Zondag 28/11/2021

ReportageAfghanistan

Waarom de vrouwen van Afghanistan veerkrachtiger zijn dan de taliban denken

Vrouwen behalen hun diploma Taal en Literatuur aan de universiteit van Kaboel, 2010. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Vrouwen behalen hun diploma Taal en Literatuur aan de universiteit van Kaboel, 2010.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

De terugkeer van de taliban in Afghanistan is een ramp voor vrouwen, die er twintig jaar lang enorm op waren vooruitgegaan. Maar de Amerikaanse fotojournaliste Lynsey Addario (47) ziet dat er een nieuwe generatie vrouwen is opgestaan, vol hoop en dromen.

Op een ochtend in de zomer van 1999 werd Shukriya Barakzai wakker met een duizelig en koortsig gevoel. Volgens de regels van de taliban had ze een ‘maharram’ nodig, een mannelijke chaperon, om met haar naar de dokter te gaan. Haar man was uit werken, en ze had geen zonen. En dus scheerde ze haar tweejarige dochter kaal en deed ze haar jongenskleren aan om te kunnen doorgaan voor een chaperon.

Zelf deed ze een boerka aan. Het blauwe gewaad maskeerde haar rood gelakte vingernagels, een schending van het talibanverbod op nagellak. Ze vroeg haar buurvrouw om met haar naar de arts in het centrum van Kaboel te wandelen. Rond 16.30u verlieten ze het dokterskabinet met een voorschrift. Ze waren op weg naar de apotheek toen een pick-uptruck met talibanmilitanten van het ministerie voor de Bevordering van de Deugd en de Preventie van Zonden hen tegenhield.

Het gebeurde wel vaker dat de mannen in Kaboel rondreden in een pick-uptruck, op zoek naar Afghanen om publiekelijk aan de schandpaal te nagelen en te straffen omdat ze de morele code schonden.

De mannen sprongen uit de pick-uptruck en begonnen Barakzai te geselen met een rubberen kabel. Ze viel neer, en toch bleven ze haar slaan. Toen ze klaar waren, stond ze huilend weer op. Ze was geschokt en voelde zich vernederd. Ze was nooit eerder geslagen.

null Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Voordat de taliban opnieuw het land veroverden, waren deze vier vrouwen gewoon aan het werk. In mei 2000, toen deze foto’s werden gemaakt, waren ze verplicht aan de haard gekluisterd. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Voordat de taliban opnieuw het land veroverden, waren deze vier vrouwen gewoon aan het werk. In mei 2000, toen deze foto’s werden gemaakt, waren ze verplicht aan de haard gekluisterd.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

“Heb je ooit te maken gehad met iets wat wij sadisme noemen”, vroeg Barakzai me toen we onlangs met elkaar praatten. “Alsof ze niet weten waarom, en ze proberen je te slaan, pijn te doen, respectloos te behandelen. Daar genieten ze nu van. Zelfs zij weten niet waarom precies.”

Voor haar markeerde dat moment de geboorte van haar leven als activiste. Voor de Afghaanse hoofdstad in 1992 in een burgeroorlog verzeilde, studeerde Barakzai hydrometeorologie en geo­fysica aan de universiteit van Kaboel. Toen de taliban, destijds nog een relatief nieuwe militie, in 1996 zegevierden, werden vrouwen gedwongen hun studies op te geven.

Terwijl Barakzai herstelde van het pak rammel dat ze had gekregen, nam ze een beslissing. Ze zou geheime lessen voor meisjes organiseren in het uitgebreide appartementencomplex waar zij en haar familie woonden, net zoals 45 andere families. Uiteindelijk schreef Barakzai mee de Afghaanse grondwet en zat ze twee ambtstermijnen in het parlement.

In mei 2000 reisde ik voor het eerst naar Afghanistan. Ik was 26 jaar. Ik leefde destijds in India, vanwaaruit ik als fotojournalist over vrouwenkwesties in Zuidoost-Azië berichtte. Het benieuwde me welk leven vrouwen onder de taliban leidden. Afghanistan had net twintig jaar van verscheurend conflict achter de rug – een bezetting door Sovjettroepen die uitdraaide op een langdurige burgeroorlog. Kaboel was zwaar getekend en had amper functionerende infrastructuur.

Halverwege de jaren 90 hadden de taliban beloofd dat ze een einde zouden maken aan het geweld. Veel Afghanen, uitgeput door vele jaren van onzekerheid en meedogenloze destructie, verzetten zich niet tegen de fundamentalistische islamitische groepering. Maar de vrede kwam er ten koste van vele sociale, politieke en religieuze vrijheden.

Een underground huwelijksfeest in Herat, maart 2001. Op de playlist: Iraanse muziek en de soundtrack van Titanic. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Een underground huwelijksfeest in Herat, maart 2001. Op de playlist: Iraanse muziek en de soundtrack van Titanic.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Toen ik er arriveerde voor mijn eerste bezoek, hadden de taliban al hun interpretatie van de sharia, de islamitische wet, aan de bevolking opgelegd. Onderwijs voor vrouwen en meisjes was in zowat alle omstandigheden verboden. Vrouwen (behalve een selecte groep door het regime goedgekeurde artsen) mochten niet buitenshuis werken of mochten het huis zelfs niet verlaten zonder mannelijke chaperon. Vrouwen die buitengingen, moesten een boerka dragen, een traditioneel gewaad dat het hoofd en het lichaam tot aan de enkels bedekt, waardoor vrouwen niet te herkennen zijn.

Alle vormen van vermaak werden voor iedereen verboden: muziek, televisie, sociale contacten tussen vrouwen en mannen buiten de familiekring. De meeste hooggeschoolde Afghanen waren al gevlucht naar buurland Pakistan of elders. Wie bleef, moest zijn leven aanpassen om te voldoen aan de dictaten van het verdrukkende regime.

Als alleenstaande vrouw moest ik een manier vinden om me in Afghanistan voort te bewegen met een zogezegde echtgenoot en om zonder betrapt te worden foto’s te nemen (fotografie van levende dingen is verboden onder de taliban). Ik nam contact op met de hoge commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties, een van de weinige organisaties die nog actief waren in Afghanistan, en het Comprehensive Disabled Afghans Programme, een VN-agentschap dat zich bekommerde om mensen die verwond waren door de landmijnen die met hopen in het land verspreid lagen.

Maida-Khal (22) huilt in de gevangenis. Op haar twaalfde was ze getrouwd met een verlamde zeventigjarige man. Omdat ze hem niet kon dragen, werd Maida-Khal door diens broers geslagen. Toen ze om een echtscheiding vroeg, werd ze gevangengezet. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Maida-Khal (22) huilt in de gevangenis. Op haar twaalfde was ze getrouwd met een verlamde zeventigjarige man. Omdat ze hem niet kon dragen, werd Maida-Khal door diens broers geslagen. Toen ze om een echtscheiding vroeg, werd ze gevangengezet.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Via die organisaties kon ik een beroep doen op mannen om me te vergezellen, en ook op chauffeurs en vertalers, in de provincies Ghazni, Logar, Wardak, Nangarhar, Herat en Kaboel om er stiekem Afghaanse vrouwen te fotograferen en te interviewen. Ik begreep al snel de voordelen die ik had als vrouwelijke fotojournalist, ondanks de moeilijke omstandigheden: ik had vrije toegang tot vrouwen op plekken waar het mannen cultureel of juridisch verboden was te komen.

Van mei 2000 tot maart 2001 ging ik drie keer naar Afghanistan. Ik reisde rond met mijn camera’s verstopt in een kleine zak, en bezocht vrouwen thuis, in vrouwenziekenhuizen, in verdoken meisjesscholen. Ik ging naar geheime gemengde huwelijksfeesten, waar de soundtrack van Titanic weerkaatste tegen de betonnen keldermuren terwijl mannen en zwaar gemaquilleerde vrouwen (mét nagellak) voluit genietend dansten – een activiteit waarvoor het regime dat de straten buiten controleerde je kon executeren.

