Vrijdag 30/10/2020

Waarom blijft het op de Vlaamse tv altijd 1950?

Van Van vlees en bloed over Met man en macht tot nu Den elfde van den elfde: één personage keert terug in veel Vlaams tv-drama. Niet Jan Decleir, wel het beeld van Vlaanderen als een idyllische, dorpse samenleving. Wat hebben wij toch met dat gebukte beeld van onszelf?

Zodra Hubert Geunings (rol van Jan Decleir) in de openingsscènes van Den elfde van den elfde in carnavalsornaat over het erf van zijn varkenshoederij banjert, weet de kijker waar hij zich bevindt. In een klein dorp in Vlaanderen, waar elkeen elkaars naam kent en sommigen elkaars geheimen.

Wie even niet oplet, zou kunnen vermoeden dat de reeks een sequel is van Met man en macht (2013), de vorige tv-serie die Tom Van Dyck mee creëerde, toen nog samen met Tom Lenaerts voor Woestijnvis. Dat deels dezelfde acteurs optreden valt niet te vermijden, maar ook de setting lijkt identiek: dat geïsoleerde, kleine Vlaamse dorp.

Idyllische, pittoreske eilandjes lijken het wel. Vlaamse versies van de Mont Saint-Michel, ruimtelijk en sociaal volledig losgesneden van de rest van de wereld. Alleen een lege Lijn-bus suggereert in Den elfde een verbinding met de stad.

Verrommeld tegendeel

Hoe typisch, hoe herkenbaar Vlaams, denkt u. Het ding is: als we de ruimtelijke realiteit van het hedendaagse Vlaanderen als maatstaf nemen, is Kerke (Den elfde) of Ransegem (Met man en macht) helemaal niet herkenbaar of representatief voor Vlaanderen. In werkelijkheid is Vlaanderen juist een van de meest verstedelijkte en door lintbebouwing verrommelde regio's - het stedenbouwkundige tegendeel van het beeld dat in tv-drama veelvuldig wordt opgehangen.

Die stedelijke of suburbane werkelijkheid blijft buiten het tv-scherm. Ze wordt ingeruild voor een mythischer beeld van een Vlaams Gewest zoals velen het zich inbeelden, maar dat enkel nog in afgesloten gehuchten aangetroffen wordt, zoals het nietige Prosperpolder bij Beveren, waar Den elfde werd gedraaid. Er is niets mis met een fictief beeld in een fictieserie. Het merkwaardige is alleen dat juist die fictie, met succes, wordt ingezet om een claim van realiteit waar te maken.

Wij Vlamingen geloven graag dat Vlaanderen eruitziet zoals geschetst in dit soort topdrama. Het is waarom we ons, over meerdere generaties heen, blijven herkennen in een lied als Het dorp van Wim Sonneveld - overigens een van oorsprong Frans nummer dat door een Nederlander wordt vertolkt. "Dit dorp, ik weet nog hoe het was/de boerenkinderen in de klas/een kar die ratelt op de keien." In het refrein wordt de verleidingskracht van dit soort nostalgie naar een verleden dat nooit echt heeft bestaan treffend verwoord: "Ik was een kind en wist niet beter/ dan dat het nooit voorbij zou gaan."

Tom Van Dyck, verbindende factor tussen Van vlees en bloed, Met man en macht en Den elfde, verbergt niet dat dat ook een esthetische keuze is. "Ik krijg weleens te horen dat er zelfs amper gsm's in beeld komen in mijn tv-werk. Klopt, ik vind dat gewoon lelijke dingen. Zo ook de grootstad: die prikkelt mijn fantasie niet."

Kern van zijn werk, zegt Van Dyck, is de microkosmos. "En dat is in de eerste plaats de familie, de minimaatschappij waar we allemaal in opgroeien, ons uit lostrekken en die we vervolgens toch weer zelf beginnen. Dat fascineert me. Van de familie is de stap naar het dorp als 'grote familie' logisch. In Den elfde is het dorp ook echt een extern personage. De wijdsheid van de polders contrasteert met het emotionele gevangenschap van de personages."

