Woensdag 19/06/2019

Italië

Waarom bijna de helft van de jonge Italianen zondag niet gaat stemmen

In deze verkiezingscampagne steelt een mediamagnaat van 81 de show: Silvio Berlusconi lijkt zijn grote centrum-rechtse partij voor de zoveelste keer naar een verkiezingsoverwinning te leiden. Beeld Photo News

Gerontocratie, noemen ze dat: bijna de helft van de jonge Italianen zegt zondag niet te gaan stemmen. Ze voelen zich door geen enkele politieke partij vertegenwoordigd. En inderdaad, partijen jagen vooral op de grijze stem.

In de Italiaanse kiosken springt de cover van maandblad GQ er afgelopen december uit. In plaats van een stralend topmodel staat er een bejaarde man op. Door het gezicht van Giorgio Armani lopen diepe lijnen, zijn haar is grijs en dun. In het blad vertelt de succesvolle modeontwerper over zijn carrière, zijn leven als beroemdheid én over stoppen met werken, wat hij niet van plan is.

Want op zijn 83ste runt Armani nog altijd zijn zakenimperium. Journalisten vragen hem al jaren of hij zijn opvolging nu al heeft geregeld. Maar Armani zegt in GQ dat hij zijn drukke atelier in Milaan nog helemaal niet wil verruilen voor een vensterbank met geraniums: "Ik zou de riemen van de roeiboot aan boord kunnen halen en genieten van wat ik heb. Maar het lukt me niet. Ik zou met pensioen moeten gaan, maar waarom? Om permanent vakantie te vieren? Het is het werk dat me heeft gebracht waar ik ben. Via het werk maak ik elke dag mijn ambities waar."

Vijftigers

Het wekt in Italië geen verbazing, een hoogbejaarde man die nog meedraait in de top van het bedrijfsleven en niet met pensioen wil. Want dit land is een gerontocratie: de economische en politieke macht ligt bij de oudere generaties, dertigers en twintigers staan er langs de zijlijn.

Dat is niet iets van de laatste jaren. In 2012 kwam het sociologische onderzoeksbureau Eurispes met het rapport 'Het profiel van de macht in Italië'. Eurispes beschrijft daarin de klasse die de mediterrane laars bestuurt: dat zijn mannen van boven de vijftig. Veertigers komen er een heel klein beetje aan te pas, dertigers niet, vrouwen ook niet.

In 1992, toen Eurispes hetzelfde onderzoek deed, was de situatie nagenoeg identiek. In het rapport schrijft het onderzoeksbureau: "De generatie die zich qua leeftijd het beste aan de steeds snellere, wereldwijde veranderingen kan aanpassen en die het meeste met innovatie heeft, wordt helemaal buitengesloten van de kringen waar de belangrijkste beslissingen worden genomen."

Die buitengesloten generatie wordt ook door de politiek zo goed als genegeerd. De partijen die nu hard campagne voeren voor de parlementsverkiezingen komende zondag zitten vooral achter de enorme massa 'grijze stemmen' aan. Niet toevallig is een van de belangrijkste beloftes die zo'n beetje alle partijen doen: het verlagen van de pensioenleeftijd (67). Dan belooft de ene partij nog de laagste pensioenen op te trekken naar 1.000 euro per maand en de onroerendgoedbelasting voor huizenbezitters af te schaffen. En een andere partij wil dat honderdduizenden 75-plussers geen kijk- en luistergeld meer hoeven te betalen. Het zijn verkiezingsbeloftes waar jongeren weinig aan hebben.

Scheppen van banen

Geen wonder dat meer dan 40 procent van de jonge Italianen onder de 25 jaar zegt niet te gaan stemmen. Patrizia Gallo is er daar eentje van. De 24-jarige studente medicijnen zit op een druilerige avond in een Romeins café achter een glas bier. "Vijf jaar geleden heb ik mijn stem nog uitgebracht op de Vijfsterrenbeweging, maar die wil de verplichte vaccinatie voor kinderen afschaffen . Daar kan ik dus niet meer op stemmen. Er is eerlijk gezegd niet één politicus die me aanspreekt."

