Zondag 05/12/2021

'Waar begint Israël, waar houdt het op? Niemand weet het'

Vandaag viert Israël haar vijftigjarig bestaan. Maar militair historicus Martin van Creveld gaat de straat niet op om te zingen. Zijn idee van een leuke avond is thuis in Mevasseret Zion, een villadorp vlakbij Jeruzalem, met zijn vrouw een kop thee drinken. Hij ziet weinig aanleiding om enkel Israëls verworvenheden te vieren als er evenveel redenen zijn voor scepsis. Zijn scepsis geldt een fundamentele vraag: is Israël (nog) wel een staat?

Mevasseret Zion.

van onze medewerkster

'Natuurlijk", zegt hij, "betekent het vijftigjarig bestaan veel voor me. Israël is een succesverhaal. Toen ik in 1950 uit Nederland kwam met mijn ouders, stuurden mijn grootouders ons lucifers en tennisballen. Mensen deelden elkaars schoenen. Israël was een ontwikkelingsland. Nu hebben we het tweede leger ter wereld en horen we bij de twintig rijkste landen; alles dankzij joods kapitaal, grenzeloos idealisme en een gigantische bereidheid tot zelfopoffering, tegen de klippen van Arabische vijandigheid op. Daar ben ik trots op."

Maar de verjaardag markeert voor hem ook het begin van het einde van Israël. Hij is er niet echt rouwig om, maar het is ook weer geen aanleiding om te vieren. "Wij ontsnappen niet aan het lot dat alle natiestaten ter wereld treft: wij verliezen soevereiniteit."

Praten over vijftig jaar Israël is voor Van Creveld praten over de staat, en dat is al jaren zijn stokpaardje. Hij is er internationaal beroemd om. In 1991 schreef hij het boek The Transformation of War, dat verplichte kost is op 's werelds toonaangevende militaire academies. Hij betoogt daarin dat natiestaten, die vroeger vrij waren om andere staten de oorlog te verklaren, die vrijheid niet meer hebben. Interstatelijke conflicten komen minder voor. Zij maken plaats voor guerrilla-achtige oorlogjes die de staat van binnenuit bedreigen, zoals de Basken in Spanje, de Mexicanen in Chiapas of de Palestijnen in Israël.

Volgens Van Creveld zijn moderne legers niet uitgerust om die bedreiging van de binnenlandse veiligheid te keren. Het leger staat machteloos, de burger moet zichzelf verdedigen. Politici, banken en bewonerscomités in chique wijken huren steeds vaker particuliere bewakers in, ook in Israël. In lezingen die Van Creveld geregeld houdt voor hoge Amerikaanse en Britse legerofficieren, zegt hij dat hun maar één toekomst rest: ontslag nemen en een particulier bewakingsbedrijf beginnen. In Israël stuit die boodschap de legerleiding zo tegen de borst dat zij Van Creveld twee jaar geleden persona non grata heeft verklaard. Hij lacht erom, maar het steekt hem wel.

Hij heeft alweer een nieuw boek geschreven dat voortborduurt op het vorige: over het begin van het einde van de staat. Het manuscript is klaar, maar hij onderhandelt nog steeds met een uitgever. Het is een fel, soms non-academisch emotioneel, meedogenloos boek en misschien wel extra meedogenloos als je zijn theorieën op Israël toepast. "Een staat zonder grenzen", zegt hij, "is geen staat. Over de hele wereld vervagen de grenzen door de globaliseringstrend. Israël onkomt er niet aan."

Maar in Israël komt daar nog iets bij: het land heeft dertig van de vijftig jaar niet eens duidelijke grenzen gehad. "We hebben in 1967 gebied veroverd, maar een groot deel ervan noch geannexeerd noch weer afgestaan, zoals Gaza en de Westelijke Jordaanoever. We hebben de Golan geannexeerd, maar praten er nu over om het aan Syrië terug te geven. We houden Zuid-Libanon bezet. Waar begint Israël, waar houdt het op? Niemand weet het. Dat ondermijnt één van de belangrijkste kenmerken van de staat: dat soevereiniteit ondeelbaar is, dat je alleen soeverein kunt zijn als je een strikt onderscheid aanbrengt tussen wat van jou is en wat niet, als je weet over wie je regeert."

