Vrijdag 21/01/2022

Waar is de olympische vlag?

Het was een glunderende Hal Haig 'Harry' Prieste die maandag in Sydney plechtig 'zijn' olympische vlag, gestolen tijdens een nachtelijke uitspatting op de Spelen van Antwerpen in 1920, plechtig terugschonk aan IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch. De enige echte originele, zo moest de buitenwereld weten. Vrijwel eigenhandig gestikt door Pierre de Coubertin himself. Niets blijkt minder waar. Ergens ter wereld moeten nog honderden van zulke replica's circuleren. De 'enige echte' blijft waarschijnlijk eeuwig in mythische wolken verborgen. Een zoektocht naar de vlag.

PETER GORIS

'Ik kon er toch niets meer mee doen. Ze was te groot om op te hangen op mijn kamer." De lachers meteen op zijn hand. Zijn moment van glorie. Hal Haig 'gekke Harry' Prieste. Zo goed als blind en doof, maar glunderend in zijn rolstoel gezeten. Witte pet op de 103 jaar oude kruin. Beste pak en das uit de kast gehaald. Op zijn schoot een netjes opgevouwen, maar vergeeld en enigszins muf ruikende lap linnen. 3,06 meter breed en 60 centimeter hoog. Dé vlag. Zo kort voor het startschot van de 25ste Olympische Zomerspelen Sydney 2000 kon Juan Antonio Samaranch weinig anders dan vriendelijk glimlachen.

Diep in zijn binnenste moet ook hij hebben geweten dat het originele olympische vaandel, voor het eerst op de Spelen van Antwerpen in 1920 wapperend in de mast, uit pure zijde was vervaardigd en minstens vier keer zo groot was. Maar de camera's zoemden in. En was Prieste inmiddels niet de oudste nog levende gouden-medaillewinnaar geworden? Het klonk mooi. Een Amerikaanse, op dat moment volstrekt onbekende schoonspringer, kind uit een Armeense vluchtelingenfamilie, die op zijn drieëntwintigste onverhoopt de bronzen medaille haalde in het duiken van de tienmeterplank. Die dezelfde avond - naar eigen zeggen op 29 augustus 1920 - samen met zijn spitsbroeder en gouden-medaillewinnaar op de 100 meter vrije slag, de Hawaïaan Duke Kahanamoku, eens duchtig de bloemetjes ging buitenzetten in het Antwerpse nachtleven om hun beider triomf te vieren. Dwalend op hun zegetocht door Antwerpen belandden ze uiteindelijk in de buurt van het Olympisch Stadion, in wat later het Antwerpse Kiel zal worden. De twee kornuiten, volgens de overlevering de Laurel & Hardy van het olympisch dorp, sloten in een licht dronken roes een vrij krankzinnige weddenschap. Wedden dat 'gekke Harry' niet in de vijftien meter hoge stadionmast durfde te klimmen om de officiële olympische vlag te pikken? Dat moest men Hal Haig Prieste geen twee keer vragen. Vliegensvlug klom hij in de mast, scheurde de vlag los, liet zich naar beneden glijden en vluchtte gierend van de pret met Kahanamoku en zijn vangst de nacht in. Een legertje attente Antwerpse politieagenten dat de achtervolging inzette, werd moeiteloos afgeschud. Het slot van het verhaal klinkt al even betoverend. De historische vlag verdween, nog volgens Prieste, in zijn koffer. Om er nooit meer uit te komen. Thuis in Californië werden koffer en vlag netjes onder het bed geschoven. De vlaggenroof van de eeuw bleef zijn goed bewaard geheim. Of toch niet helemaal. Op een feestje na zijn verhuizing naar Lindenwood, een buitenwijk van Philadelphia, trakteerde hij zijn vrienden op een verrassing. Rommelend in een van zijn aftandse koffers diepte hij plots een licht gehavende vlag op. De vijf ringen blinkend in het centrum. Verbaasde blikken. "Dat? O, dat is de officiële olympische vlag die voor het eerst in 1920 op de Spelen werd gehesen", zou hij grijnzend opgemerkt hebben. Om het vaandel meteen weer in de koffer en onder zijn gloednieuwe bed te steken.

