Donderdag 13/05/2021

Waar komt het moderne racisme vandaan?

Ophefmakende studie van de joodse historicus Benjamin Isaac

In 1970 had Frank Snowden in zijn nog altijd nazinderende Blacks in Antiquity voor veel helleno- en romanofielen een geruststellend besluit klaar: Grieken en Romeinen waren geen racisten tegenover zwarten. Ze waren etnocentrisch, niet racistisch. Niet zo, betoogt Benjamin Isaac nu in The Invention of Racism in Classical Antiquity, er was wel degelijk racisme in de Oudheid. Isaacs boek wordt hier en daar al 'revisionistisch' genoemd.door Patrick de Rynck

Benjamin Isaac

The Invention of Racism in Classical Antiquity

Princeton University Press, Princeton/Oxford, 563 p., 50 euro.

De voorlaatste zin op pagina 516 van Benjamin Isaacs gepassioneerde boek luidt: "Via hun literatuur hebben de Grieken en Romeinen ons tal van ideeën in verband met vrijheid, democratie, filosofie, nieuwe artistieke concepten en zoveel meer bezorgd die we in onze cultuur als essentieel beschouwen. Maar we moeten ook erkennen dat diezelfde literatuur enkele basisideeën in verband met discriminatie en ongelijkheid heeft overgeleverd die vandaag nog altijd standhouden." Scherper geformuleerd: vroege vormen van irrationeel racisme en discriminatie waren in Grieks- Romeinse teksten gemeengoed. Isaac gebruikt consequent het woord "protoracisme", om het verschil aan te geven met het "wetenschappelijk beargumenteerde" (sic) racisme van onze negentiende en twintigste eeuw, dat de Grieken en Romeinen uiteraard niet konden kennen. Denk aan de frenologie ofte schedelkunde en aanverwante afwijkingen. De uitdagende stelling dat er wel degelijk racisme was in de Oudheid, maakt Isaac in dit werk hard, net als het verband tussen racistische denkpatronen en antiek imperialisme. Interesting, very interesting, in tijden waarin het oude Rome en het nieuwe Amerika weleens in één adem worden genoemd. Isaacs boek wordt hier en daar al 'revisionistisch' genoemd. (En surprise: in zijn volumineuze opus rept Isaac nauwelijks over zwarten.)

Hoe kan dat nu, eerst Snowden en nu Isaac? Dat kan omdat voor Isaac, die als jood in Amsterdam opgroeide, de huidskleur en fysiek anders-zijn lang niet de enige kern van de zaak zijn. Kijk naar het antisemitisme. Racisme neemt veel vormen aan en het is gevaarlijk dat niet onder ogen te zien, zoals dat volgens Isaac in de twintigste eeuw al te vaak is gebeurd. Het vliegwiel van Isaacs hele boek is deze brede en tegelijk rigide definitie: "Racisme is een houding tegenover individuen en groepen van mensen. Het legt een direct en lineair verband tussen fysieke en mentale kwaliteiten. De individuen en groepen van mensen krijgen collectieve kenmerken toegemeten - fysiek, mentaal, ethisch - die constant zijn en door de mens niet te veranderen. Dat komt omdat die kenmerken veroorzaakt worden door erfelijke factoren of externe invloeden, zoals klimaat of geografie." Isaac voegt eraan toe: "De essentie van racisme is dat het individuen als inferieur of superieur beschouwt omdat ze tot een bepaalde groep van mensen behoren." En er moet natuurlijk ook sprake zijn van irrationele vooroordelen en stereotypen, die zich weinig gelegen laten liggen aan de feiten en dus wetenschappelijk ongegrond zijn. Hier krijg je onvermijdelijk ruimte voor discussie: wat is dat, de feiten? Als Jef Lambrecht een stukje in Actueel over de gijzeling in Noord-Ossetië begint met de zin "Met bergvolkeren is het altijd wat, tenzij ze in Zwitserland wonen", is dat dan een feit, een stereotype of zelfs, volgens Isaacs definitie, een vorm van racisme? Als je Yves Leterme typische kenmerken van een Westhoeker toedicht, wat is dat dan? En voor wie is het dat dan? Voilà. Tijd om even te pauzeren.

Hoe bediscussieerbaar ze ook is, het is een verdienste dat Isaac eerst zorgvuldig op zoek is gegaan naar zijn omschrijving. Een groep mensen verwijten dat ze een walgelijke keuken hebben omdat ze een gebrekkig reukvermogen hebben, is voor Isaac racistisch want onomkeerbaar. Een volk verwijten dat het een gebrek aan humor vertoont of een achterlijke religie belijdt, is voor hem 'slechts' een "etnic prejudice", want er kan in principe aan gewerkt worden. Eisen dat er geassimileerd moet worden is voor Isaac geen racisme, omdat het verandering impliceert. Het is wél een afkeurenswaardige blijk van intolerantie. De grens tussen racisme, vooroordeel en xenofobie zal soms dun zijn en de kwalijke gevolgen zijn soms erg gelijklopend.

Merkwaardig maar terecht is dat deze zoektocht naar de definitie van 'racisme' eerst komt, nog voor Isaac het begrip 'ras' poogt te benaderen. Terecht, want je hoeft volgens Isaac het concept 'ras' niet te kennen om racistisch te zijn. Dat is trouwens het geval voor al zijn Grieken en Romeinen. Belangrijker nog: het begrip 'ras' is, zoals genoegzaam bekend, hoogst problematisch en heeft ook vandaag geen 'objectieve inhoud'. Ras bestaat niet, het is een illusie, een constructie van de (zieke) geest of zelfs een "geloof", stelt Isaac scherp. Het betekent voor iedere gebruiker, ook wetenschappers en racisten, iets anders. En dus is het een onbruikbare, lege, of hoogstens willekeurig gevulde doos. Dat heeft ook onze antiracismewet begrepen. Die heeft het volgehouden over discriminatie jegens een persoon vanwege "een zogenaamd ras, zijn huidskleur, afkomst of de nationale of etnische afstamming". Het bediscussieerbare van het begrip 'racisme' heeft alles te maken met de troebele non-inhoud van het begrip 'ras'.

De feiten. Waarom waren Grieken en Romeinen volgens Isaac racisten? Omdat ze geloofden in het environmentalism, de deterministische stelling dat natuur, geografie en klimaat verantwoordelijk zijn voor vaste en onvermijdelijke fysieke en mentale kenmerken van groepen mensen. Omdat ze bovendien geloofden dat die kenmerken erfelijk waren, net als andere, en omdat ze er vaak negatieve waardeoordelen mee verbonden. Omdat ze van zichzelf vonden dat ze - o, geluk - in het beste deel van de wereld leefden, de Grieken in het midden tussen Oost en West, de Romeinen veeleer in het midden tussen Noord en Zuid. Omdat ze bijvoorbeeld in het vijfde-eeuwse Athene vonden dat 'autochtone' mensen met een zuivere afkomst en zuiver bloed superieur waren, en ze dus tegen gemengde huwelijken waren en daar ook wetgeving over uitvaardigden. Omdat er een erg populaire (pseudo-)wetenschap was, de fysiognomie, die lichamelijke (groeps)kenmerken vast verbond met karakteriële (groeps)eigenschappen: een donkere huid bijvoorbeeld stond garant voor frivoliteit en lafheid. Omdat vreemde volkeren soms als asociale, taalloze en mensenetende 'dieren' werden beschreven. Omdat Aristoteles' doctrine van "geboren slaven" en het koloniale "het is voor sommige volkeren goed dat ze veroverd worden en slaaf mógen spelen" invloedrijk was. Omdat er een sterke tendens was die contacten tussen volkeren en migratie als schadelijk beschouwde voor de eigen cultuur. Omdat de idee van degeneratie en achteruitgang van de mensheid prominent aanwezig was, in tegenstelling tot ons moderne vooruitgangsgeloof.

Als hij dit allemaal heeft betoogd, en en passant tegensprak dat er in de Oudheid massamoorden of uitroeiingen op racistische grond hebben plaatsgevonden, zoals wij die hebben meegemaakt, zit Isaac halfweg in zijn boek. In de tweede helft past hij zijn algemene stellingen toe op een beperkte selectie van individuele volkeren, altijd aan het handje van zijn zegsmannen: Griekse en Romeinse historici, geografen, redenaars, medici etcetera. In die Ronde van de Wereld is een opvallende rode draad de ambivalente houding van de Romeinen tegenover hun eigen imperium: het kon allemaal niet groot genoeg zijn en niet genoeg gebieden omvatten, maar al die successen droegen ook het "zaad van het verval" in zich: met name de verderfelijke in- en toevloed van luxezuchtige Aziaten en onbetrouwbare Grieken in Rome kon niet anders dan de Romeinen zelf aantasten. Uiteindelijk kwam het zover dat je volgens Tacitus en Caesar mensen (lees in hun geval: de noordelijk wonende Galliërs en Germanen, gevreesde vechtersbazen) het beste kon laten degenereren door hen zoveel mogelijk in contact te brengen met... de lifestyle van de intussen zélf verwijfde Romeinen. Als je dat een paar generaties volhield, zouden ze hun onafhankelijkheid wel vergeten zijn en had je een nieuw slavenvolk gecreëerd. (Misschien kan deze gedachte George W. nog op een imperialistisch ideetje brengen.) Het cultuurpessimisme tierde welig bij deze heren, en het bevatte de nodige paradoxen: beschaving kreeg je door contacten, maar contacten waren ook 'gevaarlijk'.

De hierboven aangehaalde redenen waarom Grieken en Romeinen volgens Isaac racisten waren, zijn een staaltje van intellectuele oneerlijkheid (alsof dit hele stuk van ocharm een dikke 2.000 woorden over Isaacs rijke opus van een dikke 500 bladzijden dat niet is). Ik heb een karikaturale potpourri gemaakt van de belangrijkste motieven die Isaac uit zo'n duizend jaar literatuur aanhaalt en die hij voorzichtig bespreekt, per auteur en per tekstfragment, en in deel twee per volk. En het is oneerlijk omdat er in de Oudheid ook tegenstemmen te horen waren, die in Isaacs boek (te) sporadisch opduiken. Eén correctie op een vigerend beeld springt in het oog, hoewel ze nu ook weer niet zo spectaculair nieuw is. Het klassieke beeld van de Perzische Oorlogen (even na 500 v.Chr.) is dat van een groot, etnisch getint conflict tussen Griekenland en Perzië. Of beter: tussen 'Europa' en 'het Oosten', tussen 'goed' en 'slecht'. De botsing der beschavingen. En die zou het begin gevormd hebben van een tegenstelling waar we nog altijd mee worstelen. Isaac corrigeert: zo bekeek men het niet ten tijde van de oorlogen zelf. Verslaggever Herodotos, die eeuwen later zou worden beschuldigd van 'filobarbarisme', is daar het beste bewijs van. Het gaat hier om beeldvorming achteraf. Die ontstond weliswaar nog in de Oudheid, inspireerde Alexander de Grote om Perzië aan te vallen en wordt tot op vandaag gretig door historici gebruikt. Isaac: "All the Greeks at the time claimed, is that they were fighting against foreign rule."

Door de keuze van zijn bronnen- en bewijsmateriaal stelt Isaac zich kwetsbaar op: hij haalt het uit de Griekse en Romeinse literatuur van de vijfde eeuw vóór tot de vierde eeuw ná. 'Literatuur' wordt hier erg ruim begrepen: ook medische, geografische en antropologische teksten maken er deel van uit. Dit boek gaat dus over een "conceptual world" zoals Isaac het ergens noemt, over "patterns of thought". Het is geen studie van het leven zoals het was, voor zover zoiets voor de Oudheid al haalbaar is. En het is ook geen studie van 'de objectieve feiten'. Het gaat hier dus niet over reële interacties tussen bevolkingsgroepen, over integratie- en assimilatieprocessen, over hoe de Germanen 'in het echt' waren. Bovendien laat Isaac Alexander de Grote en de periode na hem, een kanteltijd vol globalisering en contacten, nagenoeg onbesproken. Dat zou wellicht een heel ander beeld opleveren, geeft hij zelf toe. Ook de beeldende kunsten zijn in dit werk maar schaamdoeksgewijs aanwezig. En onze christenbroeders blijven helemaal buiten schot. Dat is allemaal perfect te begrijpen en Isaac zegt ook netjes wat hij allemaal niet heeft gedaan, en waarom: het is te veel voor één mens en één boek. Hij bekijkt stereotypen en veralgemeningen, en dan vooral het waardeoordeel dat die inhielden, vanuit het perspectief van Griekse en Romeinse intellectuelen.

