Woensdag 27/10/2021

Waar men gaat langs Belgische wegen, komt men een vriend van Nihoul tegen

Volgens procureur Bourlet was Michel Nihoul wel degelijk betrokken bij de kinderontvoeringen door Marc Dutroux. Toch moet ook hij erkennen dat de bewijslast aan de magere kant is. Een terugblik op zes jaar 'zaak-Nihoul' maakt duidelijk dat zelfs als er bewijzen zijn, ze haast onmogelijk het daglicht kunnen zien. Douglas De Coninck over het onwaarschijnlijke relatienetwerk van Michel Nihoul.

"Het milieu van de seksfuiven dat M. Nihoul vooral in de jaren tachtig frequenteerde, vormde een bron van relaties die hij later voor zichzelf of voor de 'mouvance Nihoul' zou aanspreken om allerlei gunsten en tussenkomsten te verkrijgen. Het onderzoek van de parlementaire commissie heeft uitgewezen dat er wel degelijk relaties, die hun oorsprong vonden in het betrokken milieu, zijn blijven doorwerken op het professioneel functioneren van sommigen."

Tot dat besluit kwam de commissie-Dutroux-Nihoul in haar tweede eindrapport, dat op 19 februari 1998 in plenaire kamerzitting werd goedgekeurd door een ruime meerderheid. Als het hoogste wetgevende orgaan van de natie tot zo'n krasse conclusie komt, zou je verwachten dat minstens enkele parlementariërs nadien het verdere verloop van het gerechtelijke onderzoek met enige aandacht opvolgen. Dat is niet of nauwelijks gebeurd. Aan een goede aanleiding was anders geen gebrek.

Tien momentopnamen uit zes jaar onderzoek omtrent 'zakenman' Michel Nihoul.

14 augustus 1996

Werkte Nihoul voor de rijkswacht of was het omgekeerd?

"Ja, mijnheer, dat zal dan nu niet gaan." Dat zijn de eerste woorden die commissaris Raymond Drisket van de gerechtelijke politie (GP) te horen krijgt van de man die in de jaren die volgen zijn leven zal beheersen. Het is woensdag 14 augustus 1996. Er is nog geen zaak-Dutroux. Al wat het team van onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte en procureur Bourlet weet, is dat op vrijdag 9 augustus aan het zwembad in Bertrix Laetitia Delhez is verdwenen en dat de dader Marc Dutroux heet. Die is op 13 augustus al samen met echtgenote Michelle Martin en kompaan Michel Lelièvre gearresteerd. In de verhoorkamer zit het trio nog unisoon te ontkennen.

Dat Connerotte en Bourlet zo zeker zijn van hun slag, komt ten dele doordat ze bij Dutroux eerst een dag lang de telefoon hebben afgetapt. Daarop is om de haverklap de stem van 'Jean-Michel' te horen. Er wordt gesproken over iets wat 'Jean-Michel' aan Dutroux heeft geleverd. Drugs, blijkt later. Duizend xtc-pillen, ter waarde van een half miljoen Belgische frank. Dat is gebeurd op zaterdagochtend, enkele uren na de ontvoering. Drisket kent die details die avond nog niet, maar is wel verbaasd over de branie waarmee Nihoul laat weten "nu niet te kunnen". Een onschuldige burger die op zijn gsm van de politie te horen krijgt dat in zijn flat een huiszoeking wordt verricht in verband met de ontvoering van een meisje van veertien zal zich normaal gezien een aap schrikken en zich onmiddellijk huiswaarts begeven. Niet zo bij Nihoul. Er moet een dreigement met het uitvaardigen van een internationaal aanhoudingsbevel bij te pas komen voor hij zich 24 uur later aanbiedt bij de GP.

Waar Nihoul tijdens dat etmaal uithing, is een goed bewaard geheim. Er zijn wel speculaties, en die gaan in de richting van Dinant, meer bepaald naar de BOB (rijkswacht) van Dinant. Daar heeft Nihoul in 1995 Gérard Vanesse leren kennen, een niet zo pientere en niet zo succesvolle BOB'er. Nihoul had hem een deal voorgesteld. Dat leidde ertoe dat Vanesse op 23 april kon pronken met een prachtige drugsvangst: 5.000 xtc-pillen en 13 kilogram amfetamines. De koerier, de Brit David Walsh, werd gearresteerd door de BOB Brussel, na bij Vanesse te zijn verraden door Nihoul. Er was echter een probleempje: Nihoul doet niets voor niets. Hij was geen geregistreerde politie-informant en kon geen aanspraak maken op een financiële beloning. De Brusselse BOB gaf de tipgever een deel van de buit. In dit geval 5.000 pillen met een straatwaarde van 2,5 miljoen frank.

Natuurlijk kon in april 1996 geen mens vermoeden dat de pillen later door een attente speurder zouden worden ontdekt in een vals plafond ten huize van Dutroux in Marcinelle, en dat Bourlet ze zou beschouwen als 'betaling' voor de ontvoering van Laetitia Delhez. Zeker is wel dat er reden is tot paniek, die veertiende augustus 1996. In hoofde van Nihoul, én een aantal rijkswachtofficieren in Brussel.

Er gebeuren vreemde dingen. Bijna gelijktijdig met zijn arrestatie als het vermeende 'monster' in de zaak-Dutroux, krijgt Nihoul bij het Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) het officiële statuut van 'geregistreerde informant'.

Op 16 augustus vraagt Connerotte alle politie-eenheden van het land om informatie te krijgen over de antecedenten van Michel Nihoul. Het antwoord van de BOB Brussel luidt: die vent kennen wij niet. "Het is onze kolonel Jean-Marie Brabant die toen negatief heeft geantwoord aan Connerotte", zegt Luc Delmartino, een Brusselse BOB'er die het allemaal van dichtbij meemaakte, wanneer hij op 2 december 1997 tijdens een van de vele onderzoeken-van-het-onderzoek verhoord wordt door de Brusselse onderzoeksrechter Jacques Pignolet. "En dit", zegt Delmartino nog, "terwijl onze financiële recherche reeds drie dossiers had behandeld ten laste van Nihoul."

In een interview met Humo drukt BOB-adjudant Patriek De Baets zich later iets krachtiger uit over luitenant-kolonel Brabant: "Hij begon al vanaf dag één te liegen tegen de magistraten. Hij was bang dat zijn BOB in opspraak zou komen."

23 augustus 1996

Zijn er dan nooit compromitterende videocassettes gevonden?

Als je de pers eind 1996 mag geloven, is het plaatje vrij helder. Nihoul staat bekend als echangist en enthousiast bezoeker - of organisator - van seksfuiven. Dat milieu is snel in kaart gebracht. De Etterbeekse bar The Dolo en de vroegere seksclub Les Atrebates zijn Nihouls vaste adressen. Hij is erg close met uitbaters Michel Forgeot en Dolores Bara.

Wim Lein en Hélène Chatin zijn twee piepjonge speurders van de Brusselse GP. Zij worden op vrijdag 23 augustus tot hun eigen verrassing belast met een gewichtige taak. Van hun oversten hebben ze laat in de namiddag een gerechtelijk mandaat van Connerotte hemzelve toegestopt gekregen. Ze moeten huiszoekingen gaan verrichten bij Forgeot en Bara, en zoeken naar videobanden en foto's. Dat de twee jongelingen op pad worden gestuurd, komt door een tijdelijk gebrek aan speurders bij de speciaal voor het onderzoeksdeel Nihoul opgerichte 'cel-Obelix'. De cel krijgt nu assistentie van een 25-koppig team van Brusselse GP'ers onder leiding van commissaris Georges Marnette. Is die afwezig, dan wordt hij vervangen door commissaris Albert Toch.

De zaak-Dutroux vult in die dagen de cover van het Amerikaanse weekblad Time. Nooit eerder wekte een zaak in België zoveel mondiale beroering. Lang zullen Lein en Chatin niet kunnen genieten van een gevoel van gewichtigheid. Tijdens de huiszoeking merken ze hoe Dolores Bara nog snel een stapeltje tracht weg te moffelen in een kleerkast. Ze krijgen ze toch te pakken. En kijken. En schrikken zich dood. De foto's laten lachende gezichten op een feestje zien. Ze herkennen daarop Michel Forgeot. En Michel Nihoul. En hun eigen commissaris Albert Toch.

Lein en Chatin gaan naar huis - het is al laat, vrijdagavond - en besluiten op zaterdagochtend te beginnen met het zoeken naar eventuele kinderporno op de immense collectie videobanden van Forgeot en Bara. Op zaterdagochtend stelt Wim Lein vast dat Toch, hoewel die geen weekenddienst heeft, aanwezig is in zijn bureel. Commissaris Toch heeft bezoek. Van Forgeot. "En op zeker moment", zo verklaart Lein later aan onderzoeksrechter Pignolet, "is Toch me komen vragen om een welbepaalde cassette terug te halen. Aangezien er enorm veel cassettes waren, was het Forgeot zelf die de cassette die hij wenste te recupereren uit de stapel haalde (...). Daarop heeft Toch hem de cassette overhandigd."

Was het vertoond in een film over politie-corruptie: de gemiddelde tv-kijker zou het net iets té hebben gevonden. Een mogelijke verdachte in het grootste pedofiliedossier dat België ooit kende, komt doodleuk een politiekantoor binnen gestapt en mag zelf kiezen welke videoband(en) hij justitie wil onthouden.

Het Brusselse parket kent alle gegevens van het incident. Alle betrokkenen, Toch en Forgeot incluis, zijn ondervraagd. Alle getuigen bevestigden het relaas van Wim Lein. Er is geen enkele maatregel getroffen tegen Toch.

26 september 1996

Kort na het losbarsten van de zaak-Dutroux lopen in Neufchâteau tips binnen lastens Raymond C. Die zou in een hangar in Drogenbos een collectie videobanden met kinderporno, afkomstig van Dutroux en Nihoul, opgeslagen hebben. Ook het verder verder uitspitten van dit spoor wordt noodgedwongen toevertrouwd aan het team van Marnette. Hij is de man die enkele weken later de valse beschuldigingen tegen vice-premier Elio di Rupo (PS) helpt lanceren. Wanneer het erom gaat de rol van C. uit te vlooien, geeft hij blijk van iets minder speurijver.

Op 26 september 1996 doet GP-commissaris Eddy Suys, de coördinator de cel-Obelix, zijn relaas in een brief aan nationaal magistraat André Vandoren: 'Collega Marnette kwam ons opzoeken en deelde mede dat C. hem goed bekend is, dat het een persoonlijke vriend betreft (...), dat C. algemeen bekend staat als de koning van de pornovideo's, doch collega Marnette deelt mede dat hij 'de garantie geeft' dat er geen pedofilie-video's door hem worden verhandeld.'

Een blik in het dossier-Dutroux leert dat Marnette zich er verder toe heeft beperkt een documentje op te stellen waarin staat dat hij weigert een huiszoeking te verrichten bij C. Wanneer andere politiemensen later alsnog gaan aankloppen bij C., lacht die hen vierkant uit en zegt hij dat Marnette hem van hun komst had verwittigd.

11 oktober 1996

Hielp Michel Nihoul Laetitia ontvoeren?

- 'Ik ben honderd procent zeker.' - 'Hoéveel procent, zegt u?' - 'Honderd procent' - 'Honderd procent zekerheid kunt u nooit hebben, mevrouw. Zo kan ik dat hier niet noteren.'

Er volgt een rondje onderhandelen. Er wordt een compromis bereikt over 98 procent. Korte tijd later verschijnen in diverse kranten berichten waarin staat dat "in speurderskringen is vernomen" dat de Vlaamse familie V. "niet meer honderd procent zeker is" dat ze kort voor de ontvoering van Laetitia Nihoul in het gezelschap van Dutroux en Lelièvre heeft opgemerkt aan het zwembad in Bertrix.

Voor de familie V. komt er heel wat bij kijken om aan justitie te kunnen vertellen wat ze denkt te moeten vertellen. Vader, moeder en oudste zoon zullen op een bepaald moment justitieminister Stefaan De Clerck aanschrijven om hun beklag te maken over de wijze waarop de speurders hen behandelen. Soms gaat het om simpele dingen. Liever dan Nihoul vanuit de gevangenis in Aarlen over te brengen naar Brussel voor de obligate 'confrontatie', moet vader V. een dag verlof nemen voor een verplaatsing naar Aarlen. Daar moet de familie urenlang wachten, tot het bericht komt dat "de heer Nihoul zich thans niet lekker voelt". Bij de terugrit naar huis, hoort de familie op de radio een nieuwsflash. Groot nieuws over de zaak-Dutroux: 'De getuigen in Bertrix zijn teruggekomen op hun verklaringen tegen Michel Nihoul.'

De speurder langs wie alle contacten met de familie V. verlopen, is Philippe Beneux. Hij is de rechterhand van Brussels GP-commissaris Georges Marnette.

30 januari 1997

Er zaten toch honderden politiemensen achter Nihoul aan?

Dit is wat Nihouls advocaten en ook een groot deel van de pers de publieke opinie begin 1997 voorhouden: nooit eerder zijn in België zoveel speurders ingezet als bij het onderzoek lastens Nihoul. Als er dan ondanks zoveel mankracht geen bewijzen worden gevonden, dan kan het niet anders of hij is onschuldig.

Op 30 januari 1997 schrijft Eddy Suys, een brief aan de commissie-Verwilghen. Daarin is de opsomming van het exacte aantal speurders snel gemaakt. Het zijn er vijf. Er is wel "assisentie" van de Brusselse GP, maar luidens Suys komt dat ongeveer op hetzelfde neer als Richard Virenque vragen om een onderzoek naar dopinggebruik bij de wielerploeg Festina in de Ronde van Frankrijk 1998. "Met de huidige mankracht dient er gewerkt tot 15 uur per dag", aldus Suys.

En er is niet alleen een gebrek aan personeel. Het zaaltje van de cel-Obelix is al na enkele weken ontruimd omdat de top van de GP heeft beslist dat daar de telefooncentrale van het tv-programma 'Oproep 2020' moet komen. De speurders worden belaagd door incassobureaus vanwege de huurauto's die in het begin van de zaak-Dutroux in allerijl zijn besteld, maar waarvan de top van de GP de facturen vergat te betalen. Suys: 'Samengevat kan gesteld worden dat er een duidelijke tegenkanting is waar te nemen vanwege de hiërarchie om een vlotte uitbouw van het onderzoek mogelijk te maken. Dit raakt voornamelijk het onderzoeksaspect Nihoul.'

8 januari 1998

Michel Nihoul kan toch niet overàl relaties hebben?

Op 20 oktober 1996 zijn meer dan 300.000 Belgen door de straten van Brussel getrokken om uiting te geven aan hun woede over het wegsturen van onderzoeksrechter Connerotte vanwege een spaghetti-etentje met de slachtoffertjes Sabine Dardenne en Laetitia Delhez. Volgens het Hof van Cassatie bezondigde Connerotte zich aan een "gewettigd vermoeden van partijdigheid". In de media heerst in die dagen plaatsgebrek voor het grote aantal juristen dat de bevolking wil doen begrijpen dat Connerotte nu eenmaal zwaar zijn boekje te buiten is gegaan en dat dit in een rechtstaat niet kàn.

Tegen Nihoul lopen eind 1997 in de marge van de zaak-Dutroux verschillende onderzoeken. Zo is er het op basis van X1-getuigenissen heropende dossier rond de moord op het tienermeisje Christine Van Hees in 1984. Dit dossier is in januari 1997 overgeheveld naar Brussel, waar onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen er de leiding over krijgt. De hoofdverdachten zijn, op dat moment, Michel Nihoul en Annie Bouty. Naast het chaotische relaas van Regina Louf zijn er tal van elementen opgedoken die duidelijk maken dat Christine Van Hees kort voor haar dood het pad van Nihoul moet hebben gekruist.

Zodra hij de leiding heeft, gaat Van Espen met de grove borstel door het dossier. Op grond van - naar achteraf blijkt - valse betichtingen stuurt hij het speurdersteam dat de X1-getuigenis ernstig nam naar huis. Korte tijd later bloedt het hele onderzoek naar de eventuele betrokkenheid van Bouty en Nihoul bij de moord op Van Hees dood. Men kan Nihoul veel verwijten, maar geen gebrek aan openhartigheid wanneer hij eind 1996 wordt ondervraagd over wat we ons nu eigenlijk moeten voorstellen bij dat "relatienetwerk". Nihoul, op 8 oktober 1996: "Ik ken onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen erg goed van in de tijd toen hij medewerker was in het advocatenkantoor van Annie Bouty. Zijn zus is gehuwd met Philippe Deleuze (Brussels PSC-politicus en vriend van Nihoul, DDC) en zij is trouwens de meter van mijn zoon."

Later blijkt dat onderzoeksrechter Van Espen in 1984, toen nog advocaat, opgetreden is als raadsman van Bouty binnen het kader van de echtscheiding van Nihoul. Het duurt tot het Franstalige weekblad Télé-Moustique dit eind 1997 onthult, voor Van Espen het moment gekomen acht om zich te ontlasten van het dossier-Van Hees. De schade is tegen die tijd allang niet meer te overzien. Achttien jaar na datum is de moord op het Brusselse tienermeisje nog steeds niet opgehelderd. De mogelijke sporen naar het milieu-Nihoul zijn nooit verder onderzocht.

19 februari 1998

Wat deed Michel Nihoul eigenlijk voor de kost?

Brillenverkoper, cafébaas, immobiliënexpert, impresario, radioman... Nihoul is het allemaal ooit geweest. Door de jaren heen is zijn voornaamste bezigheid echter "dingen regelen" door middel van "contacten her en der". Een treffend voorbeeld van wat je je daarbij moet voorstellen, prijkt kurkdroog in het tweede eindrapport van de commissie-Verwilghen (al zijn in de bewuste passage de namen van de verantwoordelijke rijkswachters onder impuls van PS en SP.A uit verwijderd).

Eind 1986 staat de rijkswacht van Schaarbeek op het punt de internationaal gezochte gangster Juan Borgès te klissen. Hij wordt ervan verdacht te werken voor de Italiaanse maffia. Op de valreep komt er telefoon van Guido Torrez, de districtscommandant van de rijkswacht Brussel. Die geeft de rijkswacht van Schaarbeek de instructie in deze "niet meer te handelen vooraleer met hem contact is opgenomen". Bij de rijkswacht is zo'n boodschap enkel te vertalen als: afblijven van die Borgès. Torrez, zo blijkt later, is tot die hoogst ongewone demarche overgegaan na een telefoontje van... Nihoul. Tegenover de commissie-Dutroux zegt Torrez dat Nihoul zich aan de telefoon had voorgesteld als "lid van het kabinet van toenmalig minister van Defensie François-Xavier de Donnéa".

De moord in Namen is nooit opgehelderd. Borgès verdween in 1987 met de noorderzon, kort na een maffiamoord in Namen waar hij van werd verdacht.

Vrijdag 21 mei 1999

Kan Michel Nihoul nog méér met de telefoon?

We schrijven nu medio 1999, drie jaar na de arrestatie van Dutroux, Nihoul en co. Nog steeds is het onduidelijk of de Vlaamse familie V. daar in Bertrix heeft staan hallucineren of niet. Het is de speurders in Neufchâteau nu wél duidelijk dat de familie V. niet op 9, maar op 8 augustus 1996 in Bertrix geweest is. Het tijdstip dat zij noemen (14.30 uur) valt perfect samen met datgene waarop Dutroux en Lelièvre er langs reden om het "terrein te verkennen".

Vertoefde Nihoul die dag in Bertrix in het gezelschap van Dutroux en Lelièvre of niet? Niet, zo heeft de Brusselse GP eind '96 al uitgemaakt. Volgens de rapporten van de Marnette-boys heeft Nihoul een alibi voor zowel 8 als 9 augustus 1996. Op 8 augustus, zo heet het, stond hij samen met twee andere mannen een appartement te behangen in Schaarbeek. Maar dat alibi is vals, zo heeft de cel-Obelix halfweg 1998 ontdekt. Voor de familie V. breekt een nieuwe ronde van verhoren aan - nu door andere ondervragers - en zelfs een reconstructie aan het zwembad in Bertrix. Moeder V. krijgt in Neufchâteau te horen dat ze zal moeten getuigen op het assisenproces-Dutroux.

Maar dan komen er gegevens van Belgacom. Die wijzen uit dat er op 8 augustus 1996 tussen 10.34 en 14.29 uur achttien telefoongesprekken zijn gevoerd op het vaste toestel van Nihoul, op zijn appartement in Sint-Gillis. 14.29 uur is het tijdstip waarop de familie V. Nihoul in Bertrix zag. Tenzij men ervan uitgaat dat iemand anders - Annie Bouty? - aan de telefoon zat, heeft Nihoul plots toch weer een alibi. In Neufchâteau besluit onderzoeksrechter Langlois nu dat het welletjes is. Hij verwijdert de getuigenis van de familie V. uit het dossier. Nihoul was niét in Bertrix, punt uit. Nihoul mag dan misschien her en der "connecties" hebben, aldus Langlois, maar de gegevens van Belgacom vormen zuiver en objectief bewijsmateriaal.

Op 21 mei 1999 vindt hij echter het proces-verbaal 8.337 op zijn bureel. Het gaat over ene mijnheer Michel D., die door zijn ex-echtgenote van pedofilie wordt beschuligd. De ex meldt de speurders ook dat D. een persoonlijke vriend is van Nihoul. Het pv gaat verder: 'Michel D. werkt als informaticus in het centrum ICX, waar hij verantwoordelijk is voor gerechtelijke opzoekingen (...). De dienst ICX, een afdeling bij Belgacom, behandelt onder meer de gerechtelijke aanvragen uit Neufchâteau binnen het kader van dit dossier.'

Ook zonder het pv 8.337 waren er al redenen om te denken dat Nihoul iets heeft met telefoons. Tijdens een verhoor op op 17 oktober 1996 onderhoudt hij zijn ondervragers nog maar eens over "belangrijke personen" die hij kent: "Ik ken Bessel Kok, de grote baas van Belgacom, goed, en ook zijn staf." Nihoul, zo blijkt verder nog, heeft begin jaren negentig met zijn bedrijf La Maison des Chefs meer dan eens vis aangeleverd voor de bedrijfskeukens van Belgacom. Het gaat om illegale vis, komende van een zwart circuit in Zeebrugge.

Daniel V.L., die van 1992 tot '93 voor La Maison des Chefs werkte, verklaart in oktober 1996 aan de speurders dat hij Bessel Kok geregeld zag binnenspringen in het bedrijf: "Ik heb geen idee wat hij daar kwam doen."

Vrijdag 24 december 1999

Krijgt Nihoul een voorkeursbehandeling?

Niet van de inmiddels justitieminister geworden Marc Verwilghen (VLD), zoveel is zeker. Nadat Nihoul begin december 1999 de gevangenis heeft mogen verlaten, wordt hij daags voor kerstmis opnieuw gearrestereerd. Op last van Verwilghen, die vaststelde dat Nihoul al bij de eerste gelegenheid weigerde om zich te schikken naar de wettelijke voorwaarden van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Wéér is de wereld klein. De Brusselse procureur Benoît Dejemeppe moet de arrestatie laten uitvoeren. Al wat hij moet doen, is de gemeentepolitie van Jette - de woonplaats van Nihoul - verwittigen. Dejemeppe doet iets anders. Hij levert een mandaat af voor een dringend "verhoor" van Nihoul. Deze procedurele truc laat toe om in plaats van de gemeentepolitie de Brusselse GP in te schakelen.

Drie leden van de GP gaan op pad. Eén van hen heet Christian Huberty. Op 18 september 1996 is Nihoul ook nog eens ondervraagd over zijn "contacten in politiemiddens". Ja, zegt Nihoul, "die heb ik". Hij kan, zo voor de vuist weg, vier namen noemen: "Er is Jacques Léonard, die vroeger vaak in mijn café Clin d'Oeil kwam. Verder is er Albert Toch, die ik zowel in de Clin d'Oeil als in The Dolo geregeld zag. Dan is er ook Gérard Vanesse van de BOB Dinant, en Christian Huberty, die ik leerde kennen via Toch."

Maandag 3 juli 2000

Politieke connecties? Toch niet meer vandaag?