Naar eigen zeggen werd Harry Prieste zich pas enkele jaren geleden echt bewust van wat hij gedaan had. In een interview met een Amerikaans sportblad in 1997 liet de reporter terloops vallen dat de originele vlag na de Spelen van 1920 vermist zou zijn. Prieste - die in de loop der jaren ook bekend was geworden als komisch acteur, cabaretier, surfer en schaatser - biechtte toen voor het eerst de diefstal op.

Het zou echter nog drie jaar duren voor de vlag na tachtig jaar terug bij de rechtmatige eigenaar, het Internationaal Olympisch Comité (IOC), geraakte. "Ik dacht dat ze het toch niet lang meer zou uithouden" zei 'gekke Harry' maandag in Sydney. "Echt ideaal kan het niet zijn, in zo'n koffer." Tot daar de versie van Prieste zelf.

"Ik heb het gebeuren deze week ook gevolgd", grijnst Marc Maes, directeur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) en lid van de IOC-commissie Olympische Cultuur. "Het is een mooi verhaal, maar uiteraard grotendeels larie. De officiële vlag kan het onmogelijk zijn. Die was ongeveer zes op drie meter en dus minstens viermaal zo groot. Ik vraag me ook af of een tachtig jaar oude vlag er niet veel slechter zou moeten uitzien. Maar bon, laten we veronderstellen dat die man inderdaad een vlag uit 1920 in zijn bagage heeft verstopt. Het zal dan toch een van de zovele honderden replica's zijn geweest die in die tijd overal in Antwerpen waren opgehangen. Vlaggen die overigens wel meer gestolen werden."

"Klopt", zegt professor Roland Renson, diensthoofd van het departement Sport- en Bewegingswetenschappen aan de KUL. Hij is voorzitter van het Sportmuseum Vlaanderen en auteur van De Herboren Spelen, de VIIe Olympiade Antwerpen 1920. "Tijdens de spelen van 1920 was het roven van die replica's van de olympische vlag eigenlijk een sport op zich geworden. Heel de stad hing oorspronkelijk vol. 's Avonds werden heuse razzia's gehouden door atleten, Antwerpenaars en bezoekers, waarbij iedereen zo'n vlag probeerde te bemachtigen als souvenir." "Er zijn verschillende incidenten gemeld, waarbij de politie telkens moest ingrijpen. Verschillende atleten zijn op heterdaad betrapt, veroordeeld en opgesloten. En uiteindelijk door diplomatieke bemiddeling witgewassen. Maar er moeten op de Antwerpse Spelen verschillende tientallen, zo niet honderden vlaggen gestolen zijn. Ergens moeten die nog circuleren. Het is best mogelijk dat Prieste er daar een van heeft weten te bemachtigen. Maar de enige echte alleszins niet." Volgens de professor moet de massale vlaggenroof in de sfeer van de toenmalige Spelen worden gezien. "De Spelen in Antwerpen werden gekenmerkt door weinig serieux. Alles mocht, niets moest. Gedragen door de euforie na de oorlog. Eigenlijk waren die Spelen een groot, bruisend feest. Maar dan vooral buiten het stadion. De atleten lieten zich in de eerste plaats opmerken door nachtelijke escapades door Antwerpen, met veel champagne en tussenstops in het Schipperskwartier."

Vooral de Nederlanders bleken zich opperbest te amuseren in de toenmalige Metropool. 'Met champagne gingen deze verdwaalde schapen aan de fuif. De Schande van de Schelde', blokletterde de Nieuwe Rotterdamse Courant in 1920. Verschillende Nederlandse fuifbeesten liepen schorsingen op.

