Zondag 09/05/2021

Waar zat Michel Nihoul op 8 augustus 1996?

Dit is een van de hamvragen tijdens het proces. Daags voor de ontvoering van Laetitia Delhez werd hij, al of niet aan de zijde van Dutroux en Lelièvre, door diverse getuigen opgemerkt in Bertrix tijdens de 'verkenningsrit'. Zijn alibi bleek vals. Maar dat is nog geen bewijs natuurlijk. Kroniek van een paar witte vlekken in het dossier.DOOR DOUGLAS DE CONINCK

'Het is zoals met de broek van Weinstein", zegt Marc Dutroux eind 1998 midden in een zoveelste reconstructie. "Als ik het beu ben, verklaar ik om het even wat. Ik speel dan met de voeten van de speurders. Ik doe dat, vanwege de druk die op mij wordt uitgeoefend, met name door de omstandigheden van mijn detentie." (1)

Als je dat hele dossier bekijkt, lijkt het soms één grote protestactie van Marc Dutroux. Zijn huidige advocaat mag zich ten aanzien van de getroffen families dan nog zo open opstellen, zijn cliënt maakte de afgelopen zeven jaar optimaal gebruik van het recht om te liegen. Vaak gaat het om details die voor hem normaliter geen sikkepit uitmaken, maar die voor de ouders van de slachtoffers het verschil betekenen tussen een paar honderd slapeloze nachten meer of minder. Dutroux en Michel Lelièvre bekenden dat ze An en Eefje ergens in Oostende lieten instappen en de meisjes verdoofden. Zij zullen daarvoor worden berecht. De ouders vinden het, al was het maar om puur emotionele reden, belangrijk om te weten waar precies hun kinderen in de auto stapten. "Nieuwpoortsesteenweg", zegt Lelièvre. "Troonstraat", zegt Dutroux. Tot vandaag kan niemand met zekerheid zeggen waar An en Eefje zijn ontvoerd.

Het is niet anders met de verkenningsritten die werden uitgevoerd voor de ontvoeringen van Sabine Dardenne en Laetitia Delhez. Dat die verkenningsritten plaats hebben gevonden, staat in beide gevallen vast. Dutroux en Lelièvre hebben bekentenissen afgelegd. In de zaak-Dardenne hebben ze in Kain een nacht langs de kant van de weg doorgebracht in de Renault Trafic, om ter hoogte van - toepasselijk - de pont des Trous de ochtendlijke route van het meisje optimaal te kunnen bestuderen. "Dat was in de nacht van 23 op 24 mei 1996", zegt Lelièvre. Niet waar, zegt Dutroux: "Dat was in de nacht van 20 op 21 mei." Hij en Lelièvre zijn daarna nog verschillende keren opnieuw ondervraagd. Zij blijven allebei bij hun verschillende data. (2)

Kijken we naar de verkenningsrit in het Waalse Bertrix, met het oog op het schaken van Laetitia. Hier zeggen Dutroux en Lelièvre dat ze één verkenningsrit uitvoerden, op woensdag 7 augustus 1996. En desgevraagd zweren ze het: dat is de waarheid en niets dan de waarheid.

De doorbraak in het dossier-Dutroux komt er op zondag 11 augustus, twee dagen na de verdwijning van Laetitia in Bertrix. Ze is te danken aan de alerte reactie van de bewoners, dat zeker, maar ook wel een beetje aan een eigenaardig sujet dat die vrijdagavond is opgemerkt in het zwembad. De man heeft daar om 21.15 uur doodleuk in het zicht van iedereen in een kleedkamer staan urineren. De onbeschofterik, van wie een robotfoto zal worden gemaakt, werd nooit geïdentificeerd. Hij vormt wel, bij gebrek aan beter, een van de eerste sporen. Eén meisje heeft zich geweldig aan hem geërgerd en is naar de politie gestapt, de zestienjarige Virginie Daxhelet, een vriendin van de zus van Laetitia: "Mijn vriend heeft hem ook gezien, maar ik weet niet of hij er aandacht aan heeft geschonken. Hij heet Benoît Tinant." (3)

Hier begint het Waterloo van Marc Dutroux. Het dossier laat zien hoe rijkswachters Jean-Pierre Peters en Gilles Sevrin op maandag 12 augustus 1996 om 11.15 uur langsgaan bij Benoît Tinant, zoekend naar aanknopingspunten over de plassende man. Tinant moet tot zijn spijt melden dat hij die avond in het zwembad niemand heeft zien plassen. De 22-jarige student (en autofreak) heeft wel iets anders gezien, enkele uren daarvoor.

