Zondag 28/02/2021

Waarom de Oost-Congopetitie van Broederlijk Delen en co. misplaatst is

De oorlog van het Congolese leger tegen de rebellerende Forces démocratiques de libération du Rwanda (FDLR) mag de proporties van een humanitaire ramp hebben aangenomen (DM 21 en 22/10), Koen Vlassenroot en Hans Hoebeke noemen de oproep van Broederlijk Delen en co. om de militaire operatie stop te zetten ‘misplaatst’ en ‘risicovol’.

Eind vorige week deden Broederlijk Delen, Oxfam, Pax Christi en War Child een oproep om een petitie te ondertekenen voor het stopzetten van Kimia 2, de militaire operatie van het Congolese leger tegen de FDLR-rebellen. Vanuit humanitair standpunt op het eerste gezicht een verdedigbare zaak. Deze militaire campagne eist immers een bijzonder hoge tol van de Congolese bevolking. Niet alleen omdat het FDLR wraakacties uitvoert, maar ook omdat het Congolese leger zich nauwelijks beter gedraagt. Ook de internationale gemeenschap wordt opgeroepen om haar steun aan deze operatie te staken; vanwege het verlenen van logistieke ondersteuning aan het Congolese leger, wordt de VN-vredesmacht in Congo (Monuc) mee verantwoordelijk geacht voor de huidige humanitaire situatie. Broederlijk Delen en de andere organisaties gaan met deze petitie echter net iets te kort door de bocht en komen met een nauwelijks overtuigend alternatief over de brug. In een brief aan De Morgen wordt ons nog eens herinnerd aan de oorzaken van het probleem (DM 24/10). De analyse die Broederlijk Delen verdedigt, is gebaseerd op twee impliciete doch nauwelijks empirisch ondersteunde veronderstellingen. Volgens deze analyse is het probleem vooral de afwezigheid van de Congolese overheid in het oosten van het land. Dit zou immers vrij spel geven aan het Congolese leger om zich mee in te schrijven in een illegale exploitatie van de grondstoffen en controle over artisanale mijnen over te nemen na het verdrijven van de FDLR. Wel, wie de moed heeft te gaan kijken naar deze mijnsites, zal versteld staan van het aantal vertegenwoordigers van staatsdepartementen dat actief is in vaak zeer gesofistikeerde systemen van exploitatie die in sommige gevallen vanuit Kinshasa worden gestuurd. Of anders gesteld, de staat is nooit zo aanwezig geweest als vandaag, maar is vooral een instrument van uitbuiting en onderdrukking.

Veiligheidsprobleem

En hiermee zijn we bij een tweede impliciete veronderstelling uitgekomen. Al te zeer wordt het conflict in Congo omschreven als een strijd om grondstoffen. Niemand ontkent dat de exploitatie van grondstoffen een inherent onderdeel is geworden van de strategieën van de verschillende statelijke en niet-statelijke actoren die vandaag actief zijn Oost-Congo. Niemand heeft echter een duidelijk zicht op de situatie in en rond de verschillende mijnen. Precies dit perspectief zou echter duidelijk maken dat het probleem niet zozeer de illegale exploitatie van grondstoffen is maar wel de afwezigheid van een basisvoorwaarde voor duurzame heropbouw, namelijk veiligheid. Eerder dan de aandacht te richten op illegale handelsnetwerken, zou moeten worden gepleit voor een efficiënt en transparant veiligheidsapparaat, wat een eerste voorwaarde is voor het doorknippen van de banden tussen illegale exploitatie en gewapende groepen, en voor het formaliseren van de artisanale mijnsector. Kimia 2 toont nogmaals op dramatische manier aan dat van een functionerend veiligheidsapparaat vandaag nauwelijks sprake is.In de huidige context is het oproepen tot het stopzetten van Kimia 2 niet alleen misplaatst, het houdt zelfs belangrijke humanitaire risico’s in. Ten eerste klopt het niet dat Kimia 2 geen effect heeft gehad op de FDLR. Een deel van haar troepen werd uitgeschakeld en gerepatrieerd, locale financieringssystemen werden gedestabiliseerd en er is vandaag een grotere internationale aandacht voor het veiligheidsprobleem. Ten tweede zou het stopzetten van de huidige operatie vrij spel geven aan het FDLR om oude posities weer in te nemen en oude controle-structuren opnieuw in te voeren. De modus vivendi tussen het FDLR en de bevolking waarvan sprake in de analyse van Broederlijk Delen is geen excuus om niet in te grijpen: ze is immers gebaseerd op onderdrukking en uitbuiting. De Congolese bevolking is op langere termijn veel meer gebaat bij een pleidooi voor een geïntegreerde en gedecideerde aanpak die de militaire druk op FDLR hoog houdt. Wegens gebrek aan alternatief (een internationale operatie tegen FDLR is vandaag uitgesloten wegens gebrek aan voldoende steun), dient de operationele capaciteit en betrokkenheid van Monuc te worden versterkt. Eerder dan te pleiten voor een terugtrekking van Monuc (een boodschap die men in Kinshasa bijzonder graag zal horen), moet de samenwerking tussen Monuc en het Congolese leger worden heronderhandeld. Dit moet toelaten dat de internationale vredesmacht een belangrijke inbreng heeft in de operationele planning van Kimia 2, mee de operatie uitvoert en een sterkere controle uitoefent op het FARDC, zodat de bevolking echt beschermd wordt en de humanitaire gevolgen van de operaties worden beperkt. Tegelijkertijd moet de internationale gemeenschap eindelijk werk maken van een coherente aanpak van de FDLR leiding die zich in Europa bevindt en, zoals vorige week nogmaals werd aangetoond door een reportage op de Duitse televisie, een bepalende rol speelt in de strategie van de FDLR in de Kivu-provincies. Het neutraliseren van de FDLR door de Congolese regering én de internationale gemeenschap is een basisvoorwaarde voor het herstel van stabiliteit in de regio. Nu opgeven is onverantwoordelijk. Het zou niet alleen opnieuw meer zuurstof geven aan de FDLR, die een dergelijk signaal als een overwinning zullen claimen, maar vooral diegenen in de Democratische Republiek Congo en de regio dienen, die baat hebben bij een permanente instabiliteit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234