Donderdag 12/12/2019

Waarheid op het eerste gezicht

Op 21 juli was het precies honderd jaar geleden dat de bekendste Amerikaanse schrijver van deze eeuw, Ernest Miller Hemingway, geboren werd. Om die datum extra luister bij te zetten lieten zijn erfgenamen een nieuw boek verschijnen, 38 jaar na het overlijden van Papa. True at First Light wordt aangekondigd als zijn definitief allerlaatste roman. Maar helemaal zeker is dat niet. Aan Hemingways nalatenschap is al goed geld verdiend.

Luc Huybrechts

In een brief aan zijn uitgever schrijft Ernest Hemingway: "Ik wil herinnerd worden als een schrijver, niet als een jager, dronkaard of vechter. Ik heb tijdens mijn leven meer tijd besteed aan schrijven dan aan al die andere dingen samen, en het is ook het enige waarin ik echt uitblink." Een moeilijke opgave voor iemand die zijn eigen macho-mythe creëerde.

Dat Hemingway de beroemdste naam uit de Amerikaanse literatuur is geworden, heeft hij vooral aan zichzelf te danken. Hij was de dominerende figuur van de befaamde Lost Generation, de generatie Amerikanen die zich, gepatroneerd door Gertrude Stein, tussen de twee wereldoorlogen in Parijs aan drank en literatuur te buiten gingen, nam in allerlei hoedanigheden deel aan de oorlogen van zijn tijd en bouwde een reputatie op als bokser, visser, jager op groot wild en beroepsdrinker. Nooit eerder was een schrijver nog tijdens zijn leven zo'n internationale legende. En je op een gewelddadige manier het leven benemen helpt ook niet om mythevorming tegen te gaan - maar toen was de schrijver al lang het fenomeen Hemingway geworden. In het jaar van zijn dood, 1961, gaven de Cubaanse autoriteiten Mary Welsh, Ernests laatste vrouw, de toelating om in Havana achtergebleven manuscripten mee naar huis te nemen. Uit die schrifturen werden onder andere A Moveable Feast (1964), een in dagboekvorm geschreven verslag van de vroege Parijse jaren, en de roman Islands in the Stream (1970) gepuurd. Vooral dat laatste, introspectieve boek wordt als een hoogtepunt in Hemingways oeuvre beschouwd. En dat wil toch wat zeggen voor iemand die volgens Raymond Carver een van 's wereld beste novellen (The Old Man and the Sea), romans (The Sun also Rises) en korte verhalen (The Snows of Kilimanjaro en A Big Two-Hearted River) schreef.

Maar daarna werd het schrapen. In het begin van de jaren tachtig kwamen de erfgenamen eerst met de zoveelste stierenbundel, The Dangerous Summer, en vervolgens, vrij onverwacht, met The Garden of Eden (1986), een volledig nieuwe roman: een wat stroperig relaas van een stel op huwelijksreis, doorspekt met een aantal duidelijk autobiografische elementen die het geheel interessant moesten maken. Voor Hemingway-aficionados was het een afknapper. De vraag rees in hoeverre de auteur zelf achter publicatie zou hebben gestaan.

In de laatste twintig jaar van zijn leven publiceerde Hemingway zelf maar twee werken: de melodramatische zelfparodie Across the River and into the Trees (1950) en het korte maar meesterlijke The Old Man and the Sea (1954). Hij schreef gemiddeld zeven uur per dag, maar verklaarde gelukkiger te zijn met één goede zin dan met vijftig halfbakken bladzijden waar nog aan gewerkt moest worden. Bekend is het verhaal over het slot van A Farewell to Arms (1929), dat hij zeker veertig keer herschreef. Toen een interviewer hem vroeg of er dan een technisch probleem was, antwoordde hij: "Yes, getting the words right." Hemingway vergeleek schrijven met boren in harde rots: af en toe springt er, eerder per ongeluk, een goed stuk af. De goede stukken heeft hij zelf verwerkt, de rest veilig weggeborgen. Zijn erfgenamen hebben die wel gebruikt. Misbruikt, volgens sommigen.