Kleinburger

Dat 'de' Vlaming daarmee alweer wordt neergezet als een geborneerde kleinburger, is wat Kevin Absillis (docent literatuurwetenschap, Universiteit Antwerpen) stoort aan dit soort tv-drama. "Eigenlijk is dit een esthetisch verantwoorde vorm van uitlach-tv", stelt hij. "Dit zijn cultuurproducten waarin de kleine man te kijk wordt gezet als een zonderling. Dat is niet erg moedig. Een karikatuur is een perfect legitieme verhaalvorm, maar hier wordt ze gebruikt om naar onder te trappen. Wanneer gaan onze grote tv-makers een keer achter de bankiers of de echte machthebbers aan?"

Tom Van Dyck ontkent stellig. "De focus op het kleine is niet neerbuigend. Het is een trechter om universele menselijke angsten en verlangens behapbaar te maken." Hij verzet zich tegen deze vorm van ideologisch hineininterpretieren van zijn werk. "Michaël Roskam keerde voor Rundskop ook terug naar de 'arena' die hij kent van zijn kindertijd. Mag het in de film dan wel, en in een tv-serie niet?"

De idyllische trend in Vlaams tv-drama van hoog niveau is alleszins niet nieuw. Tv-fictie heeft in Vlaanderen wel vaker een kerktorenfixatie. Voor Den elfde en Met man en macht was er al de verwante reeks Van vlees en bloed (2009), ook al met Tom Van Dyck als co-creator (met Michiel Devlieger). Buiten de Woestijnvis-wolk, in brede zin, was er ook Amateurs, van onder meer Jonas Van Geel (VTM, 2014) over een toneelgezelschap in ook alweer een klein dorp.

Morsiger, want verkavelder is het decorbeeld in De ronde (van Jan Eelen, 2011). Toch blijft ook die reeks kleven in een pittoreske visie op 'klein' Vlaanderen, met stereotiepe personages die in een kleine gemeenschap ronddolen. Al was het maar omdat ze als uitgangspunt de hoogdag van die klein-Vlaamse idylle neemt: de Ronde van Vlaanderen, de dag waarop de wereld gelooft dat dit land van steen- en gewestwegen eigenlijk een streek van kasseiwegeltjes is. Tekenend voor die vertekening is dat in de echte Ronde de finishlijn zelfs is getransfereerd van een 'lelijke' steenweg in Meerbeke naar het centrum van Oudenaarde, omdat dat beter past in het historisch plaatje van een Vlaanderen dat er nog altijd uitziet als in pakweg de zestiende eeuw.

Een aparte niche vormt het West-Vlaamse drama. In Eigen kweek (2013-2016) en Bevergem (2015) is een klein, fictief dorp eveneens de maat der dingen. Door de locatie in West-Vlaanderen wordt dat dorpsbeeld wel vanzelf preciezer en realistischer, inclusief patservilla's en verkavelingen. Ook Limburg heeft zijn, nu ja, eigen series, zoals Katarakt (2007), maar daar wordt het idyllische platteland niet nostalgisch maar economisch ingezet, als een bewegende toerismefolder voor de Haspengouw.

Vergelijk je met internationale fictie, dan kom je tot veelzeggende parallellen. Eigen kweek is onze Breaking Bad, maar dan met West-Vlaamse boeren in de hoofdrol. Met man en macht biedt politiek drama, maar de arena verschuift van de politieke hoofdstad (Washington in House of Cards, Kopenhagen in Borgen) naar een plattelandsgemeente.

Dat is deels toeval, legt Tom Lenaerts uit. "Toen we Met man en macht opzetten, hebben we lang met de gedachte gespeeld om de reeks in de Wetstraat te situeren. We hebben ook vooraf met veel nationale politici gesproken. Maar juist in die periode trok de hype aan rond Borgen en House of Cards, en we wilden niet de indruk wekken dat wij een doorslagje gingen maken. Bovendien bleken alle mechanismen van de macht universeel geldig voor alle bestuursniveaus, groot en klein. Zo zijn we toch weer bij het dorp uitgekomen, omdat we ons daar prettiger bij voelden. Bij De parelvissers of bij de nieuwe reeks die ik samen met Paul Baeten Gronda aan het maken ben, is dat overigens helemaal niet het geval."

Gevaarlijke stad

De kleine schaal van het dorp biedt bij Met man en macht een dramaturgisch voordeel, zegt Lenaerts. Om het met het motto van de Amerikaanse tv-kroeg uit Cheers te zeggen: ' It's a place where everybody knows your name.'

