dat hij de inhoud van zijn harde schijf kan doorsturen naar een uitgever die er een kaft ronddraait, en dat wordt het bekroonde en veel gelezen Werk, een boek dat toneelteksten, losse fragmenten, kleine observaties en artikels uit kranten samenbrengt. Van de gemiddelde auteur wordt toch verwacht dat hij met een roman of een dichtbundel komt aanzetten, Josse mag dat allemaal.

Ook in zijn schrijven trekt hij de lijn door die zijn hele oeuvre zo kenmerkt. Sigrid Vinks: "Alles wat hij schrijft gaat op een of andere manier over hem, maar zijn teksten overstijgen elke anekdotiek. Zo worden de dingen literatuur." Wouter Hendrickx: "Josse schrijft altijd weer van die zinnetjes die je bijblijven. In Ward Comblez, bijvoorbeeld, het eerste dat ik ooit van hem las: 'Dat vergeten ontrouw worden is, heeft hij bij Barthes gelezen.' Of: 'Ik kijk naar zijn gezicht, het leven heeft daar al serieus slag geleverd, maar ik zie geen traan. Zijt gerust, zegt hij, ik ween, alleen mijn water is op.' Geweldig toch."

Bij Josse lijkt elk zinnetje een liedje op zichzelf. Want hij is een groot stilist. Maar het gaat natuurlijk verder dan dat: hij kijkt naar de ons bekende werkelijkheid met de lichte twist die alles nieuw maakt. Hij kan dat. Dat heeft met slimmigheid te maken, en deemoed, en humor. Zelfs als hij zit te praten in een interview, of op café, als hij in vorm is, is dat aan de hand. De voorbeelden zijn legio, eentje nog, om af te ronden. Marc Didden herinnert zich een verhaal van lang geleden: "Josse, Dominique Deruddere en ik zijn in 1986 ofzo eens samen naar het filmfestival van San Sebastian getrokken met Crazy Love. Die gastvrije Basken organiseerden daarop een weergaloos feest dat volgens mij een nacht en een dag geduurd heeft, en waarvan ik mij alleen herinner dat uiteindelijk alleen wij drie nog op de dansvloer stonden. Dominique wil altijd met mij dansen als hij dronken is, en hij gaat dan aan mijn lijf hangen op een manier die ik maar heel even kan verdragen. Bovendien wil hij altijd een slow dansen, ook als de dj geen slow draait. Die keer ging het om 'La Isla Bonita', een totaal kutnummer van Madonna. Ik was het dansje beu en riep 'Changez', waarop ik in de armen van Josse terechtkwam. Ik keek hem in de ogen en zei: 'Josse, ik zou eigenlijk wel eens graag een vrouw zijn.' Waarop hij: 'Ja, Marquito, maar wees blij dat het niet zo is, want anders waart gij een uitzonderlijk lelijk wijf.'" Het is alleen met liefde dat zoiets kan gezegd. Het is alleen Josse die het zo zou zeggen.

Josse De Pauw is een echte artiest, en een echte mens. Onvolmaakt als wij allen, en niet te beroerd om dat te tonen. Intelligent en woest, zoals kunstenaars dat bij voorkeur zijn. Gevoelig, voor wat vanbinnen én om hem heen gebeurt, wat zich vertaalt in diepgang, wijsheid en gepaste flauwekul. Geestig, wat helpt om de treurigheid van dit leven in de kunst verteerbaar te maken. Ik bedoel maar: alleen al voor hem wilt u in Oostende geweest zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234