Toen bekend raakte dat ter ere van een eeuw Hemingway een nieuw boek van hem zou verschijnen, werd het ergste gevreesd. Maar True at First Light is als reisverslag en autobiografie te boeiend om de liefhebber onberoerd te laten. De titel lijkt eerst een nogal banale woordspeling, maar wordt onmiddellijk uitgelegd. In Afrika zijn de dingen alleen echt bij het eerste ochtendlicht en worden ze een leugen tegen de middag aan. Vanaf het moment dat de zon hoog aan de hemel staat, verzengt haar licht je gezichts- en bevattingsvermogen en weet je nooit zeker of het meer waar je naar kijkt geen uitgedroogde zoutvlakte is. Waarschijnlijk staat de titel ook symbolisch voor Hemingways uitgesproken angst voor ouderdom en verval.

Hoewel Patrick Hemingway, de tweede zoon van Papa en bezorger van het boek, True at First Light een 'fictieve herinnering' noemt, is het een extract uit een verslag van de Keniaanse safari die Ernest in 1953 met Mary maakte. Patrick legt niet uit op welke manier hij uit het enorme manuscript de zogeheten roman heeft gedistilleerd en vertelt er ook niet bij dat een groot deel van dit materiaal bijna dertig jaar eerder was gebruikt voor een reportage in Sports Illustrated Magazine, onder de titel African Journal. Toch moet gezegd dat hij erin geslaagd is om uit de achthonderd bladzijden die het origineel bevatte een vrij coherent geheel te puren.

In dit geromantiseerde reisverslag staat de relatie tussen de ik-figuur en zijn vrouwen centraal staat. Miss Mary (die nogal onverbloemd Mary Welsh moet voorstellen) heeft het in haar hoofd gehaald dat ze een leeuw met zwarte manen moet schieten, en vergeet daardoor op haar man te letten, die zich helemaal laat gaan, zijn haar afscheert, en zich met speer in de hand vergrijpt aan een lokale schoonheid, die hij zijn 'verloofde' noemt en als tweede vrouw wil nemen. In het begin van het boek krijgen we nog een extra spanningsveld: de ik-figuur heeft de verantwoordelijkheid over een opzichterskamp dat wordt bedreigd door een wraakzuchtige rebellengroep. Maar het komt nooit tot een confrontatie. Verder wordt True at First Light gedragen door dezelfde thema's als de andere Afrika-verhalen: jagerstips, flashbacks naar de Parijse jaren, het Afrikaanse landschap en het gevecht met de dood.

Een meesterwerk is deze laatste Hemingway niet. Daarvoor mist het de superieure techniek van Fiesta of For Whom the Bell Tolls, of de gedrevenheid van A Farewell to Arms, daarvoor is het af en toe te duidelijk een door derden in elkaar gezette lappendeken. Al dient gezegd dat dit patchwork Patrick veel beter gelukt is dan de redacteurs van uitgeverij Scribner destijds met The Garden of Eden.

De meester van de eenvoud, zoals Márquez Hemingway ooit noemde, blijft af en toe zwaar in gebreke. De vraag is of je hem daar persoonlijk verantwoordelijk voor kunt stellen. Van de eerste zin - "Things were not too simple in this safari because things had changed..." - kun je je al afvragen of hij van de meesterstilist zelf is. Die ostentatieve herhaling van 'things' lijkt pure slordigheid. En zo zijn er veel voorbeelden. Een passage enkele pagina's verder, als hij in een paar zinnen zonder interpunctie het ochtendhumeur van zijn vriend vat, is dan weer zo Hemingwayaans dat kenners hun vingers erbij kunnen aflikken: "He woke sullen and not at all my bloodbrother and I remembered that he never smiled before the sun was up and sometimes it took him longer to get rid of wherever he had been when he was asleep." Ook in terloopse beschrijvingen toont zich dikwijls de pen van de meester, zoals deze, over een lang verwacht, landend vliegtuig: "her nose high and arrogant, throwing dust in the knee-deep white flowers".

Daartegenover staat dat de dialogen vaak zwak en lang uitgesponnen zijn. Vooral het eindeloze geëmmer tussen de hoofdfiguur en Miss Mary wordt op den duur ronduit vervelend. Ze gaan veelal over de leeuw die zij achterna zit, en ze moeten waarschijnlijk mee de thematiek van het boek vormen, maar als lezer ga je na een paar hoofdstukken hopen dat ze dat beest nu maar snel vindt en er korte metten mee maakt.

De dramatiek van het boek gaat dieper dan het nogal doorzichtige macho-gedoe van de Hemingway op latere leeftijd. Een goede verstaander heeft niet veel woorden nodig. En in weinig woorden gebruiken was Hemingway een grootmeester. Als hij zegt dat liefde een verschrikkelijk ding is dat je je buur niet zou toewensen, of als hij het zo mooi vindt dat de Masaï geen woorden hebben om zich te verontschuldigen, beschrijft Hemingway zijn eigen onhandigheid in relaties en sociale contacten.

Ook zijn rauwe, typische humor moet je zo begrijpen. Ik verwijs even naar twee van zijn bekendste Parijse uitspraken: als Scott Fitzgerald op een overvol terras weer eens hoog van de toren blaast over zijn connecties met de miljonairs van de rechteroever en zich tot de schampere Hemingway richt met de woorden: "Let me tell you about the very rich. They are very different from you and I", antwoordt die: "Yes, they have more money." Een andere uitlating, die hij later in Fiesta (en Jay McInerny als motto voor zijn bestseller Bright Lights, Big City) gebruikte: "'How did you go bankrupt?' Bill asked. 'Two ways,' Mike said. 'Gradually and then suddenly.'" Het is de humor van de antiheld, van de Humphrey Bogart in Casablanca: de cynicus die zijn kleine hartje probeert te verbergen.

Ook in True At First Light laat hij zich af en toe zo gaan: "'Isn't bed a lovely place?' 'Bed is our Fatherland.' 'Who said that?' 'Me,' I said proudly. 'It's more impressive in German.' 'Isn't it nice we don't have to talk German?' 'Yes,' I said. 'Especially since we can't.'" Je moet ervan houden, maar dit is Hemingway-humor op zijn best.

Mary Welsh heeft zich Papa Hemingway na zijn dood helemaal toegeëigend, zoals weduwen wel vaker doen. Ze probeerde het zo voor te stellen alsof zij tot het einde toe een hechte relatie hadden gehad, maar dat was bepaald niet zo. Hemingway was serieel monogaam. Als hij verliefd werd op een andere vrouw liet hij de eerste in de steek. Het is dan ook niet zo vanzelfsprekend om zijn verhouding met de inlandse schone Debba als een akkefietje te omschrijven, zoals in nogal wat door Welsh geïnspireerde biografieën gebeurt.

Waarschijnlijk is de Afrikareis een veel grotere hel geweest dan de verteller (Ernest-Patrick) hier durft te beschrijven. Wat dat betreft lijkt de briljante vertelling van The Snows of the Kilimanjaro, die hij twintig jaar eerder schreef, een beangstigende self-fulfilling prophecy: de levensmoeë man die zich gevangen voelt in een niet meer inspirerende relatie en alleen troost vindt in drank en het Afrikaanse exotisme. "As I walked forward I did not think about anything at all except that I was lucky to be in Africa." In het voorwoord verontschuldigt Patrick zich zelfs halfslachtig tegenover Mary voor het belang dat in zijn bewerking de figuur van het meisje Debba krijgt, die hij haar donkere tegenpool noemt.

Ernest Hemingway treft het niet dat hij net in deze tijd van politiek-correctheid, waarin men paardenfluisteraars hoger schat dan stierenvechters, zijn honderdste verjaardag moet vieren. Alleen in de Verenigde Staten en - vooral - op Cuba wordt hij nog als nationale held geëerd.

Maar genieën overleven gewoonlijk de tijdgeest. In elk geval heeft Papa Hem door zijn mannelijke sensitiviteit en zijn taalascese een enorme invloed gehad op de literatuur van deze eeuw. En zoals Keith Spence het stelde: "Hemingway schreef over dingen die mij niet interesseren: oorlog, stierenvechten, jagen en vissen, maar hij deed het wel onvoorstelbaar goed."

Ernest Hemingway, True at First Light, Heinemann, Londen, 312 p., ca. 1.220 frank. Distributie Exhibitions International, Leuven (tel. 016/29.69.00). De Nederlandse vertaling, De waarheid in het ochtendlicht, verschijnt in september.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234