In de jaren tachtig verzorgde Nihoul een aantal electorale activiteiten voor Brusselse PSC-politici, zoals Paul Vanden Boeynants en Philippe Deleuze. Ook bij de PS stond hij in contact met belangrijk volk. Hij was in 1983 de lobbyman voor het (mislukte) Luikse ziekenhuisproject CME van PS-kopstukken André Cools en Edmond Leburton. In 1984 vervulde Nihoul een gelijksoortige rol bij een poging tot overname van het papierbedrijf Intermills in Andenne. In zijn mémoires beschrijft hij hoe hij in die periode veelvuldig in contact stond met PS-burgemeester Claude Eerdekens, de huidige PS-fractieleider in de Kamer en van 1996 tot 1998 een van de zwaargewichten in de commissie-Dutroux.

De meest interessante contacten had Nihoul in de vroege jaren tachtig met de PRL. Hij is goede maatjes met Serge Kubla, de huidige Waalse minister van Economie en dixit Nihoul in die tijd vaste klant in de seksclub 'Les Atrebates' van Bara en Forgeot in Etterbeek. Sterker nog, commissaris Marnette weet van zijn kant te melden dat Kubla een tijdlang betrokken was bij de exploitatie van de seksclub. En dan is er ook nog Jean Gol, justitieminister van 1981 tot 1988. Via het samen met Bouty gerunde bedrijfje Cadreco specialiseert Nihoul zich in het "regelen" van verblijfsvergunningen voor Afrikanen. Het is een lucratieve handel, zo blijkt later. Nihoul krijgt dingen voor elkaar waarvan menig échte asielzoeker alleen kan dromen. Telkens als zich een 'probleemdossier' voordoet, wendt hij zich via zijn directe lijn tot Gols kabinetsmedewerker Jean-Claude Godfroid, eveneens een kennis uit het Brusselse circuit. En weet Godfroid geen raad, dan begint Nihoul adjunct-kabinetschef Francis Burstin aan te schrijven. Bij hem gaat hij op 22 september 1987 te rade wanneer hij de Nigeriaanse Francis Osubu - met succes trouwens - aan een verblijfsvergunning moet zien te helpen. "Ik leerde Godfroid kennen via Gol en Burstin", zegt Nihoul tijdens een verhoor op 13 oktober 1996.

1983, 1984, 1987... het lijkt allemaal een eeuwigheid geleden. In mei 2000 gebeurt er wel iets vreemds met Eddy Suys, de vroegere man van de cel-Obelix. Na de uitputtende Neufchâteau-episode is Suys beginnen kandideren voor de functie van Belgisch verbindingsofficier in Rome. Als specialist in de bestrijding van drugs- en mensenhandel kan hij de beste papieren voorleggen. Hij krijgt de functie. Suys kan zijn nieuwe job echter pas uitoefenen na het bekomen van een diplomatiek paspoort. Zeker in Rome is dat geen overbodige luxe, vermits Suys enkele missies wachten tegen de Albanese maffia. Suys moet op 1 juni 2000 aan de slag in Rome en heeft er al een appartement gehuurd. Op 26 mei krijgt hij bericht van het kabinet van minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (toen PRL, inmiddels MR). Michel weigert hem het diplomatiek statuut op basis van deze argumentatie: 'De persoonlijkheid van de heer Suys is te sterk betwist en hij beschikt dan ook niet over alle nodige vaardigheden.'

De tussenkomst van Michel is illegaal, en dat weet hij zelf ook. Suys stapt naar de Raad van State om de weigering van zijn paspoort aan te vechten. Enkele uren voor de Raad van State op maandag 3 juli 2000 uitspraak doet, levert Michel het paspoort dan toch maar snel af. Het is soms best interessant om te surfen naar www.fgov.be, de website van de federale overheid. Daarop staat een knop die je naar de rubriek 'samenstelling ministeriële kabinetten' leidt. We kiezen Louis Michel, klikken verder. En daar hebben we het: 'Adjunct-kabinetschef: Francis Burstin.'

Burstin, zo staat er nog is op het kabinet-Michel als sinds juli 1999 belast met de "valorisatie van het Belgisch imago in het buitenland".

Het is misschien bedoeld als grap.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234