Woensdag 13/11/2019

Opvang

Waarom de crèche crasht: "Van de tien kandidaat-kinderverzorgsters is er maar één geschikt"

Beeld Eline Van Strien

Opnieuw kwamen er deze week kinderverzorgsters in opspraak voor schandelijk gedrag. Nochtans hebben we sinds drie jaar een decreet dat hamert op goed opgeleide opvoedsters. Hoe kan het dan toch zo fout lopen? En wat is er aan te doen?

Meer dood dan levend. Zo trof Wilfried Tuts (60) zijn zoontje Emmanuel van vier maanden oud bij de onthaalmoeder aan. Op die vreselijke maandag in november, nu bijna acht jaar geleden. Wilfried: “Ik had haar gebeld om te zeggen dat we wat later zouden zijn, en vroeg terloops hoe het ging met onze lieve schat. Ze vertelde me dat hij tijdens zijn slaap zo’n vreemd geluid maakte en luidkeels schreeuwde. Ik ben toen onmiddellijk in mijn wagen gesprongen. Hoe ik hem daar aantrof, in een achterkamertje. Hij lag er compleet wezenloos, reageerde niet. Hij had bloed­uitstortingen van zijn oor tot in zijn nek. Ze had hem daar gewoon neergesmeten in een parkje.”

Hersen­scans wezen uit dat het jongetje heftig door elkaar was geschud en zo het shaken­baby­syndroom had opgelopen. Er waren ook sporen van oud bloed: Emmanuel was al eerder mishandeld. Na een proces dat maandenlang de media zou beroeren, kreeg de onthaalmoeder drie jaar effectief. Wilfried Tuts en zijn vrouw Maria Statha (43) kregen naar eigen zeggen “levens­lang”.

Wilfried: “Het enige wat Emmanuel kan, is horen. Hij kan niet praten, niet stappen, niet zelf eten, hij is blind en 80 procent anders­valide. Hij heeft een pompje met een medicijn in dat om de zoveel tijd zijn spieren ontspant. Allemaal het resultaat van die uithaal van zijn onthaalmoeder. Die vrouw was mentaal totaal niet opgewassen tegen de job. Een wolvin in schaapskleren. Maar zij stond wel bij de meest kwetsbaren van de maatschappij.”

Begin deze week kwamen opnieuw enkele kinder­verzorgsters in opspraak voor de onterende behandeling van peuters. Een jongetje van drie werd in de naschoolse opvang op de straf­stoel gezet. Zijn handjes werden met brede verhuis­tape bij elkaar geplakt. Zo moest de kleuter een tijdlang blijven zitten, terwijl de anderen konden spelen. De Antwerpse verzorgster in kwestie, die op staande voet ontslagen werd, riskeert acht maanden cel.

Een collega-verzorgster uit dezelfde opvang riskeert dan weer een half jaar cel omdat ze met doorzichtige plakband de vinger van een kind vastkleefde aan zijn neusje. Dit omdat het jongetje in zijn neus had gepeuterd. Zo zou hij vast wel inzien dat hij moeilijk met zijn vriendjes kon spelen, met maar één hand vrij, zo redeneerde de vrouw.

Alweer pijnlijke voorvallen dus, en dat terwijl de zaak van de Antwerpse crèches Kiddy Watch nog zo vers in het geheugen ligt. Daar ging een jonge opvoedster, die tot vijf jaar cel kan krijgen, compleet door het lint. Ze schudde baby’s door elkaar, zwierde peuters ruw in hun eet­stoel in het rond en deelde er zelfs klappen uit.

Een vak apart

Kinder­verzorgsters die grenzen overschrijden, het lijkt een moeilijk te tackelen probleem. Nochtans kwam minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) in april 2014 nog met het decreet voor de kinder­opvang van baby’s en peuters. Dat moest de crèches niet alleen toegankelijker en transparanter, maar ook professioneler maken. Precies omdat de sector wel wat meer opleiding kon gebruiken. Sindsdien moet elke opvangvorm – onthaalmoeder of groeps­crèche – een vergunning kunnen voorleggen én aan kwalificatie­vereisten voldoen.

