Donderdag 17/06/2021

AnalyseMidden-Oosten

Waarom de timing van het oplaaiende geweld tussen Israël en Hamas zo opvallend is

Palestijnse hulpdiensten zoeken naar overlevenden in het puin van een gebombardeerd pand in Gaza-stad. Beeld EPA
Palestijnse hulpdiensten zoeken naar overlevenden in het puin van een gebombardeerd pand in Gaza-stad.Beeld EPA

De verleiding is groot om de huidige strijd tussen Israël en Hamas te vergelijken met de vorige conflicten tussen de twee kemphanen. Toch is de ronde van 2021 anders.

Aan de keukentafel bij Ariel Sharon thuis zitten Yasser Arafat en Sharon herinneringen op te halen over momenten in hun verleden waarin ze bijna dood ­waren en waarin ze elkaar hadden kunnen uitschakelen. “Toen die keer, toen jouw scherpschutters in Beiroet me in het vizier hadden”, memoreert Arafat. “Ik heb de foto gezien en dat betekent dat je me die wilde laten zien.” Sharon: “We hadden toen de trekker moeten overhalen.” “Het had je in ieder geval de prijs van deze maaltijd bespaard”, zegt Arafat, terwijl hij een augurkje wegprikt. “Waarom heb je het niet gedaan? Dat heb ik altijd al willen weten. Was het Amerikaanse druk, of Russische?” “Het zou niet juist zijn geweest”, antwoordt Sharon. “De duivel vindt het fijn ons beiden om zich heen te hebben.”

Het is een passage uit Weerzien in het midden van de aarde van Nathan Englander, een fictief verhaal dat de werkelijkheid overtreft, waarin de Israëlische en Palestijnse leiders elkaar in hun nadagen ontmoeten. De strijd tussen Israël en Hamas speelt een centrale rol in het boek dat eindigt met de vorige oorlogsronde, die van 2014.

De verleiding is groot de huidige strijd te vergelijken met die vorige, of met die daarvoor. Ze lijken zo op elkaar. De laatste duurde enkele weken, kostte ruim tweeduizend Palestijnen en tientallen Israëli’s het leven en liet Gaza in puin achter. Cynisch gezegd had Israël daarmee weer enkele jaren ‘rust’ gekocht. Rust die het gebruikte om zijn blokkade van de Gazastrook, met zijn twee miljoen Palestijnen, voort te zetten, alsook vaart te maken met zijn kolonisering van de Westoever en de ‘verjoodsing’ (‘ont-arabi­sering’) van Oost-Jeruzalem – de laatste ­jaren met openlijke steun van Washington.

Rust die Hamas in Gaza gebruikte om zijn arsenaal aan raketten weer op peil te brengen en ‘de metro’ aan te leggen: het ondergrondse netwerk waar raketten opgeslagen worden, met ‘spoorlijnen’ voor mobiele lanceerbases, en met plaats voor leiders en milities om te schuilen.

Met heilige grond zijn concessies uitgesloten

De constante in de strijd bleef: twee botsende nationalismen die elk in een giftige symbiose leven met hun religie, met als symbool de strijd over Jeruzalem. Giftig, want over grond kan je twisten, maar ook compromissen sluiten. Met heilige grond zijn concessies bij voorbaat uitgesloten.

Toch wijkt deze ronde af van de vorige. Een kijkje in het kruitvat levert een beeld van tegenstrijdige ontwikkelingen. De Palestijnse zaak leek naar de achtergrond verdrongen, al was het alleen maar door al die andere conflicten in de regio, waarbij enkele Arabische landen, zoals de Emiraten, Bahrein en Marokko, de Palestijnen trotserend, openlijk banden aangingen met de ‘zionistische vijand’. Saudi-Arabië slaakt misschien een zucht van verlichting dat het de druk van Donald Trump om dat ook te doen, heeft weerstaan. Nu zet het de anderen voor het blok: overleeft deze acceptatie van Israël de gruwelijke vernietigingen in Gaza?

Ook om andere redenen is ‘de ronde van 2021’ anders: corona woelt kennelijk in de hele wereld onvrede, complot- en vijanddenken los; TikTok en Instagram zijn de nieuwe wapens om de (nationalistische) emoties aan te wakkeren. In Israël is het La Familia – de hooligans van voetbalclub Beitar – die met haar ‘Dood aan de Arabieren’-oproepen rellen organiseert. Kolonisten en Netanyahu’s extreemrechtse bondgenoten reppen zich naar de brandhaarden om het vuur verder op te stoken, vaak ­gewapend, terwijl de politie toekijkt.

