Zondag 14/08/2022

ReportageServië

Waarom ‘broer’ Poetin in Servië veel steun krijgt: ‘Wij herkennen de leugens van het Westen’

Een vrouw wandelt voorbij de muurschildering van Vladimir Poetin in Belgrado. Links staat het woord 'brat' geschilderd, Russisch voor 'broer'. Beeld AFP
Een vrouw wandelt voorbij de muurschildering van Vladimir Poetin in Belgrado. Links staat het woord 'brat' geschilderd, Russisch voor 'broer'.Beeld AFP

Wie rondloopt in Belgrado hoeft niet ver te zoeken: in Servië is openlijke steun voor Vladimir Poetin na zijn invasie van Oekraïne. Maar het is geen blinde liefde. De herinnering aan NAVO-bommen en sancties doet Serviërs naar de Russische kant neigen. ‘Hij is de enige die de NAVO in elkaar kan slaan.’

Rosa van Gool

“Daar was mijn broer aan het werk”, zegt Miroslav Medic (58), terwijl hij de tweede verdieping van een ruïne in het centrum van Belgrado aanwijst. Hier bombardeerde de NAVO in de nacht van 23 april 1999 een studio van de Servische staatstelevisie RTS. Er vielen zestien doden, onder wie de 33-jarige studiotechnicus Sinisa Medic.

Miroslav Medic zat thuis, anderhalve kilometer verderop, televisie te kijken toen de ramen sprongen en het beeld zwart werd. Nog weken hoopte hij dat Sinisa op een dag levend tevoorschijn zou komen uit de bergen puin en wolken stof, maar hij zag nooit meer van zijn twee jaar jongere broer terug dan een paar flarden van kledingstukken.

Zelf werkt Medic, die Sinisa destijds aan de baan bij RTS had geholpen, nog steeds als studiotechnicus bij de tv-zender. Elke dag gaat hij naar zijn werk in het gebouw pal naast de uitgebrande studio, die bij wijze van monument nooit herbouwd is. “Vreselijk dat het nu weer ergens anders gebeurt”, zegt Medic, voor wie de beelden uit Oekraïne pijnlijk bekend voorkomen. “Dit mag niemand overkomen.”

Van de pro-Russische demonstraties die extreemrechtse activisten de afgelopen weken in Belgrado organiseerden, moest hij dus niets hebben. Toch kiest Medic, net als de meeste Serviërs, ook niet de kant van Oekraïne. “Elke oorlog is verschrikkelijk”, houdt hij zich op de vlakte.

Dat afgemeten antwoord overheerst in de straten van Belgrado, waar anders dan in de rest van Europa geen blauw-gele vlag te bekennen is, behalve aan de gevels van de Duitse en Poolse ambassade. Een pro-Russische demonstratie, georganiseerd door een extreemrechtse groep, trok begin maart zo’n tweeduizend betogers. Naar een pro-Oekraïense demonstratie kwamen een paar honderd mensen, erna volgden aan beide zijden kleine demonstraties.

Muurschildering van Poetin

Sinds de Russische invasie is de Servische balanceer-act tussen Oost en West, waaraan de regering al jaren bezig is, hachelijker dan ooit. Enerzijds verklaarde Servië te staan voor de territoriale integriteit van Oekraïne en veroordeelde het de invasie in de Verenigde Naties, maar tegelijkertijd steunt het land, kandidaat-lid van de EU, de Europese sancties niet.

De druk vanuit de EU is groot, maar begin april zijn er verkiezingen. President Aleksandar Vucic weigert het pro-Russische deel van zijn electoraat tot die tijd voor het hoofd te stoten. Een peiling van vorig jaar laat zien dat 83 procent van de Serviërs Rusland beschouwt als bevriende natie, terwijl iets meer dan de helft (54 procent) positief staat tegenover toetreding tot de EU.

Vlak na het begin van de oorlog dook in het centrum van Belgrado een muurschildering op. ‘Broer’ staat er in grote cyrillische letters naast een matig gelijkend portret van de Russische president Vladimir Poetin. Op de achtergrond vloeien de Russische (wit-blauw-rood) en Servische (rood-blauw-wit) vlaggen naadloos in elkaar over.

