Zondag 05/12/2021

AchtergrondGezondheid

Waarom België dringend een ventilatieland moet worden: ‘Ventileren is meer dan een raam openzetten’

null Beeld Sven Franzen
Beeld Sven Franzen

Ventileren, ventileren, wie zijn best doet, zal het leren. Deze crisis vormt een uitgelezen moment om van België een ventilatieland te maken, stellen experts. Maar wat houdt dat nu precies in?

“Een aantal weken geleden was ik te gast bij het Radio 1-programma Interne keuken. Eigenlijk om over stof te praten, maar als statement nam ik ook een CO2-sensor mee naar de uitzending”, vertelt Marianne Stranger, experte binnenluchtkwaliteit bij het Vlaams technologie-instituut VITO. “‘Zal wel oké zijn’, zag je de productie denken. We zaten namelijk met zes personen in een grote ruimte met hoge plafonds. Nog geen 20 minuten later waren we de grens van de 900 ppm al voorbij. Dat was voor de presentatoren toch even slikken.”

België heeft geen “ventilatiecultuur”, klinkt het bij verschillende experts. Een groot deel van ons (publieke) patrimonium dateert van voor de EPB-regelgeving uit 2006 en als we renoveren denken we vooral aan glaswol, niet aan een systeem dat verse buitenlucht naar binnen pompt en ‘vuile’ binnenlucht naar buiten. Isolatie boven ventilatie, is het credo, hoewel dat laatste heel wat voordelen biedt: zuurstof voor de hersenen, een antidotum tegen de emissie van bepaalde bouwmaterialen en – meteen ook de reden waarom ventilatiesystemen in Scandinavië zijn ingebakken – warmterecuperatie.

In tijden van pandemie is ventilatie nu ook een acute thematiek geworden, al heeft dat wel even geduurd. Waar het in de beginmaanden van de crisis vooral over handhygiëne en besmette winkelkarren en liftknoppen ging, is de focus – en ook de wetenschappelijke evidentie – doorheen de crisis verschoven. “Biostatistische modellen suggereren nu dat 80 à 90 procent van alle cases gelinkt is aan aerosolbesmetting”, zegt professor bouwfysica Jelle Laverge (UGent).

Via de binnenlucht dus. Aerosolen zijn minuscule druppeltjes – in dit geval viruspartikels – die in de lucht blijven hangen en opstapelen in ruimten waar de lucht niet voldoende ververst of gefilterd wordt. Met de CO2 die we allemaal uitademen, gebeurt net hetzelfde. De waarden op een CO2-metertje zijn met andere woorden een goede indicator voor het besmettingsrisico. Als er een besmette persoon in een ruimte is en de CO2 stapelt zich op, dan zullen de virusdeeltjes dat ook doen.

Piekconcentraties

Nu we opnieuw staan te popelen om binnenruimten zoals cafés, fitnesszalen of bioscopen te bestormen, is het best een belangrijke vraag: ventileren we wel genoeg?

Marianne Stranger kent de gebruikelijke commentaar: “‘Nu gaan ze ons ook nog leren hoe we de vensters moeten openzetten.’ De meeste mensen denken dat het niets meer inhoudt dan dat.” Let wel: het raam openzetten kan een goede piste zijn. “Maar alleen al hoeveel wind er is of hoe groot dat venster is, kan een bepalende factor zijn voor succes.” Als het raam überhaupt al open kan.

Dat succes wordt steeds vaker aan de tand gevoeld door bezorgde burgers. Ze nemen hun eigen CO2-meter mee naar de wachtzaal van de kinesist of droppen een toestel in de boekentas van zoon- of dochterlief. Vanaf 900 parts per million (ppm) geeft zo’n toestel meestal een oranje lichtje, maar dat moet in coronatijden eigenlijk rood zijn. Heel wat richtlijnen geven zelfs 800 ppm als veilige bovengrens aan. “In een lege ruimte zal je dicht tegen de 450 ppm zitten”, geeft Stranger aan als ondergrens. “Bij elke persoon die erbij komt, zal je een toename van die waarde zien als er geen goede ventilatie is.”

Die ‘als’ is ontzettend belangrijk, merk ik wanneer ik zelf op een druilerige meidag met een CO2-meter op pad trek. In de grote winkelketens zoals H&M en Primark op de Meir staan niet alleen de deuren wagenwijd open en waait er een stevig windje – manuele ventilatie of verluchting. Er is ook een systeem dat voor mechanische ventilatie zorgt, en de ruimte constant van verse lucht voorziet. Ondanks de drukte blijven de waarden op het scherm dan ook dicht bij de 450 ppm.