Israëlische tanks bestoken doelen in Gaza. Beeld AP
Israëlische tanks bestoken doelen in Gaza.Beeld AP

Aan de andere kant ontrafelen Palestijnse jongeren, Israëlische staatsburgers, het tere weefsel van de co-existentie in de gemengde Joods-Arabische steden. Gemaskerde jongeren steken het restaurant Uri Buri in Akko in brand, hét symbool van Joods-­Palestijnse samenwerking en ontmoetingsplaats. Synagogen worden bekogeld en in brand gestoken. En zelfs in niet-gemengde Arabische dorpen en steden komt het tot uitbarstingen van geweld.

Dat geschiedt op een moment dat binnen Israël het Palestijnse nationalisme bij de Arabische/Palestijnse bevolking terrein leek te verliezen. Kranten noemden het de ­‘is­raëlisering van de Arabieren’. Israëls ­Palestijnse burgers eisten meer aandacht voor het oplossen van hun eigen lokale problemen, in plaats van voor de ‘Palestijnse zaak’.

In de patstelling na de laatste verkiezingen kon een klein Arabisch partijtje ineens de doorslag geven. Ze bleek bereid zelfs met Netanyahu in zee te gaan, dezelfde Netan­yahu die de Arabische burgers voor vijfde colonne had uitgemaakt! Haar enige eis: er moest eindelijk iets gedaan worden aan de achterstelling van de Arabische samenleving. De huidige escalatie lijkt die trend van ‘israëlisering’ te keren, of misschien toch niet? (zie kader hieronder)

De strijd is dit keer dus niet beperkt tot het zoveelste rondje Gaza-Israël, waarbij de uitkomst en de winnaars tevoren vaststaan: Hamas bewijst zich als de beschermer van de Palestijnse zaak en de heilige grond; ­Israël bewijst zijn militaire overmacht, waarbij premier Netanyahu nog eens zijn politieke overlevingskansen vergroot. Want in tijden van dreiging sluiten de rijen, en weet Netanyahu zich nu weer gesteund door een partij die hem verleden week nog bijna ten val bracht.

Provocaties van kolonisten

Niet alleen complotdenkers beweren dat het tijdstip van deze ronde geen toeval is, dat Netanyahu het vuur heeft aangewakkerd: de provocaties van de kolonisten bleven ongestraft, zijn extreemrechtse politieke bondgenoten konden ongestoord huishouden in Jeruzalem en vorderden met de overname van de Arabische wijk Sjeikh Jarrah. Terwijl intussen de politie keihard optrad tegen stenengooiende Palestijnse jongeren en de Al-Aqsamoskee binnendrong – dat alles in de voor moslims heilige ramadanmaand. Van daaruit klonk de roep van de Palestijnen aan de wereld, aan de Arabische landen, maar bovenal aan de Hamas-leiders van Gaza: ‘Help ons!’

Voor Hamas was het moment daar. Het dreigde Israël dat het een ‘hoge prijs’ zou ­betalen als het zijn troepen niet uit de ­Al-­Aqsamoskee en Sjeikh Jarrah terugtrok. Wellicht was ook het wapenarsenaal weer op peil. En het politieke moment kon nauwelijks beter. De islamitische beweging zwaait de scepter over Gaza. Haar politieke rivaal, de Fatah van president Abbas, heerst, onder Israëlisch toezicht, over de West­oever. Abbas had zojuist de Palestijnse verkiezingen uitgesteld, “omdat Israël de deelname van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem uitsloot”. De echte reden was Abbas zijn vrees om van Hamas te verliezen.

Juist in Gaza lag Hamas onder vuur met steeds luider gefluister dat het leiderschap zich tegoed deed aan de vele miljoenen die het van Qatar ontving, terwijl de bevolking verpauperde.

Gemengde gevoelens in Joods-Arabische steden

Ze zijn de Palestijnse burgers van Israël en vormen met hun 1,9 miljoen 21 procent van de ­Israëlische bevolking. Het gaat om Palestijnen – en hun nazaten – die in 1948 bleven in het gebied dat Israël werd, terwijl meer dan 750.000 anderen werden verdreven, naar Gaza, de West­oever en andere buurlanden.

Zij bezitten de Israëlische nationaliteit, wonen in gemengde Joods-Arabische steden, als Akko en Haifa, maar vooral veelal apart in Arabische dorpen en steden. Jarenlang leefden ze onder een militair bewind dat pas in 1966 werd opgeheven. Formeel hebben ze alle burgerrechten, feitelijk zijn ze tweederangsburgers die al decennia ­lijden onder discriminatie en verwaarlozing wat betreft onderwijs, woningbouw, infrastructuur. De werkloosheid en armoede in hun dorpen is vele malen groter dan onder hun Joodse medeburgers en heeft hun dorpen tot een vruchtbare bodem gemaakt voor georganiseerde misdaad, waar Israël zo goed als niets aan doet.

De gemengde steden kunnen misschien als voorbeeld dienen voor co-existentie (en die is er ook), tegelijkertijd richten ze de schijnwerpers op de achterstelling. Als dan Joodse yuppen huizen opkopen in Arabische voorsteden, of extreemrechtse Joodse groepen – gesteund door buitenlandse donoren – Arabieren proberen weg te werken uit hun woonplaats, is er weinig nodig om dat kruitvat tot ontploffing te brengen.

Jullie willen ons in hokjes verdelen tussen Palestijnen uit Gaza, Palestijnen uit de Westoever en jullie eigen Arabieren. Maar als jullie Gaza bombarderen, is het of jullie ons bombarderen; en als jullie Palestijnen in Jeruzalem uit hun huizen zetten, is het net als hier in Lod in 1948 (toen vele Palestijnen werden verdreven, red.) en als nu. Steeds meer Joden komen hier wonen die ons weg willen hebben...” Aan het woord is de Palestijnse rapper Tamer Nafar, inwoner van Lod, in een interview met de Israëlische tv. “Hoeveel aandacht hebben jullie eigenlijk voor ons”, vervolgt hij. “Pas als er iets met de Joden hier gebeurt, verschijnen jullie, maar waar zijn jullie als het om onze problemen gaat?”

Nafar vertolkt de stem van velen, maar er zijn ook andere stemmen. Die zeggen dat de Arabische partijen gefaald hebben, omdat ze het alleen maar over de ‘grote’ ­politiek hebben, terwijl ze niets doen om het dagelijkse bestaan te verbeteren.

Er is een derde, onhoorbare stem. Die zwijgt. ‘Zo veel mogelijk alleen maar je ­eigen leven leiden’, is het devies. Het is een houding die veel linkse Joodse ­jongeren delen. “De situatie is te uitzichtloos, wij kunnen er toch niks aan doen.” “Ik volg het nieuws niet meer.”

Die onderverdeling in stemmen is kunstmatig, vaak leven ze in een en dezelfde persoon, zijn het de gebeurtenissen die de ene of de andere stem naar boven brengen. Zoals nu die vierde stem klinkt op tientallen plekken bij kleine demonstraties van Joodse en Palestijnse burgers samen, voor co-existentie, voor vrede, terwijl rondom het verwoestende geweld raast. Hun leuze: ‘We weigeren elkaars vijanden te zijn!’

Overigens is er ook een analyse dat Netan­yahu verrast was door de reactie van Hamas. Hij had ingestemd met die geldstroom uit Qatar en andere Arabische landen – in feite dus met het in stand houden van het Hamas-bewind – zodat Israël zijn gang kon gaan in Jeruzalem en op de Westoever. Hamas zou die deal niet op het spel willen zetten, meende hij.

Maar Hamas is ideologisch en religieus gedreven en kon zich nu opwerpen als de hoeder van Jeruzalem én als de leidende Palestijnse partij, terwijl de 85-jarige Abbas werd weggezet als corrupte handlanger van Israël.

Nog niet uitgevochten

Hamas kreeg nog een bonus in de schoot geworpen: de onrust in Israël waar Palestijnse jongeren zich in de strijd voegden. Daarmee heeft ze een van haar grootste successen geboekt: zij heeft Palestijnen in Gaza, Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en nu ook binnen Israël gemobiliseerd in de strijd tegen de bezetter, onder haar leiderschap. De vele doden en verwoestingen in Gaza zijn de prijs.

Net als in vorige rondes klinken al oproepen tot een wapenstilstand, maar beide partijen willen tonen dat zij nog niet uitgevochten zijn. Als uiteindelijk de rust weerkeert, over een paar dagen of weken, waarbij beide de overwinning claimen, kunnen er twee dingen gebeuren: niets, dat wil zeggen puinruimen en de volgende ronde voorbereiden; of proberen een akkoord te bereiken, waarbij de ogen gericht zijn op Joe ­Biden.

Voor hem komt het te vroeg. En in zijn lange loopbaan heeft hij geleerd dat je aan dit conflict vooral je vingers brandt. Hij zit bovendien met een, in deze zaak, verdeelde Democratische partij. Maar wie weet, Sleepy Joe heeft al iedereen verrast.

De kans dat er niets gebeurt, tot de volgende ronde, blijft veel aannemelijker. Kennelijk vindt de duivel het nog steeds fijn ze om zich heen te hebben, of ze nu Arafat en Sharon, of Haniye en Netanyahu heten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234