“Vóór 2014 had je inderdaad geen vergunning nodig om een kinder­opvang te runnen”, duidt Leen Du Bois, woordvoerster van Kind en Gezin. “Niet dat er geen goede opvang bestond. Maar je had meer attesten nodig om een frietkot te beginnen dan een crèche. Waanzinnig als je daar nu over nadenkt, en dat is niet eens zo lang geleden. Het decreet heeft de veronderstelling van de baan geveegd dat iedereen zomaar in staat zou zijn om baby’s en peuters op te vangen. Kinder­opvang is een vak, het is veel meer dan kindjes verzorgen.”

Wie na het decreet in de sector aan de slag wilde, moest een diploma ‘kinder­verzorging’ op zak hebben. Ofwel uit het beroeps­onderwijs, met een zevende specialisatie­jaar, ofwel uit het volwassenen­onderwijs. Kinder­begeleidsters zonder certificaat die al vóór het decreet ervaring opdeden, konden aanblijven als ze de kwaliteits­toets doorstonden. Leen Du Bois: “Om de veranderingen voor elke betrokkene haalbaar te maken is er nu nog een overgangs­periode lopende. In 2024 zetten we de laatste stap. Dan zullen alle crèche­verantwoordelijken en kinderbegeleiders de nodige kwalificaties hebben.”

Om een idee te geven: begin dit jaar waren er in Vlaanderen 94.353 plaatsen in de kinderopvang voor baby’s en peuters. Sinds het decreet in 2014 zijn er alles samen – onthaalmoeders én groeps­opvang – meer voorzieningen gestopt dan gestart. Tegelijkertijd is het aantal plaatsen gegroeid, doordat bestaande locaties zijn uitgebreid. Wel ligt ook het toegelaten aantal kinderen bij decreet vast. Is er één begeleider aanwezig, dan ligt de grens op acht kinderen. Zijn er minstens twee kinder­verzorgsters, dan gaat het tot 9 kinderen per begeleider. Du Bois: “Let wel: dit zijn geen na te streven normen, het is de maximum­grens waar men zeker niet over mag.”

Opvallend: sinds het decreet zijn er in de groeps­crèches meer starters dan stoppers. Bij de onthaalouders is het dan weer net andersom: daar zie je meer locaties de boeken dichtdoen (1.965 stoppers) dan openslaan (1.005 starters). Een trend die al was ingezet voor het decreet.

Vergeten groep

Begrijpelijk dat heel wat onthaalmoeders afhaken, betreurt Lindsy De Muynck (32), vroeger juf lager onderwijs en sinds anderhalf jaar zelf onthaalouder in Beernem. “Anders dan de groeps­crèches krijgen wij veel minder financiële ondersteuning. Noem ons een vergeten groep. Van onze inkomsten moeten wij veel meer opnieuw investeren: in spelmateriaal, verwarming, groenten en fruit voor de papjes. Die streep door de rekening is wat velen de das omdoet. Je houdt er simpelweg geen volwaardig loon aan over. Dat is wat zo hard doorweegt op je draagkracht, wat maakt dat sommige verzorgsters door het lint gaan. In een poging het toch financieel te beredderen gaan ze hun draagkracht te boven, ze voelen zich genoodzaakt elke dag het maximale aantal kinderen toe te laten. Zo schurken ze tegen hun mentale limiet aan, om net rond te komen. 

"Maar niet iedereen kan dat aan, elke dag acht kinderen. Ik ook niet. Toen ik er hier alleen voor stond, deed ik dat twee of drie keer per week, maar zeker geen vijf dagen. Die dagen met acht was ik ’s avonds pompaf. Ik heb zelf ook nog drie kindjes. En jawel, er zijn momenten waarop je denkt: help!”

Sinds begin deze maand werkt Lindsy samen met een andere onthaalmoeder – “een extra paar ogen en handen”. “Daar had ik echt nood aan, om de praktische problemen uit de weg te ruimen. Stel: je wilt een van de baby’s boven in zijn bedje leggen. Dan moet je alle anderen, al is het maar één minuut, noodgedwongen alleen laten. Maar één minuut is lang. Er kan al veel gebeuren.”