Ter vergelijking: na een nachtje slapen met twee in een niet verluchte of geventileerde slaapkamer, staat het toestelletje op 3.884 ppm. Een volle of lege ruimte zegt dus niet per se iets over de kwaliteit van de binnenlucht.

In een matig bezette trein tussen Brussel-Zuid en Gent-Sint-Pieters, 28 minuten zonder deuren die opengaan, zie je mooi hoe de cijfers zachtjes van 450 ppm richting 600 ppm sluipen. Het lijkt al bij al wel mee te vallen: supermarkten, musea, openbaar vervoer, overal blijf ik rond de 600 à 650 ppm hangen, de gemiddelde waarden die VITO ook precorona vaststelt in zijn grote database aan metingen in mechanisch geventileerde scholen, woningen en kantoren. Enkel in het Albert Heijn-filiaal zit ik dicht tegen de 1.000 ppm.

“Ook in de zogenaamd groene zone is er echter geen nulrisico binnen de huidige context”, zegt Stranger. Neem een klaslokaal waarin de CO2-waarde 600 ppm bedraagt en waar één besmette persoon zit. “De kans op besmetting is in die context nog steeds 5 procent. Bij 900 ppm loopt dat al op tot 18 procent. Dan moet je weten dat er in sommige klaslokalen lange tijd een grote groep leerlingen zit. Gemiddelden zeggen niets over de piekconcentraties. 8.000 ppm in een klaslokaal is niet zo uitzonderlijk.”

Pre-corona werd in zes op de zeven Vlaamse klaslokalen de wettelijke richtwaarde voor CO2 regelmatig overschreden (900 ppm dus), waarbij de ‘norm’ qua piekwaarden 2.000 à 2.500 ppm bedraagt. Onze natuurlijke sensor, de neus, laat op dat vlak te wensen over: pas vanaf 1.800 ppm beginnen we het bijbehorende muffe geurtje te detecteren.

Vandaar dus ook het pleidooi dat vakbonden, oppositie en experts vorige week in deze krant hielden: hang een CO2-meter in elke klas, net zoals die verplichting er nu is in horeca- en fitnesszaken. Meten is weten, en laat toe om tijdig in te grijpen.

Tolerantie

In de realiteit blijkt het niet altijd zo rechtlijnig, zegt Jelle Laverge. “Zo’n CO2-meter was in eerste instantie een goede voorzorgsmaatregel. Scholen die zo’n metertje hebben ingezet, slaagden er wonderwel in om het niveau in klaslokalen onder de 900 ppm te houden. Maar mocht je vandaag zo’n metertje incognito in schoollokalen hangen, krijg je wellicht een heel ander beeld. Er is doorheen het jaar een zekere tolerantie opgetreden: ‘Het is nu wel goed geweest.’”

Incognito in een klaslokaal binnenlopen, is niet echt een optie – en aangekondigd word je in scholen met open armen en ramen ontvangen. Dus gaan we te rade bij de Gentse GO!-scholengroep, die dit schooljaar van ventilatie een pedagogisch project maakte. Dat gebeurde deels door ontoereikende middelen: van de 200.000 euro coronabudget ging het meeste op aan ontsmettingsgel, mondmaskers en poetsproducten. Slechts 11.000 euro kon de scholengroep besteden aan CO2-meters, goed voor twee à drie toestellen per school.

“Dus besloten we het heft in eigen handen te nemen”, zegt coördinerend directrice Nathalie Vanden Bossche. Enerzijds bouwden leerlingen binnen een STEM-projet hun eigen budgetvriendelijke CO2-meters met arduino’s ( (minicomputertjes), 3D-printing en – een handigheidje – pedagogische middelen. Er werden zelfs prototypes ontworpen om de binnenluchtkwaliteit te verbeteren, waaronder een DIY-luchtzuiveraar in samenwerking met het gerenommeerde Max Planck Instituut. De tweede poot was een meetplan: met de aangekochte toestellen werd de hele infrastructuur in kaart gebracht.

Het is een prachtige casus. 33 scholen met 12.000 leerlingen, zo’n 50 sites die een mooie doorsnee vormen van het verouderde scholenpatrimonium. Uit zo’n 8.000 metingen in de CO2-databank, tussen november en april, blijkt het volgende: in 32 procent van alle klaslokalen werden waarden boven de 800 ppm gemeten, in 6 procent ging het zelfs boven de 1.200 ppm. Vooral voor de pauze in de voormiddag en op het einde van de lesdag pieken de waarden.

En dat dus ondanks – of net dankzij – het aanwezige metertje. Dat zette leerkrachten vaak aan tot actie. Eventjes het raam open zwieren bijvoorbeeld, waardoor het klaslokaal in de groene zone bleef. In heel wat lokalen volstaat die ingreep dus. “Maar zeker in oude gebouwen, klaslokalen met lage plafonds of containerklassen is de situatie problematisch. Daar zit er niets anders op dan continu de deur en een of meerdere ramen open te zetten”, zegt Vanden Bossche.