Wat me misschien nog het meest is bijgebleven over het leven onder de taliban is de stilte. Er waren weinig auto’s, geen muziek, geen televisie, geen telefoons, geen gesprekken over koetjes en kalfjes op het trottoir. In de stoffige straten liepen vaak weduwen die hun man hadden verloren tijdens de lange oorlog; ze mochten niet werken en dus moesten ze wel bedelen.

Vrouwelijk medisch personeel verzorgen een pasgeboren baby in Fayzabad, 2009. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Vrouwelijk medisch personeel verzorgen een pasgeboren baby in Fayzabad, 2009.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

De mensen waren bang, binnen én buiten. Zij die de moed hadden om buiten te komen spraken met gedempte stem, bang om een rammeling van de taliban krijgen, om de eenvoudige reden dat hun baard niet lang genoeg was (voor mannen), of hun boerka te kort (voor vrouwen), of gewoon zomaar. Glimmende bruine cassetteband wapperde overal aan bomen, draden, verkeersborden, palen – een waarschuwing aan mensen die het waagden in de privésfeer muziek af te spelen. Wedstrijden in het Ghazi-stadion in Kaboel waren vervangen door publieke executies, op vrijdag, na het gebed. De taliban gebruikten bulldozers en tanks om muren omver te duwen tegen mannen die ervan verdacht werden homoseksueel te zijn. Mensen die stalen werd de hand afgehakt. Wie beschuldigd werd van overspel werd gestenigd tot de dood.

Tijdens die reizen zag ik ook de weerbaarheid en de kracht van vrouwen. Ik vroeg me vaak af wat er zou worden van Afghanistan als de taliban verdreven zouden worden. Ik beeldde me in dat de mannen en vrouwen die me die enorme gastvrijheid, hun humor en hun kracht boden het goed zouden doen, en dat de Afghanen die naar het buitenland gevlucht waren eindelijk zouden kunnen terugkeren.

Een paar maanden later kwamen de aanslagen van 11 september 2001, en snel daarna vielen de Amerikanen Afghanistan binnen. De taliban werden verdreven, en vrouwen toonden zich al snel van onschatbare waarde voor de heropbouw en het bestuur van het land. Er was een enorm gevoel van optimisme en vastberadenheid, en een groot geloof in de ontwikkeling en de toekomst van Afghanistan. Maar ook al gingen de taliban op in het weefsel van steden en dorpen, toch leefden veel van hun conservatieve waarden, die diepe wortels hebben in de Afghaanse samenleving, voort.

Farzana ondernam een zelfmoordpoging nadat ze door haar schoonfamilie tot moes werd geslagen. Haar moeder helpt haar recht, op weg naar een ziekenhuis in Herat, 2010. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Farzana ondernam een zelfmoordpoging nadat ze door haar schoonfamilie tot moes werd geslagen. Haar moeder helpt haar recht, op weg naar een ziekenhuis in Herat, 2010.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Eind 2001 fotografeerde ik de nederlaag van de taliban in Kandahar. In de twee decennia daarna keerde ik nog een tiental keer terug met mijn camera. Ik reisde naar Kaboel, Kandahar, Herat, Badachsjan, en ik fotografeerde vrouwen die naar school gingen, afstudeerden aan de universiteit, opgeleid werden tot chirurg, als vroedvrouw werkten, opkwamen voor de parlementsverkiezingen, in de regering zaten, met de auto reden, politieagent werden, acteerden in films, uit werken gingen – als journalist, vertaler, televisiepresentator, voor internationale organisaties.

Veel van hen worstelden met de onmogelijke combinatie om buitenshuis te werken en tegelijk kinderen op te voeden; om vrouw te zijn, én moeder, én zus, én dochter op een plek waar vrouwen dagelijks door het glazen plafond gingen, vaak met groot gevaar voor zichzelf.

Een van de mensen die ik ontmoette op mijn reizen was Manizha Naderi, medestichter van Women for Afghan Women. Meer dan tien jaar lang bood haar organisatie opvang, gezinsbemiddeling, advies en juridische assistentie aan Afghaanse vrouwen met problemen in de familie, die het slachtoffer waren van misbruik, die in de gevangenis zaten zonder gerechtelijke representatie. Naderi woont nu met haar gezin in New York.