Haar vriendin Francesca Violante, een studente biologie van 22, gaat niet naar de stembus omdat ze daarvoor helemaal naar Sicilië moet, waar ze officieel woont. Terwijl ze wat pinda's pakt, zegt zij: "De politici hebben het alleen maar over het verlagen van belastingen. Niemand komt met geloofwaardige plannen voor het scheppen van banen, terwijl dat toch ons grootste probleem is."

Terwijl er in de politiek inmiddels wel wat jongere mensen uitspringen - zo is de leider van de centrum-linkse Democratische Partij, Matteo Renzi, 43 en de leider van de Vijfsterrenbeweging, Luigi Di Maio, 31 - verdringen de ouderen er zich ook nog. Een nieuwe, linkse partij heeft bijvoorbeeld ex-maffiajager Pietro Grasso tot leider gebombardeerd. Grasso is 73. Emma Bonino, voormalig Europees commissaris, is 69 en voert een kleine, pro-Europese partij aan.

Silvio Berlusconi

En in deze verkiezingscampagne steelt nota bene een mediamagnaat van 81 de show. Silvio Berlusconi lijkt zijn grote centrum-rechtse partij voor de zoveelste keer naar een verkiezingsoverwinning te leiden. Omdat hij zelf niet gekozen kan worden vanwege zijn veroordeling voor belastingfraude schuift hij wellicht een andere man naar voren als premier; hij zou zijn vertrouweling Gianni Letta op het oog hebben. Letta is 82.

Het past allemaal in het plaatje van een oud land dat snel verder vergrijst. Kijk rond op straat en wat zie je? Bankjes vol oude mannen. Zet de tv aan en wat zie je? 50-plus en 60-pluspresentatoren, en Bruno Vespa die 73 is. Door de combinatie van een steeds hogere levensverwachting en een lager aantal geboorten is Italië een van de meest vergrijsde landen ter wereld, stelt het Italiaanse bureau voor de statistiek Istat. 60 procent van de 60 miljoen inwoners is ouder dan 40. 23 procent is ouder dan 65; hun aandeel in de bevolking zal in 2030 zijn opgelopen tot bijna een op de drie.

Diepterecord

Op straat is een vrouw met een dikke zwangerschapsbuik een bezienswaardigheid. Want de Italianen krijgen maar weinig kinderen: in 2017 werd met 464.000 baby's een nieuw diepterecord bereikt. "Italie ontjongt", constateert Istat. De groep jongeren - dus tussen de 18 en 34 jaar - krimpt. Van 2008 tot 20017, weten de statistici, is hun aantal met 1 miljoen geslonken. Er zijn nu 12,5 miljoen jongeren.

En in scherp contrast met miljardair Giorgio Armani hebben die jonge mensen de grootste moeite om hun ambities waar te maken. De jeugdwerkloosheid bedraagt in Italië bijna 35 procent. De banen die er voor jongeren zijn, zijn haast nooit vast. Miljoenen twintigers en dertigers hobbelen van tijdelijk contract naar tijdelijk contract - of werken zwart zonder een arbeidsovereenkomst - en worden slecht betaald. Salarissen van onder de 1.000 euro zijn niet uitzonderlijk, terwijl het leven in een stad als Florence ongeveer net zo duur is als in Utrecht. In Italië kent iedereen wel iemand die is afgestudeerd, na lang zoeken via via ergens een eerste baan heeft gevonden die 'stage' wordt genoemd en die dan genoegen moet nemen met een onkostenvergoeding van een paar honderd euro per maand.

De traumatische economische crisis, die tien jaar lang heeft huisgehouden en de bevolking een stuk armer heeft gemaakt, heeft de financiële positie van de jongeren alleen maar verder verslechterd: het verschil in inkomen en pensioenopbouw tussen hen en de oudere generaties is nóg groter geworden.

Zakelijke elite

Bedrijfsconsulent en blogger Sandro Catani (70) windt zich over dit alles enorm op. Hij adviseert grote bedrijven over hun personeelsbeleid. Catani ziet in het bestaan van een machtige club topbankiers, directeuren en topondernemers op leeftijd een van de belangrijkste oorzaken van het Italiaanse economische gestrompel. 

