Dinsdag 19/10/2021

Waarom de Belgen driftig sparen

Paul Huybrechts over onze pensioenen en hoe ze betaalbaar te houden. Paul Huybrechts over onze pensioenen en hoe ze betaalbaar te houden. De Belgen blijven als mieren sparen, zo bleek afgelopen week. Gemiddeld beschikken ze intussen over het grootste finan- ciële vermogen van de EU. Waar komt die spaardrift vandaan, vraagt Huybrechts zich af.

Vroeger, vóór het kalf verdronken was, flakkerde in dit land nu en dan een interessant debat op. Zoals 'Hoe zorgen we ervoor dat we straks de pensioenen kunnen betalen?' In de jaren 90 kruisten voor- en tegenstanders van het kapitalisatiesysteem en het repartitiesysteem geregeld de degens. Soms heftig, hoewel het probleem wat te technisch is om felle emoties op te wekken. Soms waren de argumenten primair, want ontsproten aan doctrines waarin elk kapitaalinkomen een geurtje heeft.

'Repartitie' betekent dat je op de toekomstige generaties rekent. Zij moeten later maar voldoende belastingen betalen, zodat de eerder gedane pensioenbeloften kunnen worden gehonoreerd. 'Kapitalisatie' betekent dat men individueel of collectief, vandaag geld opzij zet, een bepaald rendement veronderstelt en na pakweg 45 jaar een kapitaal of een maandelijkse uitkering garandeert. Het kapitaliserend pensioenfonds als appeltje voor de dorst. Kapitalisatie of repartitie, wat is er beter? Eén vogel in de hand of tien in de lucht? Die tien vogels vangen we later wel, beloofden de voorstanders van repartitie.

En onze luchthartige politici kozen voor repartititie, dus voor een afwenteling van de pensioenlast op de toekomstige generaties. Pensioenreserves aanleggen zoals in Nederland, vonden ze niet nodig.

De belastingbetaler werd zelf verzekeraar. Was dat wijs? Allicht niet en voor zichzelf leggen onze politici trouwens wel degelijk reserves aan. Goedgespijsde pensioenfondsen garanderen een parlementair pensioen van 4.000 euro op 55 jaar na 20 jaar zetelen. Dat belette diezelfde politici - en met name Guy Verhofstadt en Johan Vandelanotte niet om enkele jaren geleden de pensioenfondsen van Belgacom en de NMBS leeg te halen. "Zo hebben we de Belgacomwerknemers behoed voor de implosie van Fortis," beweerde onlangs een cynische Vandelanotte.

Wanneer hij dat zag, wist de verstandige Belg meteen wat ook hem te doen stond. Zonder publieke pensioenfondsen zit er niets anders op dan zelf flink te sparen. De babyboomgeneratie heeft dat ook gedaan en de Belgen beschikken nu over het fraaiste financieel spaarpotje van Europa. Dat werd ook de jongste twee jaar weer flink aangevuld. Een gemiddeld Belgisch gezin beschikt nu over een netto financieel vermogen van 156.000 euro. Dat is een gemiddelde en het verbergt natuurlijk arm en rijk.

De politiek begreep gelukkig wel dat ook kapitalisatie wat aanmoediging verdiende. Het bezit van een eigen woning werd bevorderd, terwijl burgers met verzekeringen en pensioensparen tegen gunstige fiscale voorwaarden een extra potje van 30.000 tot 100.000 euro bijeen konden brengen. De tweede pensioenpijler van Frank Vandenbroucke bleef wel een mager beestje. Maar de Belgen wedden dus op twee paarden en wie dat optimaal gedaan heeft, kan nu tegen een stootje.
Wie zal dat betalen?
In de meeste westerse landen ontstond zo'n mengvorm van kapitalisatie en repartitie, met in België toch een sterke voorkeur voor repartitie. Trouwens, ook kapitalisatie biedt geen garantie, beweerden betweterige vakbondsleiders. Niemand kan de toekomstige inflatie en rendementen met zekerheid voorspellen. En wie weet hoe oud mensen straks wel worden? Daar zat waarheid in en de kapitalisatieformules moesten dan ook worden bijgesteld. In plaats van resultaatsverbintenissen (defined benefit) ging men naar inspanningsverbintenissen (defined contribution). In die laatste formule dragen de spaarders een bepaald bedrag bij, zonder garantie dat ze op hun pensioenleeftijd een vooraf vastgelegde uitkering krijgen. Die uitkering hangt af van de jaarlijks behaalde rendementen.

Uit optimistischer tijden staan nog wel veel 'defined benefits' uit. Die straffe verbintenissen zitten nu in hetzelfde schuitje als het repartitiesysteem. Wie zal dat betalen? Sommige pensioenkassen gingen uit van een jaarlijks rendement van pakweg 8 procent en dat was de jongste 10 jaar niet meer mogelijk. De opgebouwde reserves volstaan niet om de aangegane beloften te houden.
Dat somber toekomstperspectief was de jongste jaren al één van de oorzaken van het grootschalig financieel dopinggebruik. De economische groei werd met een lage rente en aanzwellende schulden kuntsmatig ondersteund. In de VS bereikte de totale schuld nooit eerder geziene hoogten. Verzekeraars en pensioenfondsbeheerders gingen koortsachtig op zoek naar hogere rendementen dan nog met obligaties en aandelen mogelijk waren. Amerikaanse investeringsbanken en nadien ook Belgische leerling- tovenaars, bouwden daarom cdo's (collateralised debt obligations) uit waarmee hogere rendementen mogelijk waren. Tot die ballon barstte. Zo waren de pensioenbeloften wel degelijk mee de oorzaak van de recente financiële crisis. Er liepen natuurlijk ook schurken rond, maar de schuld (guiltiness) ligt bij de schulden (debt), bij de bekende en de verborgen schulden.

Nu, ook al kunnen sommige kapitalisatiesystemen hun beloften misschien niet houden, er is tenminste iets. Niet alle activa zijn problematisch en een rendement van 4 procent was vorig en dit jaar wel degelijk haalbaar. In sommige gevallen werden de reserves ook extra aangevuld. De vogel in de hand is misschien een mager beestje, maar hij fluit wel in zijn kooi. Als onze politici goede waar leveren voor hun vele geld, zal er bij repartitie ook wel iets zijn paniek is uit den boze - maar of de Belgische belastingbetaler bereid zal zijn om tegen 2030 liefst 7 procentpunten van het nationaal inkomen extra af te dragen, is nog maar de vraag. Dat is een stijging van de belastingdruk met 14 procent.

Grijs groepsegoïsme
De gepensioneerden hebben het probleem in de gaten. Zo ontstond vorige week een van de hatelijkste adviezen die preformateur Elio di Rupo al moet hebben gekregen. Het Raadgevend Comité voor de pensioensector dat 40 Nederlandstalige en Franstalige gepensioneerdenverenigingen overkoepelt, eist namelijk 'een progressieve afbouw van de belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de verschillende vormen van aanvullende pensioenen. Die zorgen immers voor minder inkomsten voor de begroting en de sociale zekerheid.' Alleen het basispensioen, de zogenaamde eerste pijler, mag overblijven. Jongeren moeten meer belastingen betalen en mogen niet worden gesteund, als ze zelf een aanvulling van hun wettelijk pensioen willen uitbouwen. Nu de ouderen van die mogelijkheid geen gebruik meer kunnen maken, moet dat maar worden afgeschaft. Het Raadgevend Comité beweert te spreken in naam van 2,5 miljoen gepensioneerden, maar ik denk dat veel gepensioneerden met dit standpunt zeer verveeld zitten. Als uiting van grijs groepsegoïsme kan het inderdaad tellen.

Misschien moeten we er niet teveel aandacht aan schenken. Zoals met veel politiek gevuvuzela het geval is, praat het Comité het eigen volk wellicht gewoon wat naar de mond. Zoals ook veel oproepen om een vermogensbelasting in te stellen vanaf 1 miljoen euro, getuigen van een gebrekkig, zoniet partisaan inzicht in de manier waarop burgers proberen om hun toekomst en die van hun kinderen - financieel onder controle te krijgen. Eerste vraag bij een vermogensbelasting: waaruit bestaat een vermogen? Alleen uit vastgoed en financiële activa (aandelen, obligaties, spaarrekeningen) of ook uit nettovorderingen? Wie uitzicht heeft op een pensioen van 2.000 euro gedurende 30 jaar beschikt over een vordering op de staat ter waarde van 475.000 euro (bij 3 procent rente). Iedereen die financieel naar school is geweest, kan de actuele waarde berekenen van een toekomstige inkomstenstroom. Laten we die berekening voor iedere burger maken en de waarde van het toekomstige pensioen alvast ook als vermogen beschouwen. Anders is een vermogensbelasting discriminerend voor wie zelf een vermogen heeft opgebouwd, precies omdat (de waarde van) zijn toekomstig pensioen ontoereikend is. Voor de rijkelijk gepensioneerde politici en voor de topambtenaren zou zo'n slecht gedefinieerde vermogensbelasting wel een nieuwe en belangrijke bonus zijn.

Zelfs als die pensioenvorderingen als vermogen worden beschouwd, blijft een vermogensbelasting om andere redenen een slecht idee. Het is wachten op het eerste ernstige, ondemagogische voorstel om met andere argumenten uit te pakken.

Politieke legitimiteit
De discussie over de toekomst van onze pensioenen is wel veel belangrijker dan velen al beseffen. Niet alleen in België, maar ook in de VS staat volgens kritische waarnemers eigenlijk de legitimiteit van de politieke elite op het spel. Er zijn door politici op grote schaal beloften gedaan die men moeilijk zal kunnen houden. In alle westerse landen, zo lees je dezer dagen in betere nieuwsbrieven, gingen politici ervan uit dat het 'demografisch dividend' zou blijven duren. Het demografisch dividend is de extra groei die mogelijk is, wanneer relatief veel hoogproductieve burgers aan het werk zijn. Terwijl het perfect voorspelbaar was dat hier een eind aan zou komen, dat vanaf ongeveer 2010 een kleinere actieve bevolking met een lagere productiviteit voor méér jongeren, ouderen en hulpbehoevenden zou moeten gaan zorgen. Welke politicus geeft toe dat het uur van deze waarheid is aangebroken? En dat de politiek, beste kiezers, nederig van resultaatsverbintenissen op inspanningsverbintenissen moet overstappen.

Na de crisis vertrouwt niemand nog de financiële elite, maar wat gebeurt er als in de praktijk gaat blijken dat de Amerikaanse publieke pensioenverzekering een tekort van 22 procent van het Amerikaanse BBP (3 biljoen dollar) vertoont, zoals het Amerikaanse Center for Policy Analysis zopas berekende? Volgens het IMF moet de belastingdruk in de VS gewoon verdubbelen, aldus professor Laurence Kotlikoff afgelopen week op Bloomberg. Amerikanen verhuizen nu al naar staten met beheersbare pensioenproblemen. Dat kan de huizenprijzen in Florida ondersteunen, maar elders dreigt deze financiële krater tot politieke radeloosheid te leiden.
Veel vogels in de lucht zijn dus gaan vliegen. Soit. Er zijn gelukkig nog andere spreekwoorden. Zoals bijvoorbeeld: wanneer de nood het hoogst is, zijn de redders nabij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234