Eén van de belangrijkste taken van de staat, zegt Van Creveld, is om burgers te beschermen tegen buitenlanders en elkaar. In Israël is het onderscheid tussen burgers en niet-burgers moeilijk te maken. De Palestijnen in de bezette gebieden zijn nooit Israëlische burgers geworden, dat wil Israël niet. Toch stond zij tot voor kort niet toe dat de Palestijnen zichzelf bestuurden. Hoorden ze er dan toch een beetje bij, of niet? De kolonisten die zich in de bezette gebieden vestigden in de aan zekerheid grenzende hoop dat hun nederzettingen een deel van Israël waren, weten niet of die nederzettingen dat over tien jaar nog zullen zijn.

Nu Israël land en macht afstaat aan de Palestijnse Autoriteit (PA), wordt de onduidelijkheid er enkel groter op, zegt Van Creveld. "Het lijkt alsof Israël nu vaste grenzen krijgt, maar dat is schijn. We verdelen de bezette gebieden nu onder in de zones A, B en C. In zone A hebben de Palestijnen het voor het zeggen. Maar buitenlands beleid mogen ze er niet voeren, ze mogen geen leger hebben of een staat uitroepen. Echt los van ons zijn ze daar niet. In zone B voert Israël het militaire bewind en hebben de Palestijnen civiele macht. In C heeft Israël het nog bijna geheel voor het zeggen. Volgens de klassieke definities houdt Israël ongeveer op met bestaan."

Of dat goed of slecht is, weet Van Creveld ook niet. Hij haat de staat. Hij vindt het beter geen staat te hebben dan één die bij machte is zes miljoen mensen over de kling te jagen, zoals in de Tweede Wereldoorlog. Hij haat ook de andere excessen, waarvan het socialistische, etatistische Israël er tot voor kort vele kende: de staatstelevisie die mensen vertelde wat ze moesten denken, de staatsschool die je kinderen indoctrineerde, de staatsluchtvaartmaatschappij die bepaalde dat je niet op de sabbat mocht reizen. "Tot 1990 hadden we hier twee tv-kanalen. Nu hebben we kabel. CNN heeft ons van de staat bevrijd. Godzijdank! Voor hun informatie zijn 800.000 huishoudens niet langer van de regering afhankelijk."

Toch is hij bang. Het feit dat Israël de macht met de Palestijnen is gaan delen, maakt mensen als hij, die aan de veilige kant wonen (binnen de grenzen van 1948), kwetsbaar. "Als het vredesproces misloopt, kun je hier een soort Bosnië krijgen. Als er overal door elkaar plukjes Israëli's en plukjes Palestijnen wonen, kan Israël onmogelijk ergens F-16's op afsturen om de orde te herstellen."

Wat hem het meest verontrust, is dat de oplossingen die Israël nu zoekt, geenszins het gevolg zijn van een weldoordachte strategie, maar van een halfslachtige, negatieve keuze. "We willen de bezette gebieden niet annexeren. Maar we willen ze ook niet amputeren. We weten al dertig jaar niet wat we ermee willen en nemen dus een middenweg. Over de consequenties denken de Israëlische leiders niet na."

Dat dit thema afwezig is in de jubileumdebatten, vindt hij een teken aan de wand. Het is goed, zegt hij, dat er gepraat wordt over de steeds scherpere tegenstelling tussen seculiere en orthodoxe joden. Prima ook dat een tv-serie eindelijk onthult dat er in 1948 Arabische dorpen van de kaart zijn geveegd. Bij zo'n groots aangepakte ceremonie mag zelf-kritiek niet ontbreken. Maar het belangrijkste, in zijn ogen, komt volstrekt niet aan bod: dat er nu Palestijnen in Israël wonen en erbuiten, en Israëli's in Palestina en erbuiten. Wat betekent dat voor de staat die Israël na vijftig jaar denkt te zijn? "Het is geen staat. God mag weten wat het wel is." Caroline de Gruyter

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234