Zondag 20/10/2019

Waals voetbal in degradatiegevaar

Het was niet meer dan een klein kolommetje in de kranten, een paar weken geleden: ‘Benoît Thans gaat Waals voetbal doorlichten.’ Op aangeven van André Antoine, minister van Sport van de Franstalige gemeenschap, moet de ex-speler van onder meer Standard, La Louvière en Westerlo een audit doorvoeren van het voetbal bezuiden de taalgrens. Thans heeft samen met andere voetbaldieren als Philippe Saint-Jean (ex-Moeskroen) en Jean-François Rémy, de assistent van Jean-François de Sart bij de Belgische beloften, een half jaar de tijd om de situatie in Wallonië in een rapport te gieten. Dat verslag moet dan weer resulteren in een strategie om er het edele balspel uit het slop te halen.

Zes maanden om de situatie in te schatten? Zes seconden volstaan. Eén blik op de rangschikking van onze pintjesliga zegt meer dan balansen en andere boekhoudingen. Eupen even niet meegerekend telt Wallonië de volle twee clubs in eerste klasse, op een totaal van zestien ploegen. Vanavond staan die twee oog in oog. Charleroi tegen Standard is meer dan een strijd om het behoud, meer dan de strijd om play-off I. Als Charleroi verliest, staat het met één been in tweede klasse. Als Standard verliest staat het met één been in play-off II en zit de competitie er voor de Luikenaars quasi op. Alleen de beker is dan nog van tel. Wie er vanavond ook wint, het Waals voetbal verliest sowieso.

Di Rupo, Langendries en Reynders

Dat het om een existentiële crisis gaat in Wallonië bewijzen ook de lagere afdelingen van het Belgische voetbal. Het is bijna tevergeefs zoeken naar Waalse clubs. Niet dat Wallonië altijd een hofleverancier is geweest van clubs in eerste klasse, maar met La Louvière, Bergen, Moeskroen, Tubeke (enige Waals-Brabantse club ooit in eerste klasse), Seraing, Olympic en Sporting Charleroi en Standard hadden onze zuiderburen toch iets in de pap te brokken. De tijd dat Jean-Pierre Detremmerie, de toenmalige sterke man van Moeskroen naar eigen zeggen klaar was om Anderlecht naar de kroon te steken - “We gaan naar een budget van 1 miljard Belgische frank” - is evenwel voorgoed voorbij.

“We moeten eerlijk zijn, het Waals voetbal ligt op apegapen”, vertelt sporteconoom Trudo Dejonghe. “Standard zal de huidige sportieve dip wel overleven, maar Charleroi is bijna ten dode opgeschreven. De reden? Het totale mismanagement van de club door de familie Bayat. Charleroi heeft het potentieel om een stevige middenmoter te zijn in eerste klasse. Genre GBA. Helaas, tweede klasse wenkt.”

De neergang van de Zebra’s is voor Dejonghe exemplarisch voor het voetbal in Wallonië. “Die andere mentaliteit, ‘is het vandaag niet, dan zal het morgen wel gebeuren’, heeft de sport er absoluut geen goed gedaan. Clubs als Charleroi zijn bijzonder afhankelijk van de overheid. Al die jaren rekenden de Waalse ploegen op de overheden: ‘Die zullen het probleem wel oplossen.’ Sterke mannen die een voet binnen hebben in de politiek krijgen/kregen veel gedaan. De link met de politiek zie je overal: Di Rupo in Bergen, Langendries in Tubeke, Reynders in Standard. Moeskroen? Detremmerie wilde een nieuw stadion, de Intercommunale betaalde. De watervoorziening op de club? Drie à vier euro per kubieke meter stadswater. Natuurlijk is dat geen gezonde situatie. Als de economie niet draait, hebben de politici de centen niet en zitten de clubs op droog zaad.”