Ook de Ieren en de Amerikanen deden hun duit in het zakje, naar eigen zeggen om de belabberde organisatie voor even te vergeten. In de Antwerpse Sport-Revue werd het allerminst op prijs gesteld: 'Wij staan erop dat het Olympisch Komiteit en in de eerste plaats het Perskomiteit, zich inspanne om een volledig officieel verslag uit te brengen over het leven en bestaan der Olympiade-deelnemers buiten het stadion, opdat het de wereld wordt kond gemaakt hoe sommige athleten het beknibbelde duur leven en de gewraakte uitbuiting enkel beoordelen naar hun rondzwieren in rijtuigen, naar hun bullebakken in nachtbars en naar hun omgang met venusdierkens.' Om twee weken later een nog steviger gedrukt commentaar de Antwerpse wereld in te sturen. '... zij hebben op verschillende plaatsen het kot letterlijk afgebroken ... De Barbaarsche Moffen (sic) deden niet erger: en dat waren vijanden, die eigenlijk gekomen waren om alles te vernielen ... De mannen met het gezonde lichaam boksten malkaar laffelijk af tot in de kleedkamers toe ... Daar waren dieven ook al tusschen de athleten ... Ook de dames ... zij scholden gelijk wijven van den Guldenberg, als ze niet betaald werden voor hun bijzondere diensten; en ze rochelden iemand op zijn kleren, naar den echt oud-judaïeken ritus van de Luizenmarkt...' "Het was soms ongelooflijk", gaat professor Renson verder. "De spelen waren al begonnen met veel wrijving onder de atleten zelf. Onder de Amerikaanse atleten is onderweg naar de Spelen een heuse rebellie ontstaan. Tijdens de Spelen ging de chaos verder. De Nederlandse voetbalploeg stond met een zware kater op het veld, wat hen zeer kwalijk werd genomen door de toeschouwers. De Ierse zwaargewichten die stomdronken aan het hamerslingeren begonnen. Belgische atleten die zich lieten betrappen op weinig stichtende voorvallen... Antwerpen 1920 was op bepaalde momenten één grote uitspatting. Vergeet niet dat er onder die atleten ook veel jeugd zat die in de oorlog nog was komen vechten in ons land en vrienden hadden zien sneuvelen."

Ook de anders in mooi verdoezelen uitblinkende baron de Coubertin wond er tijdens de Spelen geen doekjes om. Hij was het die voor het eerst officieel melding durfde maken van "een groep atleten die op een zekere nacht jacht maakte op de talrijke Olympische vlaggen die overal de stad sierden (...)." De politie moest voortdurend ingrijpen.' Volgens de baron was de stad bij herhaling het toneel voor een spel kat en muis tussen met vlaggen onder de arm vluchtende atleten en fluitende agenten.

Ook zeer respectabele heren van stand lieten zich gaan. Sir Wilfred Kent Hughes, in 1920 hordenloper voor Australië, zou later toegeven dat "de weg naar het stadion was geplaveid met olympische vlaggen, waarvan er een, door een of ander gelukkig toeval, ook in mijn bagage zat toen ik terugkeerde naar Engeland". 36 jaar later zou diezelfde Hughes voorzitter worden van het organiserend comité van de Spelen in het Australische Melbourne.

De vlag van Prieste mag dan wel de officiële niet zijn, de vraag blijft waar die dan wél naar toe is. Een ding is immers zeker. Niet alleen werd op deze Antwerpse Spelen voor het eerst de olympische eed plechtig uitgesproken en werden duiven als vredessymbool de lucht in gelaten, de Spelen van de VIIde Olympiade kreeg wel degelijk ook de eer als eerste de olympische vlag, met de vijf cirkels, voor de Zomerspelen in de hoogste mast te hijsen. Tussen haakjes: officieel zijn er twee vlaggen: een voor de Zomer- en een voor de Winterspelen.

Baron de Coubertin had de nieuwe vlag zelf ontworpen. Gemaakt in 1913 uit de "beste zijde" in de ateliers van 'Le Bon Marché' in de Rue de Bac in Parijs, op een speerworp van de Rue de Oudinot, waar op nummer 20 De Coubertins wieg stond. De vijf ringen haalde de Coubertin uit een steengravure van het oude Olympia, op het altaar van Delphi waar in de Griekse oudheid de Pythische Spelen ter ere van Apollo plaatsvonden. Ze hadden ten minste één kleur van de vlag van elk op dat moment onafhankelijk land in de wereld. Blauw, geel, zwart, groen en rood. In die volgorde. Op een witte achtergrond, zonder rand. Blauw het dichtst bij de vlaggenstok.