Zindelijk

Een vrouw met drie kindjes die ook nog eens op het kroost van de buurvrouw en diens nichtje past: zo is het beroep ontstaan. Maar de job is tegenwoordig een pak veel­eisender, weet Lindsy. “Je neemt hoe langer hoe meer taken van de ouders over. Heel wat kinderen zijn hier van 7 uur ’s ochtends tot 18 uur ’s avonds. Hen zindelijk maken, alleen leren eten, woordjes aanleren, het komt allemaal op onze schouders terecht. En welke ouder heeft nog tijd om eens te puzzelen met zijn kind? Dat is geen verwijt. Doe het maar eens als je allebei een drukke fulltime­job hebt. Maar het vraagt wel enorm veel energie van ons. En dat voor een schamel loon. Je moet het echt uit liefde doen.”

Rijk word je er niet van, erkent ook Kind en Gezin. De organisatie buigt zich momenteel over ‘het belang van gezins­opvang’, samen met experts, onthaalouders en gezinnen die er gebruik van maken. De vraag naar een huiselijk, kleinschalig alternatief is groot, klinkt het bij onthaalmoeders. Hun bedjes zijn binnen de kortste keren volzet.

Beeld Eline Van Strien

Wendy Castro (29), onthaal­ouder van Het Bijennestje in Riemst, houdt het beperkt tot zeven kinderen, tenzij haar moeder of schoonmoeder bijspringt. “Want al met zeven ervaar ik het als bandwerk”, vertelt ze. “Dan is het enkel luiers verversen, koken, eten geven, de dutjes, verzorgen en opnieuw eten. Terwijl je toch ook iets plezierigs wilt doen.”

Dat het haar droomjob was en is, verzucht ze. Dat ze haar hele huis ernaar gebouwd heeft. Maar dat ze toch al overwoog om ermee te kappen. Het zijn die “vreselijk lange dagen” waar ze tegenaan loopt. Haar eigen dochter van drie ziet ze nauwelijks. Wendy: “Precies door die weinige ondersteuning kan ik niemand in loondienst nemen. Wel krijg ik regelmatig stagiaires over de vloer. Maar sommigen zijn duidelijk niet van plan ooit iets met hun diploma te doen. Zij komen hier dan zo’n beetje aanmodderen, een boekje voorlezen. En je ziet: daar zit geen gevoel in. Ik kan me daar enorm aan storen. Dan denk ik: waarom kies je voor die studies? Je bent hier wel de hele dag met de kinderen van een ander bezig.”

Altijd waakzaam

Precies om die reden laat Dominique Rahoens (59), verantwoordelijke van de Gentse groeps­crèche Maaltecenter, zich niet langer met stagiaires in. “Het beroep wordt zwaar onderschat, ook door studenten. Je moet je dubbel geven voor kinderen die niet de jouwe zijn. Als je dat niet in je hebt, zoek dan alsjeblieft een andere job. Anders komt het niet goed.”

Handjes vastplakken met tape, een neus­peuteraar bestraffen – (verontwaardigd:) “Je houdt het toch niet voor mogelijk dat zulke zaken

voorvallen?” Volgens Dominique loopt het in de opleidingen zelf al flink mank. “Het probleem is dat die stage veel te laat komt, vaak pas op het eind van de opleiding. Wie voor kinderverzorgster studeert, wordt veel te weinig gewezen op die grote verantwoordelijkheden van de job. De echte reality­check, in de crèche zelf, komt veel te laat.

“Die bewustwording moet beter. ‘Zalig’, denken velen. ‘Flesjes geven, een beetje spelen.’ Maar ze zien het volledige plaatje niet. Ik zeg het je: van de tien afgestudeerde kandidaat-verzorgsters die zich hier komen aandienen, is er maar één echt geschikt. Nu pas, na 25 jaar, heb ik een team waar ik mijn hand voor in het vuur steek. Nu weet ik: hier gaan geen stommiteiten gebeuren. De voorbije 25 jaar heb ik nooit vakantie genomen. Ik wilde er altijd zijn, was steeds waakzaam.

