Woensdag 18/05/2022

Waar liggen die noten op een schuiftrompet?

MUSICOLOGIE Sportwetenschap voor trombonespelers

Wat kunnen muzikanten opsteken van atleten en wat hebben beiden te maken met fysica? Op het eerste gezicht weinig of niets. Apparatuur waarmee de lichaamsbeweging van atleten werd opgemeten, wordt nu toegepast op trombonisten om de beste speeltechniek te achterhalen. Twee doorgewinterde Amerikaanse wetenschapslui koppelden hun liefde voor muziek aan hun queeste naar wetenschappelijke zekerheden en presenteerden gisteren hun analyse op het jaarlijkse fysicacongres in Brighton.

Musicoloog Mark Lammers en psycholoog Mark Kruger van het Gustavus Adolphus College in Minnesota wilden het absoluut weten: wat is de beste methode om trombone te spelen. Want de trombone is een bijzonder argument. De noten bevinden zich 'ergens' op de schuiftrompet, de vraag luidt alleen: Waar? Drie verschillende leermethodes proberen op hun manier de perfecte speeltechniek aan te leren. Netjes een mooi lijstje instuderen van de zeven posities is de eerste. In 1944 ontwikkelde Tommy Dorsey in zijn boek De moderne trombonist een genuanceerdere methode, waarbij vrij uitgebreid de aangeraden afstanden tussen de verschillende posities worden besproken. Een derde methode stelt het iets eenvoudiger: waar nu precies die juiste schuifposities liggen, zul je wel horen.

Veel van wat wordt aangeleerd, steunt op mondelinge overleveringen van getalenteerde muziekvirtuozen. Hoog tijd om die mondelinge legendes te toetsen aan wetenschappelijke zekerheden, vonden Lammers en Kruger. Daarom leenden ze biomechanische meettechnieken die oorspronkelijk waren ontwikkeld om de lichaamsbeweging van atleten te onderzoeken en eventueel te verbeteren. Trombone spelen vergt immers snelle heen-en-weerbewegingen van de ene positie op de schuiftrompet naar de andere en vraagt nogal wat actie van de schouder, pols en elleboog. Musicerende trombonespelers werden gevolgd met bewegingsdetector. De snelheid van de schuifbewegingen werd gemeten evenals de lichaamsbewegingen, door reflecterende patches op de hals, de nek, ellebogen en polsen te monitoren. Verder werd ook de spieractiviteit in de boven- en onderarm gemeten.

Het onderzoek leverde verrassende resultaten op. Zo werd algemeen aangenomen dat trombonisten moesten vermijden om hun polsen te gebruiken bij het schuiven. Uit het onderzoek bleek dat de meest bedreven muzikanten hun polsen juist heel frequent gebruiken, vooral bij de lange schuifbewegingen naar de zesde en zevende posities. Professionele spelers schuiven trouwens veel sneller van de ene positie naar de andere.

Het meest van al wordt nog gezondigd tegen de standaardregel om de trombone recht voor zich uit te houden. Beroepsmuzikanten blijken hun instrument lichtjes opzij en naar beneden te houden, waardoor ze de uiterste posities op de schuiftrompet kunnen bereiken. Anders gezegd minder ellebogenwerk en dus meer schuifcontrole. Interessant detail is dat zelfs beginners zich ook snel aan dit 'foutje' bezondigen en hun trombone verre van netjes recht voor zich uit houden. Jonge muzikanten zwaaiden tijdens de studies zelfs zo fel heen en weer met hun schuiftrompet dat bepaalde metingen tilt sloegen.

Professionele trombonisten zondigen makkelijker tegen de 'regels' dan gedacht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234