De afbeelding ligt maar een paar honderd meter van een andere muurschildering die in Belgrado al maanden tot onrust leidt: het gezicht van generaal Ratko Mladic, verantwoordelijk voor de genocide in Srebrenica en gevangen in Scheveningen. Om de paar dagen wordt Mladic’ beeltenis beklad met verf, waarna mysterieuze hulptroepen het portret van de oorlogsmisdadiger weer schoonboenen.

Ook Poetin heeft zijn eerste bekladdingen – en schoonmaaksessies – al achter de rug, zo getuigen de verfspetters op de stoep. De meeste inwoners passeren de metersbrede schildering zonder op of om te kijken, een enkeling trekt een verbaasd gezicht, een man van in de 20 maakt een selfie met Poetin, maar behoefte om hun mening te geven heeft niemand.

De muurschildering van Ratko Mladic, beklad met witte verf. Beeld AP
De muurschildering van Ratko Mladic, beklad met witte verf.Beeld AP

‘Leugens van het Westen’

Cedomir Antic (47), docent geschiedenis aan de universiteit van Belgrado, heeft daar geen moeite mee. “Poetin is een milde autocraat”, zegt hij zonder spoor van twijfel, nippend van een espresso in een Italiaans restaurant. “Russia Today is neutraler dan de BBC.”

Naast zijn academisch werk is Antic een rechts-conservatieve politiek activist, die vaak in de Servische media verschijnt en daar een geluid vertolkt dat vrijwel samenvalt met de lijn van het Kremlin. Poetins redenen om Oekraïne te bombarderen zijn volgens Antic beter dan de redenen van de NAVO voor de bombardementen op Servië in 1999, zo verklaart hij de Servische houding. “Mensen hier herkennen de leugens en hypocrisie van het Westen.” Dat Servië zonder de bombardementen genocide gepleegd zou hebben op de Albanese bevolking in Kosovo, vindt Antic westerse onzin.

Ook het woord ‘sancties’ roept in Servië nog altijd sterkere emoties op dan menig West-Europeaan zich kan voorstellen. Antic was een student tijdens het handelsembargo dat de VN – inclusief Rusland – aan Joegoslavië oplegden van 1992 tot 1995, vanwege de oorlog in Bosnië.

Bijna de helft van de bevolking moest door hyperinflatie leven van minder dan 2 dollar per dag. Er was tekort aan voedsel, medicijnen, benzine, somt de historicus op. “Het aantal zelfmoorden was hoger dan ooit.” Na de vredesakkoorden in Bosnië werden de sancties soepeler, maar tijdens de Kosovo-oorlog (1998-1999) volgden nieuwe maatregelen.

Pas nadat Slobodan Milosevic was afgetreden als president, kwam er begin 2001 na bijna een decennium een einde aan alle sancties. Over de effectiviteit bestaat discussie, want hoewel de sancties volgens experts meehielpen om Milosevic in Bosnië – wel na drie bloedige jaren – tot onderhandelen en een vredesakkoord te dwingen, lukte dat in het geval van Kosovo pas na twee maanden bombarderen.

Eén ding staat vast: in Servië denkt geen inwoner lichtvaardig over sancties, bevestigt Jovo Bakic (51). De socioloog, tot vorig jaar actief in een linkse partij, is niet pro-Russisch. Hij is voorstander van maatregelen tegen Russische politici en oligarchen, maar fel tegen sancties die de bevolking in armoede storten. “Omdat ik ze zelf heb ervaren, zou ik ze nooit aan gewone mensen opleggen.”

Russisch gas

Toch schuift de Servische regering nu langzaam op richting de EU, denkt de jonge politicoloog Vuk Vuksanovic (36), onderzoeker aan de universiteit van Belgrado en de London School of Economics. Vorige week sloot Servië zich bijvoorbeeld aan bij de sancties tegen Oekraïens oud-president Viktor Janoekovitsj, die de EU-landen al in 2014 uitvaardigden.

“Ik verwacht nog meer babystapjes, om het Westen rustig te houden en tijd te kopen tot na de verkiezingen”, voorspelt Vuksanovic. Want hoewel Annalena Baerbock, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, na haar bezoek aan Belgrado half maart een enthousiaste verklaring afgaf aan de pers – “Wij willen Servië als lid van de EU” – zouden er achter gesloten deuren harde woorden gevallen zijn over Rusland.

