Zaterdag 31/10/2020

AchtergrondBesmettingen

Waar raken Belgen het vaakst besmet? We weten het (nog altijd) niet

Beeld ANP

Is het op café gevaarlijker dan op het werk? Loop je op de trein meer risico om besmet te geraken dan in de sportclub? Terwijl Nederland en Duitsland al maandenlang gedetailleerde gegevens over de voornaamste besmettingsbronnen met hun bevolking delen, weten wij het – zeven maanden nadat het virus de kop opstak – nog altijd niet.

De regering is al lang vragende partij voor een algemeen, landelijk beeld van de besmettingsbronnen. Hoe vaak we besmet raken in de klas, op het werk of in de horeca: we weten het niet zo goed. Nochtans verzamelt de overheid die gegevens wel – zij het niet gecentraliseerd – via de bronopsporing en het clusteronderzoek van de regionale Covid-19-teams. Maar die informatie daarbovenop ook analyseren? Dat gebeurt nog steeds niet, hoewel beloofd was dat de resultaten deze week openbaar gemaakt zouden worden.

Het Interfederaal Comité Testing en Tracing (IFC), dat de resultaten van bron- en clusteronderzoek van de verschillende gewesten verzamelt, kan geen concrete cijfers voorleggen. “Er wordt momenteel gewerkt om de cijfers op een gestructureerde manier samen te brengen. Maar een timing kunnen we er helaas niet opzetten”, zegt Carmen De Rudder, woordvoerder van het IFC. “Er wordt momenteel volop ingezet op het uitvoeren van clusteronderzoek. Daarom is er verminderde capaciteit om bezig te zijn met analyse en rapportering. We werken er ondertussen wel aan verder, maar er moeten prioriteiten gesteld worden.”

Al sinds 6 juli

Onze buurlanden rapporteren de besmettingsbronnen wél. Nederland deelt al sinds 6 juli wekelijks gedetailleerde gegevens met de bevolking. In percentages geven de gezondheidsautoriteiten weer welke situaties het meest risicovol zijn. Een blik op de Nederlandse weekcijfers van gisterenmiddag leert dat 59 procent van de besmettingen waarvan een bron is vastgesteld, terug te brengen is tot de thuissituatie (infectie via huisgenoten). 

Onze noorderburen kijken beter ook uit op het werk (13 procent van de besmettingen), in contacten met de overige familie (10,3 procent) en in de verpleeghuizen (waar patiënten verzorgd worden die niet langer in het ziekenhuis moeten blijven, 9,3 procent). Veel minder risico lopen ze wanneer ze afspreken met kennissen en vrienden (3,8 procent) en tijdens hun vrijetijdsbesteding: denk daarbij bijvoorbeeld aan de sportclub (3,7 procent) en in de horeca (1,8 procent).

Geert Molenberghs.Beeld BELGA

Duitsland komt zelfs dagelijks met updates over de besmettingsbronnen, in absolute cijfers weliswaar. Daar zien ze het aantal infecties eveneens fors toenemen in de privékring. De autoriteiten noemen daarbij ook telkens de lokale brandhaarden. Zo staat in het rapport van maandag bijvoorbeeld dat 89 coronagevallen gelinkt kunnen worden aan een slachthuis in het district Cloppenburg (Nedersaksen), houdt een groot aantal besmettingen in het district Esslingen (Baden-Württemberg) verband met een uitbraak in een DHL-distributiecentrum en zorgde een trouwfeest in de stad Hamm (Noordrijn-Westfalen) voor meer dan tweehonderd infecties.

Feit is dat het clusteronderzoek in de meeste gevallen de besmettingsbron niet kan blootleggen. In Nederland wordt de vermoedelijke oorsprong van ‘slechts’ 20 procent van de besmettingen achterhaald. 

Toch is die informatie uiterst nuttig, legt biostatisticus Geert Molenberghs (UHasselt en KU Leuven) uit. “Niet alleen voor wetenschappers, maar in de eerste plaats voor beleidsmakers. Wanneer je weet waar mensen precies besmet raken – op café, op het openbaar vervoer, in de sportclub? – kan je véél gerichter ingrijpen met maatregelen. Nu varen we blind. Daarnaast kunnen gedetailleerde gegevens over de besmettingsbronnen ook de bewustwording bij de bevolking verhogen: de mensen weten dan beter in welke situaties ze extra voorzichtig moeten zijn.”

Rode draad

In afwachting van statistieken uit eigen land, kunnen de cijfers van onze buurlanden ons wel veel leren, zegt Molenberghs. “Nederland en Duitsland beleven een gelijkaardige tweede coronagolf. Net als bij ons is die beginnen te rollen door de terugkeer van reizigers in augustus en de opening van de scholen.” 

Rode draad in die cijfers is het grote aantal infecties in familiekring. “In Nederland gaat het opgeteld (binnen het gezin én in contacten met de rest van de familie, red.) om ongeveer 70 procent van de gevallen waarin men een bron kon achterhalen”, vervolgt Molenberghs. “We vermoeden dat ook in ons land veel mensen besmet raken via familieleden. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat we onze nauwe contacten fors afbouwen. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke gaf vorige week een goede voorzet door er nog maar drie per persoon toe te staan. Maar volgens mij moeten we – gezien de dramatische toestand – verder durven te gaan. We moeten niet allemaal drie nauwe contacten onderhouden, weet u. Het mogen er ook minder zijn. Graag zelfs.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234