Toen we elkaar onlangs spraken, vroeg ik haar of ze vond dat Afghaanse vrouwen er in de voorbije twee decennia op vooruitgegaan waren. “Absoluut”, antwoordde ze. “Voor de VS Afghanistan binnenvielen, was er niets: geen infrastructuur, geen juridisch systeem, geen onderwijssysteem, niets. In de voorbije twintig jaar werd alles heropgebouwd in het land: onderwijs, juridisch systeem, sociaal systeem, economie… De vrouwen zijn er enorm op vooruitgegaan. En niet alleen de vrouwen, de Afghanen in het algemeen zijn erop vooruitgegaan.”

Een Afghaanse actrice in haar wagen.  Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Een Afghaanse actrice in haar wagen.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Nu ziet het ernaar uit dat die vooruitgang teruggedraaid wordt. De taliban hebben zowat het hele land heroverd. Ze hebben de poorten van de gevangenissen opengezwaaid en duizenden gevangenen vrijgelaten. Ze hebben werkende vrouwen terug naar de haard gestuurd, meisjes weggehaald uit scholen. Op hun tocht naar de hoofdstad zijn medische faciliteiten vernietigd en burgers gedood, duizenden Afghanen zijn op de vlucht. Sommigen beweren dat de taliban vrouwen in de dorpen bevelen met ongehuwde strijders te trouwen (al ontkent de groepering die aantijging).

Fawzia Koofi, nog een vrouw die ik leerde kennen in Afghanistan, heeft haar leven aan haar land gegeven sinds de taliban in 1996 aan de macht kwamen. Ook zij zette in de jaren 90 een netwerk van geheime meisjesscholen op, in Badachsjan, de provincie waar ze woonde. Koofi was van 2005 tot 2019 parlementslid en was een van de mensen die de Republiek Afghanistan vertegenwoordigden bij de vredesonderhandelingen met de taliban in de aanloop naar de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit het land.

Toen ik haar voor het eerst ontmoette, in 2009, stapte ze door Kaboel met een gevolg van mannelijke adviseurs en veiligheidsagenten in haar zog. Ze keerde terug naar huis na lange dagen in het parlement en stootte op een rij wachtenden voor haar huis die hun bezorgdheid over tal van onderwerpen met haar wilden delen. Ze voedde toen in haar eentje ook twee dochters op: haar man was in 2003 gestorven aan tuberculose, een ziekte die hij had opgedaan nadat hij door de taliban was opgesloten in de gevangenis. Koofi leek niet te stoppen, onvermoeibaar. De taliban hadden twee keer geprobeerd haar te vermoorden. Ze had altijd een met de hand geschreven brief aan haar dochters op zak, voor als haar iets zou overkomen.

Afghaanse politieagentes krijgen schiettraining van carabinieri, Italiaanse NAVO-militairen. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Afghaanse politieagentes krijgen schiettraining van carabinieri, Italiaanse NAVO-militairen.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Toen ik Koofi een paar weken geleden in Kaboel opbelde, waren de taliban al aan een stevige opmars bezig in het land. Koofi had haar twijfels over de beloften van de groepering dat ze vrouwen zouden toestaan te studeren en uit werken te gaan. Ze had het over een groot contrast tussen wat officiële talibanafgevaardigden zeiden tijdens de vredesgesprekken in Qatar en de mensenrechtenschendingen die volgens haar contacten werden gepleegd door het voetvolk op het terrein.

Ik vroeg haar of ze bang was. “Eerlijk gezegd ben ik niet bang om vermoord te worden”, zei Koofi me. “Ik ben bang dat het land opnieuw in chaos verzeilt.”

