Woensdag 30/09/2020

Pleidooi

Waarom de Estse componist Arvo Pärt zoveel zieltjes raakt

Arvo Pärt. Beeld EPA

Voor het zevende jaar op rij is de Estse componist Arvo Pärt de meest uitgevoerde levende componist ter wereld. Zijn spirituele minimalistische muziek klinkt als een soundtrack van het leven. Als een handdoek waarmee je je tranen afveegt. Mocht de muziek van deze 82-jarige een medicijn zijn, dan werd iedereen onsterfelijk. De formule? Eenvoud en mystiek.

Ik blijf het een mooi verhaal vinden. De jonge Arvo Pärt kreeg van zijn moeder een piano waarvan de middelste toetsen haperden. Dus Arvo tokkelde dan maar op de toetsen die het wél deden: de lage basnoten en de hoge registers. Dit contrast tussen dragende en ijle noten werd later de muziektaal die Pärt zou onderscheiden van elke andere componist. Het is de Pärt die we kennen van 'Spiegel im Spiegel', 'Für Alina' of 'Tabula Rasa'.

Maar de Estse componist klonk ooit anders. De vroege werken van Pärt voelen aan als muzikale wapens tegen de Sovjet-autoriteiten. Zo kwam er in 1961 felle kritiek op het orkestwerk 'Nekrolog', het eerste muziekstuk dat in het bezette Estland volgens de regels van de twaalftoonstechniek was geschreven (luister en je begrijpt wat de term betekent). Helaas, Pärt werd afgestraft. Hij klonk te westers. Of te raak? 'Nekrolog' klinkt immers als een wereld vol angst en terreur. 

De componist bleef doorgaan, met als hoogtepunt 'Credo'. Een overdonderend werk uit 1968 voor gemengd koor, orkest en piano dat door de censuur was geglipt en waar de frustraties van het volk een stem kregen. Pärt laat het koor letterlijk “ik geloof in Jezus Christus” zingen. Met andere woorden: publiekelijk tegen de schenen schoppen van het atheïstisch Sovjet-regime.

Schoonheid van stilte

Pärt werd op het matje geroepen en trok zich jaren terug. Hij verdiepte zich in de middeleeuwse muziek en kwam drie jaar later naar buiten met wat hij in complete afzondering ervaren had: de schoonheid van stilte. In 1976 was een nieuwe Pärt geboren. Vanaf dan klonken zijn composities als het geluid van zachte klokjes, wat hij zelf als ‘tintinnabuli’ omschrijft, zoals je dat kunt ervaren in 'Für Alina', 'Fratres' of 'Cantus in Memory of Benjamin Britten'. Tintinnabuli werd zijn nieuw muzikaal handelsmerk dat bestond uit een melodische bovenstem en een dragende minimalistische onderstem. De chemie tussen die twee zit hem in de eenvoud.

Waarom Arvo Pärt zoveel zieltjes raakt? Omdat hij eerst op zoek ging naar wat hij betekent als mens, om het dan te kunnen toepassen als componist. Elke emotie is spiritueel gezuiverd en afgewogen. Alsof de muziek van Pärt een emotie op zich is geworden. Sommigen vinden de muziek van Pärt nogal leeg of muzikaal oninteressant omdat ze weinig evolueert. Ik vind ze net ‘vol’. Vol van een muzikaal, spiritueel en menselijk bewustzijn. Dan evolueert de muziek vanzelf. 

Deze componist heeft een nieuwe vorm van verstilling uitgevonden, als een religie die elke grens overstijgt. Of zoals Pärt het zegt: “Mijn muziek is als een wit licht dat elke kleur bevat. Alleen een prisma kan die kleuren tevoorschijn halen. Dit prisma is de geest van de luisteraar."

Het gros van Pärt zijn repertoire bestaat uit sacrale muziek, zoals de recentere werken 'Te Deum' (1984), 'Kanon Pokajanen' (1997) of 'Adam’s Lament' (2009). Niet toevallig, want de inspiratiebron waar Pärt uit blijft putten, is het eeuwige geloof in God en in de mens, als geschenk van God.

Arvo Pärt Weekend, van 26/1 tot 28/1 in Flagey. www.flagey.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234