De ringen staan in een statutair bepaalde verhouding tot de afmetingen van de vlag. De ringen gingen later symbool staan voor de vijf continenten. Op de vlag prijkte ook voor de eerste keer het olympisch motto 'Citius, Altius, Fortius' - sneller, hoger, sterker - dat was bedacht door de Dominicaanse pater Henri Didon, een persoonlijke vriend van De Coubertin. De officiële vlag werd voor het eerst vertoond in Parijs in juni 1914, op het 20-jarig jubileumcongres van de Spelen. In 1915 werd hij voor de tweede keer tentoongesteld, in het IOC-paviljoen in San-Francisco.

Na de Spelen in Antwerpen moest de traditie ervoor zorgen dat de vlag telkens aan het einde van de Spelen plechtig werd doorgegeven aan de volgende gaststad. Volgens artikel 69.2.4 van het olympisch charter van het IOC moet de vlag immers na overdracht, waarbij de voorzitter van het IOC als tussenpersoon fungeert, vier jaar lang in het stadhuis van de volgende gaststad hangen. Of die overdracht na de Spelen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft echter tot op de dag van vandaag een mysterie.

Volgens de geschiedenisboeken hing de olympische vlag amper twee dagen in het Beerschot-stadion te wapperen, of "ze was reeds gestolen". De daders zouden echter even snel gevat zijn. De dagbladen uit die tijd maken echter geen enkele melding van die diefstal. Dat er wel iets fout liep, blijkt uit het boekwerk Kiel Toen Kiel Nu, dat spreekt over een "vinnige briefwisseling tussen Pierre de Coubertin en het Antwerpse gemeentebestuur" over de overdracht van de vlag aan de volgende organiserende stad, Parijs in 1924. De bezorgdheid dat de splinternieuwe vlag verdwenen was, bleek bij De Coubertin zo groot dat hij van de stadsarchivaris een schriftelijk bewijs eiste, zodat hij zeker wist dat de vlag Antwerpen had verlaten. Over het vervolg van deze eis echter geen woord. Tijdens de slotceremonie van de Spelen in 1920 schonk de stad Antwerpen wel een vlag aan het IOC. Die vlag zou uiteindelijk in Parijs beland moeten zijn. Volgens de een ging het om een nieuwe vlag, "geborduurd door enkele handige Antwerpse dames", volgens de andere ging het om de vlag die in 1913 in Parijs was ontworpen. "Of die vlag daarna inderdaad van stad naar stad verder ging, is een vraag die ik me ook stel", geeft BOIC-directeur Maes toe. "Ik heb me er suf rond gezocht. Jammer genoeg is er over de Spelen van 1920 enorm weinig terug te vinden. Na 1920 hebben we van elke Spelen een officieel rapport, vaak enkele boekwerken dik. Voor Antwerpen werd enkel een officieus 'klad' opgesteld, amper tachtig bladzijden. Over de vlag en een eventuele overdracht staat niks vermeld. We vermoeden enkel dat het inderdaad de vlag uit Antwerpen is die tot de Spelen van Seoel van stad tot stad is gegaan. Maar dat is enkel een veronderstelling. Harde bewijzen hebben we hoegenaamd niet. De mythe zal waarschijnlijk altijd wel een beetje blijven voortleven." In 1988 werd de oude Antwerpse vlag volgens de overlevering vervangen door een gloednieuw exemplaar van Koreaanse zijde, maar dat kon dus evengoed het borduurwerk van die Antwerpse dames zijn geweest. "Of de originele vlag überhaupt de spelen van Antwerpen overleefd heeft, durf ook ik niet zeggen", zegt professor Renson. "Ik zou echt willen dat ik daar een duidelijk antwoord op kon geven, maar ik kan het niet. Het kan ook bijna niet dat zo'n vlag al die jaren meegaat, elke keer in weer en wind wordt opgehangen en dan na 68 jaar nog niet vergaan zou zijn... Maar nogmaals, ik durf me er niet over uit te spreken." De 'originele' vlag zou nu in het Olympisch Museum van de hoofdzetel van het IOC in Lausanne tentoongesteld hangen. Maar om de verwarring compleet te maken, zijn er nog andere gegadigden voor die eer. Zo toont het vierde 'speciale paneel' van het museum van de International Swimming Hall of Fame in Fort Lauderdale in Florida volgens de conservators 'the original olympic flag'. De begeleidende tekst is formeel: "Clarence en Betty Becker-Pinkston, het koppel gouden-medaillewinnaars op de Spelen van 1920, kregen deze op diezelfde Spelen in Antwerpen, waar deze uitzonderlijke vlag voor het eerst werd getoond."

