Vrijdag 23/10/2020

Portret

Waarom Bob Maes niet van de knok- maar van de plakploeg was

Staatssecretaris Theo Francken naast Bob Maes op het feestje voor zijn negentigste verjaardagBeeld RV

Het lijkt een scenario waar sommigen enkel van konden dromen. Amper een dag na zijn eedaflegging als staatssecretaris staat Theo Francken (N-VA) al champagne te hijsen in extreem verdacht gezelschap: de stichter van de VMO. Maar VMO is niet hetzelfde als VMO.

Negentig wordt hij dus, volgende week woensdag. Meer dan wat elementaire wiskunde is dan niet nodig om in te zien dat Bob Maes (1924) vijftien moet zijn geweest toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij studeerde, zo leert ons de website van de Vlaamse Militanten Orde, aan het Koninklijk Atheneum in Brussel, waar hij in het schooljaar 1942-1943 een afdeling van de Dietse Studentenschap oprichtte. Hij werd er zonder medeweten van zijn ouders lid van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen. Schaarleider in Oudergem, streeksecretaris, lid van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). Hij zat kortom, en dat is een understatement, behoorlijk fout tijdens de oorlog.

Maar toen die in 1944 in Brussel afgelopen was, was Bob Maes nog geen twintig. Hij heeft nooit gediend aan het Oostfront, hij heeft voor zo ver bekend nooit de gelegenheid gekregen een Jood of verzetsman te verklikken. Daarvoor was Bob Maes te jong. Na de oorlog zou hij een jaar in de gevangenis doorbrengen. Omdat hij zich de bevrijding zelf had gemeld bij de politie. Veroordeeld werd hij nooit. Hij zag zich tijdens de repressie wel voor 20 jaar beroofd van zijn burgerrechten.

Hij vervoegde zo het immense, onzichtbare leger van verzuurden waaruit in de vroege jaren vijftig een nieuwe Vlaamse Beweging terug recht zou trachten te krabbelen. Het Vlaams-nationalistisme van de kaakslag, van de opgeblazen IJzertoren, van volstrekte blindheid voor wat zich daarnaast verder nog afspeelde in de wereld.

Beeld N-VA

Ordinair gevechtscommando

Bob Maes, inmiddels goed boerend als verzekeringsmakelaar, sticht in 1950 de Vlaamse Militanten Organisatie (VMO). De leden dragen een zwarte broek, een zwarte das en een grijs hemd. Het is een duidelijke knipoog naar de outfits van VNV, de Zwarte Brigade en de Dinaso-militie in de jaren dertig en veertig. De provocatie is meer dan gemeend, maar heeft ook iets functioneels. Niemand spreekt in de vroege jaren vijftig over Vlaams-nationalisme, men spreekt over "de zwarten". Zwarten, dat is het slechtst mogelijke volk. De geringste poging tot samenbrengen van gelijkgestemden, brengt de politie op de been of alerte lieden van het verzet.

Het oer-VMO van Bob Maes is niet veel groter dan de gemiddelde zaalvoetbalploeg. Het telt "een tiental mensen in Brussel rond Maes en een kleinere groep in Antwerpen". Het zijn jongelui die tijdens bijeenkomsten van de Vlaamse Concentratie de ingang bewaken, affiches gaan plakken en de post verdelen. De organisatie gaat in 1954 mee op in de Volksunie, en Bob Maes zal tot de dag van de implosie actief blijven binnen de partij.

De Volksunie heeft een haat-liefdeverhouding met de VMO, waarvan vooral de groeidende Antwerpse tak meer en meer het uitzicht aanneemt van een ordinair gevechtscommando. Het VMO heeft twee gezichten, en Bob Maes is er maar één van. De grijshemden trekken eind jaren zestig naar Limburg, om er stakende mijnwerkers bij te staan tijdens charges van de rijkswacht. Tijdens een vaandeloverdracht op de Antwerpse Grote Markt krijgt de VMO in 1960 zo'n 300 militanten op de been. Maar groter of relevanter zal het onder leiding van Bob Maes nooit worden.

Vlaamse Militanten Orde

In september 1970, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, gaat het mis. Tijdens een nachtelijke confrontatie met een plakploeg van het FDF komt het tot een knokpartij die FDF-plakker Jacques Georgin het leven kost. Bloed aan de handen. Bob Maes voelt aan dat hem geen keuze rest. Op 12 juni 1971 ontbindt hij de Vlaamse Militanten Organisatie. Alles wat wij vandaag weten of denken te weten over de VMO dateert van hierna. Het runeteken. De motorhelmen. De slogans op oude muren. De morbide aandrang om her en der lijken van iconen van de Vlaamse collaboratie te gaan opgraven en herbegraven: Cyriel Verschaeve, Staf De Clercq en Anton Mussert. VMO staat vanaf hier voor Vlaamse Militanten Orde.

Het verschil zit 'm in een woord, maar in de beoordeling of het past dat een net beëdigde minister of staatssecretaris het glas gaat heffen met de 90-jarige stichter, is het een erg belangrijk woord.

De nieuwe VMO-leider heette Bert Eriksson, uitbater van café Odal in Antwerpen. Een etablissement waar de meeste mensen in een brede boog omheen liepen. Het nieuwe VMO heulde met neonazi's, sloeg geen geboorteherdenking van Adolf Hitler over, ging bij nacht progressieve boekhandels in brand steken. Eén enkele keer vertrok een moordcommando met de bedoeling in Voeren José Happart te doden. Ontelbaar zijn het aantal knokpartijen waarbij die VMO achter "gastarbeiders" aanging en tenzij in aanhang nauwelijks hoefde te verschillen van de Gouden Dageraad in Griekenland.

Maar dat was niet de VMO van Bob Maes.

Hij bleef actief bij de Volksunie tot midden jaren tachtig. Hij was er de meest uitgesproken tegenpool van Hugo Schiltz, hij was het icoon van de rechterzijde. Toen in 1978 de hele groep rond Karel Dillen uit de partij stapte en Vlaams Blok oprichtte, bleef Bob Maes zijn partij trouw. De Volksunie speelde hem en enkele andere oude knarren bij de eerstvolgende verkiezingen uit als troefkaart. Jongeren als Nelly Maes, binnengehaald in de nasleep van mei '68, deden hun beklag in De Morgen: "Zij hebben veel moeten opofferen om de lijst van het Vlaams Blok af te zwakken."

Bob Maes zou senator voor de Volksunie blijven tot in 1985, en Zaventems gemeenteraadslid tot in 1986. Hij trad jaren geleden samen met dochter Lieve tot de N-VA.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234