Tom Lenaerts: "In een dorp zijn de netwerken vanzelfsprekend. Het is perfect logisch dat iedereen naar hetzelfde café gaat of op hetzelfde feest verschijnt. Je hoeft dat niet uit te leggen. In een stad vergt dat allemaal wat meer uitleg of kunstgrepen."

En de stad dan? Die blijft grotendeels buiten beeld. Pogingen om de stad, en dan met name Brussel, wel als decor uit te spelen, bedekken we beter met de mantel der liefde. Zowel in Jes (2008, VTM) als in De vijfhoek (2012, VRT) leidde net het nogal nadrukkelijke 'leve de stad'-sfeertje tot een geforceerd resultaat.

De onzichtbare stad leidt tot een spiraal van zelfbevestiging. Omdat de stad in de populaire cultuur van tv-drama uit het zicht blijft (tenzij als oord van ontucht, zoals in Met man en macht), krijgt ze ook geen plaats in de collectieve verbeelding. En omdat de stad nog altijd niet tot de collectieve verbeelding van de Vlaming hoort, houden tv-makers ze liever buiten beeld.

Dat wil zeggen: behalve in krimi's in alle soorten en maten. Dat leidt tot een wat wrang totaalbeeld: warm, menselijk drama vinden we in het dorp, criminaliteit in de stad. Dat spoort nogal met de populaire, antistedelijke sentimenten van veel Vlamingen. De weinige uitzonderingen bevestigen de regel: in Red Sonja (2011, VRT) werkt het appartementsblok als een soort dorp in de stad en Quiz Me Quick (2012, VRT) situeert een stereotiep klein-Vlaams thema in een stedelijke context. Eigenlijk geldt alleen Cordon (2014, VTM) als volwaardige stedelijke tv-fictie: het is een krimi waarin de stad niet zelf als Het Gevaar functioneert.

Claes en Timmermans

Nieuw en uitzonderlijk is een sentimentele, nostalgische kleurenfilter op de eigen samenleving natuurlijk niet. Wat wij hebben met het dorp, hebben de Britten met hun grootse victoriaanse verleden, getuige Downton Abbey. Eigenlijk loopt er een rechtstreekse lijn van heimatschrijvers als Ernest Claes en Felix Timmermans over de vaak op hun boeken geïnspireerde boerendrama's van de beginnende Vlaamse cinema naar het gros van het kwaliteitsdrama van vandaag. Zeker, de verhaallijnen zijn complexer en de dialogen scherper, maar de look-and-feel is nog altijd die van een inmiddels grotendeels verdwenen platteland.

Toch is er een verschil, meent Absillis. "Claes en Timmermans zetten de folkloristische idylle, die ook in hun tijd al enigszins uit de tijd was, in om hun publiek troost en geborgenheid te bieden tegen de bedreigingen van een groter wordende wereld. Hun doel was identificatie: het publiek moest zich herkennen in de personages."

In het hedendaagse tv-drama is die identificatie bewust ontwricht, stelt Absillis vast. "Er is nog wel herkenning, maar het is niet langer jezelf die je herkent, maar een loser van wie je blij bent dat jij hem niet bent. Wie wil zich identificeren met een dorp dat elk jaar dezelfde Prins Carnaval verkiest? Het is erg mooi en vakkundig gemaakt, maar de morele superioriteit ervan is me te makkelijk."

De blik van de tv-maker op het Vlaamse dorp is dus dubbelzinnig. De alomtegenwoordigheid ervan houdt die idyllische, pittoreske beeldvorming in stand, maar de ideologisch behoudende betekenis is vervangen door ironische afstandelijkheid: het is maar om te lachen.

Onzin, zeggen Lenaerts en Van Dyck, onafhankelijk van elkaar. Artistieke keuzes zijn artistiek en moeten niet ideologisch uitgelegd worden. Tom Van Dyck: "Dat uit de keuze voor de dorpsgemeenschap geen nostalgisch verlangen naar de tijd van toen spreekt, klopt. Ironie is niet onze drijfveer, laat staan morele superioriteit. Ik ben een kind van de Vlaamse klei. Dit is mijn taal om over de grote dingen des levens te spreken."

Den elfde van den elfde, elke zondag om 21u35 op Eén

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234