Benoît Tinant: "Toen ik op vrijdag 9 augustus omstreeks 12.45 uur mijn huis verliet, zag ik een witte Renault-bestelwagen. Ik kwam uit de garage gelopen. Mijn aandacht werd getrokken door de man achter het stuur, die me bizar leek. Ik wierp een blik op de nummerplaat van het voertuig. Ik ben formeel omtrent de letters 'FRR'. Ik heb een mnemotechnisch middeltje om die te onthouden. Ik vond het merkwaardig dat een recent nummer toegekend was aan zo'n oud voertuig. Ik zou het beschrijven als een witte Renault Trafic, oud model, met raampjes (...). Verschillende stickers zijn zichtbaar achteraan links, op het derde raampje. Volgens mij ging het om wapenschildjes of toeristische souvenirs."

Er zit een schetsje in het dossier waarop Tinant, heel correct en zorgvuldig, de plaats van de stickers heeft aangeduid. Het staat vast dat Tinant de bestelwagen van Dutroux heeft gezien. Tenzij Tinant slechts een marionet is in een breder manipulatief geheel van de rijkswacht - wat ooit is geopperd, maar niet bewezen - kan daar geen enkele twijfel over bestaan.

Diezelfde maandag, om 11.40 uur, lopen Peters en Sevrin langs in het bejaardentehuis Saint-Charles in de rue du Culot, waar de 71-jarige Madeleine Aubry alias zuster Etienne wat te melden heeft. Zij heeft die bestelwagen ook gezien. Haar beschrijving strookt tot in het detail met die van de student. Maar, zegt zij: "Ik zag die bestelwagen op vrijdag 9 augustus rond 19.45 uur. Hij reed onmiddellijk naar het zwembad en is daar gestopt. Ik dacht dat hij in panne was gevallen. Om 20.25 uur stond de bestelwagen nog altijd op dezelfde plaats." (4)

Vooraan het proces-verbaal zit een 'inlichtingenblad' waarin de naam voor de allereerste keer vermeld wordt: 'In het bezit zijnde van elementen van de nummerplaat, de letters FRR, vragen wij het CBO om opzoeking van voertuigen van het merk Renault, beginnend met deze letters. Dit levert 77 voertuigen op waarvan er één hoort bij een Renault Trafic. De titularis van dit voertuig zou een zekere Dutroux Marc uit Charleroi zijn. Verificaties dienen te worden uitgevoerd betreffende deze persoon.'

Volgens de overlevering weigert onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte die maandagavond aanvankelijk te geloven wat hij hoort. Hij is door procureur Bourlet "gevat" om de leiding van de zaak op zich te nemen, want er ligt een huiszoeking in het verschiet. Daarover gaat de vergadering. Rond de tafel zitten vanaf acht uur 's avonds niet alleen Bourlet, Connerotte en de lokale speurders, maar ook rijkswachtkapitein Wauthelet, enkele hoge officieren van het CBO (cel-Verdwijningen), het hoofd van de Posa in Charleroi en ook BOB'er René Michaux. Die mensen hebben in Neufchâteau iets uit te leggen. Eind 1995 hebben ze al maandenlang achter diezelfde Dutroux aangezeten. Ze waren "zeker" dat hij de ontvoerder was van Julie en Mélissa. Ze hadden hem dagenlang geschaduwd en zelfs gefilmd. Dit is het moment waarop Bourlet en Connerotte denken wat velen na hen zullen denken: de rijkswacht heeft hier ofwel verschrikkelijk geblunderd, ofwel de boel belazerd. Dit is ook het moment waarop de magistraten beslissen om de rivaliserende gerechtelijke politie (GP) bij het onderzoek te betrekken.

Op dinsdag 13 augustus om 13 uur worden Dutroux, Martin en Lelièvre gearresteerd. In de namiddag van 15 augustus legt Lelièvre bekentenissen af. Even later leidt Dutroux het speurdersteam naar Marcinelle en opent hij de kinderkooi. Sabine en Laetitia komen tevoorschijn. Voorafgaand aan de huiszoekingen zijn vanaf dinsdagochtend 6 uur de telefoonlijnen van Dutroux in Marcinelle en Sars-la-Buissière afgeluisterd en is bij Belgacom navraag gedaan naar de nummers met wie hij heeft gebeld. Men heeft op dat ogenblik immers geen flauw idee waar Laetitia verborgen mag zitten. Eén nummer springt in de listings meteen in het oog. Op zaterdag 10 augustus, meteen na de ontvoering, heeft Dutroux vijf keer aan de lijn gehangen met een zekere Michel Nihoul in Brussel: om 13.57 uur (170 seconden), om 17.36 uur (86 seconden), om 17.39 uur (57 seconden) en om 23.25 uur (102 seconden). Nihoul heeft driemaal naar Dutroux gebeld, Dutroux tweemaal naar hem. Op maandag 12 augustus, daags voor de arrestaties, was het weer van dat. Vijf gesprekken: 12.31 uur (8 seconden), 12.39 uur (8 minuten, 32 seconden), 17.29 uur (4 minuten, 52 seconden), 20.48 uur (11 minuten, 2 seconden) en 23.19 uur (ruim 18 minuten). Tussendoor heeft Nihoul ook Lelièvre zitten biepen en heeft die hem teruggebeld vanuit een telefooncel. Er worden ook telefoontjes teruggevonden in de dagen net voor de ontvoering: twintig in totaal.

