Zondag 13/06/2021

Waanzin onder de tropenhelm

Johannes Fabian kwam tot het besef dat het plaatje van de zelfverzekerde, rationele, manhaftige en vastberaden ontdekkingsreiziger maar het halve verhaal was

Johannes Fabian

Out of Our Minds. Reason and Madness in the Exploration of Central Africa

University of California Press, Berkeley, 320 p., 977 frank.

Valt er nog iets nieuws te zeggen over ontdekkingreizigers? Dat ze heroïsche avonturiers waren die in de negentiende eeuw onversaagd het binnenland van 'zwart' Afrika verkenden, we leerden het al op de lagere school (net zoals het woord 'onversaagd', dat we nadien nooit meer nodig hadden). Dat ze expedities leidden op zoek naar de bronnen van de Nijl of verdwenen doktoren, we speelden het na op de speelplaats. Dat de confrontatie tussen hun westers rationalisme en een vermeende inheemse 'wildheid' een ideologische duw gaf aan het zich ontplooiend kolonialisme, ja, we studeerden het in voor onze examens aan de universiteit. Et alors, quoi de neuf? Met ontdekkingsreizigers is het zoals met dinosaurussen: ze zijn zozeer deel gaan uitmaken van de populaire cultuur, zozeer gereduceerd tot een clichébeeld, dat het onderwerp te uitgemolken lijkt om nog te boeien. Er moet al veel gebeuren willen we onze weerzin voor mannen met tropenhelm, baard en geweer overwinnen om ons nogmaals door het onderwerp te laten aanspreken.

Het nieuwe boek van Johannes Fabian doet dat echter moeiteloos. Waar je Out of our minds ook openslaat, je raakt onmiddellijk gefascineerd door zijn tekst over 'rede en waanzin in de verkenning van Centraal-Afrika'. Fabian, een 63-jarige antropoloog van Duitse origine die lange tijd in de Verenigde Staten studeerde en doceerde, uitvoerig veldwerk verrichtte in Zaïre en nu hoogleraar is in Amsterdam, geldt zonder meer als een van de invloedrijkste antropologen van de voorbije decennia. Zijn essay Time and the Other uit 1983 behoort tot de meest geciteerde publicaties uit de antropologie van de laatste vijfentwintig jaar.

Mooist van al is dat Fabian net zo'n hekel heeft aan het cliché van de koloniale avonturier als zijn lezer. Voor zijn nieuwe boek spitte hij de belangrijkste reisverslagen over Midden-Afrika uit de periode 1870-1910 door en kwam tot het besef dat het plaatje van de zelfverzekerde, rationele, manhaftige en vastberaden ontdekkingsreiziger maar het halve verhaal was. Meer dan toonbeelden te zijn van ratio en rust, waren ontdekkingsreizigers geplaagd door ziekte, koorts, slapeloosheid, alcoholisme, melancholie, verveling, agressie en een verlangen naar opiaten, naar vrouwen en naar huis. Fabian documenteert hoe de reizigers omgingen met ziekte, dood, lastige stamhoofden en voedseltekorten. Het beeld van 'alles onder controle' was vooral een ideaal dat ze voor zichzelf en de buitenwacht ophielden. In een wereld vol malaria-aanvallen en opstandige dragers schonken routine en hygiëne de prettige illusie van controle - en daarom werden schoenen gepoetst, dagboeken bijgehouden en dagmarsen afgelegd. Maar in werkelijkheid werd onder de tropenhelm het hoofd niet altijd koel gehouden, integendeel. Bijna alle reizigers ervoeren vroeg of laat de waanzin van de tropen. Hun gemoed en gezondheid werden dusdanig op de proef gesteld dat de werkelijkheid hen meer dan eens ontglipte. Ze kwamen letterlijk in 'extase'.

Fabian denkt daar verder op door en introduceert het belangrijke onderscheid tussen ascese en extase. Misschien, zo redeneert hij, ontstaat antropologische kennis niet door een puur cerebrale, ascetische benadering, misschien is de ervaring van extase (letterlijk, het buiten zichzelf stappen) wel een wezenlijk onderdeel van de confrontatie met het vreemde en het begrijpen van de ander. Een wetenschap zoals antropologie mag dan al rationeel willen zijn, de beoefening ervan veronderstelt extase, het loslaten van de bekende denkkaders. Fabian bepleit daarom een antropologie die haar eigen irrationaliteit erkent en waardeert. Zijn belangstelling voor de vroegste geschiedenis van de antropologie is dus niet puur antiquarisch maar omhelst een kritiek van de huidige antropologie. "I am remembering the present," is de mooie zin waarmee hij het boek besluit.

Dat zegt meteen ook iets over zijn taal. Terwijl Time and the Other in de categorie 'tanden bijten' viel, vindt dit nieuwe boek moeiteloos zijn weg naar het nachtkastje. Fabians Engels is rijk geschakeerd, zijn keuze van voorbeelden verbluffend, zijn stijl een prachtige verweving van analyse met persoonlijke reflectie. Dit boek overstijgt daarom het lezerspubliek van professionele antropologen waarvoor het bestemd is. Wie interesse heeft voor de exploratie van wat later Belgisch-Kongo zou worden, moet dit boek gelezen hebben. Hochschild beschreef de excessen van Leopold, Fabian documenteert op erudiete wijze de fase die er net aan vooraf ging.

Een van zijn meer particuliere verdiensten is dat hij de figuur van Jérôme Becker van onder het stof haalt. Becker, een jonge militair uit Kalmthout, reisde tussen 1880 en 1883 in Centraal-Afrika en schreef er het fascinerende, maar vergeten reisverslag La vie en Afrique over. Fabian kwam het toevallig tegen in zijn eigen universiteitsbibliotheek en die vondst vormde de aanleiding voor het huidige boek. Becker was niet alleen het prototype van de paternalistische avonturier die minutieus uitlegde hoe je met zwarten moest omgaan en waarom slavernij goed was, hij liet zich tevens overweldigen door de cultuurschok en sloot zelfs vriendschap met een paar 'inboorlingen'.

Fabian beschrijft niet de grote geschiedenis van de ontdekkingsreizigers, hij heeft het niet over de successen en de resultaten van deze of gene expeditie, hij praat nauwelijks over opdrachtgevers zoals Leopold II, over de Association Internationale Africaine, over de conferentie van Berlijn van 1885 waar "die prachtige Afrikaanse taart" (Leopolds woorden) werd opgedeeld onder de Europese naties. Nee, hij richt zich veeleer naar de triviale details in de reisverslagen, de koortsaanvallen, de ruzies onder de dragers, het vlees in blikjes, de geluiden van het oerwoud. Dat doet hij niet omwille van de anekdotiek, maar omdat de ervaring van koloniaal Afrika nu eenmaal veel meer was dan een kwestie van internationale politiek, macrogeschiedenis of imperiale ideologie. Door die concreetheid bereikt hij een antropologie van de vroegste antropologie. Zelden werd dit heroïsche verleden zo tastbaar, maar daardoor ook zo doordeweeks, zo banaal - en dus, ongewild, zo eerlijk. Wat men verliest aan mythe keert terug als mededogen.

David Van Reybrouck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234