Die situatie is houdbaar in de zomermaanden, maar voor je het weet staat de winter weer voor de deur. “Zo’n continue verluchting is pure energieverspilling. Bovendien krijgen we dan wellicht weer een berg telefoontjes van ouders, die allemaal klagen dat hun kinderen een verkoudheid oplopen in de klas”, zucht Vanden Bossche.

Goede afregeling

Volgens Laverge en Stranger is deze crisis het uitgelezen moment om voor een shift te zorgen, om “een ventilatieland” te worden. Een mooi voorbeeld van het huidige manco: in de recentste Schoolmonitor geven zes op de zeven scholen aan goed te kunnen ventileren. Slechts een op de zeven beschikt effectief over een ventilatiesysteem. Perceptie.

“Ook winkels, horecazaken of polyvalente ruimten moeten mee in dat verhaal: is er al een systeem? En zo ja, is het wel goed afgestemd op de bezetting of komt het tot zijn recht”, zegt Stranger. “Als je in een café de plexiglazen schermen tot aan het plafond zet, haal je de hele ventilatie onderuit door windstille zones te creëren.”

Een aanwezig ventilatiesysteem is geen garantie op succes. “De directie weet de technische ruimte in hun eigen school vaak niet eens zijn”, zegt Laverge. Een goede afregeling van het ventilatiedebiet of een jaarlijkse verversing van de filters is nochtans cruciaal. “Maar het onderhoud wordt niet serieus genomen. Dan zie je soms dat de poetsdienst het regelventiel heeft uitgehaald om te kuisen, waarna twee jaar lang onopgemerkt de verkeerde hoeveelheid lucht wordt ververst.” Nog zo’n klassieker is dat scholen de kosten van een systeem drukken door niet te investeren in geluidsdempers. “Waarna het systeem niet gebruikt wordt, want het maakt te veel lawaai.”

Het begint natuurlijk wel bij de infrastructuur, en die is niet goedkoop. “Voor een ventilatiesysteem zit je toch aan 5.000 à 10.000 euro per klaslokaal”, schat Laverge. Luchtreinigers die (schadelijke) stoffen uit de lucht verwijderen, zijn geopperd als goedkoper alternatief. Zo’n 2.000 euro per toestel, maar dat is volgens Laverge eerder een “quick win”. Voordelen op de langere termijn, zoals warmterecuperatie, koop je er niet mee.

Het financiële verhaal is meteen de grote horde voor een welwillende scholengroep zoals die in Gent. “Voor alle 33 scholen beschikken wij jaarlijks over 1 miljoen euro budget voor zulke ingrepen”, zegt Vanden Bossche. “Voor één school moeten we nu verplicht overschakelen op regenwater. Poef, dat is al 800.000 euro die weg is. Waarom denkt u dat de onderwijsminister zo stil blijft? Er is gewoon geen geld.”

Resolutie

In buurlanden zijn al langer omvangrijke budgetten vrijgemaakt. Duitsland zet een half miljard opzij om ventilatiesystemen in grote binnenruimten te moderniseren. In Nederland is na de zomer 360 miljoen euro vrijgemaakt voor een ‘masterplan ventilatie’ in de scholen. “De implementering moet er nog steeds beginnen, want het is een ingewikkelde puzzel. Zoiets gebeurt niet van vandaag op morgen”, aldus Laverge, die merkt dat die realiteit stilaan begint te dagen bij onze beleidsmakers.

Coronacommissaris Pedro Facon erkende het in deze krant vorige week al: “We hebben nood aan een ambitieus en haalbaar plan om scholen te voorzien van goede ventilatiesystemen. Ook voor na de pandemie.” Op Vlaams niveau heeft de Vooruit-fractie eindelijk de meerderheidspartijen (CD&V, Open Vld en N-VA) en ook Groen meegekregen met een resolutie. Die moet ervoor zorgen dat investeringen in ventilatie opgenomen worden in het Vlaams relanceplan, en niet enkel voor scholen. “Voor de zomer zou die resolutie nog gestemd moeten raken”, zegt Caroline Gennez (Vooruit).

De grote vraag: welke middelen zullen daar tegenover staan? Voor Vanden Bossche is de rekening alvast snel gemaakt. “Als ik straks moet kiezen tussen één school helemaal veilig maken met een ventilatiesysteem of overal CO2-meters hangen, ga ik altijd voor die ene school kiezen. We weten al waar de problemen zich bevinden, en willen graag naar de volgende fase. Maar daar hebben we simpelweg geen budget voor.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234