Zaterdag 21/09/2019

Midden-Oosten

Waarom de Koerden wel moeten vluchten uit Afrin

Beeld AFP

Het Turkse leger rukt op in Noord-Syrië. Daarbij zou geplunderd worden. Op hulp hoeven de Koerden niet te rekenen.

De Syrisch-Koerdische journalist Roj Mousa uit Afrin kan maar niet wennen aan zijn nieuwe leven: “Ik werk al zeven jaar in oorlogsgebieden, zoals in Irak en in delen van Syrië, maar nu ben ik zelf een van de slachtoffers. Ik ben een ontheemde, mijn geboortestad Afrin ben ik ontvlucht. De situatie is er zo slecht. Er worden mensen ontvoerd door het Turkse leger. Ik ben familieleden kwijtgeraakt. Militairen en rebellen hebben mijn huis overhoop gehaald en geplunderd.”

Afrin, de Koerdische enclave in Noordwest-Syrië, wordt sinds januari belegerd door Turkije en rebellen van het Vrije Syrische Leger, die dienen als de stoottroepen van de Turkse invasiemacht. Ankara wil er de Koerdische militie YPG verjagen, die het beschouwt als terreurbeweging die Turks grondgebied bedreigt.

Sinds de inname van Afrin-stad, vorige week, plunderen de rebellen huizen, winkels en zelfs auto’s. Ze staan bekend als notoir ongedisciplineerd; er is geen hiërarchie in hun rangen en daardoor is niemand verantwoordelijk. Turkije zegt de berichten te onderzoeken, maar de plunderingen vonden plaats onder toeziend oog van het leger.

Het contact met Mousa, die zich inmiddels in de noordoostelijke stad Qamishli bevindt, verloopt moeizaam mede door de slechte verbinding en doordat hij in het ziekenhuis is voor een behandeling. Hij moest wel vertrekken uit Afrin, vertelt hij, want de bedreigingen van het Turkse leger namen steeds ernstigere vormen aan. Hij zegt te vrezen voor het lot van veel van zijn vrienden en familieleden.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld AFP

Hulp hoeven de Koerden in Afrin niet te verwachten. Rusland haalde in januari plots zijn waarnemers weg uit Afrin, die voorheen een buffer vormden tussen de Koerdische militie YPG en Turkije. Daarmee maakten de Russen de weg vrij voor Turkije om binnen te vallen. De Syrische regering stuurde later nog een paar milities om het gebied te helpen verdedigen, maar die waren niet opgewassen tegen de Turkse overmacht. En de Amerikanen, de belangrijkste bondgenoten van de Koerden, stelden zich neutraal op.

Vluchtelingenstroom 

In de laatste weken kwam er een grote vluchtelingenstroom uit Afrin op gang, die in omvang zelfs die uit Oost-Ghouta, de ook belegerde voorstad van Damascus, overschaduwde. Bij het Vrije Syrische Leger zitten veel jihadisten, en de laatste weken doken er verontrustende beelden op van strijders die opriepen tot het doden van de ‘atheïstische’ Koerden.

Er waren in de regio Afrin al tussen 100.000 en 150.000 burgers door het geweld ontheemd geraakt, ongeveer een derde van het hele inwoneraantal. Zij kwamen grotendeels terecht in de gelijknamige stad, maar nadat de Turken en de rebellen die veroverden, trokken de vluchtelingen door naar andere delen en steden in Syrië, waaronder de stad Tal Rifaat.

Hulporganisaties zijn amper voorbereid op zo’n grote vluchtelingenstroom. De vluchtelingen krijgen matrassen en dekens, maar moeten in de open lucht slapen. Anderen, zoals Mousa, zijn verder uitgeweken.

Het ziet er hoe dan ook slecht uit voor de Koerden: de Turkse regering liet deze week weten dat het van plan is om niet alleen Afrin en de regio Manbij te veroveren, maar heel Noord-Syrië.

Lees ook: Turkije houdt het Koerdische Afrin in een wurggreep

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234