Vrijdag 30/10/2020

Vuurwerk van Italiaanse diva en Vlaams-Britse 'folkie' Dranouter / Van onze medewerker

Ook in kleine tent werd positieve lijn van zaterdag doorgetrokken

Antoine Légat

De positieve lijn van de eerste dagen in de kleine tent van Dranouter werd moeiteloos verlengd op zondag, niet in het minst door een evenwichtige mix van gevestigde namen en beloften. In de vorige dagen heetten de eersten Die Naye Kapelye, live nog steeds een van de sterkste klezmerbands, Jan De Wilde, Patrick Street. Zondag was het de beurt aan Les P'tits Belges, Lucilla Galeazzi en Tom Robinson.

Ook nu bleek het onmogelijk alles naar behoren te volgen, maar aangezien er zich zondag beduidend minder mensen aandienden op de wei, was het mogelijk tamelijk snel de afstand tussen grote en kleine (met plaats voor nog steeds zo'n 6.000 mensen) tent, zijnde ruim 700 meter, te overbruggen. Les P'tits Belges, project van Koen De Cauter, verscheen in '94 op cd. Pas nu borduurt Koen daar een live vervolg aan. De plaats van accordeonist Rony Verbiest wordt ingenomen door een jongeman die de vereiste kwaliteiten heeft om in de voetsporen van de meester te treden. De kwaliteiten van gitarist Hendrik Braeckman zijn genoegzaam bekend. Dajo De Cauter beroert de bas, terwijl de andere zoon Myrddin de flamencogitaar even inruilt voor het... slagwerk, iets wat hem wonderwel afgaat. Het repertoire bestrijkt alles waar Koen zich door de jaren heen in bekwaamd heeft: musette, swingjazz, chanson en aanverwante stijlen (of moeten we zeggen: manieren van leven?). Opvallend was de inbreng van zangeres Yolande Cortesia, knap in de uitvoering van 'Mon Amant de Saint-Jean' en 'Si tu t'imagines', het betere chanson dus. Koen concentreerde zich op de jaren vijftig. Geen wonder dat Sydney Bechet geregeld aan bod kwam, wat Koen toestond als solist te schitteren. Ook Braeckman liet fraaie dingen horen in Bechets 'Le premier bal', dat hier zijn eerste uitvoering kreeg. In deze context is musette ook écht musette (klassieker 'Indifférence' van Tony Mourena). Niet alleen Frans overigens, maar ook 'Into each Life some Rain must fall' van de Inkspots. Heel mooi, zeg maar ontroerend, de uitvoering van twee archetypische songs van Wannes, die Koen in eigen dialect zong: een verstild, het met haast gewijde eerbied gebrachte 'Mijn Mansarde' ("de beste teksten mag je niet uit het hoofd kennen", stelde Koen) en "Ik wil deze Nacht...". Nog voor Cortesia en De Cauter tezamen het slotnummer 'Le petit chemin' brachten, stond de conclusie al vast: Les P'tits Belges moeten dit briljante programma maar eens vaker brengen. Grote klasse.

Wat ook gezegd kan worden van de Italiaanse diva Lucilla Galeazzi, in de slipstream van de grote Giovanna Marini, een van de belangrijkste folkstemmen van de laatste jaren. Zij nam rustig de tijd om haar set op te bouwen, met beheersing en vertrouwen in eigen kunnen, dat beloond werd met een grote waardering vanwege het publiek.

Dat zou een tijd later Sainkho Namtchylak helaas minder goed afgaan. De Tuvaanse heeft inderdaad de verdienste ons de zangtechniek van de boventonen te hebben leren kennen, zoals we die later in volle glorie hoorden bij Huun-Huur-Tu, of, in zijn Mongoolse vorm van de 'khoomii', bij Egschiglen. Het succes van die laatste groep verleden jaar op dezelfde plek wist ze niet te behalen. Als zangeres of persoonlijkheid imponeerde ze niet en haar muziek zit ergens vast tussen oost en west. Daar kon het experimentele slotdeel niet veel aan veranderen.

Andere koek bij Tom Robinson. Zijn set bracht niets nieuws, al is de Brit met opvallende voorkeur voor Vlaanderen creatief nog lang niet uitgeblust. Maar hij had goed door wat bij een festivalpubliek goed aanslaat. Met zijn stevige band (gitarist Adam Phillips en de muzikanten van het Belgische Neeka), die hij in zijn sappige Vlaams de 'Belgische Kiekenpoepers' noemde, zette hij een set neer om u tegen te zeggen. Zijn luimige commentaar, doorspekt met anekdotes en rake oneliners, is lang niet zo onschuldig als het lijkt, want de man heeft een boodschap, een van vrede en broederlijkheid, tegen het fascisme, het vakjesdenken, de bekrompenheid. Daarin is hij sinds zijn punkdagen en het succes van '2-4-6-8 Motorway' en 'Glad to be gay' nog geen haar veranderd... Gelukkig. Die successen zaten in de set, samen met 'Too good to be true', het samen met Peter Gabriel gepende 'Listen to the Radio' en 'War Baby', allen even degelijk gebracht. Er werd nauwelijks meegezongen, er werd niet gedanst: de tent luisterde ademloos, gebiologeerd door de pure levenslust die Robinson uitstraalt. En bij 'Don't jump, don't fall' (over een vriend die ten slotte dan toch zelfmoord pleegde) zat de krop in menige keel. Het mag dan als rock klinken, door zijn mentaliteit is Robinson - als we er dan toch even een etiket mogen op plakken - een rasechte 'folkie'. Om dat te onderstrepen in de bis 'I shall be released', van de man die hij als folkartiest zo enorm bewondert, Bob Dylan. En er kon nog een bis af: 'Power in the Darkness', waarin Tom de 'eigen volk eerst'-mentaliteit te kakken zette in een anekdote die hij afrondde met de boutade: "Met héél Aantwaarpe maar niet met déze Chinees."

Maar er waren ook verrassingen op zondag: Llan De Cubell vertegenwoordigde met verve de Asturische folktraditie, hier vrijwel onbekend, maar in Spanje erkend als een van de sterkste lokale overleveringen. Zij speelden hele happen uit hun virtuoze, hoogst genietbare cd Un Tiempo meyor (waarop Jose Angel Hevia meespeelt), zonder kapsones, voorzien van korte streepjes uitleg door percussionist Fonsu Mielgo. Bouzouki, akoestische gitaar, fluiten, percussie (Fonsu Mielgo) en de gaita (doedelzak) doen natuurlijk meteen denken aan Ierland, maar er zit wel degelijk een totaal eigen zwierigheid in deze muziek die al snel de harten veroverde.

En Ierland zelf? Gevestigde namen genoeg, maar is er opvolging in de klassieke stijl? Daar bracht Calico een sluitend antwoord op. Het vijftal speelt wel vaak nieuw materiaal, maar met respect voor het verleden. Het muzikale peil lag daarbij duizelingwekkend hoog. Calico kreeg al eerder het label van het "ultieme, orale genot" opgeplakt.

Iets tevoren hadden Mike Scotts Waterboys veruit het beste concert van het festival gegeven, in de grote tent wel te verstaan, zeker een van de beste optredens van het hele jaar... We verlieten Dranouter 2001 dan ook met een goed gevoel.

Koen de Cauter en zijn P'tits Belges moeten dit briljante programma maar eens vaker brengen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234