Zondag 25/10/2020

Waakhond' Spaanse premier Aznar verlaat de politiek

Madrid

Van onze correspondent

Rop Zoutberg

Binnen de Spaanse regeringspartij Partido Popular wordt opgelucht adem gehaald: Francisco Álvarez-Cascos stapt uit de politiek. Minstens zo opgetogen zal de oppositie het vertrek van de huidige minister van Openbare Werken begroeten. Als waakhond van premier José María Aznar maakte de aartsconservatieve Álvarez-Cascos de afgelopen jaren veel meer vijanden dan vrienden.

Uiteindelijk kostte een mengeling tussen zijn turbulente privé-leven en wanbestuur de 56-jarige Álvarez-Cascos de kop, nadat afgelopen Kerstmis een einde was gekomen aan zijn tweede huwelijk. De nieuwe liefde van Álvarez-Cascos bleek een Madrileense galeriehoudster. Zij gaf niet alleen voer aan de ziedende roddelpers, ook kwam naar buiten dat Álvarez-Cascos namens zijn ministerie voor zeker 300.000 euro aan kunstwerken bij zijn geliefde inkocht.

Door dat gesjoemel met gemeenschapsgeld verloor de minister de laatste steun binnen zijn partij, die toch al flink in de maag zat met een ultrarechts icoon als Álvarez-Cascos. Hij hield vorige week de eer aan zichzelf en liet tijdens een persconferentie weten niet meer terug te keren in de actieve politiek na de algemene verkiezingen van maart. Ook vroeg de minister respect voor zijn privé-leven, al werd daar met wat hoongelach op gereageerd.

In 1996, bij zijn tweede huwelijk met een partijlid van amper 22 jaar, werden journalisten in overvloed uitgenodigd om de megalomane trouwerij mee te maken. Nadien werden fotografen ook nadrukkelijk gevraagd als de minister en zijn echtgenote weer eens zalm ging vissen in zijn geboortestreek Asturië, een gewoonte die Álvarez-Cascos rechtstreeks van de wijlen caudillo Francisco Franco leek te hebben overgenomen.

De ster van Álvarez-Cascos steeg vooral vanaf 1989, na zijn benoeming als algemeen secretaris van de voorloper van de PP, de Alianza Popular. Aan Álvarez-Cascos was de taak de destijds rommelige partij strak te organiseren en het partijlid bleek snel een perfecte tandem te vormen met de nieuwe partijleider Aznar. Het waren jaren waarin het sociaal-democratische bestuur onder Felipe González ten onder ging aan corruptieschandalen. Álvarez-Cascos ontpopte zich als kort aangelijnde bloedhond, die de nieuw opgerichte krant El Mundo op zijn hand kreeg om met de socialisten af te rekenen.

Na de verkiezingswinst van de PP in 1996 werd Álvarez-Cascos aanvankelijk vice-premier, en na een nieuwe zege in 2000 benoemd op het ministerie van Fomento, Openbare Werken. De kritiek binnen zijn partij op een al te conservatieve koers van Álvarez-Cascos nam vanaf dat moment toe. Maar ook werd de minister met name in 2002 zijn trage reageren na het zinken van de olietanker Prestige zwaar aangerekend. Hetzelfde gebeurde na ernstige fouten bij de aanleg van de nieuwe spoorlijn tussen Madrid en Barcelona.

Vanuit de PP werd vorige week met krokodillentranen gereageerd op het afscheid van Álvarez-Cascos. "Hij kan trots zijn op een briljante politieke carrière", meende Aznars opvolger Mariano Rajoy in een reactie. Maar het klonk niet heel erg overtuigd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234