Wat er ook van zij, de vlag van Seoel, de tweede ooit, is momenteel al een drietal jaar in het bezit van Sydney. In 1996 werd ze door Bill Campbell, burgemeester van Atlanta, volgens de traditie op de slotceremonie overhandigd aan Frank Sartor, burgemeester van Sydney. Onder politie-escorte werd de vlag richting Australië gevlogen. Met de helikopter ging het richting Homebush Bay, waarna een speciale ferry de vlag tot in het centrum van Sydney voerde. Gedragen door zes jonge kerels van het Australische atletengilde, in witte uitrusting en met wit-katoenen handschoenen, werd de vlag in augustus 1997 fier getoond in een parade door de straten van de stad. Sindsdien ligt ze streng bewaakt opgeborgen in de kluizen van de Westpac Banking Co-operation in Sydney. Ze zal die kluis overigens niet verlaten - de wapperende vlag op het stadhuis is een kopie.

Waarschijnlijk.

Wie denkt dat het najagen van olympische souvenirs door atleten iets is van vervlogen tijden, heeft het mis. "Op elke Spelen heb je atleten die hun persoonlijk aandenken mee naar huis willen nemen", biecht André De Hertoghe op, eind jaren zestig en begin jaren zeventig de legendarische haas van Gaston Roelants en Miel Puttemans en zelf olympisch finalist op de 1500 meter van Mexico 1968.

"Van de Spelen van Mexico hou ik alleen een ballonneke over. Maar van die van München heb ik nog altijd een van de 'officiële' vlaggen thuisliggen. Het was na die aanslag. Wij sliepen samen met de Russen recht tegenover dat beruchte paviljoen van Israël. Na het bloedbad heeft het een dag geduurd voor men besliste om de Spelen toch te laten doorgaan. Maar toen had iedereen zijn souvenir al in de koffer gestoken. Ik dus ook. Ik heb overigens ook een tijdje zo'n zogezegd originele vlag van de Spelen van Antwerpen gehad. Gevonden tussen de voorraad polstokken, kogels, nationale vlaggen en zakken zaad voor de grasmat, in de catacomben van het Heizelstadion, toen het in 1993 werd afgebroken. Mijn exemplaar, dat net zo min echt was als dat van die Amerikaan, heb ik nadien geschonken aan het BOIC. Voor hun archieven. Ze was trouwens toch helemaal in de mot." Ook de Spelen van Sydney eisten al voor het officiële startschot hun plek in de diefstalstatistieken op. ABC News, de Australian Broadcasting Company, maakte halverwege deze week bekend dat de veiligheidsdiensten in de olympische oorden nu al "stevige hoofdpijn" hebben gekregen van het souvenirjagen. Vooral de officiële bewegwijzering met het Sydney 2000-logo blijkt een gegeerd goed. "Het grootste deel van de borden", zo zucht de ABC-reporter van dienst, "wasal verdwenen toen ze nog maar net waren opgehangen". Nu de vlaggen nog.

'Op de jolige Spelen van 1920 was het roven van die replica's van de olympische vlag een sport op zich geworden''De Spelen van 1920 waren een bruisend feest, maar dan vooral buiten het stadion. Tal van atleten gaven zich over aan nachtelijke escapades met champagne en tussenstops in het Schipperskwartier'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234