“Toen ik pas gestart was, heb ik veel verzorgsters de revue laten passeren. Ik heb daar zelfs veel discussies over gehad met Kind en Gezin. Zij vonden dat ik van personeel wisselde zoals van schoenen. Maar ik kon toch geen begeleidsters in dienst houden die ik niet geschikt vond? Op wie ik niet 100 procent kon vertrouwen?”

Nog een voorbeeld, uit 2010. Wantoestanden in een Mechelse crèche: huilende kinderen werden opgesloten en gedwongen te eten tot ze braakten. Nadien moesten ze ook hun braaksel opeten. Veel recenter: peuters in de Waregemse crèche Cococinelle leerden hun bijtgedrag af door in een stuk zeep te bijten.

Eén ding was zeker: met het decreet van 2014 moest ook “het belang van pedagogisch handelen” duidelijk in de wet komen, stelt Leen Du Bois van Kind en Gezin. In april dit jaar werd daarom MeMoQ gelanceerd, een praktische handleiding om de kwaliteit in kindercrèches te meten en monitoren. Met adviezen over onder meer communicatie, betrokkenheid, hoe te straffen en te belonen. Wat mag? Wat kan niet? Het laat crèches toe om aan zelf­evaluatie te doen. En het is ook een instrument voor de Zorg­inspectie. Die gaat er vanaf volgend jaar mee aan de slag. Met als doel: de beoogde kwaliteit concreet maken.

“Geweld­situaties in de opvang doen zich dan ook uiterst zelden voor”, benadrukt bevoegd minister Jo Vandeurzen nog. “Vanuit de Vlaamse overheid doen we er alles aan om het risico hierop zo klein mogelijk te houden.” Of het aantal ‘incidenten’ na het decreet nu gedaald dan wel gestegen is, blijft koffiedik kijken. Leen Du Bois: “Maar elk slachtoffer is er natuurlijk een te veel. Feit is wel: ouders komen er meer mee naar buiten, ze vuren het debat aan. Velen vragen ook of ze het inspectie­verslag van hun crèche kunnen inkijken. Dat leeft sterk.”

Professional

Ouders zijn mondiger geworden dus. Precies dat wat hun baby, in die prille levensfase, niet is. Zelf zal Emmanuel Tuts nooit het woord kunnen ne­men. Zijn ouders wel. “Er zou een psychologische screening moeten komen voor kinderverzorgsters”, vindt Maria. “En dat herhaaldelijk, want die mentale toestand verandert. Alleszins, van een verzorgster verlang je toch dat ze een professional is, in álle situaties. Ook als je kind huilt.”

Nu al is een medisch attest nodig, dat stelt dat de verzorgster fysiek en mentaal gezond is. Du Bois: “Maar inderdaad, je weet niet wat er in een mensenleven gebeurt. Je kunt de ene dag perfect geschikt zijn, en de volgende dag iets meemaken waardoor je in een complexe situatie belandt. Kinder­opvang blijft natuurlijk mensenwerk. On­danks de ondersteuning die wij bieden. De Zorg­inspectie mikt de laatste jaren op kortere, maar iets frequentere bezoeken. Zo kunnen we, waar nodig, kort op de bal spelen. Maar alertheid en preventie kunnen niet elke probleem­situatie voorkomen. Soms gebeurt er iets in een crèche die altijd onder de radar bleef. Je kunt niet alles uitsluiten.”

Kijk naar Emmanuel. Nu een baby’tje van vier maanden in het lijf van een jongetje van acht. Maria: “Ik zal altijd zijn pampers blijven verversen, ook als hij dertig is. Zij, de onthaalmoeder, kwam er makkelijk mee weg. Wij rekenen er dagelijks mee af. Ik huil als ik zie dat hij pijn lijdt. Maar de boosheid van dag één heeft plaats­gemaakt voor iets anders. Voor een boodschap: maak de wet op kindermishandeling strenger. Geef daders niet zomaar een tikje op de vingers. Neem dat prille leven serieus.” Op de achtergrond speelt Emmanuels zusje, nu vier jaar. Of zij ooit naar de crèche ging? Papa Wilfried: “Nee, van ons leven niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234