De economische achterstand tegenover Vlaanderen is ook volgens Wallonië-kenner Guido Fonteyn een belangrijke reden voor de problemen op de grasmat. “Puur economisch is de toestand natuurlijk zeer ernstig”, vertelt Fonteyn. “Charleroi bengelt nu onderaan de rangschikking in het voetbal, maar is ook in zijn totaliteit een stad in crisis. De stad heeft altijd kunnen teren op de industrie, maar nu die wegtrekt uit de regio is de situatie er bijna schrijnend. Je moet eens langs het station van Charleroi wandelen, je weet niet wat je ziet. Luik is er dan nog beter aan toe. De economie flakkert er lichtjes op, wat in Charleroi helemaal het geval niet is. Het voetbal staat er symbool voor de neergang van de stad. Alleen het basketbal in de Spiroudome en het tafeltennis van La Villette blijft er nog over.”

Fonteyn ziet zelfs vergelijkingen tussen Charleroi en La Louvière. RAA Louviéroise schopte het in 2003 wel tot bekerwinnaar, maar staat vooral bekend voor hoogmoed, mismanagement en het voormalige speeltje van gokchinees Zheyun Ye. “Toen La Louvière op het punt stond om te promoveren, was er in de bestuurskamer grote twijfel. De ganse streek zat toen in een stevige recessie. De Wolven zijn toch maar overgestapt naar eerste klasse, ‘dan konden de mensen zich eens aan het voetbal optrekken midden de miserie.’ Voetbal moest ook in Tubeke voor een boost zorgen. ‘Het volk fier maken op de club.’ Helaas, ook Tubeke was geen lang leven beschoren in eerste.”

Consument

Econoom Dejonghe merkt ook op dat de supportersaantallen in Franstalig België een flink pak lager liggen dan in Vlaanderen. Afgezien van Standard raken de tribunes maar niet gevuld. Dejonghe: “Het is opnieuw de mentaliteit die hier een belangrijke rol in speelt. Eind jaren negentig hebben de Vlaamse clubs ingezien dat de supporter als een echte klant benaderd moet worden. Als een consument van het product voetbal. De markt werd warm gemaakt voor het voetbal. Scholen mochten eens gratis naar een thuiswedstrijd, dan weer de vrouwen. In het zuiden heeft alleen Standard die les ook begrepen. Het aantal supporters is er bijna verdriedubbeld de voorbije jaren. Maar elders in Wallonië bleef het bestuur gewoon zitten. ‘Komen de supporters? Goed. Komen ze niet? Ook goed.’

“Dat is gewoon slecht management. Niks anders. Het bestuur moet begrijpen dat de supporters meer zijn dan arbeiders. In Vlaanderen komt het publiek vooral uit de middenklasse. In Wallonië vooral uit de arbeidersklasse, de mensen die achter het doel staan. Daar moet verandering in komen, economische crisis of niet. Bergen heeft 90.000 inwoners, maar trekt voor topmatchen met moeite 2.800 supporters. Dat is toch niet logisch? Zo’n stad moet al snel 8 à 10.000 mensen over de vloer krijgen. Clubs als Zulte Waregem en Westerlo zijn véél kleiner dan Bergen, maar hebben wel meer volk op de tribune. Vincent Mannaert heeft het budget van Zulte Waregem in een paar jaar tijd quasi verdubbeld en er een professionele structuur neergepoot. Waarom gebeurt dat niet in het zuiden van het land.”

Gebrek aan knowhow

Een laatste pijnpunt is volgens Dejonghe een gebrek aan knowhow. De cijfers bewijzen zijn gelijk. Het zuiden van het land telt drie ‘centres de formation’, waar 97 spelers zijn aangesloten. In Vlaanderen zijn dat er 5 voor 206 spelers. “Er is nood aan een betere omkadering van de jeugd. Charleroi zou toch een enorme instroom aan talent moeten kennen?”, vraagt Dejonghe zich af. “Jongeren die zich via het voetbal willen opwerken, weg van de straat. Dat gebeurt helaas niet, of veel te weinig. Het bestuur kiest voor derderangsspelers, niet voor de eigen jongens.”

“De introductie van sportmanagers kan daarbij helpen. Op academisch gebied zijn er in Wallonië veel te weinig instellingen die opleidingen aanbieden in sportmanagement. Clubs krijgen zo geen input aan competente mensen. Dat is al járen het geval. Ook daar moet dringend iets gebeuren. Het is een harde conclusie, maar het Waals voetbal ligt op zijn gat en veel beterschap is er niet in zicht.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234