Vrijdag 27/11/2020

Waarom de Elsschotdocumentaire stomvervelend was

Het is een romantisch misverstand dat de nabestaanden van een schrijver zijn interessantste exegeten zouden zijn

Frank Albers maakt komaf met de plaag van schrijversnabestaanden

De Elsschotdocumentaire die Canvas woensdagavond uitzond, was stomvervelende televisie. Dat lag niet aan de schrijver, uit wiens werk Jan Decleir prachtige fragmenten niet minder prachtig voorlas. Dat lag niet aan de schitterende beelden van het oude Antwerpen - wat een grandeur heeft die stad ooit gehad!

Nee, het lag, voor de zoveelste keer, aan de nabestaanden.

Telkens wanneer er over Elsschot iets te zeggen of te vieren valt - een publicatie, een verjaardag, een standbeeld - komen ze weer uit het stof gekropen, dochter Ida voorop, gevolgd door een paar in het pak gehesen kleinzoons, mannen die wel Elsschots burgerlijkheid lijken te hebben geërfd maar in ieder geval niet zijn vermogen om over die burgerlijkheid schrander en ongenadig na te denken.

De documentaire was erg traditioneel opgebouwd, zwart-witbeeldjes van de schrijver en van zijn verdwenen stad, afgewisseld met korte interviewtjes - de structuur van bijna alle gefilmde kunstenaarsportretten. Schooltelevisie. Geen enkele originele, verrassende invalshoek.

En nogal wat gemiste kansen. Zo zag je de speelplaats van het Antwerpse atheneum, waar Elsschot schoolliep en waar nu een aantal allochtone leerlingen langs de muren zaten. Het had mooi kunnen zijn om die leerlingen van nu eens over de schrijver van Het dwaallicht te laten praten, bijvoorbeeld.

Ook in zo'n traditionele vorm kun je natuurlijk wel relevante televisie maken. Daarvoor heb je alleen maar interessante gesprekspartners en een goede vragensteller nodig. Die zijn, in het geval van Elsschot, niet moeilijk te vinden. Toch komt men in Elsschotprogramma's of -artikels altijd weer uit bij de erven, die al meermaals op pijnlijk overtuigende wijze hebben aangetoond dat ze over het oeuvre van hun (groot)vader niets belangwekkends te melden hebben. Telkens opnieuw zingen dochter en kleinzoons hetzelfde refreintje, in deze documentaire wel een keer of zeven - dat hun (groot)vader een "stuurse man" was, dat zijn kinderen niet wisten dat hij romans schreef, dat er een diepe kloof gaapte tussen de burger- en zakenman Alfons de Ridder en de haast clandestien opererende auteur Willem Elsschot. So what?

Hoe vaak hebben ze dit nu al verteld? Wat betekent het? Wat voor inzicht bezorgen die loze praatjes ons in dat unieke oeuvre? Geen enkel. Dochter noch kleinzoons hebben over dat oeuvre iets te zeggen dat het niveau van de biografie en de anekdotiek ook maar enigszins overstijgt. Dat kun je hun niet eens kwalijk nemen. Maar in een programma over de schrijver Elsschot wil ik over de betekenis van het oeuvre dan ook andere en, welja, beslagener mensen aan het woord horen.

Het is een romantisch misverstand te denken dat de nabestaanden van een schrijver ook zijn interessantste exegeten zouden zijn. Dat bewijst de Elsschotclan al jaren. "Grootvader beschouwde zijn familie als 'analfabeten'", zei een van de kleinzoons in de documentaire. Dat was ongetwijfeld het gênantste dieptepunt in het programma, dat soms meer op een portret van dochter Ida leek dan op een portret van de schrijver.

Nabestaanden van schrijvers, het is vaak een plaag. Wie ooit de productie van een toneelstuk van Samuel Beckett heeft meegemaakt, begrijpt wat ik bedoel. De erven Beckett zien er nauwlettend op toe dat alle opvoeringen van Becketts werk, waar ook ter wereld, de oorspronkelijke regieaanwijzingen respecteren. Ze dulden geen enkele afwijkende interpretatie of vormgeving. Ook James Joyce heeft zo'n lastige kleinzoon, Stephen, die zich te pas en te onpas bemoeit met de manier waarop de wereld omgaat met de teksten van zijn opa. En zeer recentelijk heeft ene Jean-Claude Barat, de geadopteerde zoon en erfgenaam van de schrijver Henry de Montherlant, het bestaan om de publicatie van een Dictionnaire Montherlant tegen te houden, een boek dat nota bene al gedrukt was en op 22 maart 2007 had moeten verschijnen. (Dirk Leyman beschrijft het conflict op zijn voortreffelijke literaire nieuwsblog De Papieren Man.) Montherlants uitgever, woedend, zei daarop: "Literair werk mag niet zomaar in de handen van de erfgenamen blijven. Het behoort tot het culturele patrimonium." Zo is dat.

Nabestaanden van grote schrijvers en andere kunstenaars moeten maar eens inzien dat een bloedband geen verdienste is, dat een trouwring geen monopolie verschaft, en dat de betekenis van een oeuvre, van een belangrijk oeuvre, niet te vangen is in biografische anekdotiek. Ook makers van literaire televisieprogramma's zouden zich beter een beetje onafhankelijker opstellen tegenover de sentimentele achterhoede die bij het graf van vele dode schrijvers de wacht houdt. Dat kan de kwaliteit van hun programma's alleen maar ten goede komen.

Frank Albers is essayist.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234