Op woensdagavond, 14 augustus, hebben speurders van de nationale brigade van de GP een eerste huiszoeking verricht in de flat van Nihoul in Brussel. Het is het moment waarop zijn ex-echtgenote en buurvrouw Annie Bouty even binnenwipt en erin slaagt de vracht xtc-pillen weg te halen (DM 13/2). Nihoul hangt bij haar aan de lijn, en zij geeft hem door aan commissaris Raymond Drisket. Er is die avond blijkbaar nog geen reden tot nervositeit want in het pv dat Drisket opstelt, staat dat Nihoul het thans heel druk heeft en zich "op maandag 19 augustus" in alle rust zal aanbieden voor een verhoor.

Om elf uur 's avonds hangt Nihoul weer aan de lijn bij Drisket, nu om te melden dat hij "in Zeebrugge" zit. Op donderdag 15 augustus om 10.45 uur 's ochtends belt Nihoul Drisket met de mededeling dat hij "in Frankrijk" zit. Inmiddels is Michel Lelièvre echter beginnen te bekennen en ontstaat bij Connerotte de vrees dat die Nihoul simpelweg het land is ontvlucht. Om 16 uur belt Drisket terug naar Nihoul. Nu zegt hij in het Franse Givey "op een gastronomische vergadering" te zitten. Nadat Drisket heeft gedreigd met het uitvaardigen van een internationaal aanhoudingsbevel belooft Nihoul tegen zeven uur in de vooravond naar de burelen van de GP in Brussel te zullen komen. (5)

Nihoul treft het niet. De sfeer is helemaal omgeslagen wanneer zijn verhoor om 19.32 uur van start gaat. Minder dan een uur daarvoor zijn in Marcinelle twee meisjes bevrijd uit de kelder van Dutroux. "Ik ben geschandaliseerd", zegt Nihoul tijdens zijn verhoor, wat aangeeft dat hij op de hoogte is gebracht en hoort te weten dat hij er nu beter alles aan doet om zijn vingers niet te verbranden. Hij zit daar met een handeltje in xtc dat hem zwaar in de problemen kan brengen. Als het waar is wat hij vandaag zegt - "ik infiltreerde dat milieu op vraag van de rijkswacht" - doet hij er tijdens dat eerste verhoor goed aan de waarheid te vertellen. Als er een moment is om uit te leggen waarom hij in de ochtend van 10 augustus, enkele uren na de ontvoering van Laetitia, voor een half miljoen frank xtc-pillen heeft geleverd aan de ontvoerders dan is het echt wel hier en nu.

Nihoul kiest voor een andere strategie. Hij liegt over zijn contacten met de kinderontvoerders én over zijn tijdgebruik. De volgende ochtend stapt hij met de handboeien om langs een joelende menigte voor het justitiepaleis in Neufchâteau.

Het draaide allemaal om zijn auto, probeert Nihoul later. Die was stuk. Nihoul zegt dat hij met Lelièvre heeft afgesproken dat die de wagen zou laten herstellen bij een in het zwart werkende vriend van hem in Fleurus, Damiano Randazzo. De Audi is eerst op 31 juli - met Lelièvre achter het stuur - in panne gevallen in het centrum van Brussel. Daar is de wagen twee weken lang blijven staan, reden waarom Nihoul de hele tijd die twee vlegels uit Charleroi belde. Randazzo zou immers op 15 augustus naar Sicilië vertrekken. Het duurt echter tot zondag 11 augustus voor Dutroux met een takelwagen overkomt en de Audi aflevert voor de deur van Randazzo.