Maar de Servische regering is niet alleen bang om kiezers te verliezen door sancties te steunen. Ook de gasvoorziening komt bijna volledig uit Rusland. In november sloot president Vucic nog een deal met Poetin, waardoor Servië stevige korting krijgt op Russisch gas. Dat contract loopt in de zomer af, en het uitblijven van een verlenging zou een economische klap betekenen.

De regering wedt op alle paarden tegelijk, legt Vuksanovic uit: investeerder China, maar vooral Rusland en Europa. Rusland speelt het Servische spel handig mee, bijvoorbeeld door in 2011 een “humanitaire basis” te openen in het zuiden, vlak nadat de EU had geweigerd om het land kandidaat-status te geven.

Russische en Servische vlaggen tijdens een pro-Rusland-betoging in Belgrado. Beeld AFP
Russische en Servische vlaggen tijdens een pro-Rusland-betoging in Belgrado.Beeld AFP

Inspelen op anti-NAVO-gevoel

Ook online heeft Rusland de afgelopen jaren niet stilgezeten op de westelijke Balkan. In Servië is het anti-NAVO-sentiment tegenwoordig nog sterker dan vlak na de bombardementen. De oude frustraties over de bommen en sancties vormden een vruchtbare bodem voor de pro-Russische mediacampagne.

In totaal stierven er tijdens de ruim twee maanden van NAVO-bombardementen op Servië ongeveer duizend soldaten en vijfhonderd burgers. Amnesty International noemde het bombarderen van de tv-studio een oorlogsmisdaad. Ook Human Rights Watch veroordeelde de keuze voor de studio, in plaats van een zendmast.

Miroslav Medic vervloekt niet alleen de NAVO, maar ook het Milosevic-regime vanwege de dood van zijn broer. Volgens hem liet het regime de RTS-medewerkers expres niet evacueren, ondanks duidelijke dreiging, om hun dood in propaganda tegen het Westen te kunnen gebruiken.

Volgens de NAVO waren de Servische burgerslachtoffers collateral damage, gerechtvaardigd om een nieuwe genocide door Servië in Kosovo te voorkomen. De woensdag overleden Madeleine Albright, destijds de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, sprak in interviews steevast vol trots over het besluit tot bombarderen. “Maar hoe was Sinisa een gevaar voor de mensen in Kosovo?”, vraagt Medic zich nog altijd af, op een bankje naast het gebouw waar zijn broer tot stof verging. “Er is geen excuus. Niet voor de NAVO toen en niet voor Rusland nu.”

Als Serviërs over de oorlog in Oekraïne praten, gaat het meestal over hun eigen onverwerkte verleden, erkent ook socioloog Jovo Bakic. Het pro-Russische sentiment is hier vooral een antiwesters gevoel. “Wij zijn in elkaar geslagen, Rusland is onze grote broer die wél sterk genoeg is om iets terug te doen”, stelt Bakic vast. “Poetinisme is een medicijn voor onze frustratie.”

Tijdlijn Joegoslavië-oorlogen

1992-1995 Bosnië-oorlog. Het Joegoslavische leger maakt in Bosnië vele tienduizenden slachtoffers, waaronder tijdens de genocide in Srebrenica.

1998-1999 Kosovo-oorlog. De Albanese bevolkingsgroep wil de zuidelijke regio Kosovo afscheiden van Joegoslavië, waarop het regime vanuit Belgrado reageert met grof geweld. Zeker 8.600 Albanese burgers worden vermoord, meer dan een miljoen slaan op de vlucht. Het Kosovaarse bevrijdingsleger doodt rond de duizend etnisch Servische burgers.

Maart-juni 1999 Met de herinnering aan Bosnië vers in het geheugen, besluit de NAVO hard in te grijpen om een herhaling in Kosovo te voorkomen. 78 dagen van luchtaanvallen volgen.

juni 1999 De Servische president Slobodan Milosevic accepteert vrede. Er komt een NAVO-vredesmissie naar Kosovo, die daar nog altijd met vierduizend mensen aan personeel actief is.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234