Over de telefoon vanuit Sardinië zegt Catani: "De politieke partijen krijgen vaak de schuld van alles wat er hier mis is. Ze zouden onvoldoende hervormingen doorvoeren. Maar volgens mij worden nogal wat van onze problemen, waaronder de hoge jeugdwerkloosheid, goeddeels veroorzaakt door het feit dat er in de top van veel grote, belangrijke bedrijven geen generatiewissel is. Die bedrijven zijn stevig in handen van de generatie die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw is geboren, en in mindere mate in die van de babyboomers. De digitale generatie, van na 1981, vind je er niet, op een paar jonge erfgenamen na, die in de raden van bestuur van familiebedrijven zitten."

In zijn boek Gerontocratie. Het economische systeem dat Italië verlamt beschrijft Catani een zakelijke elite die hij verantwoordelijk houdt voor een gebrek aan vernieuwing en groei in dit land. De bedrijfsconsulent constateert dat er een groep bestaat van zo'n 400 machtige mannen die de economische en politieke kwesties kunnen beïnvloeden. Het zijn bejaarden die de belangrijkste banken besturen, die de grootste beursgenoteerde bedrijven leiden, die de baas bij grote staatsbedrijven en advocatenkantoren zijn.

Catani noemt namen: Giuseppe Vita (1935), president van de bank Unicredit; ondernemer Giovanni Rana (1937) van Pastificio Rana, de maker van verse pasta; ex-premier Mario Monti (1943), hoofd van de prestigieuze Bocconi Universiteit; zakenman Luca Codero di Montezemolo (1947), vooral bekend van de toppositie die hij bij Ferrari en Fiat had; Michele Carpinelli (1948), senior partner bij advocatenkantoor Chiomenti; ondernemer Diego Della Valle (1953), baas van schoenen en tassenmaker Tod's. Ook Giorgio Armani (1937) is lid van deze exclusieve club. De meesten kennen elkaar en spelen elkaar allerlei extra bestuursfuncties toe. Rijkdom vergaren is niet hun belangrijkste drijfveer, schrijft Catani, want ze zijn allemaal allang binnen. Het is ze om de status en macht te doen.

Deze bejaarde elite is niet gericht op innovatie, schrijft de Sardijnse consulent. Hun bedrijven investeren relatief weinig in onderzoek en ICT. "De 400 hebben veel ervaring. Maar nu de politieke, economische en wetenschappelijke veranderingen sneller gaan dan ooit kan ervaring een last zijn, een obstakel voor vooruitgang. Deze machtige elite heeft het hoofd geworteld in het verleden." En dat is puur slecht voor de economie: Catani ziet weinig moedige investeringen, en een gebrek aan ambitie en ideeën. Dat heeft volgens hem een negatief effect op de werkgelegenheid.

Radioprogramma

Vooral jongeren worstelen op die dorre arbeidsmarkt. Elk jaar houden tienduizenden het daarom voor gezien en pakken hun koffers; in het buitenland vinden ze wél werk. Op de radio wordt er sinds vijf jaar dagelijks een programma aan ze gewijd dat Dit is geen land voor jongeren heet. Giovanni Veronesi, een bekende filmregisseur, presenteert het. Tussen popmuziek en gesprekken met zangers en acteurs door belt hij met jonge landgenoten die zijn geëmigreerd. 

"Ik ben het programma vijf jaar geleden begonnen, toen alledrie de zonen van mijn broer naar het buitenland waren vertrokken. Ik besefte dat niemand zich druk om hen maakt, dat niemand ze ziet. Ik wil die ragazzi een stem geven, want het is vreselijk dat zij hun dromen alleen in het buitenland kunnen najagen", vertelt Veronesi. In de RAI-studio in Rome zit hij met een honkbalpet en een koptelefoon op zijn hoofd achter de microfoon.

De filmregisseur praat even later in zijn uitzending met Thomas, een tolk Frans en Spaans. Deze Italiaan (26) is uitgeweken naar Madrid, waar hij een baan bij een Franse autoproducent vond.

"Ik mis Italië, maar moest wel weg. Ik vond er geen werk", zegt hij. De afgelopen weken vertelden Giulia in Parijs en Davide in Hannover precies hetzelfde verhaal. Nu hij zijn programma vijf jaar maakt, weet Veronesi: "Onze jongeren gaan weg omdat ze zichzelf willen ontplooien en een waardig bestaan willen opbouwen. In Italië is dat bijna onmogelijk. De rebelse Vijfsterrenbeweging is de enige die dit probleem aankaart. Maar ook die partij weet niet hoe deze exodus kan worden voorkomen. Dat breekt mijn hart."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden