Donderdag 04/06/2020

Waar zijn de mannen gebleven?

Bij de Albanese grensstad Kukës passeren beduidend minder Kosovaarse jonge mannen de grens dan vrouwen, kinderen en ouderen. Wat is er met hen gebeurd? Waarnemers vinden het te vroeg om te spreken van massamoord. Een onderzoeker: 'Het kan maanden, zoniet jaren duren om te achterhalen wat zich werkelijk heeft afgespeeld.'

Een Servische militair blijft op twee meter afstand staan. Hij spreekt in zijn eigen taal, maar over de betekenis van zijn woorden bestaat geen twijfel. "U bevindt zich op Servisch grondgebied. De grens van Albanië ligt honderd meter achter u. Daar dient u te blijven." De man is groot en sterk. Het is gemakkelijk te geloven dat Kosovaren bang van hem zijn. Het is zelfs te begrijpen dat Kosovaren in hem een moordenaar zien. Maar is hij dat ook?

De oude man doet zijn vilten dophoed af. Zonder de grijse qeleshe lijkt hij nog kwetsbaarder dan de tranen hem al maakten. Hij zegt dat zijn zoon in de bergen van Kosovo is omgebracht door Servische paramilitairen met een doek om het hoofd. Zijn voorhoofd is bezweet. "Ze namen hem mee. Ik hoorde de schoten." Het is eenvoudig met de oude man mee te lijden. Het lijkt zelfs onfatsoenlijk aan zijn woorden te twijfelen. Maar is zijn zoon ook echt vermoord?

In anderhalve week zijn 260.000 vluchtelingen uit Kosovo de grens met Albanië gepasseerd. Honderden van hen zijn ondervraagd: door hulpverleners, door waarnemers, door journalisten. Iedere vraagsteller wil weten wat zich afspeelt in Kosovo. De vluchtelingen zijn hun enige bron, want Kosovo is verboden terrein voor onafhankelijke waarnemers.

Uit de getuigenissen is een wereld ontstaan waaraan weinigen nog twijfelen. De troepen van president Milosevic verdrijven Albanese Kosovaren met geweld uit het land. Dat gebeurt zo systematisch dat velen een vergelijking maken met de wijze waarop de nazi's in de jaren dertig en veertig joden opjaagden, samendreven en om het leven brachten.

Alleen, het laatste deel van die vergelijking wringt. Dat er Kosovaren gedood worden, staat vast. Maar wordt er even systematisch gemoord als opgejaagd en verdreven? De vraag knaagt, want bij de Albanese grensstad Kukës kan iedereen zien dat er beduidend minder jonge mannen passeren dan vrouwen, kinderen en ouderen.

In Kukës worden drie mogelijke verklaringen gegeven voor het ontbreken van de mannen. Ze zijn gevlucht naar de bergen; ze hebben zich aangesloten bij het Kosovaarse bevrijdingsleger UCK; of ze zijn door Servische troepen apart gehouden om te worden ondervraagd of vermoord. Dat laatste is eerder gebeurd, bijvoorbeeld in Srebrenica in Bosnië.

De meest afschuwelijke verklaring klinkt steeds vaker, en niet alleen omdat het UCK voor vragenstellers bijna net zo ontoegankelijk is als de vluchtelingen in de bergen. De gruwelverhalen van vele Kosovaren worden geloofd. Sommigen zeggen dat de mannen structureel apart worden gehouden en gedood. Ze beweren honderden, soms duizenden lijken te hebben geteld. De BBC toonde zaterdag als eerste beelden die deze getuigenissen enigszins ondersteunen. Op een videoband waren volgens de Britse omroep zeventien lijken te zien van gedode Kosovaren.

Ook sommige politici verkondigen dat mannen door Servische troepen zijn afgezonderd. Emma Bonino, de demissionaire eurocommissaris voor humanitaire zaken, zei zaterdag op CNN: "We hebben verontrustende verslagen gehad over het afscheiden van jonge mannen, vooral in de omgeving van de stad Malisheva."

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR vindt het te vroeg voor een uitspraak over een nazi-achtige moord op mannen, zegt de hoogste verantwoordelijke in Albanië, Tham Meechuwot. Hij waagt zich niet aan een schatting van het aantal doden.

Daan Everts, de Nederlandse ambassadeur van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), twijfelt aan het waarheidsgehalte van de drama's die de vluchtelingen schetsen. Tweeduizend, vierduizend, tien- of twintigduizend doden? Hij speculeert niet. "Er is een langdurig, bijna emotieloos onderzoek voor nodig om hierover een uitspraak te kunnen doen."

Ook James Ron, een Amerikaanse onderzoeker van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, denkt dat alleen een nuchtere, langdurige ondervraging van vluchtelingen uitsluitsel kan geven over de omvang van het dodental. Hetzelfde geldt voor een systematiek die de Serviërs mogelijk hebben gehanteerd bij het moorden.

Ron stelt na een verblijf van zeven dagen in Albanië vast dat velen genoegen nemen met emotionele verhalen. Het achterhalen van de waarheid lijkt vooral de televisiemakers niet te interesseeren, zegt de socioloog die ook werkt bij de Johns Hopkins University van Baltimore: "Veel journalisten zijn op zoek naar verhalen over massavernietiging. Misschien vinden ze het een sexy onderwerp. Misschien zijn ze bang het gemist te hebben, mocht later blijken dat er een massamoord heeft plaatsgevonden."

James Ron heeft tijdens zijn veldwerk geen overtuigende bewijzen gevonden voor een systematische moord op mannen. In zeven dagen heeft hij ongeveer vijftig vluchtelingen in Tirana en Kukës gedurende een halfuur gesproken, enkele honderden korter.

Hem is opgevallen wat sommige journalisten en waarnemers van de OVSE ook hebben gemerkt: vluchtelingen vertellen verhalen alsof ze ooggetuigen waren maar praten in werkelijkheid anderen na. Het relaas van veel dramatische gebeurtenissen bevat tegenstrijdigheden en blijkt bij gedetailleerde ondervraging niet te kloppen of blijft onduidelijk.

Zo zegt Sadri Kryeziu bijvoorbeeld dat hij de moord op verscheidene mannen heeft gezien, maar de wijze waarop een Servische granaatscherf zijn oog vernietigd zou hebben, beschrijft hij op drie manieren. Rustem Gashi zegt dat acht mannen voor zijn ogen zijn gestorven en voegt er na een onduidelijk relaas in tranen aan toe dat de Serviërs zeker een half miljoen Kosovaren hebben vermoord. De 38-jarige Julieta eindigt een warrig betoog met de uitroep: "In mijn dorp hing niet de geur van brandende huizen maar van brandende mannen."

De onderzoeker van Human Rights Watch vindt het ongepast dergelijke verklaringen leugenachtig te noemen. Een mild oordeel is gewenst, zegt hij. Veel vluchtelingen verkeren in shock. Tegelijkertijd beseft hij dat de speculaties over het dodental in Kosovo beslissingen van Navo-bevelhebbers of UCK-leiders kunnen beïnvloeden. Op Navo-persbijeenkomsten wordt consequent melding gemaakt van 'vermeende wandaden' om de noodzaak van de luchtoorlog aan te tonen. Op dezelfde wijze kan volgens Ron een eventuele grondoorlog worden verdedigd. Zo'n oorlog vergroot de kans op nog meer doden.

Nuchter stelt Ron vast: "Iedereen die zegt te kunnen aantonen dat de Servische troepen op een systematische wijze mannen ombrengen, weet niet waarover hij het heeft." Een Duitse onderzoeker van de OVSE laat zich op vergelijkbare wijze uit: "We hebben veel verslagen van individuele moorden gehoord. Maar voor een systematisch ombrengen van mannen is geen bewijs."

Toch denkt Ron dat er patronen zijn aan te wijzen in de 'etnische zuivering van Kosovo'. Bijna iedereen is bestolen. Er is voldoende reden om van een systematische roof te spreken zegt hij. Hem is ook opgevallen dat mannen uit steden gewoon de grens overkomen. Soms zijn ze met hun familie, soms alleen. Dat wijst op een min of meer systematische scheiding, zegt hij. Maar niet op moord.

Uit bepaalde dorpen passeren veel minder mannen de grens, zegt Ron, vooral uit gebieden in het zuidwesten van Kosovo. In de streken rondom Malisheva en Rahovec is het bevrijdingsleger UCK sterk vertegenwoordigd. Mannen hebben dus reden om te vrezen voor de Serviërs, aldus Ron. Het is waarschijnlijk dat Milosevic de UCK-strijders beschouwt als Navo-grondtroepen. "Ik denk dat 70 tot 80 procent uit eigen beweging de bergen is ingevlucht. Ze zijn bang om te worden aangezien voor UCK'ers. Dat zou hun dood betekenen."

Die vrees is volgens Ron terecht. Uit vraaggesprekken heeft hij afgeleid dat er twee massamoorden zijn geweest in Kosovo. De ene, in de buurt van Osprozub, heeft naar zijn schatting het leven van duizend mannen geëist. Bij de andere, nabij het dorp Krusha e Voge, zouden ongeveer drieduizend mannen zijn omgebracht. De videoband die door de BBC is uitgezonden, zou beelden bevatten van slachtoffers van de laatste moordpartij.

Ron beschouwt de twee gevallen als incidenten. Zijn voorlopige conclusie is dat er in Kosovo 'slechts' sprake is van een systematische moord op individuen met als doel het legen van dorpen sneller te doen verlopen. Hij denkt dat 95 procent van de slachtoffers mannen zijn. Maar hij houdt een slag om de arm: "We moeten niet vergeten dat doden zwijgen. Het kan maanden, zoniet jaren duren om te achterhalen wat zich de afgelopen anderhalve week werkelijk heeft afgespeeld."

Mark van Driel in Kukës

© de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234