Terwijl de taliban in het hele land steden in bezit namen, was Koofi vooral aan het bellen met mannen en vrouwen die doodsbang waren voor de gevolgen daarvan. Het frustreerde haar dat ze weinig kon zeggen om hen gerust te stellen. Kort voor ik met haar sprak, had ze een gesprek gehad met een zwangere vrouw die haar opbelde vanuit Fayzabad, de hoofdstad van Badachsjan – een plek die ik in 2009 bezocht om verslag te doen over de hoge moedersterftegraad in de provincie. Dat cijfer is in de voorbije tien jaar door een paar ingrepen gedaald.

De vrouw die Koofi belde moest met een keizersnede bevallen, maar de taliban stonden voor de deur en ze was bang dat ze niet naar het ziekenhuis zou kunnen om de operatie te ondergaan. Ze zou over drie weken bevallen, en kon haar huis niet uit. Wat kon ze doen? Als de vrouw niet met een keizersnede kon bevallen, liep ze het gevaar te sterven, maar Koofi kon vanuit Kaboel niets doen. Vorige week viel Fayzabad in handen van de taliban.

De prijs van boerka’s is de voorbije tijd verdubbeld, of nog meer. Vrouwen kopen het beste harnas om zich tegen de taliban te beschermen: de sluier.

Amerikaanse mariniers nemen even hun helm af om twee meisjes te tonen dat ze vrouwen zijn. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Amerikaanse mariniers nemen even hun helm af om twee meisjes te tonen dat ze vrouwen zijn.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Vorig weekend, toen de taliban Kaboel omsingelden, vroeg ik Koofi hoe het met haar ging en of ze weggevlucht was. Ze heeft zondag haar huis verlaten en zit nu verborgen ergens in Afghanistan. “Niemand helpt”, zei ze. “Kun je met de Amerikanen praten?”

Dat soort whatsappjes krijg ik dagelijks van voormalige vertaalsters en andere vrouwen die ik voor mijn werk leerde kennen. Ze zijn bang en vragen me hoe ze uit Afghanistan kunnen wegraken.

Dat weet ik niet, is mijn antwoord. Ik weet niet waar je naartoe kunt. Ik denk niet dat Amerika je nog gaat helpen. Nee, ik geloof niet dat ze jou of je broer of mijn chauffeur van elf jaar geleden een visum zullen geven. Ik weet niet wat er gaat gebeuren met de vrouwen in Afghanistan.

Ik weet alleen dat de vrouwen die ik de voorbije twintig jaar heb leren kennen indruk op me hebben gemaakt met hun vastberadenheid en hun humor. Ze hebben me doen kronkelen van het lachen en het wenen. Ik denk terug aan een fijne namiddag in Kaboel in 2010 toen ik rondreed met een Afghaanse actrice op de passagiersstoel van haar auto. Haar mooie, gemaquilleerde gezicht en haar haar waren onbedekt, Iraanse muziek schalde uit de boxen en ze danste met haar handen op het stuur. Ze reed voorbij controleposten, drommen boerka’s, verbaasde en afkeurende mannen. Ze lachte, en ik lachte, en ik bedacht me hoever Afghaanse vrouwen het geschopt hadden. De taliban kunnen niet wegnemen wat Afghaanse vrouwen geworden zijn in de voorbije twintig jaar – hun scholing, hun rit naar het werk, hun gevoel voor vrijheid.

Een vrouw in boerka legt haar hand op het raam van een wagen. Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc.   All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency
Een vrouw in boerka legt haar hand op het raam van een wagen.Beeld © Lynsey Addario / 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

En er is vandaag een nieuwe generatie Afghaanse vrouwen, die niet weten hoe het was om onder de taliban te leven. “Ze zitten vol energie, hoop en dromen”, vertelde Shukriya Barakzai me. “Ze zijn niet zoals ik, zoals ik twintig jaar geleden was. Ze zijn alerter. Ze communiceren met de wereld. Het is niet het Afghanistan dat afbrandde tijdens een burgeroorlog. Het is een ontwikkeld, vrij Afghanistan, met vrije media, met vrouwen.”

De taliban nemen het grondgebied in, zei Barakzai, “maar niet het hart en de geest van de mensen”.

© 2021 The Atlantic Monthly Group, Inc. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234