Donderdag 23/09/2021

Waar een wil is, is een weg

Catherine Willems

trok voor haar eerste

kindersandalencollectie naar India

In maart vorig jaar vertrok de Antwerpse schoenenontwerpster Catherine Willems naar India, op zoek naar een ethisch verantwoord productieatelier waar ze haar eerste collectie kindersandalen wilde laten maken. De Morgen Magazine reisde mee. Hieronder het verslag van een kleurrijk, spannend en bij momenten erg grappig avontuur.

Door Cathérine Ongenae Foto's Shiva Kumar

"Op het vliegtuig heb ik me vaak afgevraagd waarom ik dit doe. Waarom doe ik moeite om naar India te vliegen en sandalen te maken? Al die energie voor zeshonderd paar schoenen. De komende tien dagen zal duidelijk worden of mijn inspanningen van de voorbije maanden gebaat hebben. De prototypes staan 'min of meer' op punt, het leder is besteld, de bestellingen zijn geplaatst, de kleuren gekozen. Tussen slapen en kijken naar een Indiase Bollywoodfilm denk ik aan alles wat verkeerd kan lopen en aan alles wat kan lukken."

Dit schrijft Catherine Willems in haar dagboek, op 8 december 2005. Ze is op dat moment onderweg naar Bangalore, India. Een jaar geleden maakte ze dezelfde trip. Toen was haar kindersandalencollectie alleen nog maar een idee. Of beter, een droom. Vandaag is die droom uitgekomen. In haar woonkamer staan bruine, kartonnen doosjes met daarop kleurrijke kindersandalen in groen, geel, goud en glanzend roze.

The Tulip Collection 2006, zo doopte ze haar lijn. Ze zijn geïnspireerd op Kalaphurisandalen, de typisch Indiase bruine lederen teenslippers. Hoewel Kalaphuri een stadje is op honderd kilometer van Athni, in de Indiase staat Maharastra, worden de echte Kalaphurisandalen al generaties lang in Athni gemaakt. Waarom ze precies Kalaphuri worden genoemd, is onduidelijk. Mogelijk omdat de maharadja van Kalaphuri de sandalen droeg, of omdat de sandalen in Mumbai verkocht werden en de verkopers de productieplaats geheim wilden houden.

Hoe een Vlaamse terechtkomt in een afgelegen stadje zonder basisvoorzieningen, dat zelfs de meeste Indiërs niet weten liggen? Dat is een lang verhaal, dat eigenlijk jaren geleden begon. Catherine Willems: "Ik stond bij mijn medestudenten in Italië (zie kader) bekend wegens mijn 'jezussandalen', ik maakte graag varianten op platte sandalen. Toen ik een van hen vertelde dat ik aan een eigen collectie dacht, herinnerde hij zich vaag een aantal Indiërs die hij op de lederwarenbeurs in Düsseldorf had ontmoet. 'Helemaal iets voor jou', zei hij, 'zij maken ook jezussandalen.' Toehold, dat was de naam van het merk, meer wist hij niet."

In januari 2005 begint Willems met de voorbereidingen van haar prospectiereis. Ze wil een atelier vinden waar ze haar collectie kindersandalen op een ethisch verantwoorde manier kan laten produceren. De bestemming is Bangalore, India. Catherine Willems: "Bangalore moest mijn uitvalsbasis worden. Er wonen een aantal Indiase vrienden van me, onder wie Ravi, die ik tien jaar geleden heb leren kennen in New York. Het leek me een aangenaam idee om niet helemaal alleen op zoek te gaan. Ravi heeft me erg goed geholpen. Hij is een IT-man, maar intussen weet hij net zoveel van sandalen af als ik. Hij houdt contact met de mensen met wie ik werk en zit hen op Indiase wijze achter de veren als ze achterop geraken met de planning."

Als we begin maart 2005 in Bangalore arriveren, heeft ze een aantal afspraken in de agenda staan. Onder meer met Jayant Nadiger, de handelsvertegenwoordiger van Export Vlaanderen, nu Flanders Investment and Trade. Hij maakt, ondanks de op handen zijnde prinselijke missie, tijd voor ons en luistert beleefd naar haar verhaal. "Ik heb gehoord van een vrouw die je moet ontmoeten", zegt hij uiteindelijk. "Haar naam is Madura, en voor zover ik weet is ze bezig met ethisch ondernemen. Ik zoek haar telefoonnummer op en laat het je weten."

