Donderdag 21/01/2021

Waar Beslan en Columbine samenkomen

Op zoek naar het motief van de broers-Tsarnaev voor de aanslag in Boston

In Wenen herkende ik een Tsjetsjeen met de ogen dicht. Ze hadden donkerder haar dan Oostenrijkers, ze kleedden zich eleganter, zoals gangsters uit de jaren vijftig, en ze hadden nooit iets omhanden.

Er zitten duizenden Tsjetsjeense vluchtelingen in Oostenrijk, en nog duizenden meer in Polen, Frankrijk, Turkije, Kazachstan, Dubai en elders (er zijn ook wat gemeenschappen verspreid over de Verenigde Staten). Waar ze ook zijn, ze vallen op.

Het woord dat het meest in verband ge-bracht wordt met 'Tsjetsjeen' is 'terrorist', vanwege de aanslag op het publiek in het Dubrovkatheater in Moskou in 2002, op de kinderen in Beslan, Noord-Ossetië in 2004, en nu de marathon van Boston. Maar terroristen hebben altijd maar een piepklein deel van de bevolking gevormd. Een accurater woord om Tsjetsjeen mee in verband te brengen, is 'vluchteling'. Twintig procent of meer van de Tsjetsjenen heeft Tsjetsjenië verlaten in de voorbije twintig jaar.

Dzjochar A. Tsarnaev, de negentienjarige verdachte van de bomaanslag in Boston, werd geboren in een Tsjetsjeens gezin. Hij was een baby toen Boris Jeltsin tanks stuurde om de opstandige republiek te temmen. Op dit moment weten we weinig over de beweegredenen van de verdachte. Het is onduidelijk of en hoe lang hij in Tsjetsjenië verbleven heeft terwijl hij in de Verenigde Staten leefde. Al wat we weten is dat Tsjetsjenië voor zijn generatie altijd een plek is geweest van geweld, ontvoeringen, weduwen, wezen en verkrachting: een plek om aan te ontsnappen, niet om naartoe te gaan.

Russische artillerie

De oorlog voor de controle over dit stukje grondgebied in Zuid-Rusland is haast onophoudelijk aan de gang sinds 1994, en heeft duizenden mensenlevens geëist. Toen ik voor het eerst de hoofdstad Grozny bezocht, begin de jaren 2000, was die een braakland van verwrongen staal, verbrijzeld beton en verhaspeld asfalt. Tsjetsjenen toonden me postkaarten van de stad voor de Russische artillerie huishield. Ik zag mooie huizen en aangename promenades langs de rivier Sunzha. Maar ik denk dat zelfs zij niet langer geloofden dat op de postkaarten dezelfde stad stond afgebeeld. Het verrast niet dat zovelen zijn weggevlucht.

In 2008 reisde ik een maand lang door de Tsjetsjeense diaspora in Europa om inzicht te krijgen in de manier waarop de mensen waren getroffen door wat ze hadden meegemaakt. Ik maakte kennis met Birlant en haar man Moesa in de stad Terespol, de toegangspoort voor Tsjetsjenen die politiek asiel aanvragen in Polen. Birlants vader en broer waren voor haar ogen doodgeschoten. Nu woonde ze in een somber tehuis in een naaldbos, samen met 48 andere Tsjetsjeense gezinnen, en ze haatte het. Ze wilden naar Oostenrijk gaan. "Als je mensen niet als mensen kunt behandelen, waarom laten ze ons dan niet gaan naar het land dat dat wel doet?", vroeg Musa.

Gemarteld

Het was een gevoel dat ik vaker hoorde. Als ze ergens waren, wilden ze ergens anders naartoe, iets anders doen, iemand anders zijn. Kon ik ze niet meenemen naar Londen? Misschien was het leven wel beter waar ik woonde. Musa belde me nog jaren na die kortstondige ontmoeting op vanuit Helsinki, Stockholm, Oslo, en nooit klonk hij tevredener.

Umar Israilov in Wenen was anders. Hij leerde Duits, was op zoek naar een baan. Hij had een advocaat gevonden om herstel te eisen bij het Europees Hof van Justitie voor de manier waarop hij was behandeld. Hij gaf me hoop. Umar was gemarteld. Hij was arm en werd gediscrimineerd. Maar hier was een Tsjetsjeense vluchteling die over de toekomst sprak als iets om naar uit te kijken.

Minder dan een jaar later, in januari 2009, werd hij doodgeschoten. Een Oostenrijkse jury aanvaardde het argument van de openbaar aanklager dat bondgenoten van het Kremlin in Tsjetsjenië er verveeld mee zaten dat hij met journalisten praatte en daarom moordenaars op hem af hadden gestuurd.

De Tsjetsjeense vluchtelingen kwamen overal onrecht tegen. Ze verloren hun huis in een oorlog die ze niet zelf begonnen waren, ze kwamen terecht in landen waar ze niet wilden zijn en werden geconfronteerd met represailles als ze openhartig praatten. Het verbaast dan ook niet dat het internet krioelt van de forums waar ze praten over hun lot: dat van hun landgenoten thuis, dat van hun moslimbroeders in Afghanistan, Syrië en Irak.

Toxische cocktail

We weten niet wat Dzjochar Tsarnaev, die vrijdagavond gearresteerd werd in een voorstad van Boston, en zijn broer Tamerlan (26), die de avond daarvoor werd doodgeschoten door de politie, dreef. Misschien haalden ze hun motivatie wel gedeeltelijk uit een oproep uit 2007 van de Tsjetsjeense militante leider Dokoe Oemarov. "Onze broeders vechten in Afghanistan, Irak, Somalië, Palestina", zei hij. "Onze vijand is niet alleen Rusland, maar iedereen die oorlog voert tegen de islam."

Maar er was al genoeg in Amerika om jonge mensen als Adam Lanza, Dylan Klebold en alle andere massamoordenaars uit de recente geschiedenis te vervreemden. Er zijn genoeg wapens om iedereen die je wilt vermoorden te doden, en een moordenaar kan altijd een excuus voor moord vinden als hij maar hard genoeg zoekt.

Combineer het feit dat de broers-Tsarnaev schijnbaar geïsoleerde jonge mannen in Amerika waren met het feit dat ze toegang hadden tot de volle kracht van de jihadistische ideologie. Misschien is wat we in Boston zagen wel de combinatie van Beslan en Columbine, van Sandy Hooks en Dubrovka. Laat ons hopen dat die twee toxische varianten van het moderne geweld nooit meer samenkomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234