Nu, in Isaacs "conceptual world" vind je in de Oudheid altijd wel een of andere intello of kwast die iets gemompeld heeft dat in je kraam past. De hele kwestie om te beoordelen wat nu het denken over zoiets als 'racisme' voorstelde, wordt dan: wat was het gewicht, de invloed van je zegsmannen? Waren het eenzame of gezaghebbende stemmen? Wat betekenden de excentrieke eugenetica-gedachten van Plato en Aristoteles' stelling van "natuurlijke slavernij" voor Griekse en Romeinse denkers, politici en natuurlijk 'de mensen'? Verkondigt een zwarte (sic) satiricus annex vrouwenhater als Juvenalis meer dan het diepst van zijn hoogsteigen gedachten? (Ja, zegt Isaac, anders had niemand hem begrepen en was zijn satire een slag in de lucht.) Wat dacht Marcus Modaal over de klacht van al die moralisten dat te veel oriëntaalse luxe en godsdiensten alleen maar tot verderf en verval leidden? Laat de heren intellectuelen en politici maar leuteren, wij zullen wel multicultureel genieten? Zulke vragen zijn door de aard van het bronnenmateriaal, dat vol gaten en erg eenzijdig high society is, bijzonder moeilijk te beantwoorden. Om nog te zwijgen van de kwestie hoe de geviseerde 'anderen' over zichzelf en over de Grieken en Romeinen dachten. Daarvoor ontbreken de bronnen meestal.

Zo komt het dat je in wetenschappelijke kritieken op Isaacs boek leest dat volgens het antieke denken de impact van sociaal gevormde gewoontes en politieke regimes, die per definitie veranderbaar zijn, op het gedrag van mensen veel en veel groter was dan het environmentalism. Onder een absolute monarch word je onvermijdelijk een softie, zoiets. Tenzij natuurlijk monarchieën vooral gedijen in welbepaalde environments. Dan is de cirkel rond. Dit is de oude discussie over 'cultuur' en/of 'natuur'. Het is met oude bronnen altijd interpreteren - is een vaak herhaalde gedachte ook een wijdverspreide gedachte? En waarop slaat dat 'wijd' dan? En wat is het gewicht van gemeenplaatsen? - en eigenlijk ook altijd een beetje gokken. Faites vos jeux, messieurs.

Ik heb een grote verdienste van dit boek opgespaard voor het eind: Isaac richt zijn blik graag voorwaarts, richting Verlichting en daarna. En hij legt een rechtstreeks verband met de Oudheid: "Het Grieks-Romeinse protoracisme was het prototype van het moderne racisme dat zich in de achttiende eeuw ontwikkelde." Buffon, Kant, Montesquieu, Jefferson, Hegel, Taine en minder bekenden die in hun tijd populaire werken schreven, zoals een Christoph Meiners en Georges Cuvier: allemaal hingen ze een of andere kwalijke variant van het pseudo-wetenschappelijke environmentalism aan, gecombineerd met noties over erfelijkheid en waardeoordelen, een cocktail die de Grieken al brouwden en die straf genoeg is om 'racisme' te worden genoemd, altijd weer volgens Isaacs definitie.

Natuurlijk is dit hele boek eenzijdig: Isaac focust pour le besoin de sa cause nagenoeg alleen op kandidaat-racisten, veel minder op wie anders dacht. Zo lijkt het alsof iedereen racist of minstens zwaar etnisch bevooroordeeld was, van de vijfde eeuw vóór tot de achttiende na. Gelukkig, zoals ik al zei, is er nu en dan toch even een fris stemgeluid te horen. Het is bijzonder belangrijk ook dat te vernemen: je had wel degelijk de kans om 'anders' te denken, ook in de Oudheid. Voor de achttiende eeuw citeert Isaac de "opmerkelijke en moedige" antiracistische filosoof Helvetius: "Er is niets belachelijkers en meer fout dan de portretten die men maakt van het karakter van de verschillende volkeren." En voor de Oudheid krijgt een zekere Antifon van mij het laatste woord. 't Is een doordenker: "We zijn zélf barbaren geworden als we ontkennen dat we van nature allemaal in elk opzicht en in gelijke mate zijn toegerust om... barbaar én Griek te zijn."

Patrick de Rynck

Als Jef Lambrecht een stukje in 'Actueel' over de gijzeling in Noord-Ossetië begint met de zin 'Met bergvolkeren is het altijd wat, tenzij ze in Zwitserland wonen', is dat dan een feit of een vorm van racisme?Ras bestaat niet, het is een illusie, een constructie van de (zieke) geest of zelfs een 'geloof', stelt Isaac scherp

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234