De volgende dag staat een eerste kennismaking met Toehold op het programma. We worden ontvangen door Mr. Raghu, een assistent. "Madame Madura komt zo meteen", zegt hij. Waar hebben we die naam nog gehoord? Het duurt niet lang of het wordt ons duidelijk: dit is de vrouw over wie Nadiger het gisteren had. Madame Madura is een indrukwekkende vrouw. Ze ontvangt ons in haar kantoor, een sobere kamer met ventilator aan het plafond. Ze zegt niet veel in het begin, luistert naar de voorwaarden waaraan een atelier volgens Catherine Willems moet voldoen. Ze wil met ecologisch verwerkte materialen werken, de sociale condities moeten ethisch correct zijn. Kinderarbeid past niet in het verhaal. Madame Madura knikt en begint te vertellen over Toehold, het project dat ze sinds 2000 als een moederkloek onder haar vleugels houdt. Ze vertelt over een groep mensen die al generaties, eeuwenlang zelfs, Kalaphurisandalen maakt, het traditionele Indiase schoeisel. Maar die mensen hebben het niet goed, ze behoren tot de laagste kaste van de maatschappij. Met financiële steun van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties en de Indiase overheid creëerde Madura een systeem waarbij de productie een (her)structurering onderging en de mensen een zaak konden uitbouwen om in hun levensonderhoud te voorzien. Toehold is nu een coöperatie die onder leiding staat van de vrouwen van die gemeenschap. Zij beheren, met behulp van de vzw Ascent, de inkomsten van de productie. Elk gezin werkt als een aparte eenheid: de mannen doen het zolenwerk, de vrouwen het fijnere bovenwerk. Sinds de gezinnen samenwerken en er geld in het laatje komt, kunnen deze grassroot people, zoals Madura ze noemt, een beter leven opbouwen. De bedoeling is overigens dat ze op termijn volledig zelfstandig hun zaak kunnen leiden. Hoewel ze al zelfbedruipend zijn, de subsidies van de Verenigde Naties zijn sinds twee jaar geschrapt, hebben ze nog wel een manager nodig. Dat is haar job, of beter, die van Raghu. Catherine Willems weet het nu al: met deze mensen wil ze in zee. Al voelt ze dat het niet eenvoudig zal zijn. De sandalenmakers wonen in Athni, dat 800 km van Bangalore ligt, in onherbergzaam gebied. Er volgen nog een aantal ontmoetingen met Toehold, onder meer met het oudste koppel van de coöperatie. Het is met een blij hartje dat ze enkele dagen later weer naar België vliegt.

Nu begint het harde werk. Er wordt over en weer getelefoneerd met India, er worden tekeningen en prototypes opgestuurd. Er wordt gewacht op de gekopieerde prototypes van de ambachtslui. Die blijken duidelijk in de war door de ontwerpen. Enerzijds omdat ze een tekening van een linkervoet niet naar een rechtervoet kunnen vertalen en er op die manier gespen op de gekste plaatsen terechtkomen. Anderzijds omdat ze nog nooit kindersandalen hebben gemaakt, dus kinderleesten hebben ze niet. Catherine besluit haar ontwerpen te vereenvoudigen en neemt zelf contact op met een leestenfabrikant in Delhi, die ook met Italiaanse merken werkt.

In haar dagboek schrijft ze, lichtjes gestresseerd: "Leesten zijn het belangrijkste bij schoenen maken. Het bovenleder en onderleder worden aan de hand van die vorm gemonteerd. Ik heb smalle kleine leesten nodig, maar blijkbaar hebben ze dat hier nog nooit gezien. Ik heb nu tekeningen van mijn ontwerpen naar Mr. Jain in Delhi gestuurd. Op basis daarvan laat hij vijf nieuwe paren maken. Ze moeten klaar zijn als ik in Athni arriveer, want anders kunnen de sandalen niet worden gemaakt."

De nieuwe voorbeeldleesten arriveren wonderwel op tijd in Bangalore en worden afgeleverd bij Ravi, die op dat moment nog nooit van een leest had gehoord. Als hij Catherine afhaalt aan de luchthaven, controleert ze de vormen meteen. Ze voldoen aan de voorwaarden, en diezelfde nacht wordt in Delhi een bestelling geplaatst.

"Laten we hopen dat het goed komt!", aldus het dagboek op het einde van die dag.

Gelijkaardige situaties doen zich voor bij sommige kleuren van het leder.

9 december levert een boze dagboeknotitie op: "Drie van de tien lederkleuren heb ik zelf samengesteld, ze komen niet uit een staalkaart. En ja, voilà, daar heb je het. Ik heb Raghu zo vaak gevraagd of dat een probleem was, en dat was het niet. Vandaag zegt hij me dat het blijkbaar toch niet zo evident is en dat de leerlooierij nog steeds de goede kleur niet heeft. Vooral omdat het in Madras al een paar weken hevig regent en het leder niet wil drogen. Ik hou mijn hart vast."

Ook de reis naar Athni verloopt niet zonder slag of stoot. Na een taxipanne geraakt het gezelschap met een riksja toch nog op tijd op de luchthaven. Het dagboek spreekt voor zich zelf. Dit is de onderbuik van India.

"Athni is een groot dorp, met veel lawaai en getoeter. De ingang van het hotel is geblokkeerd door een grote koe. Door een soort donker gat met veel afval komen we bij een vuile trap, die ons leidt naar het hotel. Blijkbaar is de hoofdingang van het hotel vandaag gesloten wegens het overlijden van een familielid van de eigenaar. Ze tonen mijn kamer, een lelijke hotelkamer zonder handdoeken, met vuile lakens, vuile ramen en lompen als gordijn, met een douche die niet werkt en overal kleine mieren. Enige positieve punt: zowel kamer als aparte badkamer zijn groot. Heel grappig eigenlijk, want blijkt dat ze mij de beste kamer gegeven hebben. Ravi geven ze een andere kamer die ongelooflijk stinkt. Ik word enorm nagestaard. Geen vrouw te bespeuren. De straten zijn ook niet echt proper. Eenmaal buiten word ik nog meer nagekeken. Blijkt dat ik de eerste blanke vrouw ben die Toehold in Athni bezoekt. Maar het doet wel deugd India op zijn best te zien. Vriendelijke mensen, lekker eten, en zowel Ravi als ik zijn blij uit Bangalore weg te zijn. Geen verkeersdrukte en geen hectische mensen. In de plaats veel varkens en buffels. Al is het wennen aan het Indiase ontbijt, idli's en dahls met pikante sausjes op nuchtere maag... Gelukkig kan ik wel een koffie zonder suiker krijgen."

Het is al 12 december als Catherine Willems eindelijk de coöperatie kan bezoeken.

"Het district waar de ambachtslui werken heet charmalaya, place of skin (charma betekent huid, laya plaats). De leesten zijn toegekomen en zien er goed uit. Een snelle en perfecte levering. Had ik nooit gedacht en Ravi nog minder. Ik krijg een bureau in het atelier. Eindelijk komt er wat schot in de zaak, maar we staan achter op schema. De modellen blijken nog steeds niet eenvoudig genoeg, men is het hier niet gewoon zo precies te werken. Het gaat traag, erg traag. Ook al omdat het hele dorp, en dan vooral de kinderen, op bezoek is gekomen. Allemaal komen ze even gedag zeggen of op zijn minst eens kijken naar die witte madame. Minder leuk is dat het leder, waaronder het roze, rode, groene, hemelsblauwe, gele en chocoladekleurige, er nog steeds niet is."

Toch gaat het steeds beter. 13 december: "Het verloopt steeds vlotter. Vandaag worden alle modellen gestikt. Morgen worden ze op de leest gezet. Het contact met de mensen wordt aangenamer. Ik wil op de foto met een buffel, maar die is boos op mijn rode kleedje. Toen ik zijn oren wilde strelen, viel hij aan. Tot groot plezier van iedereen."

Op 15 december is de productie nog lang niet klaar, maar het thuisfront wacht. "Ik zit op de nachttrein Miraj-Bangalore, in een eersteklascoupé. We delen die met drie mensen, en een muis. Ik hou niet van muizen in mijn bed. De derde persoon maakt melding aan het personeel. Hij komt lachend terug en zegt dat ze het morgen zullen melden..."

In januari 2006 trok Catherine Willems opnieuw voor tien dagen naar Athni om de productie te overzien. De ecologisch en ethisch verantwoorde kindersandalen arriveren eerstdaags in België. Als bewijs van "waar een wil is, is een weg". Zelfs in India. n

De sandalenmakers wonen

op 800 km van Bangalore,

in onherbergzaam gebied

'Het gaat traag, erg traag. Ook al omdat het hele dorp op bezoek komt'

Catherine Willems, een carrière

in fast forward

Catherine Willems (34) studeert begin jaren negentig politieke en sociale wetenschappen en vergelijkende cultuurwetenschappen aan de Gentse universiteit. Omdat ze zelden schoenen vindt die haar bevallen, tekent ze op een dag een stel sandalen en trekt naar een schoenmaker met de vraag of hij die voor haar kan maken. "Juffrouwke, hiernaast is een schoenwinkel. Het staat daar vol sandalen, ga er daar maar een paar kopen", was zijn antwoord. Dat was aan dovemans deur geklopt. Ze schrijft zich in voor een avondcursus schoenen maken. De microbe bijt, en hard ook. Als ze afstudeert, heeft ze meteen twee diploma's op zak, een universitair diploma en een van schoenmaker-hersteller. Jarenlang combineert ze een baan op de universiteit met avond- en weekendopleidingen. Tot ze op een mooie dag genoeg heeft van het dubbele engagement en resoluut voor schoenen kiest. Ze trekt naar Italië om zich te vervolmaken in het Ars Sutoria-instituut in Milaan, maar belandt uiteindelijk in het fameuze Atelier Pompei in Rome, waar onder meer sandalen voor de films van Fellini werden gemaakt. Terug in België zoekt ze naar manieren om verder te gaan met haar passie. Maar opleidingen zijn hier zogoed als onbestaande. Ze gaat les geven bij Brucemo, later in de Gentse modeacademie. Intussen werkt ze af en toe samen met ontwerpers en maakt ze de schoenen voor hun shows. Vandaag staat ze aan het hoofd van de eerste volwaardige opleiding schoenen ontwerpen in de academie van Sint-Niklaas.

INFO www.catherinewillems.com of

catherine@catherinewillems.com.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234