Er zijn een paar problemen met die uitleg. Wie laat een auto voor een eenvoudige herstelling vanuit Brussel naar Charleroi takelen? De auto is nooit hersteld. Wanneer de speurders hem terugvinden in Fleurus is Randazzo al naar Sicilië. Hij heeft er geen vinger naar uitgestoken. Nihoul heeft niets betaald aan Lelièvre. De nummerplaat FBD444 is al op 15 mei 1996 geschrapt bij de Dienst Inschrijvingen voor Voertuigen. De Audi is ook nooit eigendom geweest van Nihoul. Het is een afdankertje van het bedrijf Management Car Company van de Luikse zakenman François-Léon Deferm, bekend als trouwe copain van de Luikse PS-politicus Guy Mathot en de Agusta-affaire. Alles wijst erop dat de gammele Audi geen toekomst meer had, tenzij als tot onderdelen te herleiden schroot op een terrein van enkele vrienden van Dutroux en Lelièvre.

Voor rijkswachters Marc Hennon en Gérard Leyder lijkt het slechts een formaliteit te zijn, wanneer op maandag 19 augustus een koppel in de kazerne een "verklarinkje" komt afleggen. Ze heten Jean Ophalvens en Jenny Van Oost. Ze komen uit het Vlaamse Herent en brengen met hun gezin de zomervakantie door in Poupehan. Op vrijdag 9 augustus, zo zeggen ze, waren ze rond 14 uur bij het zwembad van Bertrix, waar ze voor een gesloten deur stonden. Vader Ophalvens zegt dat hij daar "drie mannen en een vrouw" heeft opgemerkt, die hij nu in de pers herkent. Dutroux, Martin en Lelièvre. Over de vierde man zegt hij: "Hij was wat ouder en dik en sprak met die andere man." (6)

De tekst van het verhoor van vader Jean is met moeite één pagina lang, die van zijn vrouw Jenny vijf lijnen. Het is niet de schuld van de 'Vlaamse familie' dat de rijkswacht in Bouillon die dag niet méér moeite doet om deze mensen tot in het detail te laten beschrijven wie zij waar en wanneer precies hebben gezien. De rijkswachters achten de zaak allang als afgehandeld. Laetitia is immers terecht en de daders zitten in de cel. Jean en Jenny keren terug naar hun chalet, denkend dat zijn hun plicht als burgers hebben volbracht. Niemand kan die dag vermoeden dat hun aangifte jarenlang het voorwerp zal uitmaken van een nationale controverse die het RTBF-programma Au nom de la loi ertoe zal brengen een stuk of drie avondvullende uitzendingen te wijden aan de 'ontmaskering' van de Vlaamse familie.

De heftigheid van een aantal speurders om de Vlaamse familie ongeloofwaardig te achten, heeft een reden. Ja, deze mensen vermeldden een haarscherpe beschrijving van de kleren die de vier huidige hoofdverdachten op het assisenproces in die tijd droegen, maar zij kunnen Dutroux, Lelièvre, Martin noch Nihoul tussen 14 en 14.30 uur in Bertrix hebben gezien. Dutroux en Lelièvre zijn rond een uur of drie met hun bestelwagen in panne gevallen in Gedinnes. De documenten van de garagist en de verzekeringsmaatschappij bewijzen dat. Martin zit op dat ogenblik met haar zonen op de kabelbaan in Dinant. Ze heeft het ticket bewaard. En ook Nihoul, dat staat vast, kan op 9 augustus onmogelijk in Bertrix zijn geweest. Een hele schare mensen heeft hem die dag in het Brusselse ontmoet. Zijn telefoonverkeer is nagetrokken en het klopt: hij zat in Brussel. Het duurt tot in september 1997 voor de puzzelstukken in elkaar lijken te passen. In een telefoongesprek met procureur Bourlet laat Jenny Van Oost zich ontvallen dat ze "echt wel zeker was" en zich bijvoorbeeld ook nog haarscherp herinnert hoe ze op die zonnige dag naar de avondmarkt in Rochehaut zijn getrokken. Bourlet verbleekt. Hij kent die markt. Hij is er zelf ook geweest. En hij weet: dat was op donderdag 8 augustus.

En zo mag een groot deel van het onderzoek van nul herbeginnen. Meteen is hier een mogelijke verklaring voor de getuigenis van onder meer kapster Marie-Ange Horman en een aantal andere mensen uit Bertrix of aangrenzende dorpen die al sinds dag 1 volhouden dat ze Michel Nihoul op 8 augustus ("of ergens daaromtrent") in Bertrix hebben gezien. Nihoul heeft een alibi voor 8 augustus. Hij beweert dat hij die dag samen met ex-advocaat Michel Vander Elst een appartement heeft staan renoveren in de Lambiottestraat in Schaarbeek, samen met "een Afrikaan". Probleem. De als niet meer te traceren Afrikaan duikt op, wordt ondervraagd en kan aan de hand van zijn agenda keurig uitleggen op welke dagen hij met de twee anderen heeft staan schilderen. Op verschillende dagen in augustus... behalve de achtste. Ook Vander Elst, de initiële verschaffer van het alibi, moet erkennen dat hij die dag Nihoul niet heeft gezien. Niet leuk, voor hem, om dat toe te geven. Hij is een goede vriend van Nihoul. Hij werd destijds door het Brusselse assisenhof veroordeeld voor medeplichtigheid aan de ontvoering van oud-premier Paul Vanden Boeynants.

Nog steeds zit het dossier vol witte vlekken. Alle op het proces opgeroepen Nihoul-getuigen uit Bertrix, een tiental, pinnen zich vast op 8 augustus of "ergens daarrond". En ze zagen niet alleen Nihoul, maar ook Dutroux, Lelièvre en Martin. Nihoul houdt vol dat hij die dag, alleen weliswaar, stond te schilderen. Verificatie van zijn telefoonlijn maakt weinig of niets duidelijk over zijn tijdgebruik. De avondmarkt was op 8 augustus. Dutroux en Lelièvre blijven er wel bij dat zij het terrein verkenden op 7 augustus. "We zaten eerst in Florenville", zegt Dutroux. "Terwijl ik in de bestelwagen iets at, kwam hij terug met een fiets die hij had gestolen aan de plaatselijke Unic." De speurders zoeken... en vinden de aangifte van diefstal van een dame uit Florenville die aan de hand van haar Unic-kasticket kan aantonen dat de diefstal iets na drieën 's namiddags is gepleegd. (7)

Onderzoeksrechter Jacques Langlois heeft de Vlaamse familie nooit geloofd. Volgens hem behoren zij tot het slag van door Dutroux-psychose getroffen brave borsten die zich graag even interessant willen maken, zoals hij er wel meer kent. In een lange nota aan procureur Bourlet maakt hij op 25 februari 2000 een chronologisch klassement van Bertrix-getuigen op basis van de datum die zij noemden: 7, 8 of 9 augustus. Langlois laat duidelijk verstaan dat hij alleen de mensen in de vakjes 'zeven' en 'negen' ernstig wil nemen. In de rubriek 'acht' vinden we acht getuigenissen terug, waarvan er vier betrekking hebben op Michel Nihoul. Allemaal gekken dus, dixit Langlois. Maar in deze rubriek vinden we een oude bekende terug. Benoît Tinant. Leidt hij ook al aan waanbeelden. Hoezeer speurders ook op hem zullen inpraten, hij blijft bij zijn verhaal: "Het was de dag waarop ik in Bertrix Le Moniteur Automobile ben gaan kopen." Tinant rende altijd naar de krantenwinkel zodra er een nieuw exemplaar van het tijdschrift verscheen. Het is nagetrokken. Het augustusnummer van Le Moniteur Automobile verscheen op donderdag 8 augustus. Zou het misschien kunnen dat Dutroux en Lelièvre twee verkenningsritten uitvoerden, één met en één zonder Nihoul? Wie de vraag hardop stelt, doet iets heel erg gemeens: twijfelen aan de oprechtheid van Marc Dutroux en Michel Lelièvre. Of zou die ene student, wiens manie voor het onthouden van nummerplaten, die destijds uitvoerig werd bejubeld door een hele natie, misschien toch een ietsje geloofwaardiger kunnen zijn?

(1) Confrontatie Marc Dutroux - Michel Lelièvre voor onderzoeksrechter Langlois, 26 oktober 1998.

(2) Synthesenota onderzoeksrechter Langlois, 10 oktober 2001.

(3) Verhoor Virginie Daxhelet, 11 augustus 1996, rijkswacht Bouillon, pv 100.369.

(4) Verhoren Benoît Tinant en Madeleine Aubry, 12 augustus 1996, rijkswacht Bouillon, pv 100.578.

(5) Vaststellingen, 15 augustus 1996, nationale brigade GP, pv 10.405.

(6) Verhoor Jean Ophalvens, 19 augustus 1996, rijkswacht Bouillon, pv 100.588

(7) Aangifte diefstal, 7 augustus 1996, rijkswacht Florenville AR.18.05.100.621.

Een simpele maar cruciale vraag voor de jury, straks. Wie gelooft u, de schrandere student in Bertrix of Marc Dutroux en Michel Lelièvre?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234